Column
Met gekromde rug op de eigen speelhelft
Sytze Faber

 

Voetbal is onze nationale volkssport. De KNVB is verreweg de grootste sportbond. Zou de speelwijze van het Nederlandse elftal (plus alle rimram er om heen) daarom ook een beetje een afspiegeling kunnen zijn van wat er in de volksziel omgaat?
Een generatie geleden – in de jaren zestig en zeventig - liep ons land, soms wat parmantig, voorop in de wereld. ‘Nederland gidsland’, was een gevleugelde uitdrukking. De internationale rechtsorde en mensenrechten stonden hoog in het vaandel. Max van der Stoel, de minister van Buitenlandse Zaken, had in het buitenland veel aanzien.
Bangelijkheid was ons vreemd. Er was scepsis over de nucleaire wapenwedloop. De plaatsing van kruisraketten door de NAVO was vooral in ons land een uiterst beladen onderwerp. In geen westers land was er zoveel kritiek op het Zuid-Afrikaanse apartheidsbeleid als in Nederland. Dictaturen, zoals in Argentinië, Chili en Griekenland, werden zwaar bekritiseerd. Bij de ontwikkelingssamenwerking bevonden we ons in de voorhoede. In Europa speelden we een constructieve, toonaangevende rol. In eigen land werd er gedemocratiseerd dat het een aard had. De Amsterdamse provobeweging (met onder meer haar wittefietsenplan) trok wereldwijde belangstelling.
Aan alle kanten spatte het optimisme ervan af. Het geloof in de maakbaarheid van de samenleving was dominant. Andersdenkenden werden beschouwd als zwartkijkers, die de vooruitgang niet konden bijbenen. Het kabinet Den Uyl (1973-1977) was het meest linkse kabinet ooit. Het Nederlandse elftal haalde in 1974 voor het eerst de finale van het WK voetbal. Vier jaar later lukte dat opnieuw. Beide keren weliswaar geen goud, wel karrenvrachten glorie. De internationale pers prees, vooral in 1974, het Oranjeteam de hemel in. Ook toen – dat wordt dezer dagen nogal eens vergeten – speelde Nederland vaak bikkelhard. Anders komt men in zo’n mondiaal toernooi niet ver. De toenmalige bondscoach Michels predikte dat voetbal oorlog was. Neeskens en Van Hanegem konden qua meedogenloosheid wedijveren met Van Bommel en Nigel de Jong. Daar bleef het echter niet bij. Er werd frivool en met bravoure gespeeld. Het Nederlandse ‘totaalvoetbal’ werd een begrip. Het stond voor creativiteit, durf en tactisch inzicht. Een lust voor het internationale (voetbal)oog. Het Oranjeteam was een en al reclame voor Nederland. Daar konden peperdure campagnes met kaasmeisjes, tulpen en molens niet tegenop.

Verachting
Afgelopen zondag, dus een generatie later, stond Nederland voor de derde maal in de WK-finale. Geen scheepsrecht. Opnieuw geen goud. Dit keer echter ook geen glorie. Integendeel. In de internationale media werd het Oranjeteam met de grond gelijk gemaakt. Het was een en al verachting voor de defensieve, krampachtige, grove en soms zelfs als beestachtig bestempelde speelwijze van het Nederlandse elftal. Het was grootgrossier in overtredingen en gele kaarten. Op afstand de meest onsportieve ploeg van het WK.
De vernietigende internationale kritiek druppelde maar mondjesmaat door. De vaderlandse media – de met een miljard aan belastinggelden gefinancierde NOS voorop – trokken als het ware een cordon op rond het Oranjeteam. Het moest vooral gezellig blijven. Geen onvertogen woorden. Niets over ‘fatsoen dat moet je doen’.
Er is niet alleen een wereld van verschil tussen de speelwijze van het Oranjeteam van ruim dertig jaar geleden en die van de ploeg van Van Marwijk. Ook het politieke en maatschappelijke klimaat is drastisch veranderd. Van internationale bravoure is weinig meer over. Nederland heeft zich met gekromde rug teruggetrokken op de eigen speelhelft. Europa wordt als bedreigend ervaren. Evenals andere culturen. Van ontwikkelingssamenwerking moeten de meesten weinig meer hebben. Nederlandse scholieren, zo bleek dezer dagen uit een internationaal onderzoek, staan het meest negatief tegenover mensen van buitenlandse komaf. Over mensenrechten hebben we het vrijwel niet meer.
Keer op keer wordt Nederland er door internationale organen op gewezen dat het onmenselijk omgaat met immigranten. De afgelopen week was het weer raak. De Raad van Europa sommeerde ons land dat het ermee moet ophouden kinderen van asielzoekers op straat te zetten. Er zwerven inmiddels enkele honderden dakloos door ons land. Hardheid is niet alleen het voornaamste handelsmerk van het huidige Oranjeteam, ze is ook typerend voor de vaderlandse politiek. Het (overigens overdreven) optimisme van vroeger is omgeslagen in argwaan en wantrouwen. Een generatie geleden hadden we het meest linkse kabinet ooit, nu scheren (scheerden?) we langs het meest rechtse kabinet ooit. Van Marwijk en Wilders, beiden kenners van de volksziel, weten de weg. Vaklui.

Reageren: fabersyma@planet.nl
Zie voor eerdere columns http://sytzefaber.livejournal.com/