Column
Van Greet Hofmans tot Geert Wilders
Sytze Faber

 

Hoe diep kan een democratie zakken? Volksvermaak en cynisme voeren momenteel de boventoon. Vorige week woensdag ging het in de media niet primair om de uitslag van de raadsverkiezingen maar om een opiniepeiling, waarvan er wekelijks dertien in een dozijn gaan. Wouter Bos en zijn hofhouding van spindoctors hadden daar alle belang bij. De PvdA verloor 671 van de 1909 raadszetels. Meer dan een derde deel. Het aantal PvdA-stemmen liep terug van 23,2 procent in 2006 naar 15,6 nu. Nooit eerder beleefde de PvdA bij de raadsverkiezingen zo’n debacle. Dat vond het Haagse wereldje, waarin na veertig jaar de journalisten Mingelen en Witteman politicus met de politici zijn geworden, echter niet interessant. Veel belangrijker was de opiniepeiling waarin de PvdA een handvol zetels hoger scoorde dan in vorige peilingen. Bos juichte dat zijn partij weer helemaal terug was. Het opblazen van het kabinet had gewerkt! Het was een meesterzet geweest om het partijbelang en de ambities van Bos te laten prevaleren boven het landsbelang.
Ook bij de ChristenUnie was de nuchterheid zoek. André Rouvoet was opgetogen. Ook hij doelde op de opiniepeiling - vroeger moest hij niets hebben van peilingen - en niet op de werkelijke uitslag. In die peiling boekte de CU een zeteltje winst, maar de raadsverkiezingen vertoonden een voor de CU teleurstellend beeld. De SGP won 16 raadszetels, de CU verloor er 9. In gemeenten waar de CU voor het eerst meedeed, kreeg ze vrijwel nergens een poot aan de grond. Het voor het eerst meeregeren lijkt niet te lonen. Dat komt omdat het profiel van de partij niet is meegegroeid en in de getuigenissfeer is blijven hangen. De CU wordt nog steeds vrijwel uitsluitend geassocieerd met embryoselectie, homohuwelijk en koopzondagen, niet met financiële, economische en sociale onderwerpen. Om te voorkomen dat de CU als regeringspartij een eendagsvlinder wordt, zullen er bakens moeten worden verzet. Rouvoet zou er goed aan doen te besluiten dat hij als politiek leider niet weer beschikbaar is voor een ministerschap en dat hij dus kiest voor het fractievoorzitterschap. Daarnaast zou de CU twee of drie aansprekende ministerskandidaten van buiten het Haagse kringetje moeten presenteren, die met gezag kunnen spreken over financiën en economie. Het succes van vier jaar geleden dankte de CU er vooral aan dat Rouvoet ‘hot’ was. Hij was niet weg te branden van de beeldbuis. Daar is weinig meer van over. De CU is nu te saai, te voorspelbaar.
In tegenstelling tot Bos en Rouvoet erkende Balkenende op de verkiezingsavond ruiterlijk dat zijn partij het schip was ingegaan. Net als bij de PvdA was het niet misselijk wat het CDA overkwam. De raadsverkiezingen in 2006 waren een absoluut dieptepunt voor de christendemocraten. De afgelopen week doken ze daar nog royaal onder: bijna 200 raadszetels minder en van 17,1 procent van de stemmen in 2006 naar 14,9 nu.
Evenals de CU kampt het CDA met een te smal profiel. In de Randstad, het economisch hart van het land, is het CDA een splinterpartij geworden. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn vier keer 45 raadszetels te verdelen. In totaal dus 180. Daarvan bezet het CDA er nu nog twaalf. Nog geen 7 procent. De Antirevolutionaire Partij, een gereformeerde voorloper van het CDA, had er indertijd in haar uppie meer!
Agnes Kant had een imagoprobleem doordat ze steeds vergeleken werd met haar voorganger, de grote roerganger Marijnissen. Balkenende kan er maar niet los van komen dat hij - terecht of niet - met al zijn kabinetten van de weg raakte. Dat zijn gezag taant, blijkt uit het feit dat er na de val van zijn vierde kabinet zeer tegen zijn zin geen missionair interim-kabinet werd gevormd, maar dat hij gedoemd werd voort te sukkelen met een demissionair rompkabinet dat zich met vrijwel niets mag bemoeien.
Balkenende en Bos denken beiden dat ze er beter van worden als de aanstaande verkiezingscampagne in het teken komt te staan van een tweestrijd tussen hen om het premierschap. Beiden hebben echter een geloofwaardigheidsprobleem. Wilders kijkt lachend toe.
De goegemeente is de afgelopen jaren voorgehouden dat alles ondergeschikt is aan de vrijheid van meningsuiting. We hebben zelfs een recht op krenken (vooral van moslims) aan overgehouden. Zodra het echter om Wilders gaat, worden de woorden op een goudschaaltje gewogen. Vergelijkingen met zeventig, tachtig jaar geleden zijn taboe. Wilders is de absolute alleenheerser in zijn partij, het is zelfs statutair vastgelegd, maar vooral het CDA blijft de PVV te pas en te onpas een ‘democratische partij’ noemen.
Geen politicus of journalist herinnert er aan dat tegen Wilders een rechtszaak loopt wegens discriminatie en haat zaaien. Als Wilders - het is per slot van rekening niet helemaal ondenkbaar - inderdaad veroordeeld zou worden, wil Balkenende, bij uitstek de man van normen en waarden, dan desondanks premier worden met (gedoog)steun van een politieke crimineel? Een relevante vraag die maar niet gesteld wordt.
Het succes van Wilders bij de verkiezingen in Almere en Den Haag heeft de PVV en zijn Leider in het buitenland in de schijnwerpers gezet. De Britse media bestempelen de PVV als ‘een uiterst rechtse anti-immigratiepartij’. De Belgen hebben het over ‘een radicaal-rechtse en vreemdelingen hatende partij’. De Duitsers noemen Wilders een ‘rechtspopulist en een islamhater’. Franse kranten noemen de PVV zonder enig voorbehoud ‘extreem-rechts’.
Ruim een halve eeuw geleden leden de Nederlandse media aan zelfcensuur en koudwatervrees. Men was aangewezen op buitenlandse kranten om informatie te krijgen over de rol die de gebedsgenezeres Greet Hofmans speelde aan het Nederlandse hof. Om te weten welk vlees men in de politieke kuip heeft met Geert Wilders, kan men opnieuw niet om de buitenlandse pers heen. Soms staat de tijd inderdaad stil

Reageren: fabersyma@planet.nl
Zie voor eerdere columns http://sytzefaber.livejournal.com/