Categorie archief: nieuwsbrief

Je aankijken en wegdraaien

Even stilstaan
Gabriël Anthonio

Mensen hebben vaak beelden over iemand die verslaafd is. Hij of zij loopt er verloren bij, heeft vervuilde kleding aan, is ongeschoren of heeft verwarde haren. De huid is grauw en bleek. Het zijn mensen die gebogen lopen, contact vermijden en op zichzelf zijn. Hun huis is een rommeltje en de gordijnen zitten vaak dicht.

Dat beeld klopt soms, maar niet altijd. Ik ben bestuurder bij Verslavingszorg Noord Nederland, maar geef ook geregeld een training aan een groep. Tijdens die groepstraining staan we stil bij persoonlijk leiderschap. Hoe pakken we de regie op ons leven weer terug of vergroten we die op zijn minst? Verslaving kaapt niet alleen je brein, maar ook je beurs, je relaties, je hobby’s en natuurlijk je gezondheid. Alles word je door de verslaving stukje bij beetje afgenomen.

Opgeruimd

Vandaag ben ik uitgenodigd bij een cliënt die actief is in de kunstwereld en die ik trof tijdens een van de trainingen. Hij is fotograaf, en geen onbekende. Hij heeft heel wat beroemde Nederlanders, maar ook internationale sterren, op de plaat mogen vastleggen.

Hij woont prachtig, aan het water. Hij ziet er tanig, gezond en gebruind uit. Het huis is keurig opgeruimd en aan de muur hangen smaakvolle schilderijen. Hij woont er met zijn dochter van negentien jaar. Zij studeert theaterwetenschappen, maar is ondertussen ook een verdienstelijk fotograaf en kunstschilder.

Hij leidt me rond in zijn huis en toont me zijn mooie motor die in de schuur staat. Hij houdt van de ruimte, de natuur, de wind en de zee. De motor, waar hij in de weekeinden graag op rijdt, brengt hem dichtbij dat gevoel van vrijheid en verbondenheid met de natuur.

Een vrouw uit duizenden

We bekijken zijn prachtige foto’s. Ineens valt zijn enthousiasme weg, hij wordt stil. Hij veegt in zijn gezicht en ogen. „Ach, die foto hoort niet in deze serie thuis.” Hij pakt de foto met trillende handen op. Het is een stemmige zwart-wit afbeelding van zijn vrouw, toen ze net te horen had gekregen dat ze ongeneeslijk ziek was. Ze kijkt je recht aan, maar lijkt ook weg te draaien.

Ik beschrijf wat ik zie. Hij knikt. „Ja, dat heb je goed gezien, ze was heel, ja heel dicht bij me in die periode en draaide langzaam weg. Draaide weg, met de woorden: “Jullie moeten me loslaten en nu zonder mij verder. Maar in jullie harten zal ik er zijn.’ Maar ik wilde haar helemaal niet kwijt, ik wilde niet zonder haar verder.”

Hij vertelt in geuren en kleuren hoe ze was, hoeveel geduld en liefde ze voor hem heeft opgebracht, hoe creatief en gezellig ze was. Noem maar op. Een vrouw uit duizenden, zou je zeggen.

Kwijt

„En toen begon ik met drinken. Al tijdens haar ziekteperiode. Toen ze overleden was, heb ik drie of vier dagen doorgezopen, ik weet al niet eens meer hoe lang. Ik probeerde daarna te stoppen, maar het ging niet meer. Ik kreeg medicatie, tegen de depressie en loog bij de arts dat het verder wel goed met me ging. Na een half jaar voelde ik dat ik alles kwijt was.”

„Ik herinner me nog hoe wanhopig ik was. De drank had mijn leven overgenomen. Ook mijn dochter kon me niet bereiken. Ik ben toen op een zaterdagavond op de fiets gestapt. Ik reed maar door en door. Ik kwam in een dorp en daar stond de kerk open. Ik dacht: ik ga even naar binnen voor een kaarsje. Ik ben niet meer zo van het geloof, vroeger wel, ziet u.”

‚‚Nu bleek er een dienst gaande te zijn. Dus ik ging op de achterste bank zitten. Ik was ook moe en kon zo even uitrusten. De dienst, de woorden en rituelen gingen helemaal langs me heen. Wat ik op een gegeven moment zag was een vrouwenfiguur, een mooi houten beeld, ik denk Maria. Ze leek een beetje op mijn vrouw met dat lange haar zo. Ik sloot mijn ogen en zag mijn lieve vrouw weer voor me. Heel duidelijk en ze zei in mijn gedachten: ‘Lieverd het komt weer goed, je hoeft het niet alleen te doen!’ Nou, dat was mijn doorverwijzing naar de verslavingszorg.”

Leren luisteren

Hij lacht even hartelijk en slaat me op de schouder. „Een vriend van me werkt bij jullie in de verslavingszorg, dus die heb ik meteen gebeld. Na een half jaar behandeling ben ik er weer bovenop. En weet je, ik ga af en toe weer naar die kerk toe. Op zaterdagavond, prachtig, even naar de mis. Om even stil te worden en te luisteren naar de dienst en naar wat er in mijn hart zit.”

„Geloven is denkt ik een soort communiceren, ik begin het net te ontdekken. Man, wat heb ik veel geleerd om te luisteren, noem het God of de Heilige Geest ik weet het niet. Maar ik heb ontdekt dat er nog veel meer in mijn hart woont dan de herinnering aan mijn dierbare vrouw alleen. Mag ik je deze foto meegeven? Als aandenken?”

Ik ben er even stil van. Zo’n persoonlijk cadeau, en dan dit verhaal erbij. ‘Dankjewel, ík zal het mooi inlijsten en een plaats geven op mijn werk. Mag ik het verhaal erbij vertellen?’ Hij zegt: „Natuurlijk, want ik heb het leven weer terug en gun dat iedereen.” Bij deze deel ik dit verhaal, over intens aankijken en wegdraaien van een geliefde.

Gabriël Anthonio is bestuurder bij Verslavingszorg Noord Nederland en bijzonder hoogleraar aan de RUG.

Stilte opent je hart voor het onzegbare

Neeltsje Bouma

Hoe geef je vorm aan een tijd van inkeer en stilte? Hoe kun je werkelijk ‘de zinnen verzetten’? In de zomer vertellen verschillende mensen hierover.

Sinds dit weekend is de grote vakantie-uittocht weer op gang gekomen. Ruim elf miljoen Nederlanders gaan de komende tijd op vakantie. 2,5 miljoen in eigen land en zo’n 8,8 miljoen naar het buitenland. Het woord vakantie, komt van vacare en betekent vrij zijn van en voor. Vrij zijn van het gewone, van het dagelijkse doen en laten, het gewone ritme even doorbreken. Niet omdat dit een last zou zijn, maar omdat het nieuwe energie in ons vrijmaakt.

Vakantie is een tijd van luieren en lummelen, van in het gras liggen en naar de wolken kijken. Nieuwe ervaringen opdoen, ver weg of dichtbij. En aan het einde van de vakantietijd pakken we langzaam de draad weer op. Om zo lang mogelijk dat ‘vakantiegevoel’ vast te kunnen houden.

Afstand nemen

De sabbatical die ik vorig jaar mocht houden, is daarmee te vergelijken. Weliswaar geen vakantie, maar wel een langere tijd van afstand nemen van het dagelijkse doen en laten. Een tijd van stil worden en gevoed worden.

Ik ben die maanden begonnen met een stilteretraite: tien dagen stilte. Tien dagen zonder telefoon, zonder internet, zonder contact met thuis, geen krant, geen televisie, geen radio. Alleen maar stilte. Nergens door afgeleid worden, niets moeten, alleen maar ontvankelijk zijn en luisteren naar wat de stilte me te zeggen had.

Met behulp van Schriftteksten, gedichten en afbeeldingen mijn hart afstemmen op God, de Ene en in die ontmoetingen, al wandelend, fietsend of breiend, het gesprek met Hem aangaan en gaandeweg weer op het spoor komen van wat me bezielt. Zo’n retraite is als een woestijn; je kwetsbare binnenkant gaat open en er ontstaat nieuwe ruimte.

Zintuigen

Het zijn in stilte, doet een mens meer zien, meer voelen, ruiken en proeven; vogels die zingen, krekels die tjirpen, het ruisen van de wind, zelfs je eten krijgt meer smaak. Je zintuigen staan verder open en je hart opent zich voor het onzegbare.

In het klein gebeurt dat, of liever gezegd: kan dat ook gebeuren, elke keer als we samen komen om Gods aanwezigheid onder ons te vieren en te gedenken. Voorwaarde is wel, dat je de stilte in jezelf een kans geeft. Zomaar alles wat in je is, aan zorgen misschien, aan vragen, aan vreugde en dankbaarheid, even laten voor wat het is.

Dat is niet zo eenvoudig. Daar heb je wat tijd voor nodig. De tijd vóór een viering – bijvoorbeeld in de kerk – is daar bij uitstek geschikt voor. Gewoon maar zitten, rustig ademend, adem in en adem uit, de dagelijkse beslommeringen even laten voor wat het is en je aandacht richten op wat komen gaat, de ontmoeting met God. Je kunt ook op het ritme van het bidden van een Wees gegroet of het Onze Vader in de stilte komen.

Fundament

Dan kan het gebeuren dat je in de viering aangeraakt wordt door God zelf en dat je gesterkt door die ontmoeting, je leven met alles wat daarin is, met hernieuwd vertrouwen tegemoet gaat.

Bidden en stil worden, als het fundament onder je bestaan. Moge zo de stilte, de vakantie, de ontmoeting met de Ene blijvend in ons doorwerken.

Neeltsje Bouma is werkzaam als pastor in de H. Clara van Assisiparochie, die Drachten, Gorredijk, Oosterwolde en Zorgvlied omvat.

Het zijn niet regels die het verschil maken in de EU, maar daadkracht

Pieter Anko de Vries

Het lijkt er niet op dat de Europese Unie op korte termijn met het door haar gekozen parlement democratisch zal worden geregeerd. Het is trouwens nog maar de vraag of dat heel erg is.

De kritiek op de manier waarop in Brussel deze week de belangrijkste baantjes zijn verdeeld, was niet van de lucht. De verdeling zou getuigen van groot dedain voor het door verkiezingen tot stand gekomen Europees Parlement, dat zijn kandidaten, onder wie de Nederlandse sociaaldemocraat Frans Timmermans, netjes had samengesteld en gepresenteerd als spitzenkandidaten.

Ook zou de functieverdeling de diepe kloof laten zien die er bestaat tussen de oudere lidstaten en de lidstaten in Oost-Europa. Het beste zou volgens de criticasters zijn dat het Europees Parlement in de benoemingskwestie zijn tanden laat zien, maar dat zal uiteindelijk toch wel niet helpen. De Europese Raad van regeringsleiders zal deze prestigestrijd winnen. Berusting alom.

Het zomernummer van Christen Democratische Verkenningen (CDV), van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, getiteld Divers Europa is met name gewijd aan de toekomst van de Europese Unie.

Regelpolitiek

Hoewel de auteurs van de verschillende bijdragen de uitkomst van de baantjescarrousel niet konden weten, zijn er enkelen die de trend van de machtiger wordende Europese Raad wel aanvoelen. Een Europese Raad die, als puntje bij paaltje komt, lak heeft aan afgesproken democratische regels van het Europees Parlement. Want het Europees Parlement hanteert een werkwijze die gekenmerkt wordt door regelpolitiek, een manier van denken en werken die wel zekerheid biedt, maar rigide wordt als er ernstige gebeurtenissen plaatsvinden. Dan blijkt het systeem van rechtsregels waarop de Unie is gebaseerd niet tot de nodige en vooral snelle effectieve maatregelen leiden die moeten worden genomen.

Het lijkt erop dat de verdeling van de beste baantjes laat zien dat de EU minder een interne regelfabriek kan zijn dan het Parlement wel zou willen. Zo stelt hoogleraar Grondslagen en praktijk van de Europese Unie en haar instellingen Luuk van Middelaar (Universiteit Leiden) in zijn bijdrage dat de EU niet primair het decor zou moeten zijn van regelpolitiek, maar dat het gaat om beslismacht en het vermogen tot effectief en snel handelen. Ook laat hij zien dat het reageren op onverwachte incidenten en gebeurtenissen onvermijdelijk een terugkeer van de ongelijkheid tussen lidstaten betekent. Gebeurtenissen – zoals het bijna failliet zijn van Griekenland of het redden van banken tijdens de financiële crisis – laten zien dat het democratisch gekozen parlement van de EU weinig tot niets kan. Het zijn dan opeens de vertegenwoordigers van de samenstellende landen die ingrijpen en die moeten beslissen dat de regels die voor gelijkheid moeten zorgen nauwelijks iets waard zijn.

Gebeurtenispolitiek is dus de toekomst van de EU en niet de gerichtheid op wat ooit is afgesproken. En ja, als er dan een Europa van landen met meerdere snelheden moet komen, dan moet dat maar, schrijft Van Middelaar. Zo is de euro iets voor Noord- en West-Europa, maar niets voor het zuiden dat in productiviteit niet kan meekomen en dus altijd moeten verarmen, omdat ze geen eigen munt hebben om te devalueren. Het is beter voor alle landen van de Unie dat ze uit hun schuldslavernij worden gehaald en uit de euro stappen. Voor het Europees Parlement met haar regeldenken is dat ondenkbaar, maar voor leiders die gebeurtenissen goed kunnen inschatten, is dit wellicht een heel goede mogelijkheid.

Politieke wijsheid

Tamarah Benima

Wijsheid komt met de jaren. Millennia lang was dit inzicht gemeengoed. Maar niet meer. De Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) heeft een rapport laten opstellen, genaamd Jong geleerd, oud gedaan. De ondertitel is: Pleidooi voor experimenten met het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd. Eerst moet de leeftijd voor locale en provinciale verkiezingen omlaag naar 16 jaar, en op den duur ook voor de parlementsverkiezingen. In Oostenrijk mogen tieners vanaf 16 jaar sinds 2007 stemmen. Malta is dat voorbeeld vorig jaar gevolgd. Voor iedereen die zich zorgen maakt over nationaal-rechts/populisme: tieners stemmen doorgaans extreem links en extreem rechts. Omdat het rapport stelt dat de politieke mening vanaf 16 jaar gaat stabiliseren, is dat dus een veeg teken. Wil de raad echt nog meer extreem linkse en nog meer extreem rechtse kiezers, die vervolgens ook niet meer van mening veranderen?

Tegen verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd pleit dat tieners moeite hebben met vooruit plannen en de wereld nog niet overzien. De ROB vindt dat niet zo erg: slechts twee van de meer dan zeventig publicaties in de bibliografie van het rapport, gaan over het puberbrein. En dat is geen boek van hersenexpert Dick Swaab. Die stelt dat mensenhersenen pas met 24 jaar (!) zijn volgroeid. Dat kan wel zo zijn, zegt de ROB, maar uit wetenschappelijke studies blijkt dat oudere tieners wel goed politieke afwegingen kunnen maken. Dat diezelfde jongeren pas met 18 jaar mogen trouwen, vermeldt het rapport niet. Wel dat ze vanaf 16 rijles mogen nemen, en dat velen van hen belasting betalen.

Wat drijft de ROB-rapporteurs? Allereerst een fundamenteel politiek argument: „Gelijke politieke rechten vormen het fundament van de democratie”. Wie kan het daarmee oneens zijn. Maar, over de invulling van het oude ideaal uit de Franse revolutie – égalité – wordt al twee eeuwen gesteggeld. Want wat betekent ‘gelijkheid’? Moet een burger zich ook kwalificeren om stemrecht te krijgen. Mag een demente bejaarde stemmen? Mag een psychiatrisch patiënt die onder curatele staat, stemmen? Is het juist, verstandig en wijs dat een volwassene met een IQ van 50 mag stemmen? En als de leeftijd ter discussie staat, waarom dan niet verlagen naar 12 (meisjes) of 13 (jongens), de leeftijd waarop joodse kinderen voor de joodse wet ‘volwassen’ zijn?

Wensdenken

Maar mijn grootste zorg is niet zozeer de politieke insteek van de rapporteurs – al is hun gelijkstelling tussen politieke rechten en waardigheid uiterst problematisch. Nee, de pragmatisch-idealistische insteek van de ROB doet de alarmbellen afgaan. De lagere opkomst bij verkiezingen baart haar zorgen. Verlaging van de kiesleeftijd moet dat tegengaan. Stemmen blijkt een gewoonte te zijn, die van generatie op generatie wordt overgedragen. Hoe bevorder je die overdracht? Door verlaging van de kiesleeftijd. Er zijn meer bejaarden dan jongeren, die bejaarden konden wel eens te veel invloed krijgen. Verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd moet dat repareren. Verder noemt de ROB nog het klimaatprobleem, de pensioenen en de woningmarkt die van grote invloed zijn op jongeren. Dus, daar moeten zij iets over kunnen zeggen. Maar de allergrootste doorn in het vlees van de ROB blijkt het gebrek aan politieke betrokkenheid onder jongeren.

De oplossing daarvoor vertoont een hoog gehalte aan wensdenken: als jongeren vanaf 16 jaar mogen stemmen, vergroot dat hun betrokkenheid bij de politiek. Het is een levensgevaarlijk argument. Want juist intense politieke betrokkenheid van de jeugd kan heel verkeerd uitpakken. Tijdens de zogeheten ‘Culturele Revolutie’ in China sloegen de jongeren mensen en erfgoed kapot. De Hitlerjugend was een formidabele kracht in nazi-Duitsland. Stalin was al jong een gewelddadig revolutionair. En vergeet niet al die jongeren die enthousiast al-Qaeda, IS of Al-Shabaab steunen en daarvoor ten strijde trekken. Lees de biografieën van revolutionairen, dictators en agitatoren – seculier of vroom: ze werden jong gegrepen door een ideaal, gingen jong over tot geweld en grepen vaak op relatief jonge leeftijd de macht. Interesseert politiek jongeren maar matig? Gelukkig! Laten zo! Geef ze politieke macht als ze echt volwassen zijn. Achttien is jong genoeg. En herstel de wijsheid als waarde.

Rutte blijft en het kabinet valt niet

De Haagse week
Henk van der Laan

Met nog een week te gaan voor het zomerreces heeft het kabinet een sprintje getrokken: het pensioen-akkoord is rond, de klimaatplannen gepresenteerd en er is een zzp-wet.

Alle drie grote wetgevende operaties, met groot maatschappelijke impact. Als de coalitie het over dit soort zaken eens wordt, dan zit het met de onderlinge verstandhoudingen wel goed. En als deze plannen ook door beide Kamers aangenomen worden, dan is dat ook goed nieuws voor de effectiviteit van het kabinet. En dat is ook weer goed voor de onderlinge verstandhoudingen. Als je wint, blijf je vrienden, om Herman Brood maar eens te parafraseren.

Daar heeft het lang niet naar uitgezien trouwens. De wetgevende agenda van het derde kabinet-Rutte was lang leeg. Er waren wel veel beleidsakkoorden ‘met het veld’ – vooral minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid grossierde er in – maar daar blijft de Kamer buiten.

Redden

De oogst was in de eerste anderhalf jaar van het kabinet zo mager dat het leek alsof de uitputtende formatie van 2017 alle energie uit de coalitie had gezogen. Met partijen die toch soms best ver uiteen liggen over belangrijke punten – zoals CDA en D66 bij klimaat of D66 en ChristenUnie over ethische kwesties – was het de vraag hoeveel spanning dit kabinet kon hebben.

Daarom was het een jaar geleden de vraag of dit kabinet het wel zou redden, zodra het de meerderheid in de Eerste Kamer zou kwijtraken – zoals inderdaad gebeurde.

Een voorzichtig antwoord is dat ze het wel gaan redden. De vier partijen maken geen indruk elkaar moe te zijn en die minderheid in de senaat hoeft geen probleem te zijn. Aangezien veel kabinetsplannen niet ver af liggen van wat de PvdA vindt, zal die partij regelmatig voor die meerderheid zorgen. Daarnaast: de PvdA heeft nog altijd geen behoefte aan nieuwe verkiezingen.

Brussel

Naast ruzie, metaalmoeheid en tekort aan steun in de senaat leek er nog een bedreiging voor het kabinet: een vertrek van Rutte naar Brussel.

Dit weekeinde worden naar verwachting de topbanen in de EU verdeeld door de regeringsleiders van de 28 lidstaten. Al maanden wordt Rutte genoemd als de nieuwe voorzitter van de Europese Raad. Rutte, met al zijn ervaring in Brussel en zijn talent als dealtjesmaker, zou een prima opvolger van Donald Tusk zijn. Zijn steeds Eurogezindere toespraken leken, zo was de redenering, een soort verkapte sollicitatie.

Afweging

Alleen: wil Rutte wel? En is het wel in het Nederlands belang? Twee maal nee. Een Europese topbaan voor een Nederlander klinkt leuk, maar Rutte is als een van de langstzittende regeringsleiders in de EU al invloedrijk als lid van de Europese Raad. Een nieuwe, onervaren premier is dat niet. Dan heeft Nederland meer aan een landgenoot die in de commissie een belangrijke portefeuille beheert, zoals Frans Timmermans de afgelopen periode.

En Rutte weet ook: als hij gaat, dan zakt zijn kabinet ineen. En dat terwijl het net zo lekker gaat. En er is ook de persoonlijke afweging voor hemzelf wat hij zelf wil. De functie van raadsvoorzitter is namelijk veel minder inhoudelijk, want juist dienender, dan die van premier van Nederland.

Nee, Rutte blijft lekker in Den Haag en het kabinet zingt het uit tot de verkiezingen van 17 maart 2021.

(En met die opluchting gaat deze rubriek met zomerreces)

Nieuwe toeristische route vertelt de geschiedenis van de St. Odulphusabdij

Jan Auke Brink

Wethouder Maarten Offinga van de gemeente Súdwest-Fryslân heeft vorige week in Stavoren een toeristische route rond Hemelum, Bakhuizen en Stavoren over de middeleeuwse St. Odulphusabdij geopend.

Aan het Russisch-orthodox klooster in Hemelum zijn twee informatieborden bevestigd over de middeleeuwse monnik Odulphus en de abdij die hij stichtte. Het zijn de eerste twee panelen van de route tussen Hemelum, Bakhuizen en Stavoren. In het klooster vertelt monnik Vader Jewsewy over de totstandkoming van de cultuur-historische route.

Er is toch al een St. Odulphuspad in de Zuidwesthoek van Friesland?

,,Ja, dat klopt. We hebben ook wel overleg gehad over samenwerking. Maar hun doelstellingen zijn echt anders dan de onze. Zij hebben een lange wandelroute door de omgeving gemaakt, met daarin ook wel ruimte voor zingeving. Maar dat is in de breedste zin, zoals rust die je in de natuur vindt. Wij wilden echt een route over de geschiedenis van de St. Odulphusabdij maken, met aandacht voor de belangrijke punten uit die geschiedenis.”

Dat paste niet bij elkaar?

,,Nee, het zijn twee verschillende dingen. En dat is ook niet erg: hoe meer er rond Odulphus wordt gedaan, hoe bekender hij wordt.”

Wie is Odulphus ook al weer?

,,Hij was in de negende eeuw een monnik die in opdracht van de aartsbisschop van Utrecht een klooster in Stavoren stichtte. Dat lijkt nu misschien een uithoek, maar toen lag het behoorlijk centraal. Het klooster beheerde grote gebieden, tot ver in het huidige West-Friesland. Ook na Odulphus’ dood rond 855 bleef het klooster tot ver in de middeleeuwen zijn naam dragen: de St. Odulphusabdij.”

Wie heeft deze route over Odulphus en zijn abdij gemaakt?

,,Het is een initiatief van de Wurkgroep Odulphus, die we vanuit het klooster hier hebben opgericht samen met Auke Bult, een amateurarcheoloog uit Molkwerum. Een parochiaan van ons maakt ook deel uit van de Wurkgroep.”

,,Auke nam een paar jaar geleden contact met me op, omdat hij in het verleden vondsten had gedaan die hoorden bij het voormalige klooster dat hier in Hemelum stond. Dit was een filiaal van de St. Odulphusabdij. Het ligt in de bedoeling zijn vondsten van het oude Hemelumer klooster ook hier te gaan tonen.”

,,Met de Wurkgroep Odulphus zetten we ons in voor verdere bekendmaking van de geschiedenis rond Odulphus.”

Welke verhalen worden in de route verteld?

,,We hebben in drie verschillende plaatsen informatieborden geplaatst: de eerste drie staan in Hemelum, de vierde in Bakhuizen en de vijfde in Stavoren. Die drie plaatsen zijn nauw verbonden met de geschiedenis van zowel Odulphus als de abdij. Het klooster in Stavoren lag in een gebied waar de Zuiderzee vaak vrij spel had: in 1415 werd het klooster overgebracht naar een veiligere plek in de stad, de oorspronkelijke abdij verdween uiteindelijk in de zee.”

,,In Hemelum was toen al een filiaal van de abdij in Stavoren. In 1495 kwam het hele klooster naar Hemelum, de nieuwe naam werd toen St. Odulphusabdij van Stavoren te Hemelum. Bakhuizen is belangrijk in deze geschiedenis omdat daar sinds 1916 de Sint-Odulphuskerk staat, vernoemd naar Odulphus. En ze hebben er een reliek van Odulphus: een botsplinter.”

,,Met deze route willen we de feitelijke informatie die hierbij hoort vertellen. Dat doen we in eerste instantie voor toeristen die meer willen weten over de omgeving. Daarmee voegen we ook iets nieuws toe: er is hier in de omgeving natuurlijk veel watersportrecreatie, maar dat is seizoensgebonden. Deze route is ook in de herfst en de winter leuk om te volgen; wandelend, fietsend of met de auto.”

Wat heeft u, als monnik in een orthodox klooster, met deze katholieke heilige?

,,Hoho, het is een gedeelde heilige hè. Odulphus leefde van ongeveer 775 tot 855. Hij is nog van voor het schisma tussen de westerse en de oosterse kerken van 1054. Hij komt dus ook uit onze geschiedenis.”

,,We hebben ons klooster hier in 2000 gesticht, in de voormalige gereformeerde kerk van Hemelum. Wij konden dit gebouw kopen omdat de gereformeerden samengingen met de hervormden. De initiatiefnemer voor dit klooster is Vader Onufry uit Groningen – hij is niet alleen mijn geestelijke broeder maar ook mijn broeder naar het vlees. Toen hij met het plan kwam, zat ik nog in een klooster in Polen. Maar toen we hier samen gingen kijken zochten wat we informatie op over Odulphus – want wij kenden hem niet. Zijn naamdag bleek toen 12 juni te zijn, net als die van Onufrius de Grote naar wie Vader Onufry is vernoemd. Toen we dat ontdekten wisten we niet wat te zeggen, we vielen echt even stil.”

,,Sinds die tijd vertellen we verhalen over Odulphus. Zo heb ik in 2000 een brochure over hem geschreven, maar die is inmiddels achterhaald. De historische verhalen kloppen natuurlijk nog, maar we hebben steeds meer activiteiten rond Odulphus en die staan er allemaal nog niet in vermeld. Ik moet dat eigenlijk aanpassen, maar daar heb ik te weinig tijd voor.”

Wat voor activiteiten zijn dat dan?

,,In de kerkzaal hebben we een kleine tentoonstelling met historische objecten. Een van de belangrijkste objecten daarin is een stuk van de sarcofaag die uit het klooster komt. Die is in 2000 boven water gehaald door vissers en amateurarcheologen. Hij werd tentoongesteld in het gemeentehuis van de toenmalige gemeente Nijefurd. Maar wij vonden hem bij ons wel op zijn plaats, omdat wij in de voetsporen treden van de Odulphusabdij: wij heten voluit het Russisch-Orthodox Klooster van de H. Nicolaas van Myra. Daarmee verwijzen we naar het filiaal dat hier stond: het heilige Nicolaasklooster van Hemelum. Wij hebben het twaalfde-eeuwse stuk nu in bruikleen.”

,,Toen hier in 2016 en 2017 de rondweg is aangelegd, zijn er op het gebied waar het klooster stond archeologische opgravingen geweest. Dat was spannend: ik was heel benieuwd wat ze zouden vinden. Onder meer sporen van een heel grote agrarische onderneming zijn gevonden en gouden munten. Als Wurkgroep hebben we na afloop van de opgravingen het dorpshuis afgehuurd om te vertellen over alle vondsten. Daar kwamen ruim 120 mensen op af – veel meer dan we verwacht hadden, we hadden te weinig stoelen.”

,,Daarnaast houden we ieder jaar op 12 juni, de naamdag van de heilige Odulphus, een bedevaart die start op het IJsselmeer, op de plek waar het oorspronkelijke klooster heeft gestaan. Daar houden we als het weer het toelaat een korte viering, waarna we naar Hemelum varen en uiteindelijk naar Bakhuizen wandelen. Dat hebben we dit jaar al voor de twaalfde keer gedaan.”

,,Deze bedevaart houden we kleinschalig. De schipper van de boot waar we mee gaan zei dit jaar tegen mij dat ik er wat meer reclame voor moet maken, maar dat wil ik niet. Die activiteit is voor de mensen die echt van een bedevaart houden. Het is niet zomaar een pleziervaartje. Het aantal deelnemers verschilt per jaar, soms zijn het meer dan vijfentwintig en soms minder. Dit jaar waren we met een groepje van zo’n vijftien pelgrims, maar die komen wel uit heel Nederland speciaal voor deze bedevaart.”

Ollongren en haar klein bier

Contrapunt
Sytze Faber

Na twee jaar studeren concludeerde de staatscommissie-Remkes afgelopen december dat ons parlementaire stelsel onvoldoende toekomstbestendig is. Het vertrouwen in de democratie als zodanig is weliswaar groot, maar – daar zit de kneep – heel veel kiezers hebben helemaal niks met ‘Den Haag’.

Om dat te verbeteren kwamen Remkes c.s. met een serie voorstellen. Tot de top drie behoren de invoering van een gekozen kabinetsformateur en van een bindend referendum. De regeringscoalitie is er verdeeld over en verantwoordelijk minister Ollongren vindt het (daarom) wel goed zo. Die formateur en dat referendum komen er niet voor sint-juttemis.

Het is een treurig dat dit vermoedelijk ook het lot zal zijn van het derde topvoorstel: de invoering van een Constitutioneel Hof.

Zo’n hof toetst wetten aan de grondwet en aan de daarin verankerde grondrechten van de burger. Die toetsing wordt nu gedaan door de Tweede en Eerste Kamer, die verantwoordelijk zijn voor de wetgeving. Ze fungeren daarbij dus als rechters in eigen zaak, als de befaamde slagers die het eigen vlees keuren. Blijkens een interview in De Volkskrant wil Ollongren ook hierin berusten. Ze is bang, zegt ze, voor een politisering van de rechtspraak. Waar is dat op gebaseerd? In het ons omringende buitenland, dat vaak allang een Constitutioneel Hof heeft, is daarvan geen sprake.

Bijvangsten

De invoering van zo’n hof leidt bovendien tot twee mooie bijvangsten. Er wordt een dam opgeworpen tegen de kwalitatieve verslonzing van de wetgeving als gevolg van te weinig juridische deskundigheid in het parlement. En nog belangrijker: onze grondwet zal er een enorme oppepper van krijgen. Die staat nu als een muurbloempje te kijk. Geen gezicht en een blamage voor een democratische rechtsstaat.

Uit de reactie van Ollongren op het rapport van de staatscommissie blijkt ze (vooralsnog?) een voorkeur te hebben voor relatief klein bier. Ze wil bijvoorbeeld voorkeurstemmen meer gewicht geven en het veranderen van de grondwet een tikkeltje gemakkelijker maken. Niet onbelangrijk, maar je wint er de oorlog niet mee.

Rust en stabiliteit

En dan is er nog een receptje uit eigen keuken. Ollongren wil om de drie jaar de helft van de Eerste Kamerleden door Provinciale Staten laten kiezen. De zittingstermijn van de senatoren wordt dus verlengd van vier tot zes jaar. Daarmee zijn we terug bij de situatie van voor de grondwetsherziening van 1983. Dat zal volgens Ollongren leiden tot wat ‘meer rust en stabiliteit’ in de politiek. Daar is dringend behoefte aan. Deze argumentatie snijdt wél hout.

Op het Binnenhof is het kortademigheid troef. De partijleiders staan bijna permanent in de campagne-stand. Er is altijd wel een verkiezing in aantocht. We hebben in deze eeuw gemiddeld elk jaar een verkiezing gehad. Vijf keer voor gemeenteraden, ook vijf keer voor Provinciale Staten, vier keer voor het Europees Parlement en zes keer voor de Tweede Kamer.

Om ‘meer rust en stabiliteit’ te bieden is het overigens dienstig het niet te laten bij een verlenging van de zittingstermijn van de Eerste Kamer. Bekijk ook de mogelijkheden om het aantal verkiezingscampagnes te reduceren. Waarom kunnen de verkiezingen voor de gemeenteraden en Provinciale Staten niet op dezelfde dag worden gehouden? Had in deze eeuw vijf campagnes gescheeld.

En als teruggaan in de tijd voor Ollongren geen probleem is, waarom dan niet afgestapt van de in de zestiger jaren ontstane gewoonte om tussentijdse Kamerverkiezingen uit te schrijven na de val van een kabinet? Stel, net als bij gemeenteraden en staten, de zittingstermijn van de Kamer op vier jaar en sluit daarmee tussentijdse verkiezingen uit. Dat is geen klein bier. D66’er Ollongren zou er geschiedenis mee schrijven.

Rust vinden gaat niet zomaar

Lodewijk Born

Meer rust in je leven. Er zijn velen die dat willen. Maar waar begin je? Fija van der Weide schreef een nuttig boekje, dat je op het goede spoor kan zetten.

Wie de cijfers over burnout of overspannenheid in Nederland hoort, beseft dat er heel wat mis is met de ratrace-samenleving waarin we ons 24/7 bevinden. Psychologe, coach en trainer Fija van der Weide kende zelf ook dat verlangen naar rust. Ze hobbelde en zocht heel wat af op het pad van stilte en inkeer, zoals ze dat zelf noemt. ‘Rust vinden is mijn passie en missie geworden. Ik ben er zeker geen held in, maar heb na jarenlang onderzoek wel veel moois mogen ontdekken over dit onderwerp.’ Inmiddels is ze mindfulness-trainer: ze helpt mensen om te leven met aandacht.

Al die ervaring en studie heeft nu geleid tot het boekje Hoe krijg ik meer rust in mijn leven? Het biedt geen instant-oplossingen, zo is ze direct duidelijk. ‘Als je even snel een boekje wilt lezen en dan verwacht morgen meer rust in je leven te kunnen regelen, leg dit boek dan maar weg’, aldus Van der Weide. Echt rust vinden, dat is iets wat best een puzzel is. ‘Dat is een proces dat tijd kost, inzicht en doorzettingsvermogen vraagt.’ Van der Weide doet dat op een originele manier, aan de hand van tien brieven. Die verbindt ze met de zaligsprekingen van Jezus uit Matteüs 5.

Wakeup-call

De zoektocht naar rust ging bij haar echt van start toen ‘onze jongste anderhalf jaar lang zes keer per nacht wakker werd en ik zo moe was dat ik bijvoorbeeld niet eens meer kon autorijden’. Ze had geen enkel gevoel of besef van rust meer.

En dat ze zó’n volle agenda had dat ze pas met een vriend uit Israël, – die tijdelijk in Nederland was – over zés weken kon afspreken, was ook een wakeup-call. ‘Mijn agenda ging met mij aan de haal in plaats van andersom.’

Eerst zocht ze het in een andere hoek dan de christelijke traditie waarin ze was opgegroeid. ‘Ik ging oosterse wijsheden opzoeken en avocado’s eten, ik volgde proeflessen yoga, dronk gemberthee, halveerde to-dolijstjes en ging wat vaker het bos is. Allemaal best heel nuttig, maar dat hielp me toch niet echt.’

Zaligsprekingen

Via een boek van schrijver en wijsheidsleraar Hein Stufkens, De grondwet voor geluk, kwam ze uit bij de zaligsprekingen van Jezus in de Bijbel uit het evangelie van Matteüs. ‘Ik las ze ineens weer met een hele frisse blik. Het sloot zo aan bij het zoeken naar rust in mijn dagelijks leven, dat ik verrast was hoe actueel en universieel die woorden waren.’

In de zaligsprekingen las ze bijvoorbeeld dat je geen houvast hebt – of moet denken te hebben – in zaken die er niet écht toe doen. ‘Je hoeft niet te bouwen aan zekerheid in bijvoorbeeld materiële zaken. Je bouwt op drijfzand als je blijft vasthounden aan de plaatjes die je van jezelf hebt. Hoe je als persoon graag wilt of denkt te moeten zijn.’

De auteur schrijft herkenbaar over hoe het eerst voor haar was. ‘Rennen, altijd maar to do-lijstjes afwerken.’ Ze ging mensen ‘Uit de weg’ en ergerde zich aan iedereen die wéér iets van haar wilde. Daarbij leefde ze een ‘Stressvol’ bestaan, waarbij ze ‘een opgejaagd gevoel had’ en innerlijke vrede, dat was iets wat voor haar klonk als ‘Tekomstmuziek”. R-U-S-T, dus als je de beginletters van al die gevoelens bij achterelkaar zet.

Ontploffingsgevaar

Ze schrijft hoe het woord RUST voor haar een nieuwe betekenis kreeg. Allereerst de R van Ruimte (‘Het moeten is er af’), Uitzicht (‘Verdieping in geloof en inspiratie’), Stilte (‘Echt stilte voelen in mijzelf’) en ten slotte de T van Toevertrouwen (‘Het zelf niet in de hand hoeven te hebben, overgave in geloof’).

Van der Weide vertelt over het korte lontje dat er bij haar was. ‘Deadlines op het werk, nieuwe gymschoenen voor de jongste (die er morgen moeten zijn), huiswerk overhoren bij de oudste, de rotzooi in de woonkamer die niemand lijkt te zien, de lekkende kraan die gerepareerd moet worden, dat etentje met vrienden, et cetera’. In dit verband leerde ze veel van de woorden van Jezus: ‘Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten’.

Ze moest beter leren omgaan met haar ‘innerlijke ontploffingsgevaar’. Dat korte lontje dat eigenlijk een grens aangaf: dat het weleens tijd voor pauze was. En dat ook gerust mocht. Van der Weide ziet dat door de ontkerkelijking en het gebrek aan zingeving veel mensen op eigen kracht hun leven vormgeven. ‘En dat is niet te doen. Door het verticale te verwaarlozen, raak je uitgeput in het horizontale.’ Ze leerde om dingen los te laten, datgene wat eigenlijk niet bij haar paste – en dat schiep ruimte. ‘Een ruimte met uitzicht en vertrouwen op God. Met daarbij een gevoel van innerlijke vrijheid die zo heerlijk voelt, dat het behoorlijk wat hemelse kantjes heeft.’

Ze eindigt het boek met een verticale boodschap uit de Bijbel, die ze tekenkwam in Jesaja 30:15: ‘In rust en inkeer ligt jullie redding, in geduld en vertrouwen ligt jullie kracht’.

Hoe krijg ik meer rust in mijn leven? Fija van der Weide. Plateau, 12,99 euro

Oud-leider Brinkman: CDA heeft kiezers in de stad verwaarloosd

Pieter Anko de Vries

Het CDA moet weer een brede volkspartij worden, vindt oud-leider Elco Brinkman. Daarvoor zijn nieuwe stemmers nodig. In de stad, want die heeft de partij de laatste jaren letterlijk te veel links laten liggen.

Elco Brinkman, oud-minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, oud-CDA-leider en tot twee weken geleden fractievoorzitter in de Eerste Kamer, kwam deze week onder vuur te liggen na uitspraken over abortus. In een interview in het zomernummer ‘Divers Europa’ van Christen Democratische Verkenningen, het tijdschrift van het Wetenschappelijk Instituut van zijn partij, vraagt hij zich af of een vrouw die na een avondje stappen ongewenst zwanger raakt, wel recht heeft op een abortus betaald door de zorgverzekering.

Letterlijk zegt hij: ,,Natuurlijk mag je een avondje stappen, maar is het zo dat een abortus die daarna uitgevoerd wordt, voor rekening van de overheid of gemeenschap moet komen?” In zijn memoires Bouwen en bewaren noemt hij het abortus-voorbeeld ook al. Hij wijst ook op comazuipen door jongeren en het zelf opdraaien voor de kosten van ziekenhuisopname als gevolg daarvan. Volgens Brinkman hebben we te veel op het bordje van de overheid gelegd, terwijl mensen ook een eigen verantwoordelijkheid hebben. In het interview, dat op sociale media trouwens ook veel instemmende reacties kreeg, blijft het overigens duister hoe Brinkman wil controleren onder welke omstandigheden iemand zwanger is geworden.

Brinkman vermoedt zelf ook wel dat hij zijn voorbeelden niet heel handig heeft uitgekozen. ,,Het riskante van de voorbeelden die ik noem, is dat je snel geridiculiseerd wordt.” En: ,,Het is altijd lastig om over individuele onderwerpen te praten zonder voor fatsoensrakker te worden uitgemaakt.” Hij vindt dat we over het algemeen de prioriteit moeten leggen bij de echte noodzakelijke zorg en niet bij allerlei zaken die het gevolg zijn van individuele keuzes. ,,Het gekke is dat we het bij een autoverzekering wel accepteren dat je meer moet betalen als je veel schade maakt, maar niet bij bijvoorbeeld veel roken of drinken.”

Zorg

Interessanter zijn twee andere onderwerpen die hij aanstipt. De eerste is zijn kritiek op partijen die de ,,publieke manifestatie van christendom proberen uit te roeien”. ,,Ze vinden dat geloven maar in de huiskamer moet gebeuren en dat anderen daar niet mee lastiggevallen mogen worden. Wat dat betreft is er sprake van een dubbele moraal: deze partijen maken zich er druk om dat de mensenrechten in het buitenland worden nageleefd en dat daar sprake is van godsdienstvrijheid, maar als het om de godsdienstbeleving in eigen land gaat vinden ze dat die in het verborgene moet plaatsvinden.”

Een andere zorg die hij uit is dat het CDA om weer een brede volkspartij te worden opnieuw christendemocratische ideeën moet doordenken en op zoek moet gaan naar een brede groep van kiezers. ,,We moeten ons niet, om het in hedendaagse termen te zeggen, terugtrekken in Tubbergen, maar brede lagen van de bevolking opzoeken, zowel qua huidskleur, inkomen, opleiding, bevolkingsgroep en verhouding stad en platteland. We hebben als CDA letterlijk en figuurlijk de stad links laten liggen. Wil je een echte volkspartij zijn, dan kun je niet om de stad heen.”

Evenwichtigheid, die soms toch verrast

Tjerk de Reus

Overzicht en evenwicht, dat zijn de twee karakteristieken van het nieuwe boek Theologie van het Nieuwe Testament. Het biedt een breed panorama van de geloofswereld van de eerste christenen.

Het heeft alles van een studiehandboek, het recent verschenen Theologie van het Nieuwe Testament in twintig thema’s. De hoofdstukken uit het boek, dat onder redactie stond van theologen Rob van Houwelingen en Armin Baum, hebben allemaal een vergelijkbare opzet. Steeds wordt een specifiek thema behandeld, met het oog op het héle Nieuwe Testament, mede op grond van recente theologische inzichten.

Kortom, een echt studieboek – maar het is toch ook iets meer dan dat. De geïnteresseerde leek kan er ook mee uit de voeten, als hij op zoek is naar overzicht en informatie. Verder zou het boek gebruikt kunnen worden door een kerkelijke gesprekskring, met als doel om kennis te verdiepen en te verbreden. Want dat is natuurlijk altijd het voordeel van dergelijke boeken: je kunt ontdekken dat er naast de thema’s die je toch al interesseren, nog vele andere zijn die misschien evenveel aandacht verdienen.

Zo bekeken is de schoolse evenwichtigheid van een boek als dit, wat je ook wel als saai kunt ervaren, tegelijkertijd kritisch en stimulerend. Wat je nog nooit bedacht had, kan nu opeens als iets relevants aan je verschijnen.

Eigen karakter

Eerst iets over de opzet van het boek. De twintig hoofdstukken vestigen de aandacht op evenzoveel kernthema’s in het Nieuwe Testament. Veel daarvan ligt voor de hand: het gaat om het verbond met God, om de blijvende betekenis van Israël, om de ‘goddelijke majesteitsclaim’ van Jezus en diens kruisdood en opstanding.

Aandacht voor de Geest is er onder het kopje ‘Onder invloed’. De rechtvaardiging door het geloof wordt besproken als thema bij Paulus, met veel aandacht voor het ‘nieuwe perspectief’ op Paulus. Tegen het einde van het boek zijn er hoofdstukken over gebed en gebedsverhoring en over ‘lijden omwille van Christus’.

Het eigen karakter van dit boek wordt aangeduid als ‘Bijbelse theologie’. Dit betekent, simpel gezegd, dat men hier niet alleen iets wil zeggen over afzonderlijke tekstpassages of detailkwesties, maar ook niet verstrikt wil raken in omvattende algemeenheden en dogmatische vraagstukken.

Heilshistorisch boekwerk

De Bijbelse theologie bevindt zich ‘tussen’ de zogenoemde Bijbelwetenschappen met hun nadruk op literair-historische exegese aan de ene kant en de dogmatiek (systematische theologie) aan de andere kant. Het gaat hier, zo valt in de introductie te lezen, om ‘het geheel van de Schrift’ en om ‘grotere eenheden binnen de Schrift, als een heilshistorisch boekwerk dat het grote verhaal van God vertelt’. Dit speelt zich af in de driehoeksrelatie van tekst, context en lezer. In onderscheid hiervan reageert systematische theologie op de geloofstraditie door de eeuwen heen én op de eigen actuele context.

De basisoriëntatie in dit boek is duidelijk orthodox. De godheid van Jezus wordt beargumenteerd vanuit alle vier de evangeliën, om maar iets te noemen. Er wordt wel gewezen op de maatschappelijk-politieke context die in de evangeliën verondersteld wordt, maar dat is toch niet de kern van de zaak, lezen we hier. De lof aan de Schepper is de spil waarom alles draait in het Koninkrijk van God.

Het al genoemde nieuwere Paulus-onderzoek (waarbij Paulus’ theologie als bij uitstek joods wordt beschouwd, iets wat Maarten Luther totaal verkeerd begrepen zou hebben) wordt hier wel als relevant beoordeeld, maar in begrensde zin. De hele theologie gaat er niet van overhoop.

Op waarde getaxeerd

Ook charismatische thema’s komen hier aan de orde en worden op waarde getaxeerd. Bij ‘een sterke gerichtheid op bepaalde extatische en bovennatuurlijke ervaringen’ mag je kritische vragen stellen, schrijft de in Korea geboren theologe Mihamm Kim-Rauchholz. Maar: ‘Tegelijk doet zich de vraag voor of een consequent negeren van het werk van de Geest niet de levenskracht aan het geloof onttrekt en ons geloofsleven meer laat verschralen dan we ons bewust zijn.’

De opzet van dit boek brengt met zich mee dat de theologische bezinning niet zo sterk is verbonden met onze hedendaagse cultuur. Daarvoor moet je bij andere boeken zijn. Toch sijpelt er wel eens iets door dat je de oren doet spitsen. Zo wijst Myriam Klinker-de Klerck erop dat in negen van de tien landen uit de top van de ranglijst christenvervolging er een schaamtecultuur heerst.

Dat is een interessant gegeven, zeker na haar uitleg over eer en schaamte in het Nieuwe Testament, met het oog op het lijden vanwege Christus. Tegenover de schande die christenen ten deel valt, staat de eer die hen door God geschonken wordt. Voor Westerse oren is die notie van ‘eer’ misschien veel minder krachtig dan voor wie leeft in een schaamtecultuur, waarin jouw eer of je familie-eer van groot gewicht is.

Concreet

Een enkele keer mondt een hoofdstuk uit in iets heel concreets, wat je in de praktijk van het kerkzijn kunt toepassen. Zo pleit Pieter Lalleman ervoor om een dieper besef te herwinnen van de opstanding, door evenveel aandacht te schenken aan de opstanding van Jezus als aan diens lijden en sterven: door een veertigdagentijd ná Pasen.

Wat betreft theologische oriëntatie en qua opzet is Theologie van het Nieuwe Testament duidelijk het tweelingbroertje van het in 2013 verschenen Theologie van het Oude Testament, onder redactie van Hendrik Koorevaar en Mart-Jan Paul. Aan beide boeken is meegewerkt door een groep theologen; in Theologie van het Nieuwe Testament zijn dat vooral Duitsers. Dit brengt de Duitse theologische wereld verrassend genoeg weer in het gezichtsveld, nadat we nu al jaren gebombardeerd worden publicaties van Amerikaans theologen – een interessant bijeffect van dit boek.

Theologie van het Nieuwe Testament in twintig thema’s. Armin Baum en Rob van Houwelingen. KokBoekencentrum, 39,50 euro.