door
Pier Bergsma |
Een van de meest bijzondere winkels van Nederland is die van Auke Rauwerda in Leeuwarden. De zaak begon in 1932 als leverancier van borstelwaren, schoonmaakartikelen en klompen. Intussen is de zaak een labyrint in een aantal naast elkaar gelegen panden. Het assortiment is in ongekende omvang uitgebreid met ijzerwaren, hang- en sluitwerk, sleutels, ladders en trappen, gereedschappen en bevestigingsmaterialen. Zodanig dat het niet voor te stellen is dat men hier iets níet heeft. Na het betreden van het bedrijf kom je in een kleine vrij donkere ruimte. Er is plaats voor maar een paar klanten tegelijk, want het gedeelte achter en voor de toonbank is van de vloer tot de zolder volgestouwd met de meest uiteenlopende producten en materialen die je in een doehetzelfzaak kunt verwachten. Alleen ‘doe het zelf’ is er hier niet bij. Het zijn hulpvaardige mannen die op zoek gaan naar het gevraagde en als het de klant of de bediening niet helemaal duidelijk is wat bedoeld wordt, dan wordt de klant meegetroond door het doolhof van gangen, trappen en aan elkaar gekoppelde ruimten, geleid door degene die hier het pad kent en weet waar alles staat, hangt of ligt. Schrijver Kees ’t Hart wijdde er een gedicht aan: De ijzerwarenwinkel van Auke Rauwerda. Daarnaast waren er een kunstproject, een boekje en artikelen in tijdschriften. De Leeuwarder Historische Vereniging kende het bedrijf in 2003 een prijs toe. De eigenaar vroeg zich bij die gelegenheid af of er nog plaats was om het uitgereikte beeldje neer te zetten.
De grootste boekhandel van Nederland is Donner aan de Lijnbaan in Rotterdam. Ze hebben daar zesentwintig meter management. Alles keurig geordend, op onderwerp en gealfabetiseerd op schrijversnaam. Bij de informatiebalie is op de computer snel na te kijken of een bepaald boek wel of niet aanwezig en wel of niet leverbaar is. Auke Rauwerda heeft zich tot nu toe niets aangetrokken van het moderne management. Ze zouden kunnen verhuizen naar een groot nieuw te bouwen pand. Ze doen dat niet. Volgens eigen zeggen wegen de baten niet op tegen de kosten.
Je zou denken dat de overheid zich bij grote reorganisaties allereerst de vraag stelt: is dit het geld en de moeite waard. Kort geleden verscheen het rapport van de Commissie Dijsselbloem. Daarin wordt duidelijk hoeveel geld er over de balk is gegooid met de invoering van de vernieuwingen in het voortgezet onderwijs. Langs nieuwe leerwegen zouden de leerlingen nog sneller nog hogere doelen bereiken, maar de uitkomst is te vergelijken met die van Betuwe lijn: dood spoor.
Hoe kan het toch dat ondanks waarschuwingen en kritiek dingen worden doorgezet die voorspelbaar tot mislukken gedoemd zijn. Er zijn een paar oorzaken te noemen. De Tweede Kamer is te volgzaam en laat zich leiden door regeerakkoorden en door dominante politici met een grote mond. Men luistert nauwelijks naar de mensen uit de praktijk. De belangrijkste oorzaak is dat men geen kosten-en-baten-analyses maakt. Elk nieuw kabinet zou daarom een trip naar Leeuwarden moeten maken om zich te verbazen over en te leren van die wonderlijke winkel van Rauwerda.
|