School
Uit de permanente onderwijsbouwput klimmen
door
Pier Bergsma

Een paar jaar geleden was ik te gast op een grote MBO-instelling. Ik werd er vriendelijk ontvangen en rondgeleid. Zo kreeg ik de gelegenheid om een Engelse les bij te wonen. In een grote ruimte zaten een kleine veertig jongeren achter de computer, in het midden een docent. Het was mij niet duidelijk wat de leerlingen moesten doen. De studenten wisten het ook niet, of deden alsof ze het niet wisten. Ze waren niet bijzonder doelgericht bezig. Toen ik de leraar vroeg wat zijn taak was, want hij zat daar gewoon te zitten, kreeg ik als antwoord dat hij de leerlingen begeleidde. Volgens hem een goed systeem.
Het werd mij niet duidelijk wie er tevreden waren. Veel leraren durven zich onder druk van het management niet uit te spreken. Het verwondert mij daarom niet dat jaarlijks tienduizenden leerlingen de enorme ROC’s verlaten zonder diploma’s en dat er de afgelopen jaren leerlingen staakten met de slagzin: ‘Wij willen les’. Ik vrees dat er niets zal veranderen als de overheid zich op afstand houdt en de regie in handen van de instituten zelf laat.
‘Al bijna veertig jaar wordt er nu gesleuteld aan ons onderwijs. Naar we inmiddels kunnen vaststellen heeft de invoering van de Mammoetwet de deur opengezet voor een niet aflatende stroom van hervormingen en vernieuwingen op vrijwel alle onderwijsniveaus. Ons onderwijs is daardoor eerder in een permanente bouwput veranderd dan dat er degelijke nieuwbouw is gepleegd.’ Dat schreef Ad Verbrugge in 2006. Hij is voorzitter van de Vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON). Ondertussen heeft de vereniging meer dan vijfduizend leden, onder wie veel leraren, ouders en schoolleiders. Het zijn zonder uitzondering mensen die zich zorgen maken over de kwaliteit en de ontwikkeling van het onderwijs. Vorige zaterdag werd op de jaarvergadering in Utrecht het Deltaplan ter verbetering van het onderwijs gepresenteerd. Het betreft onder andere het MBO.
In het kort gaat het BON om het volgende: Geef de docent zijn vak terug. Organiseer goed onderwijs door hoogopgeleide docenten. Het grootste deel van het onderwijsbudget moet gaan naar het primaire proces. Het management moet in dienst staan van het primaire proces en de zeggenschap over de inrichting van het onderwijs binnen de instituten moet liggen bij leraren en docenten.
Tweede Kamerlid Van Dijk van de SP was één van de sprekers. Hij zei dat hij zich goed kon vinden in de analyse van BON: de autonomie van schoolbestuurders is doorgeslagen, het toezicht is verwaarloosd en leraren moeten meer invloed krijgen binnen de scholen. De Commissie Dijsselbloem kwam na een parlementair onderzoek tot een vergelijkbare conclusie. De overheid moet de regie nemen over de kerntaken van het onderwijs: de financiering, de kwaliteit en het bevorderen van kleinschaligheid. Daarbinnen moeten leraren maximale vrijheid krijgen om het onderwijs vorm te geven.