Categorie archief: nieuwsbrief

Geesteswetenschappen? Ouwe meuk

Tamarah Benima

Op station Leiden Centraal wacht een Sprinter. Minuten lang kijk ik naar de decoratie die de NS heeft laten aanbrengen bij de toiletten in deze trein (Ja, er zijn toiletten! Over wel of geen wc’s in treinen op korte trajecten is nog een fikse strijd gevoerd tussen NS en reizigers). De decoratie is geïnspireerd op het werk van Piet Mondriaan. Maar zo doods als koude patat. Dat er zó met erfgoed wordt omgesprongen doet pijn.

In de trein op het traject Amsterdam-Den Haag is van een heel ander staaltje kunstverkrachting sprake. Op de wanden waar vroeger Co Westriks enge schilderij ‘hing’ van een vinger die zich aan een grashalm snijdt, is nu een tekst van drie regels aangebracht. Het lijken de zinnen van een gedicht, maar er zit kop nog staart aan. Sommige woorden zijn vetgedrukt: perpetuum mobile, gelukkig, precies, zonlicht. Het dikke ‘gelukkig’ is trouwens half onzichtbaar door het scherm waarop het verloop van de reis met stations en aankomsttijden te zien is. De tekst komt van nergens, gaat nergens naar toe, is door iemand opgesteld, maar door wie? Een dichter? Een algoritme? Bovendien, je tast als reiziger volledig in het duister wat er mee wordt bedoeld. De tekst roept niet de schoonheid van een gedicht op, of ontroering, of een herinnering. Iemand heeft iets bedacht als illustratie. De tekst had bij wijze van spreken ook op zijn kop kunnen staan.

Achterkant van de kast

Dit alles houdt me bezig, omdat er in Amsterdam (maar ook in soortgelijke steden) restaurants en koffietenten zijn waar echte boeken als wanddecoratie worden gebruikt. Maar, hun titels staan tegen de achterkant van de kast, hun witte, blote kant waar je tegen de snedes van de bladen aankijkt, staat naar de kijker toe. De boodschap? Het lezen van iets anders dan berichten op je mobieltje is nergens voor nodig. Maak je geen zorgen over je ongeletterdheid. Boeken? Ouwe meuk.

Dat alles baart mij zorgen. Zoals ook de tekst op een poster van het Amsterdamse Gemeentelijke Vervoer Bedrijf: ‘Je Abonnement. Die koop je online’. Zou de GVB de marketing aan een stagiaire met taalachterstand hebben uitbesteed? Of, wat ik vrees, aan een afgestudeerde in de Communicatiewetenschap? Al dan niet hbo of universitair? ‘Die’ moet ‘dat’ zijn, lijkt mij.

Dit alles wordt allemaal niet beter als Martin van Rijn zijn zin krijgt. Twee maanden geleden kwam een commissie die door hem wordt geleid met het voorstel om 150 miljoen euro over te hevelen van geesteswetenschappen naar de technische universiteiten. Volgende week beslist minister Van Engelshoven erover. De ‘overheveling’ is nodig, want er zijn ‘knelpunten’ bij de bèta-vakken. U wilt niet weten hoe veel geld er al naar bèta-vakken gaat en hoe armzalig weinig naar het universitair onderwijs in talen, filosofie, geschiedenis, muziekwetenschap, cultuurwetenschappen, kunstgeschiedenis, theologie en religiewetenschappen. Toen het advies van Van Rijn bekend werd, was de Leidse hoogleraar Koreastudies Remco Breuker verbijsterd. Hij zei tegenover het magazine ScienceGuide: „Als dit echt waar is, dan gaat dit echt pijn doen. Dit soort maatregelen maken een publiek debat noodzakelijk of we nog wel geesteswetenschappen willen hebben in Nederland. Wees dan eerlijk en zeg: weg ermee, wij gaan de Noord-Koreaanse route. Uitstekende raketten en geen maatschappijkritische zeurpieten.”

Maatschappelijke implicaties

Zo is het maar net. Het schokkende is dat Van Rijn een PvdA’er is en zijn opdrachtgever, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ingrid van Engelshoven een D66’er. De partij van Rob Jetten slaat zich al een halve eeuw op de borst dat het dé partij is voor onderwijs. Onzin dus. Onderwijs hoeft voor D66 blijkbaar niet meer diepgang te hebben dan een carnavalsschlager: als er maar genoeg studenten machines en algoritmes kunnen bouwen, kraait D66 blij. Terwijl juist ook technici ethiek, logisch denken, besef van culturele verworvenheden en historisch bewustzijn moet worden bijgebracht. Want de technische revolutie heeft net zulke vergaande maatschappelijke implicaties als de industriële revolutie van de negentiende eeuw.

D66 snapt dat niet of doet alsof ze dat niet snapt. Bij de PvdA is het idee van Bildung ook niet meer te vinden. De verheffing van het volk door onderwijs, die de oude socialisten zo na aan het hart lag? Net zo’n oude meuk als boeken voor een decorateur. Terwijl juist geesteswetenschappers analyses van maatschappelijke problemen kunnen maken en kunnen aandragen welke alternatieven er als oplossing zijn. Maar nee. ‘Je inzicht. Die koop je online’. Daar zorgen al die bèta’s wel voor. Toch?!

Pioniersplek De Plaats op Ameland ziet nu al vruchten van nieuwe aanpak

Lodewijk Born

Op Ameland is vorige week officieel Pioniersplek De Plaats in Hollum geopend. Ruim een jaar zijn ze daar al aan het proefdraaien. Met succes zo blijkt.

De opening van De Plaats is eigenlijk een moment om te markeren dat de hele verbouwing van de oude boerderij is afgerond. ,,De laatste likjes verf worden deze week nog aangebracht. Het is prachtig geworden. Het leek ons ook een mooi moment om aan iedereen te laten zien hoe het er nu uitziet”, zegt Sijbrand Alblas (33).

Vorig jaar februari werd hij aangesteld als predikant op Ameland.  Voor 60 procent als gemeentepredikant voor de Hervormde Gemeente Ameland en 40 procent voor de pioniersplek. ,,Aanvankelijk ging er meer tijd zitten in het pionieren en nu kan ik me weer meer richten op het gemeentewerk. Ik denk dat de verhouding ongeveer 50 om 50 is. Het is belangrijk om daar zelf de balans in te zoeken, en dat is nu redelijk gelijkwaardig.”

In beeld

Pioniersplek De Plaats werd gestart om te zorgen dat tieners, jongeren en ‘zinzoekers’ weer de kerk in beeld kregen. Het waren doelgroepen die door de kerken op Ameland maar weinig werden bereikt. Met een breed aanbod aan activiteiten is het nu al gelukt dat mensen de weg naar De Plaats weten te vinden, zegt Alblas. ,,We willen een herberg zijn waar mensen zichzelf kunnen zijn. Laagdrempelig en voor iedereen toegankelijk.”

Een ontmoetingsruimte voor zinzoekers in de breedste zin van het woord. Bijvoorbeeld bij ‘Oaderwets metenander’ voor de ouderen. ,,Daar wordt gekookt aan de hand van oude recepten die voorheen dagelijkse kost waren. En ook worden er spelletjes gedaan, zoals samen sjoelen”, zegt Alblas. En met een glimlach: ,,Dat verlies ik altijd.”

Een andere succesvolle activiteit is de ochtend voor kinderen van de basisschool, in de zomerperiode elke woensdagochtend. Er wordt geknutseld en er klinkt een Bijbelverhaal. ,,Daarmee trek je niet alleen kinderen, maar ook ouders en opa’s en oma’s. Laatst kreeg ik van een tiener de vraag: bid je ook elke dag voor je eigen kinderen? En zo heb je dan ook zomaar een inhoudelijk gesprek over het geloof.”

Stichting

De Plaats is ondergebracht in een stichting. Het is begonnen vanuit de Hervormde Gemeente en er is samenwerking met de federatie van gereformeerden en doopsgezinden en de katholieke parochie op het eiland. Die zijn morgen ook bij de opening aanwezig. Voor een periode van zes jaar is pioniersplek De Plaats verzekerd van subsidie van de landelijke Protestantse Kerk in Nederland. ,,Al wordt er natuurlijk wel elk jaar geëvalueerd of we op het goede spoor zitten.”

Naast Alblas is Engbert van der Meulen aangesteld als beheerder van De Plaats en van de hervormde kerkgebouwen van Hollum, Ballum en Nes. ,,Engbert is eigenlijk de gastheer van De Plaats en zorgt er voor dat alles goed loopt. Dat doet hij samen met een groep van twintig vrijwilligers, die onder meer helpen bij activiteiten.” Dat er in zo’n korte tijd zoveel mensen zich hebben verbonden aan de pioniersplek is ook een goed signaal, vindt Alblas.

Alblas vertelt een anekdote over Van der Meulen, die aan het graven in de tuin bij De Plaats. ,,Ineens hoorde hij een plons en viel er een steen naar beneden. Er bleek op die plek een wel, een waterput, te zitten van wel vijf meter diep. Dat is een beeld dat past bij De Plaats: we gaan terug naar de Bron, waarbij mensen op een verfrissende manier kunnen proeven aan de oude verhalen en aan zingeving.” Ook bijzonder vindt Alblas dat in de verbouwde boerderij eenzelfde gewelf gemaakt is als in de hervormde kerk. ,,Zo is daarmee ook de verbinding.”

Beleving

In De Plaats worden geen diensten of vieringen gehouden; die vinden plaats in de kerken van Hollum, Ballum en Nes. Ook kan er niet overnacht worden. ,,We willen niet de ondernemers op het eiland in het vaarwater zitten.” Dat De Plaats een nadrukkelijke verbinding zoekt met de eilanders blijkt ook uit een activiteit die in augustus wordt aangeboden: een kookworkshop voor jongeren. ,,Tieners op Ameland moeten soms al vroeg naar de vaste wal in verband met een studie. Hun kookkunsten zijn dan vaak nog niet zo goed. Samen met stichting Leerlingen aan de wal bieden we een workshop aan onder leiding van Ignatia Veltman.”

De locatie, het eiland en de prachtige omgeving zijn een garantie voor een unieke beleving voor mensen die op zoek zijn naar spiritualiteit en geloof. Alblas heeft dat al gemekt in het jaar dat hij er woont. ,,We voelen ons als gezin hier helemaal thuis. 22 mei hebben we een dochter gekregen en dan merk je de warmte van de Amelander gemeenschap. Het hele huis hangt vol kaarten en bij de supermarkt krijg je een pak Pampers gratis mee als cadeau. Ik mis de vaste wal niet. We genieten heel erg van de rust op het eiland. Je leert ook andere keuzes maken. Niet alles hoeft zo nodig.”

De spiegel van Baudet en zijn jongeren

Contrapunt
Sytze Faber

Nederland behoort tot de rijkste landen ter wereld en desondanks lijkt het vaak op een ballentent. Vrijwel alles wat de overheid aanraakt veroorzaakt rampspoed. Een handvol recente voorbeelden.

De verbouwing van het Binnenhof, het drama rond Lelystad Airport, het gerotzooi met de stikstofvergunningen, het gesol met en in de jeugdzorg, de permanente problemen bij het UWV en de Belastingdienst, de IND die voortgaat van blunder tot blunder, de dagelijkse verdwijning van een minderjarige ‘met onbekende bestemming’ bij het COA, de almaar toenemende inkomens- en vermogensongelijkheid, de vierhonderdduizend kinderen die opgroeien in uitzichtloze armoede, een op de drie scholen die geen adequaat lees- en schrijfonderwijs geeft, de politie die onmachtig is eigentijds sporenonderzoek te verrichten.

Belangrijke oorzaken van die rampspoed: onvoldoende toezicht en politici die vluchten in kortetermijnbeleid. Het parlement is grotendeels een verlengstuk geworden van de politieke partijen en die zijn weer primair dienstbaar aan de belangen van hun partijleider.

Baudet en andere nationalistische populisten hebben een punt als ze smalen over ons onmachtige partijkartel.

En waar zijn onze humanitaire beginselen gebleven? De ministers Blok en Grapperhaus leken zich er afgelopen week voor te generen dat ze meegelift hadden met een Franse reddingsoperatie om twee ouderloze kalifaatkleuters uit een dieptreurig gevangenkamp naar ons land te brengen. ,,Zo is het wel mooi geweest.” De vermeende onveiligheid voor Nederlandse ambtenaren – andere landen lijken daar nauwelijks weet van te hebben – is het alibi voor de Nederlandse politiek om de andere tachtig Nederlandse kinderen in Noord-Syrië te predestineren tot een verloren leven.

Overheersingsdrang

De jongeren van Forum voor Democratie zijn in een mum van tijd de grootste politieke jongerenorganisatie geworden en de groei lijkt er nog lang niet uit te zijn. Ze blijken dus donders goed te weten waar tegenwoordig de mosterd gehaald moet worden. Wat is het geheim van de smid?

Mensen mogen weliswaar vaak geneigd zijn tot het kwade, ze willen óók graag een stip op de horizon zien waar ze op kunnen koersen. Dat zorgt voor structuur in het leven, biedt hoop en bezieling. Op luilak, vorige week zaterdag, congresseerden de FvD-jongeren in Amsterdam. In De Volkskrant stond een intrigerend verslag.

Het zelfvertrouwen spatte er bij de Baudet-jeugd van af. Weg met de moraal, die geënt is op zwakken en hulpvragers. Het gaat niet om de emancipatie van het individu, maar om die van de (blanke) gemeenschap! ,,Wij gaan onze beschaving redden van de dreigende ondergang. Want wat hard lijkt voor sommigen, is noodzakelijk voor ons allemaal. We hebben doorzettingskracht nodig, discipline, overwinningsdrang, ja, zelfs overheersingsdrang”, zei de voorzitter van JongerenFVD Freek Jansen.

Eenheid zonder verscheidenheid

Als men hier geen overeenkomsten ziet met Europa van een eeuw geleden, moet men, om Mark Rutte te plagiëren, naar een oogarts. Pleidooien om het individuele belang ondergeschikt te maken aan een vermeend gemeenschapsbelang plaveien de weg naar een autoritaire samenleving. Niet meer de tot dusver voor ons polderland typerende eenheid in verscheidenheid, maar het tegendeel: eenheid zonder verscheidenheid. De meerderheidsopvatting is beslissend. Baudet c.s. houden ons een spiegel voor van een democratie in verval. Om het tij te keren zullen er politici moeten opstaan, die óók een stip op de horizon willen zetten. Het door veel kiezers gevoelde gebrek aan democratie moet serieus worden genomen. Jury’s? Lokale referenda? Ook zal er meer sociale zekerheid geboden moeten worden aan kansarmen en pechvogels. Toch een basisinkomen?

Er kan op meer plekken mosterd worden gehaald dan in het domein van Baudet. Daar zal men dan natuurlijk wel de ogen voor moeten willen openen. Daar ziet het jammer genoeg nog niet naar uit.

Reageren? fabersyma@gmail.com

Paus Franciscus wil snel betere pastorale zorg in Lourdes

Frans Wijnands

Ooit stuurde de paus al een oud-topman van Renault naar Lourdes om de bezem door de organisatie te halen. Nu moet het ook op pastoraal terrein veel beter, vindt het Vaticaan. Het is er te commercieel. Het wereldberoemde Maria-bedevaartsoord Lourdes in de Franse Pyreneeën dreigt meer en meer een zakelijke onderneming te worden, ten koste van de spiritualiteit en devotie.

Paus Franciscus heeft daarom de hulpbisschop van Lille, mgr, Antoine Hérouard aangesteld als zijn persoonlijke (tijdelijke) gezant voor Lourdes om er de pastorale zorg voor de miljoenen pelgrims die jaarlijks het bedevaartsoord bezoeken, te helpen verbeteren en versterken. De paus wil dat in alle Maria-bedevaartsoorden in de wereld – groot of klein – gebed en christelijke getuigenis onvoorwaardelijk voorop blijven staan.

Twee jaar geleden zond de paus ook al een persoonlijke gezant naar het Bosnische Maria-oord van Medjugorje. Daar speelden toen vooral organisatorische en zakelijk-financiële problemen. Ook Lourdes is met ruim driehonderd vaste werknemers een bedrijf geworden. Enkele jaren geleden leed het ‘Maria-bedrijf’ nog een verlies van twee miljoen euro. Toen stelde ook een speciale gezant orde op zaken. Vanwege zware overstromingen in het gebied en de nasleep van de terroristische aanslagen in Frankrijk liep het aantal pelgrims toen drastisch terug. Vorig jaar bezochten 1,2 miljoen pelgrims Lourdes, van wie de helft met georganiseerde reizen.

Hotels en campings

Momenteel groeit het aantal bezoekers weer, maar ook ‘Lourdes’ merkt de vergrijzing. Het verhaal van het veertienjarige meisje Bernadette Soubirous, dat in 1858 een aantal verschijningen zag, is bij jongeren minder bekend. En dus bezoeken ook minder jongeren de beroemde Mariagrot en de drie indrukwekkende basilieken dan vroeger. Opvallend is ook dat het gros van de pelgrims niet meer uit Europa, maar uit andere werelddelen afkomstig is.

Het eertijds onooglijke bergdorp is uitgegroeid tot een stadje waar de ruim 17.000 vaste inwoners het grootste deel van het jaar in de minderheid zijn tegenover de miljoenen pelgrims. Het stadje telt meer dan tweehonderd hotels en een dozijn campings. In het jubileumjaar van het bisdom Groningen-Leeuwarden gingen parochianen, in mei 2016, gezamenlijk naar Lourdes, samen met bisschop Gerard de Korte.

Genezingen

Lourdes spreekt vooral tot de verbeelding vanwege de wonderbaarlijke genezingen, alhoewel wetenschappelijk is vastgesteld dat het begeerde Lourdes-water geen geneeskrachtige werking heeft. Onlangs is wel de zeventigste wonderbaarlijke genezing in Lourdes officieel door de Rooms-Katholieke Kerk erkend. Het debat over die wonderen wordt openlijk gevoerd. Op 12 september is er in Congressenpaleis een conferentie over de eerste genezingen in Lourdes.

Daar zal dr. Alessandro de Franciscis, president van het Bureau van de Medische Vaststellingen, spreken.

De partijlijn is heilig, afwijken is taboe

De Haagse week
Henk van der Laan

Leendert de Lange kan straks een donderpreekje van Khadija Arib verwachten. VVD’er De Lange is, met een korte onderbreking, sinds 2015 lid van de Tweede Kamer. Deze week droeg de gemeenteraad van Wassenaar hem voor als burgemeester. Daarmee is De Lange het 32e Kamerlid dat sinds de verkiezingen van 2017 vertrekt.

Van die 32 gingen er twaalf naar het kabinet. Van die andere twintig gingen er tien weg vanwege het aanvaarden van een andere functie en de andere tien om andere, meestal privé-redenen. Onder die twintig zijn zes VVD’ers, van wie slechts één opstapte, Han ten Broeke, en de andere vijf vertrokken.

Elke keer als een Kamerlid vertrekt, krijgt hij of zij een afscheidswoordje van voorzitter Arib. Altijd als de reden van vertrek een andere baan is, laat zij fijntjes weten dat die zijn kiezers in de steek laat.

Het is speculeren waarom zoveel Kamerleden een andere baan willen. Een ding is zeker: als iemand solliciteert naar een nieuwe baan is dat vaak niet alleen omdat dat zo’n mooie baan is, maar ook omdat de uitdaging bij de huidige baan er wel een beetje af is.

Bewegingsvrijheid

Wat wel opvalt is dat er zoveel VVD’ers vertrekken – en trouwens ook GroenLinksers (drie op veertien zetels). Het is bekend van de liberalen dat backbenchers er weinig bewegingsvrijheid hebben en alles wat ze doen via de fractieleiding of de woordvoering loopt. Het is niet de bedoeling om op te vallen of uit de pas te lopen. De eenheid van de coalitie is van levensbelang, en met een meerderheid van een zetel moeten alle kikkers in de kruiwagen blijven.

Het zelfde verhaal bij GroenLinks. Je moet er maar tegen kunnen dat de hele partijlijn draait om het uitvergroten van het leiderschap van Jesse Klaver. De eigenzinnige Zihni Özdil in elk geval niet. Bij zijn afscheid klaagde hij er over dat geld voor fractieondersteuning op de grote hoop ging. Waarna ook het socialemediateam, dat Klaver op Facebook en Twitter profileert, er van betaald werd. Het is niet heel toevallig dat behalve Özdil ook de drie Kamerleden met wie Klaver eerder een viermansfractie vormde al hun heil elders zochten.

Uiteindelijk komt fractiediscipline niet alleen neer op je houden aan afspraken, maar ook aan je schikken in de partijleiding. Dat moet je kunnen. Vroeger waren er vaker Kamerleden die afwijkend stemden. Niet dat Kamerleden vroeger autonomer of eigenzinniger waren. Vroeger waren de middenpartijen groter en hadden ze meer stromingen in hun midden. Om alle partijvleugels tevreden te houden werden er Kamerleden gerekruteerd uit alle interne stromingen. Als dan bij een onderwerp de eigen partij verdeeld was, was dat ook te merken in het fractiestandpunt. Zo konden alle leden zich herkennen in de fractie.

Brede verbanden

Tegenwoordig zijn partijen nauwelijks nog brede maatschappelijke verbanden waar verschillende groepen zich rond een bepaalde ideologie samenkomen. Elke vleugel heeft nu zijn eigen partij, vandaar dat er zoveel middelgrote partijen in de Kamer zitten.

Partijen zijn eerder kleine lobbygroepen die in dienst staan van de uitgezette lijn van de partijleiding. Dat vraagt andere vertegenwoordigers. Mensen die het accepteren om in dienst te staan van die partijlijn en niet buiten de lijntjes kleuren. Geen wonder dat partijen liever een oud-fractiemedewerker vragen dan een volkstribuun uit de provincie of een originele denker.

Vanheeswijck pleit voor meer dan het hedendaagse cultuurchristendom

Tjerk de Reus

Voor de hedendaagse cultuur is het helemaal geen winst als het christelijk geloof vervaagt of zelfs verdwijnt. We vinden nu minder gemakkelijk woorden voor levensvragen, betoogt Guido Vanheeswijck.

Dat de secularisatie helemaal geen feestje is, wordt ook buiten de kerken steeds duidelijker. Er zijn geregeld kritische tegengeluiden te horen. Zo verscheen een paar jaar geleden het boek Rebible (2017) van Inez van Oord, oud-hoofdredacteur van Happinez, waarin de waarde en betekenis van de Bijbel wordt benadrukt. Erg jammer dat we massaal het contact met de Bijbel zijn kwijtgeraakt, werd bij Van Oord duidelijk.

Iets vergelijkbaars viel te horen bij Yvonne Zonderop, gelouterd journalist voor onder meer De Groene Amsterdammer, in haar boek Ongelofelijk (2018). Zonderop schrijft hierin over wat we allemaal zijn kwijtgeraakt, nu we kerk en geloof vaarwel hebben gezegd.

Je zou het boek Onbeminde gelovigen van Guido Vanheeswijck (1955) de Vlaamse tegenhanger kunnen noemen van de publicatie van Zonderop. Beiden zijn beschouwend en analytisch, ze mikken op een hernieuwde bezinning op de betekenis van het christendom. Vanheeswijck schrijft vanuit een Vlaams gezichtspunt, maar neemt toch ook de Nederlandse situatie mee in zijn beschouwingen.

Moderniteit

Vanheeswijck doceert filosofie aan de universiteit van Antwerpen. Hij publiceerde onder meer over het werk van de Canadese filosoof Charles Taylor en de Amerikaans-Franse filosoof René Girard. Geregeld vallen hun namen in de acht hoofdstukken van dit boek, maar de aanwezigheid van die filosofen maakt zijn betoog zeker niet ‘zwaar’. Onbeminde gelovigen is een boek waarmee de geïnteresseerde leek prima uit de voeten kan. Bijvoorbeeld omdat Vanheeswijck inzicht biedt in het proces van de moderniteit, dat hij al in de middeleeuwen ziet beginnen.

Veel aandacht is er dan uiteraard voor de afgelopen vijftig jaar, die Vanheeswijck zelf meemaakte, en die ook een tamelijk heftige periode vormt in het culturele proces van secularisatie, onttovering en modernisering. Hier vestigt Vanheeswijck bijvoorbeeld de aandacht op het cultuurchristendom, in diverse vormen, dat de plaats heeft ingenomen van het authentieke christendom.

Dit cultuurchristendom zien we bijvoorbeeld terug in de arena van de politiek, waar populistische partijen graag een beroep doen op de joods-christelijke cultuur. Wat Vanheeswijck betreft is dit een vorm van ideologisering: je spant het paard van het christendom voor je politieke karretje. ‘Cultuurchristenen willen wel lippendienst aan de eeuwenlange erfenis van het christendom blijven bewijzen, maar willen vooral niet dat Christus ooit terugkeert’, schrijft Vanheeswijck.

Uit dit laatste citaat valt op te maken dat Vanheeswijck geen neutrale of afstandelijke waarnemer is. Hij is sterk betrokken op de christelijke traditie en steekt dat niet onder stoelen of banken. Hij vindt dat we het christendom niet moeten laten vervagen in algemene menslievendheid. Tegelijk toont hij een grote openheid voor zijn gesprekspartners, die er vaak heel anders over denken. Dat kan ook niet anders, want hij is bij uitstek geïnteresseerd in wat hij ‘subtiele talen’ noemt: talen waarin ter sprake komt hoe het hogere of het goddelijke raakt aan het aardse.

Frame van de immanentie

Anders gezegd, met een verwijzing naar de genoemde Charles Taylor: hij zoekt naar woorden en beelden die het ‘frame van de immanentie’ kunnen doorbreken. Met ‘frame van de immanentie’ bedoelt hij dat we, met een soort vanzelfsprekendheid, geloven dat er niks meer is dan het hier-en-nu. Dat kun je ook een naturalistisch of materialistisch wereldbeeld noemen, waarbij geldt dat God, een hogere werkelijkheid of een leven na de dood allemaal tot de categorie ‘fabeltjes’ behoren.

Ondanks het heersende immanente wereldbeeld beluistert Vanheeswijck in de cultuur toch ook de hang naar iets dat verder reikt dan het hier-en-nu. Bijvoorbeeld in de taal van de poëzie. Daarin ziet hij de mens dealen met zijn eindigheid en zijn verlangen, om dan toch weer uit te komen bij de constatering dat er ‘niets’ is. Of zoals de dichter J.C. Bloem het leven omschreef: ‘Het is even tussen twee stilten luid geweest.’

Othello-dilemma

Maar bij deze kale constatering valt niet goed te leven. Wat dit betreft zitten we in een zogenoemd Othello- dilemma, stelt Vanheeswijck. We zouden ten diepste wel willen geloven dat er een dragende goddelijke werkelijkheid is en dat ons bestaan bedoeld is en zin heeft, maar ons materialistisch en naturalistisch wereldbeeld verbiedt ons dit te omarmen. Precies zo kon Othello in het gelijknamige toneelstuk van Shakespeare niet geloven in de liefde van Desdemona, omdat hij op rationele gronden dacht dat haar liefde niet bestond. Dat Othello volhardde in dit ‘ongeloof’, was zijn tragiek.

Precies zo vertellen wij onszelf vandaag dat wat we aan diepe verlangens aantreffen op de bodem van ons hart, niet kan beantwoorden aan een reële werkelijkheid. Deze vanzelfsprekende denklijn noemt Vanheeswijck dogmatisch; het is geen dogma van de kerk, maar van de moderniteit.

Wat hem betreft verdient de christelijke traditie veel meer serieuze aandacht, als een bedding van spiritualiteit, hoop en levensbesef die ons al eeuwen vertrouwd is. Ook in een voluit moderne context kunnen we daar beelden en woorden aantreffen die ons in beweging zetten en mogelijk zelfs bevrijden uit de droge woestijn van een louter materieel bestaan.

Onbeminde gelovigen. Waarom we religieus blijven. Guido Vanheeswijck. Uitgeverij Polis, 20 euro

Streven naar grootheid doodt gezonde concurrentie

Pieter Anko de Vries

Groot, groter, grootst. ‘Gigantisme’ lijkt de tegenwoordige economische wereld te domineren. De groten eten de kleintjes op en dat leidt tot grote problemen. Van werkloosheid tot obesitas.

De wereld heeft maar weinig geleerd van de financiële crisis die in 2008 uitbrak. Nog steeds is het kapitalistische wereldsysteem gericht op groei. Nu is economische groei op zichzelf niet slecht. Er moet kapitaal worden gemaakt, al was het alleen maar om verduurzaming te kunnen financieren of klimaatdoelen te kunnen halen. Maar ‘gigantisme’, zoals de Vlaamse econoom en vermogensbeheerder Geert Noels de hedendaagse economische ontwikkeling in zijn jongste boek typeert leidt tot grote problemen.

En dan gaat het niet alleen over de financiële wereld waar gigantische bedrijven hun oude gewoonten hebben opgepakt en niets van hun fouten hebben geleerd en waar hebzucht de dienst blijft uitmaken. Het streven naar grootheid (in de zin van omvangrijkheid) zorgt ook voor maatschappelijke problemen. Een voorbeeld dat hij noemt: overal in de Verenigde Staten waar een vestiging van de enorme supermarktketen Walmart verschijnt neemt obesitas toe. Er is een statistische relatie, maar als zo vaak moet je met dit soort correlaties heel voorzichtig zijn bij het beantwoorden van de vraag wat nou oorzaak en gevolg is.

Paard van Troje

Een ander aspect is wel duidelijk. Vaak wordt in plaatsen in de VS de komst van de retailer begroet met het argument van nieuwe banen, maar voor het gemak wordt vergeten wat er gebeurt met de kleine winkeltjes en de uitzonderlijk lage lonen die aan het personeel worden betaald. De burgemeester van New York De Blasio heeft het allemaal laten uitzoeken. Hij noemde Walmart ‘het Paard van Troje’. Volgens Noels hebben de Ikea’s en Declathons in Europa hetzelfde effect. Die extra banen zijn een mooi verhaal, maar het klopt niet.

De ziekte van ‘gigantisme’ laat zich volgens Noels vergelijken met de voetbalmetafoor van de Champions League. Er zijn maar enkele grote clubs over die zoveel meer geld te besteden hebben dat ze altijd winnen en dat de competitie voorspelbaar wordt. Vooral als de grootste clubs de beste spelers opkopen om de concurrentie in de wielen te rijden.

Zo gaat ook met bedrijven als Google en Apple. Zodra nieuwe initiatieven in de digitale wereld enigszins succesvol worden, worden ze ingelijfd en onschadelijk gemaakt. En er is geen haan die er naar kraait, terwijl bijvoorbeeld de VS wel een traditie kennen om grote monopolisten te laten dwingen zich te splitsen als ze te machtig worden, bijvoorbeeld vroeger telefoonbedrijf Bell. Maar volgens Noels lukt dit in het huidige kapitalistische tijdsgewricht niet meer.

De analyse van de auteur is goed en hier en daar zeer verrassend. Maar de grote vraag is natuurlijk wat er moet gebeuren. Noels wijst resoluut socialistische alternatieven af en ook tegenover bijsturing van overheden staat hij kritisch. De auteur zoekt het meer in decentralisatie. Terug naar de menselijke maat. Drie woorden noemt hij: ‘kleiner’, minder gestuurd door experts en mathematische systemen; ‘trager’, want niet langer gestimuleerd door groeidoping en daardoor veroorzaakte schuldverslaving en ‘menselijker’, waardoor de economie dichter bij de mensen staat en welvaartsziekten effectief voorkomen kunnen worden ‘en niet langer bestreden moeten worden met bijvoorbeeld permanente dosissen chemie. Dit is geen utopie, maar een economie die rekening houdt met alle dimensies van de mens: de sociale, de ecologische en de economische dimensie’.

Gigantisme. Geert Noels. Lannoo/Spectrum, 24,99 euro

In de sporen van Titus Brandsma

Teunard van der Linden

Ik hoorde laatst op de radio een verhaal over het waarmerk van eurobiljetten. Een waarmerk helpt echt van vals onderscheiden. Zonder het juiste imprint is een biljet niets waard. Je ziet het aan de buitenkant bijna niet, alleen als je het tegen het licht houdt of onder een bepaalde lamp legt. In veel supermarkten wordt het papiergeld dagelijks gecontroleerd.

Ik moest aan het woord ‘waarmerk’ denken op de terugweg uit Dokkum, na een indrukwekkende musical over Titus Brandsma, in de buitenlucht. Wie zich in Friesland vestigt, komt vroeg of laat Titus Brandsma tegen. Ik zag zijn naam ook op een van de rood-witte treinstellen op de lijn Harlingen-Leeuwarden staan. Zo zijn er vele vernoemingen.

Titus Brandsma is de Friese Anne Frank. Hij was monnik, mysticus en theoloog. Een knappe kop, die het tot professor op de Katholieke Universiteit bracht. Hij volgde de ontwikkelingen en het nieuws op de voet en was vanuit zijn morele en kerkelijke overtuiging fel gekant tegen het opkomende nationaal-socialisme en antisemitisme. Dat resulteerde in zijn arrestatie en deportatie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Titus overleefde concentratiekamp Dachau niet.

Getuigenissen

Indrukwekkend zijn de getuigenissen van zijn leven in woord en daad, houding en geschrift. Het leven van Titus Brandsma is weinig spectaculair. Het is al knap er een eigentijdse musical over te maken, met muziek, dans, spel en een scheut humor. Zo loopt op het toneel een roodgekleurde duivel rond die, als Titus zijn wanhoop uitspreekt met het oog op zijn veroordeling tot het strafkamp, hem bemoedigend op de schouder klopt en zegt dat hij bij hem zal blijven.

Aan het eind van de voorstelling leert Titus het publiek luisteren naar de stilte, de stilte van het eigen hart en die van de wereld om ons heen. Alleen daarin al wordt een soort watermerk gegeven, zoals door heel de morele oriëntatie van deze bijzondere Fries uit Bolsward. Want wat is leven zonder stilte, zonder te luisteren en zonder rust?

De zaligverklaring en misschien nog volgende heiligverklaring van Titus Brandsma is een onderdeel van het waarmerk dat hij achterliet. Een waarmerk dat verder reikt dan zijn kerkelijke erkenning. De maatschappelijke betrokkenheid van pater Brandsma was groot. Hetzelfde geldt voor zijn betekenis nu en vandaag als moreel kompas, mystieke ziel en gelovige natuur. Laten we zijn leven en werk nog vaak tegen het licht houden. Dat levert meer op dan alle rumoer en gekrakeel van deze wereld.

Teunard van der Linden is predikant te Harlingen en Midlum. Reacties: tg.linden@gmail.com

Buik en bloed van de Russen

Tamarah Benima

Mijn vader Piet en zijn broers David en Benno stemden na de Bevrijding op de CPN, de Communistische Partij Nederland. Uit dankbaarheid. Zij hadden bijna drie jaar ondergedoken gezeten. Op een landkaart van Europa hadden ze de opmars van de Russen dag na dag gevolgd. D-day was voor hen niet het begin van de bevrijding. De Engelsen en de Amerikanen waren ontegenzeggenlijk helden. Maar ‘de Russen’ (het correctere ‘de Sovjets’ werd niet gebruikt) hadden met hun twintig miljoen doden offers gebracht die van een andere orde waren.

Zus Betty trouwde een Canadese soldaat en vertrok begin jaren 50 naar Canada en later naar de Verenigde Staten. David en Benno volgden haar. Zus Emmy ging naar Israël. Mijn vader bleef met zijn gezin als enige in Nederland. Tijdens de Cubacrisis, in 1962, belde David. Midden in de nacht. ,,De Russen staan voor de deur.” Ik hoor mijn vader nog zeggen tegen mij: ,,Moet hij me daarvoor wakker maken?” Toen ik in 1975 naar Berlijn verhuisde, hoorde ik hoe ‘de Russen’ in april 1945 alles wat vrouw was – van 9 tot 89 – hadden verkracht. Dat verhaal klopte niet. Van de naar schatting 1,4 miljoen vrouwen in Berlijn werden enige tienduizenden verkracht door Russische militairen. Het is gruwelijk genoeg.

Overigens, zij waren niet de enige bevrijders die zich aan vrouwen vergrepen. De bevrijding van Stuttgart en omgeving, ook in april 1945, betekende voor 1198 vrouwen verkrachting door de Franse bevrijders. Het betrof meisjes van 14, maar ook vrouwen van 74 jaar. Ingrid Schmidt-Harzbach schreef er een artikel over getiteld Eine Woche im April. Berlin 1945. Vergewaltigung als Massenschicksal. Ze heeft geen informatie over de straffen die de Franse soldaten kregen. Wel vermeldt ze dat 971 Amerikaanse luchtmacht-militairen tussen 1942 en 1947, vechtend of gelegerd in Duitsland, voor verkrachting werden veroordeeld. Maar liefst 52 van hen kregen de doodstraf. Overigens, de opvatting onder overwonnen Duitsers (aangewakkerd door Amerikaanse anti-communisten) dat de Russische soldaten toestemming hadden van hun oversten om een paar dagen hun gang te gaan, klopt ook niet. Ook Russische militairen werden voor deze wandaad door hun oversten voor een gerecht gebracht.

Hoe het ook zij, dit alles is een schaduwkant van de geslaagde poging de nazi’s weg te vagen. Nazi’s, die krijgsgevangen vrouwen in hun bordelen lieten werken en zich in het Oosten op hun beurt aan verkrachting hadden schuldig gemaakt.

Appeltje te schillen

Oorlog is een verschrikkelijk fenomeen. En dat geldt ook voor dictatuur. Het allermooiste daarover heeft Svetlana Alexejewitsch geschreven. De winnares van de Nobelprijs voor Literatuur schreef Het Einde van de Rode Mens en De oorlog heeft geen vrouwengezicht. In het eerstgenoemde boek komen veel WO II-veteranen aan het woord. In dat laatste boek Sovjet-vrouwen die meestreden tegen de nazi’s. Op alle mogelijke manieren: als soldaten, als verpleegster, als koerierster, als spion, als pilote, enzovoort. Als je hun verhalen hebt gelezen, begrijp je dat Vladimir Poetin razend is dat hij niet werd uitgenodigd voor de herdenking van D-day. Ja, Europa heeft een appeltje met hem te schillen over de annexatie van de Krim, en Nederland over het neerhalen van de MH17. Maar die twintig miljoen doden in de Sovjet-Unie, en de trauma’s van nog eens tientallen miljoenen Sovjets hadden niet vergeten mogen worden toen de uitnodigingen voor de Herdenking de deur uitgingen.

Het is ook diplomatiek gezien onbegrijpelijk. Door zijn inspanningen tegen de nazi’s lag de macht en invloedssfeer van de Sovjet-Unie tot 1989 diep in Europa. Tot Berlijn, Leipzig, Praag. Na het ineenstorten van het IJzeren Gordijn zag de Europese Unie zijn kans. In 2004 werden Tsjechië, Slowakije, Polen, Slovenië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Roemenië en Cyprus lid van de EU. In 2007 ook Roemenië en Bulgarije, en in 2013 Kroatië. Van Ruslands vette buik in het Westen is geen gram vet over. Het waren allemaal landen, afgezien van Cyprus, waar de grond doordrenkt is van het bloed van de Sovjets. De dankbaarheid van die volkeren is uitgewist door de 45 jaar dictatuur van diezelfde Sovjets en hun plaatselijke handlangers. Dus dat die landen kozen voor EU en NAVO en tegen de Russen en het Warschaupact is begrijpelijk.

Toch kan ik, als het over de bevrijding gaat, het positieve sentiment voor ‘de Russen’ dat ik meekreeg van mijn vader, niet helemaal loslaten. Hoe lang mijn vader en zijn broers voor de CPN bleven stemmen, vertelt het verhaal overigens niet.

Moldavië: de Bijbel in de praktijk in het armste land van Europa

Rieuwerd Buitenwerf

Veel inwoners van Moldavië leven in een uitzichtloze situatie, omdat hun land ingeklemd ligt tussen EU-lid Roemenië en het in oorlog verkerende Oekraïne. Het Moldavisch Bijbelgenootschap zorgt voor lichtpuntjes.

De armoede in Moldavië is groot, en dat zie je eigenlijk pas als je daar bent. Veel Moldaviërs trekken weg naar landen als Polen en Italië om een beter bestaan op te bouwen. Met als gevolg dat veel kinderen in armoede achterblijven bij hun grootouders.

Het Bijbelgenootschap van Moldavië wil er zijn voor de achterblijvers, juist ook de allerarmsten onder hen. De armoede in dit land is het gevolg van de economische situatie. Moldavië is al zo’n zeventig jaar nauw verbonden met Rusland en economisch nog altijd afhankelijk van de export naar dat land. Maar de export is grotendeels stil komen te liggen door het conflict tussen Oekraïne en Rusland.

Voor die achtergebleven kinderen zet het Moldavisch Bijbelgenootschap zich in. Voor deze kinderen, die maar zelden iets krijgen aangeboden, regelt het Bijbelgenootschap kinderbijbels en bijbelboekjes. Het Bijbelgenootschap in Moldavië doet dat in samenwerking met zogenaamde social centres van de kerken: huizen waarin kinderen na schooltijd worden opgevangen. Ze kunnen zich wassen, krijgen te eten, kunnen lekker spelen met elkaar en leren dingen die ze in het dagelijks leven kunnen gebruiken, zoals koken, naaien en gewassen verbouwen. Het Nederlands Bijbelgenootschap helpt zijn collega-bijbelgenootschap bij het bereiken van die kinderen.

Drank

In Cantemir, een regiostadje in het zuiden van Moldavië, spreken we als Nederlandse delegatie met Pavel Creciun, het hoofd van zo’n naschoolseopvanghuis van de kerk. Pavel vertelt dat hij met zijn gezin uit de hoofdstad naar Cantemir gekomen is, omdat hij meer wilde doen voor God dan alleen op zondag naar de kerk gaan. ,,Er zijn juist in dit gedeelte van Moldavië veel kwetsbare mensen”, zegt Pavel, ,,met name kinderen en oude mensen. 60 procent van de mensen hier is naar het buitenland vertrokken, om daar een beter bestaan op te bouwen. Dit is de armste regio van Moldavië.” Mensen hebben hier geen werk. En als ze wel ergens kunnen werken, krijgen ze een heel laag salaris, zo’n 50 tot 100 euro per maand, veel te weinig om van te kunnen bestaan, vertelt Pavel. ,,Normale voorzieningen als stromend water of gas hebben ze niet. Ze koken buiten op een vuurtje. De meeste kinderen hier worden opgevoed door hun grootouders, of door één ouder. Vaak zijn de ouders of grootouders aan de drank, en worden kinderen verwaarloosd of misbruikt.”

Luizen

De kinderen in die naschoolse-opvanghuizen komen meestal uit de armste families. Dagelijks maakt Pavel van alles mee: ,,Van de kinderen die hier voor het eerst komen, zit 90 procent vol luizen. Hier worden ze ontluisd, soms dagenlang, en krijgen nieuwe kleren, zodat ze schoon naar school kunnen. Die overgang is voor de kinderen niet gemakkelijk. Ze begrijpen niet waarom ze het thuis zo moeilijk hebben. Ze vragen ons: ,,Waarom gebeurt dat bij ons thuis niet?” Het raakt me elke keer weer, maar ik probeer niet emotioneel te worden, en zeg tegen ze: ,,God wil echt niet dat jullie in zulke moeilijke omstandigheden leven.” Soms noemen ze mij en mijn vrouw ‘papa en mama’. Ze krijgen thuis vaak helemaal geen liefde, en hier voelen ze zich wel geliefd. We helpen ze met huiswerk, we spelen met ze, we bidden met ze.”

Pavel heeft veel aan de Bijbel. ,,Voor mij is de Bijbel het dagelijks brood. Het lezen van Gods Woord heeft ervoor gezorgd dat ik de persoon ben die ik nu ben. Ik lees elke dag een hoofdstuk. Ik vind in de Bijbel de antwoorden op mijn vragen. Ik lees erin wie ik ben, wie God is en wat God via mij wil doen. De Bijbel geeft mij leven, en is de gids in mijn leven.”

Hoe reageren de kinderen op de Bijbel? ,,Het favoriete Bijbelverhaal van de kinderen is het verhaal van David en Goliat”, zegt Pavel. ,,David is de jongste, maar als kleine jongen kan hij vechten met beren, leeuwen en zelfs met Goliat. En uiteindelijk wordt hij koning. David inspireert de kinderen hier! We hebben hier een video met het verhaal – de kinderen willen dat filmpje steeds weer zien.”

Marijke ten Cate

Het Nederlands Bijbelgenootschap zorgt ervoor dat er boekjes met Bijbelprenten van Marijke ten Cate uitgedeeld kunnen worden aan de kinderen. Het gaat om boekjes met het paas- en het kerstverhaal, in het Russisch en het Roemeens. ,,Elk jaar doen we iets speciaals met de kinderen met Kerst”, zegt Pavel. ,,Ze leren kerstliederen en een gedicht en dragen die voor in de kerk. In Moldavië is er de gewoonte dat je iets geeft aan mensen die carols voor je zingen. Wij hebben het omgedraaid. De zingende kinderen geven zélf een klein cadeautje weg dat ze gemaakt hebben. Ze leren dat het niet alleen om ontvangen gaat, maar ook om geven. Dat is de essentie van het kerstfeest! We zien dat ook de ouders en grootouders geraakt worden door wat hun eigen kinderen laten zien.”

Pavel is blij met de boekjes van Marijke ten Cate. ,,We doen wekelijks Bijbelstudie met de kinderen, en willen dat doen op een manier die zij begrijpen. Maar we hebben de handen vol aan het runnen van dit huis. Het is niet altijd gemakkelijk voor ons om iets voor te bereiden op het niveau van de kinderen. De prentenboekjes geven ons iets in handen wat precies bij de kinderen past. En het zijn belangrijke verhalen, die we ze graag willen meegeven.”

Zoals het naschoolseopvanghuis van Pavel zijn er vele in Moldavië. Je ziet er het christendom in de praktijk – er zijn voor elkaar, delen, bidden om een beter leven en eraan werken. Met de beperkte middelen die er zijn, maken deze kerkelijke opvanghuizen er het beste van. Tot de situatie in Moldavië daadwerkelijk verandert.

Rieuwerd Buitenwerf is directeur van het Nederlands Bijbelgenootschap en reisde onlangs naar Moldavië.