Auteursarchief: webredactie

Oud en nieuw, ventiel van opgekropte driften

De Haagse week
Henk van der Laan

Na de Scheveningse vuurregen wijst weliswaar iedereen naar iedereen, maar voor de fik in de 47 meter hoge stapel pallets ging, werd er vooral positief gesproken over de vuurstapelwedstrijd tussen Scheveningen en Duindorp. Dat komt omdat het ooit bedacht is als oplossing van een geweldsprobleem.

De wedijver van Haagse straten en wijken om elkaars kerstbomen te rausen voor vreugdevuren op oudejaarsavond liep in de jaren vijftig al uit op straatgevechten. In de jaren zeventig en tachtig liep het helemaal uit de hand: overal in de stad werd onderling geknokt om brandbaar spul. En alles ging in de fik: kerstbomen, autobanden, pallets en de Datsun van ome Rinus. In 1985 was de schade drie miljoen gulden (dat is nu ongeveer 2,5 miljoen euro) en waren er 35 gewonden, onder wie ook politieagenten.

De politie probeerde het eerst met de harde aanpak – in 1960 stierf een Hagenees na een ME-charge met de blanke sabel – maar kwam na 1985 tot de conclusie dat het knokken met de ME eerder onderdeel was van de traditie dan de oplossing. Daarom werd toegezegd dat op sommige plekken onder toezicht vreugdevuren gemaakt mochten worden. Wie zich daar niet aan hield, kreeg een straatverbod. Het geweld en de schade daalde in de jaren zienderogen. Uiteindelijk bleven er vanaf de jaren negentig nog maar twee strandvuren over.

Meeveren

Dit Haagse beleid is een voorbeeld van de typisch Nederlandse bestuursstijl om mee te veren met problemen door te reguleren en gedogen. De Haagse vrije jongens mochten vrij zijn, maar wel binnen de gestelde kaders.

Dat kaders stellen aan vrij gedrag wordt ook wel betuttelend gevonden. Veel burgers willen niet dat de overheid gaat vertellen wat hij in zijn vrije tijd doet – zie de kritiek op het Preventieakkoord. Maar als er iets mis gaat, dan wijst iedereen naar de overheid: die had dat moeten voorkomen!

Het is wat de criminoloog Hans Boutellier de veiligheidsparadox noemt: burgers willen zich maximaal individueel ontplooien, tegelijk eisen zij van de overheid maximale veiligheid. Boutellier neemt als voorbeeld bungeejumpen: daarbij zoeken mensen naar de ultieme kick door van een brug te springen, maar wel met een door overheidsnormen goedgekeurd elastiek aan hun enkels.

Beschavingsproces

Een samenleving waarin het dagelijks leven steeds meer gereguleerd wordt – door de overheid, maar ook door onszelf via ongeschreven regels – leidt tot een beschavingsproces waarbij het wilde, tribale en gewelddadige langzaam uit ons leven verdwijnt, waardoor we sneller geschokt zijn als iets fout gaat. Zo is vechten steeds minder geaccepteerd, terwijl Pietje Bell vroeger van zijn vader niet mocht thuis komen zonder blauw oog.

Tegelijk moeten al die opgekropte masculiene driften er een keer uitkomen, en dan dient oud en nieuw als ventiel. De oudejaarsnacht is sinds mensenheugenis een grimmige variant van carnaval: een moment in het jaar waar burgers de macht over de straat over nemen.

We zijn minder beschaafd dan we denken. Je kan het onbeschaafde wel wegstoppen, maar het komt er toch een keer uit. Dan kan je maar beter een alternatief bieden. Den Haag zou wel gek zijn om te stoppen met de strandvuren. Voor je het weet ligt op 31 december de Nissan van ome Rinus weer op z’n kant.

De eenheidsmystiek van Grün en Boff ontbeert het kritische moment

Tjerk de Reus

De zorgen die mensen voelen bij het klimaat, betekenen niet alleen iets voor politiek en beleid, maar ook voor de theologie. Hoe verhouden God, mens en kosmos zich tot elkaar, vragen Anselm Grün en Leonardo Boff zich af.

Wij zijn de plaats waar Gods heerlijkheid opvlamt voor de hele kosmos’, schrijft Anselm Grün (1945) in het boek God in alles. Hij is samen met Leonardo Boff (1938) auteur van dit boek, waarin de focus ligt bij de verhouding God, mens en natuur.

Een actuele kwestie, want voor veel mensen is de natuur een probleem geworden. De toekomst van de planeet geeft kopzorgen en vervult ons met somberheid. We beseffen dat de natuurlijke werkelijkheid ons kan ontvallen. Antarctica smelt, diersoorten sterven uit, de aarde verdroogt. Tegelijk beschikken we over technologische middelen waarmee we in de natuur kunnen ingrijpen, bijna zonder begrenzing. Zijn we in ons eigen zwaard gevallen?

Op een fundamenteler niveau lijken we vervreemd te raken van wie we zijn, als mensen die ‘uit de aarde genomen’ zijn – of je dat nu Bijbels of evolutionair bekijkt. Wie kan de mens nog zijn, als de natuur een probleem is geworden?

Ethisch en betrokken

Het is niet meer dan logisch dat in de theologie, evenals in de filosofie, over deze vragen wordt nagedacht. In de filosofie hebben we in Nederland Koo van der Wal, die in zijn Nieuwe vensters op de werkelijkheid (2012) schrijft over natuurfilosofie, op een ethische en betrokken manier. Voor wat betreft de theologie publiceerde H.W. de Knijff al in 1995 zijn Tussen woning en woestijn, over ‘milieuzorg als aspect van de christelijke cultuur’. En zo zijn er meer voorbeelden.

Het is dus geen onontgonnen terrein waarop Anselm Grün en Leonardo Boff zich bewegen in hun gezamenlijke boek God in alles. Het is een gelegenheidsboek, waarin de beide auteurs de vraag beantwoorden ‘waar en hoe God te vinden en te ervaren is’. Maar vooral dankzij Boff, die zich intensief bezighoudt met het verband tussen ecologie en theologie, is het een boek geworden waarin telkens het woord ‘kosmos’ valt. Grüns bijdrage beslaat de eerste helft van het boek, die van Boff de tweede helft.

Anselm Grün heeft een spirituele inslag en schrijft dan ook, zoals in al zijn boeken, over de mens in relatie tot anderen en ook in relatie tot God. Het gaat dan over het hart, over de stille ruimte in ons binnenste waarin God te vinden is en over de vrede die dat oplevert. Maar innerlijke vrede resulteert ook in een nieuwe levenshouding die recht doet aan de medemens. Daar hoort ook natuur bij, benadrukt hij hier.

Panentheïsme

De mens leeft in samenhang met alles wat leeft. Die verbinding is de liefde. En de liefde is God. Theologisch markeert Grün zijn positie met het begrip ‘panentheïsme’. Dit is een term die veel klinkt en nog zal klinken in het kader van de bezinning op kosmologie, ecologie en theologie. Panentheïsme staat voor het idee dat de hele werkelijkheid ‘in God’ bestaat. God is overal ‘in’, zou je ook kunnen zeggen, maar wel met de kanttekening dat Hij tegelijk groter is dan de aardse werkelijkheid.

In elk geval wordt hiermee gezegd dat God niet ver weg is en niet buiten onze werkelijkheid staat. De klassieke Bijbelse vindplaats voor deze gedachte is een uitspraak van de apostel Paulus, die in een discussie met de Grieken in Athene stelde: ‘In God leven wij, bewegen wij, zijn wij’. Dit betekent voor Grün dat we naar een ecologische spiritualiteit toe moeten, waarin we beseffen dat de goddelijke liefde ook de levenloze natuur doordringt en tot harmonie brengt.

Ook voor Leonardo Boff is de aanwezigheid van God in alles, op basis van Paulus’ uitspraak tegenover de Grieken, een fundamentele gedachte. Hij bouwt erop voort in zijn theologische kosmologie, bijvoorbeeld door te stellen dat de fundamentele wet van het universum neerkomt op ‘synergie’, ‘solidariteit’, wederkerigheid’ en ‘samenwerking’. Het is opvallend dat Boff dit niet bedoelt als opdracht voor de mens, dus als moreel principe. Hij ziet deze waarden verankerd in de puur materiële natuurlijke werkelijkheid.

Samenwerking

Ook Grün denkt in die lijn, als hij stelt dat niet de onderlinge competitie (survival of the fittest) de evolutie heeft bepaald, maar juist samenwerking tussen organismen. Het gaat volgens beiden dus om verbinding en wederkerigheid, en die staan in de hier gepresenteerde visie min of meer gelijk aan de liefde en dus aan de goddelijke aanwezigheid.

Volgens Grün is het helemaal niet gek als een mens die van deze kosmische liefde is vervuld, door wilde dieren met rust gelaten wordt. Op zo’n moment is God daadwerkelijk ‘in alles’, zoals de boektitel luidt, en dat kan niets anders dan harmonie opleveren.

Wie bekend is met de kruisbestuiving tussen christelijke theologie en evolutionair denken, zal niet vreemd opkijken dat hier ook verwezen wordt naar de katholieke auteur Pierre Teilhard de Chardin, met zijn ‘kosmische mystiek’.

Identificaties

In het denken dat door Grün en Boff gepresenteerd wordt, vallen heel veel dingen gemakkelijk samen. Het is theologie met massieve identificaties: God en werkelijkheid, mens en liefde, kosmos en harmonie. Of dit wenselijk is voor heldere theologische afwegingen is de vraag. Wat Grün en Boff betreft is de ganse werkelijkheid vervuld met goddelijke liefde, van de zojuist ontdekte asteroïde Ultima Thule tot de vulkaan Krakatau, die onlangs nog een tsunami in Indonesië veroorzaakte.

Daarbij lijkt het lastig om het verwijt van zweverigheid te kunnen pareren als er dingen genoteerd worden in deze sfeer: ‘Wanneer wij verrukt naar de ontelbare sterren kijken, zijn zij het die zichzelf door onze ogen kunnen zien.’

Denken over God, mens en kosmos is zonder meer relevant, maar dan zou in de lijn van Paulus’ kosmologie, zoals omschreven in zijn brieven, ook het kritische moment meegenomen moeten worden. Naast liefde en wederkerigheid is er demonie, zijn er ‘machten’ en andere narigheid.

Jezus Christus is in ‘doodsstrijd’ tot aan het einde van de wereld, schreef ooit de natuurwetenschapper Blaise Pascal. Over dergelijke noties wordt hier heel snel heengestapt, in een poging om alles met alles te laten samenvallen, in een eenheidsmystiek die zich heel moeizaam verhoudt tot de christelijke traditie.

God in alles. Alsem Grün & Leonardo Boff. Berne Media. 16,90 euro

Democratie onder druk: hoe kunnen christelijke waarden helpen?

Pieter Anko de Vries

De democratie als staatsvorm staat wereldwijd onder druk. De ChristenUnie denkt na over hoe bedreigingen vanuit een christelijk fundament kunnen worden gepareerd.

De laatste tijd verschijnt een toenemende stroom aan boeken en analyses over de problemen waarmee democratieën wereldwijd worstelen. Autocratische leiders als Viktor Orbán in Hongarije en Recep Tayyip Erdogan in Turkije (en vele anderen) laten zien dat democratische stelsels kwetsbaar kunnen zijn. Met (soms maar net voldoende) volkssteun kunnen belangrijke rechtsstatelijke waarden en checks and balances aan de kant worden gezet.

Binnen de ChristenUnie leven zorgen over het lot van de democratie, zo blijkt uit het jongste nummer van Groen, het tijdschrift van het wetenschappelijk instituut van de partij. Het huidige ideologische geweten van de ChristenUnie, fractievoorzitter in de Eerste Kamer en hoogleraar Christelijke Identiteit aan de Theologische Universiteit Kampen prof. dr. Roel Kuiper, zegt dat technocratische aanpassingen niet zullen helpen om de democratie te redden.

Vertrouwen

Hij wijst erop dat een cultuur van vertrouwen nodig is. Een moreel fundament: de wil om het goede te zoeken voor allen en niet het eigenbelang voorop te stellen. Dit is de christelijke basis die historisch gezien ten grondslag ligt aan vele democratieën. En het secularisatieproces is een van de achtergronden die de democratie bedreigen. Hij formuleert het zo: ‘Het bederf van de democratie begint daar waar ze wordt gezien en beleefd als voertuig voor eigenbelang. Een liberale democratie die waarden en overtuiging uit het publieke domein weg wil poetsen, zet hier de deur voor open’.

Dan wordt niet, zoals Jeremia in het Oude Testament schrijft (29:7) ‘de vrede en de welvaart van de stad gezocht’, maar het politieke beeld gevormd door conflicterende groepen burgers die in een machtsstrijd zijn verwikkeld. Het systeem moet zich volgens Kuiper met andere woorden leren openen naar waarden die het systeem gezond houden.

Actualiteitswaarde

En hier ligt een belangrijke opdracht voor christenen. Zij moeten hun leven als christenen leven en tegelijk hun vrijheid gebruiken om te spreken. ‘Het slechtste wat christenen kunnen doen, is zich terugtrekken in hun privésfeer.’ En wat de ChristenUnie betreft: deze partij moet het thema over de waarden van de democratie steeds aan de orde stellen en het er blijvend over hebben.

Dit laatste heeft natuurlijk een grote actualiteitswaarde nu de partij in een regeringscoalitie zit met de liberale kampioenen VVD en D66. Beide partijen houden van wat ze noemen ‘neutraal beleid’ (dat overigens vol zit met eigen geloofsopvattingen) en zien expliciete religieuze overwegingen het liefst verdwijnen achter de voordeur. Waar bovendien de VVD meestal terughoudendheid betracht als het gaat om ‘technocratische’ veranderingen van het democratisch stelsel, behoren dit soort door Kuiper bekritiseerde ‘reddingsmiddelen’ van de democratie voor D66 nog altijd tot de kroonjuwelen.

De Commissie-Remkes heeft onlangs voorstellen gedaan voor staatkundige aanpassingen van ons parlementaire stelsel. Het is interessant om de handel en wandel van de ChristenUnie bij de uitwerking ervan nauwlettend te volgen.

Regenboogvlag op kerk, universiteit en gemeentehuis tegen ‘Nashville’

Jan Auke Brink

De regenboogvlag ging onlangs op veel plekken uit, als protest tegen de Nashville-verklaring. Scriba van de Protestantse Kerk René de Reuver noemt de verklaring ‘theologisch eenzijdig en gesloten en pastoraal onverantwoord’.

Het begon gisterochtend bij de Vrije Universiteit in Amsterdam: met een tweet nam VU-voorzitter Mirjam van Praag afstand van de Nashville-verklaring, die afgelopen weekend door meerdere medewerkers van de universiteit was ondertekend. Vervolgens werd de regenboogvlag gehesen bij de universiteit.

De actie had een sneeuwbaleffect: in de hoofdstad volgden de Protestantse Kerken Amsterdam (PKA) en de gemeente, later in de middag ging de regenboogvlag uit bij gemeentegebouwen in onder meer Utrecht, Dordrecht en Hilversum.

Statement

Het zijn uitingen van betrokkenheid bij de LHBT-gemeenschap (lesbisch, homoseksueel, biseksueel en transgender). In de Nashville-verklaring die afgelopen weekend door ongeveer tweehonderd orthodox-protestantse voorgangers, politici en andere prominenten is ondertekend, worden homoseksualiteit en transgenderisme expliciet afgewezen.
‘Op de VU voeren we graag een academisch debat over de meest uiteenlopende onderwerpen. De Nashvilleverklaring is geen debat, maar een statement waar we als universiteit die haar diversiteit waardeert verre van blijven’, zei Van Praag, voorzitter van het college van bestuur van de universiteit.

Ds. Rosaliene Israel, scriba van de protestantse kerken in de hoofdstad, was aanwezig bij het uithangen van de regenboogvlag bij de Oranjekerk in de Amsterdamse Pijp. Namens de PKA nam ze afstand van de Nashvilleverklaring: ‘Binnen de Protestantse Kerk in Amsterdam is er verdriet over deze verklaring. Wij distantiëren ons ervan. De afgelopen jaren hebben we als kerk gewerkt aan een cultuur van openheid en gesprek, ook over de thema’s waar we verschillend over denken. De toon en de inhoud van deze verklaring staat haaks op de open houding waar dit gesprek om vraagt, waarin ruimte is voor ieder om zich uit te spreken en gehoord te worden.’

Ook de landelijke Protestantse Kerk heeft nadrukkelijk afstand van de Nashville-verklaring genomen. Zo’n dertig van de tweehonderd ondertekenaars van het pamflet kwamen uit de Protestantse Kerk. René de Reuver, scriba van de generale synode, benadrukt dat dit een kleine minderheid binnen zijn kerk is: in totaal telt de Protestantse Kerk ongeveer 1600 predikanten.
‘Dit gesprek is sowieso niet gediend met verklaringen en statements over en weer, maar komt alleen verder als het op een veilige manier gevoerd wordt op de plek waar het thuishoort, namelijk in de gemeente. Het kan alleen in een open houding waarin ruimte is voor ieder om zich uit te spreken en gehoord te worden’, stelt De Reuver.

Niet bruikbaar

Verder noemt hij de verklaring ‘theologisch eenzijdig en gesloten en pastoraal onverantwoord’. Het is daarom volgens De Reuver niet bruikbaar in gesprekken over gender en seksualiteit.

In reactie op de Nashville-verklaring hebben verschillende mensen online een petitie opgestart om een ander geluid te laten horen. Zo was de anti-Nashville-verklaring op petities.nl gisteravond al meer dan tienduizend keer ondertekend. Op www.ikstanaastje.nu maakten bijna tweeduizend ondertekenaars een statement ‘voor een diverse, inclusieve en veilige kerk voor iedereen’.

Persoon van het jaar: bevolking Jemen

Edwin Visser

Edwin Visser schreef vanuit Amman in Jordanië twee jaar lang voor het Goede Leven. Nu stopt hij en blikt nog één keer terug.

Vermoorde en gevangen gezette journalisten zijn uitgeroepen tot Persoon van het jaar 2018. En het Woord van het jaar is ‘blokkeerfries’ geworden. Dat zijn blijkbaar de mensen die er toe doen en volop aandacht verdienen. Maar als we verder kijken dan de bandbreedte van onze eigen belevingswereld, zijn er nog wel wat andere suggesties aan te dragen.

Het waren ook beelden van hongerende kinderen in Jemen die het beeld van 2018 bepaalden. Mijn ZOA-collega Corine Verdoold die al jaren in Jemen werkt, beschreef wat ze zag en voelde aan emoties toen ze op een dag een foto zag van een van deze kinderen: ‘Een en al ribbenkast. Opgezwollen buik. En het meest zorgwekkende aan de foto: die vervreemde blik in haar ogen. Een blik van: ik hoor niet meer bij deze wereld. Ik kan het niet meer aan.’ Misschien had juist dit kind Persoon van het jaar moeten worden. Het zou wel een postume erkenning geweest zijn, want een paar dagen later was het kind overleden.

Vergroting van macht

De oorlog in Jemen is een van de schrijnende voorbeelden van hoe machthebbers belust zijn op vergroting van hun macht. En om dat te realiseren is niets hun te wreed. De grootste slachtoffers zijn zij die hun leven lang al voortdurend aan het kortste eind trokken. En zelfs hun leven, het laatste en kostbaarste dat ze hebben, wordt hen afgenomen.

Wat mij in het afgelopen jaar vooral raakte, was dat slachtoffers van oorlogsgeweld echt niet anders zijn dan ieder ander ‘gewoon’ mens. Ze dromen van een goede toekomst voor hun gezin, hebben ambities voor een mooie baan. Ze hebben oprechte liefde voor elkaar en kunnen niet slapen wanneer een familielid gewond of vermist is. Ze willen niets liever dan een goede opleiding voor hun kinderen, een partner voor als ze ouder zijn, kinderen wanneer ze getrouwd zijn. Ze willen genieten van muziek, kunst, de natuur. Heel veel van al die idealen worden de grond in geboord, alleen maar omdat andere mensen, die veel meer macht hebben dan zij, nietsontziend hun desastreuze plannen uitvoeren.

Pijn en trauma’s

Het was bemoedigend om in 2018 in ieder geval iets te kunnen betekenen voor deze mensen. Zo kon ZOA Syrische vrouwen counseling aanbieden om de pijn en trauma’s in hun leven een beetje te verwerken. Andere vrouwen kregen een training in taal en wiskunde of leerden een ambacht zodat ze een eigen inkomen konden gaan verwerven. Anderen werden geholpen doordat hun vernielde huis werd opgeknapt en weer bewoonbaar werd gemaakt. Het was niet alleen die materiële hulp die het verschil maakte, maar juist ook de aandacht die we hadden voor hun verhalen.

Een andere bemoediging was om er voortdurend aan herinnerd te worden hoe zeer Jezus een zwak heeft voor deze mensen. En ook de wetenschap dat ooit deze wereld zal worden hersteld naar hoe zij oorspronkelijk was bedoeld: als een plek waar voor kwaad, onheil en onrecht geen plaats is.

In januari 2017 verscheen mijn eerste bijdrage in de rubriek Standplaats. Deze bijdrage is de laatste in het Goede Leven. Na twee jaar is het tijd voor iets anders. Er zullen zeker andere scribenten zijn die deze rubriek zullen blijven vullen. Het was een genoegen om elke vijf weken een luikje te openen naar het leven hier. De ene bijdrage kostte wat meer tijd en inspanning dan de andere. Maar per saldo overheerste een gevoel van dankbaarheid om lezers in Nederland iets te laten meebeleven van het Midden-Oosten.

En vooral om aandacht te vragen voor mensen die slachtoffer zijn van geweld, onrechtvaardigheid en armoede. We leven in een wereld vol ongelijkheid. Waarom krijgen zij zo veel te verduren? En hoe kan het toch dat de grootmachten van deze wereld vrij spel hebben ten koste van hen? Voor deze vragen bestaan gewoonweg geen bevredigende antwoorden.

Lijdende naaste

Omdat dit mijn laatste bijdrage is, mag u mijn naam best vergeten. Maar het zou fijn zijn als u de lijdende naaste in het Midden-Oosten (en daarbuiten) in gedachten en gebeden blijft herinneren.

Fundamentele vragen

Tamarah Benima

De Amerikaanse en de Franse revolutionairen hebben het erin geramd: vrijheid, gelijkheid en broederschap zijn de belangrijkste waarden én rechten. We zijn voor vrijheid én hebben er recht op; voor gelijkheid én hebben er recht op; voor broederschap én hebben er recht op.

Sinds kort realiseer ik me hoe ongelijksoortig die drie begrippen zijn. De vrijheid van dwang door een absolutistische koning was waarvoor men aanvankelijk streed. Maar ook voor de vrijheid van drukpers, godsdienst en vereniging. Want zo werd oppositievoeren mogelijk. De strijd voor vrijheid is ook een strijd voor democratie. Met vervolgvragen. Wie heeft stemrecht? Wie macht? Hoe moet de democratie worden ingericht? Na 2,5 eeuw zijn we er nog niet uit. Niet vreemd, want er bestaat geen definitieve inrichting van de democratie.

De strijd voor gelijkheid brengt eigen problemen met zich mee. Hoe voorkom je dat rijken (individuen, bedrijven, bedrijfstakken) zich (laten) spekken? Hoe voorkom je uitbuiting? Welk minimaal welvaartsniveau voor alle burgers kan een samenleving opbrengen?

Nationalisme

De strijd voor broederschap is vertaald in nationalisme. Met als ideaal: alle burgers – uit alle geografische regio’s, van alle godsdiensten, van alle klassen – vormen één etniciteit. Met één vlag, één volkslied, één geaccepteerd verhaal over het ontstaan en de ontwikkeling van ‘de natie’. Het leidt noodzakelijkerwijs tot uitsluiting: jij hoort er niet bij, en jij ook niet. Of: als je erbij wilt horen, moet je worden zoals wij. Na 2,5 eeuw weten we nog niet hoe we met die insluiting en uitsluiting moeten omgaan.

Gelijkheid en broederschap staan bovendien op gespannen voet met elkaar. Want terwijl de uitgebuite werker en de rentenierende fabrieksdirecteur in één natie zijn onder te brengen, vliegen ze elkaar naar de strot zodra het om gelijkheid gaat. Na 2,5 eeuw zijn deze fundamentele vragen nog actueel. Mogen zij in 2019 worden besproken zoals de net gestorven en betreurde Amos Oz dat deed: met oprechte nieuwsgierigheid en wijsheid. Ik wens u een goed 2019.

De Tweede Wereldoorlog is er voor ouderen soms nog iedere dag

Lodewijk Born

Geestelijk verzorger en predikant Jacomette de Blois (60) uit Utrecht hoort in haar werk als pastor bijna iedere dag verhalen van ouderen over de Tweede Wereldoorlog. Het bracht haar er toe er een boek over te schrijven: Iedere dag komt het voorbij.

Ruim 26 jaar is Jacomette de Blois geestelijk verzorger, op dit moment in de Antonius Hof in Bussum. Ze is bij de Goede Leven-lezers wellicht ook bekend van de columns die ze de laatste jaren schreef. ,,Dat ik dat gedaan heb, heeft me nu geholpen bij het schrijven van dit boek”, zegt ze. ,,Ik móést na mijn werk gewoon gaan zitten en per avond een verhaal uitwerken, anders was mijn boek er nooit gekomen.”

Bijna elke dag komt, zoals ze het omschrijft, wel ‘een flard van oorlog’ voorbij in verhalen die ouderen vertellen. ,,Daar mogen we niet ‘overheen luisteren’. Het zijn namelijk gebeurtenissen die grote impact op hun leven hebben gehad, en dat van volgende generaties. Zelfs van kinderen, klein- en achterkleinkinderen.” Door die levens loopt een ‘spoor van 1940-1945 naar nu’, aldus De Blois. ,,Ik heb in die tientallen jaren veel verhalen opgeschreven, maar er zijn er ook die ik me nog zó voor de geest kan halen. Alsof ik het gisteren hoorde.”

Mevrouw De Waal

Meer dan honderd ‘waarvertelde’ flarden en verhalen heeft ze in Iedere dag komt het voorbij verweven, geanonimiseerd en vrij geënsceneerd opgeschreven. Dat leidde tot 51 hoofdstukken. Als lezer heb je het gevoel dat je je eigenlijk in de ruimte bevindt waar De Blois en de persoon in kwestie het over de oorlogsjaren hadden. Het zijn verhalen die je bij de keel grijpen.

Zo is er mevrouw De Waal, 87 jaar, die vertelt hoe Nijmegen op 22 februari 1944 werd gebombardeerd: ‘Mijn grootvader was bij me toen Nijmegen gebombardeerd werd. Wij zagen het gebeuren, heel vlakbij. We hoorden loeihard lawaai. Er was een vuurzee. Chaos. Gebouwen getroffen. Ik ben maar net gespaard, mijn grootvader is niet gespaard. Vlak voordat hij in elkaar zakte, zei hij: ‘En toch bestaat er een hemel.’ Nadat hij dat gezegd had, heb ik hem niet meer gezien of iets van hem gehoord. Het werd donker. Hij stierf een week later aan zijn verwondingen.’

De woorden ‘en toch bestaat er een hemel’ gaan haar hele leven met haar mee, zo blijkt. ‘Dat hoor ik nog… en in die hemel geloof ik ook.’ De Blois schetst hoe mevrouw De Waal een goed leven kreeg toen ze volwassen werd, ‘maar ambivalentie hoort sinds 22-2-1944 bij haar leven’.

Breinkastje

De Blois heeft gemerkt dat alles een trigger kan zijn als het gaat om het onderwerp oorlog. ,,Dat een krantenbericht of een stukje tv-journaal nare herinneringen kan oproepen is goed voor te stellen. Maar dat alle uiteenlopende geluiden, geuren, woorden, mensen, kledingstukken dat ook kunnen zijn om een stuk oorlog uit een geheugen, ’een breinkastje’, tevoorschijn te roepen, begrijpen we als naasten nauwelijks.”

In het hoofdstuk met als titel ‘Japandré Rieu’ beschrijft ze hoe een vrouw helemaal door het lint ging bij een kerstconcert op tv van André Rieu. ,,In heel wat verzorgingstehuizen en verpleegtehuizen staat de televisie aan. ‘André met Kerst, altijd goed’, denken ook de verzorgenden. Maar niet voor mevrouw Van Waarde. Ik zie haar nog krijsen en schreeuwen: ‘Ik wil hier weg. De jappen, de jappen!’” Niemand lijkt het te snappen, maar André Rieu heeft een koortje met geüniformeerde kleine Japannertjes. ,,Ze bleek in een jappenkamp gezeten te hebben en voor haar waren dit ‘de jappen’, ze voelde zich bedreigd, bang omdat ze in haar rolstoel nergens heen kon. Eigenlijk wilde ze het liefst vluchten, net als toen.”

Het belangrijkste in zo’n situatie: luisteren en iemand voor 100 procent serieus nemen in wat dit met mensen doet. ,,Wat je niet moet proberen is iets te verklaren, weg te rationaliseren of te bagatelliseren. Probeer niet de trigger te begrijpen, maar help te ontdekken en hanteren wat de trigger naar bovenhaalt en iemand zo in de war brengt.”

Oorverdovende stilte

Dat die oorlog ineens voorbij komt, is ook voor (klein)kinderen van ouders met een WOII-verleden in WO soms een verrassing. Rabbijn Awraham Soetendorp, die het voorwoord van het boek schreef, schrijft over ‘verkrampte huizen waar de stilte de boventoon voerde. Oorverdovend’. Hoe in heel wat gezinnen nooit over de Tweede Wereldoorlog werd gesproken. En hoe zoiets later als een boemerang terugkwam.

De Blois: ,,Ik heb meegemaakt hoe een dochter haar moeder, die dementerend was, helemaal in paniek zag, omdat die nare oorlogservaringen herbeleefde. En dat die dochter wanhopig uitriep: ‘Hier wisten we helemaal niks van! Waarom heeft zij of vader daar nooit iets over verteld…”

Iedere dag komt het voorbij bevat verhalen over de gaarkeukens in de oorlog, opgestapelde lijken in een Amsterdamse kerk in de hongerwinter van 1944, over liefde en verliefdheid in oorlogstijd en hoe Joodse vriendinnetjes zomaar uit de klas verdwenen. ,,Ik hoor van mensen die het boek gekocht hebben, dat ze het niet allemaal achter elkaar kunnen lezen…”

Snippertjes

Een van de verhalen die haar zelf het meest aangreep is ‘Snippertjes verbrande schriften’, over het bombardement op de binnenstad van Rotterdam, op 14 mei 1940. Hoe mevrouw De Pree, 76, vertelt hoe ze vlak bij Rotterdam woont en vertelt over die dag die Rotterdam in de as legde. ‘De wind waait onze kant uit, we ruiken de brandlucht. Dan dwarrelen vlak voor mijn voeten stukjes zwart, bruin, geschroeid, gekruld papier neer. Ik raap ze op en herken de snippertjes. Het zijn stukjes lijntjes- en stukjes ruitjespapier uit schoolschriften, Ik kan een paar letters lezen en herken het handschrift van een kind van de lagere school. Ergens in hartje Rotterdam is net een lagere school getroffen. Mijn vader en ik kijken elkaar aan en denken hetzelfde. Waar zijn de kinderen en de juffen en de meesters?’

De Blois: ,,Verbrande snippertjes, dat is dan een beeld dat alles zegt. Waar je het koud van krijgt en waarvan je weet dat iemand dat nooit meer is kwijtgeraakt.”

Het 51e verhaal in het boek is haar eigen verhaal. ‘Sinds ik me iets kan herinneren, bestaat de Tweede Wereldoorlog voor mij. Mijn ouders vonden elkaar in de mobilisatie. Een koffer vol brieven uit de oorlog vertelt hun verhaal. Vriendschap met mijn joodse buurmeisje stelde mij de vraag: wat doe ik als zij ooit gevaar loopt? Sindsdien weet ik ook dat de Tweede Wereldoorlog niet alleen tot onze geschiedenis behoort, maar aanwezig blijft in ons heden.’

Zuinig

‘De oorlog’ staat voor haar voor de ultieme cumulatie van menselijk kwaad in de Tweede Wereldoorlog, maar tegelijk ook voor alle wreedheden in oorlogen daarvoor en daarna. Voor haar propedeuse-examen van haar theologiestudie koos ze het boek De zin van het bestaan van de Oostenrijkse psychiater Victor E. Frankl (1905-1997), dat oorspronkelijk verscheen in 1946 onder de titel Ein psycholog erlebt das Konzentrationslager. ‘Het is inmiddels stukgelezen, maar ik sla het nog vaak open. Frankls realistische, maar hoopvolle kijk op mensen en zijn stelling: ‘Wie weet, waarvoor, voor wie hij leeft, kan haast elk ‘hoe’ dragen, heb ik steeds weer nodig’, schrijft ze daarover.

De Blois heeft aan de oorlog overgehouden dat je zuinig moet zijn met spullen. Ze heeft – net als haar moeder destijds – een voorraad van voedsel, kaarsen en zeep in huis. Dingen weggooien? Dat doet ze niet snel. Misschien kun je anderen nog blij maken met die spullen. Haar kleinkinderen vertellen op school hoe ‘de hobby van oma recyclen is’.

Kleding, eten, een huis om in te leven en warmte en licht, ziet De Blois als ‘een geschenk waar ze dankbaar voor is’. ,,Je hoort van ouderen dat ze niet meer hadden dan één paar schoenen en ook dát nog kwijt raakten. Ze moesten op blote voeten verder.”

Oorlogsverhalen

Haar boek is volgens De Blois niet alleen een boek over de Tweede Wereldoorlog maar ook voor het beter begrijpen van oorlogsverhalen anno 2018 – waar, vindt ze, niet veel oog voor is. ,,Vluchtelingen die ons land binnenkomen hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt, in bijvoorbeeld Syrië of Irak. Kinderen zijn getraumatiseerd. Maar we komen er amper aan toe om te luisteren naar hun verhalen. Ook omdat onze antenne er voor ontbreekt. We zijn vooral gericht op ‘een goede integratie’. Maar ooit zullen die verhalen, net als bij de ouderen uit de Tweede Wereldoorlog, naar boven komen.”

De Blois meent zelf dat haar boek is bestemd voor een brede doelgroep. Ouderen en (klein)kinderen van ouderen, maar ook werkenden in de zorg, collega-predikanten en docenten op theologische en zorgopleidingen. ,,Ik denk dat een ieder er baat bij kan hebben om dit onderwerp beter te kunnen begrijpen.” Wat haar ook opvalt. Echt iedereen die het boek gelezen heeft, komt weer met een eigen verhaal over de oorlog. ,,Jong en oud.”

Dodenherdenking

Aan het eind van het boek houdt ze een pleidooi om nooit te stoppen met de dodenherdenking van 4 mei. Ook omdat ze dit vanuit het verzorgingstehuis krijgt te horen: ’Ja, natuurlijk moet dat, dat zijn we verplicht, dat willen we ook.’

We blijven gedenken omdat we mensen zijn in een wereld met oorlog, oorlog die nooit verjaart, aldus De Blois. ‘Gedenken is meer dan alleen denken aan en zich herinneren. Gedenken heeft niet alleen met het verleden te maken maar ook met het heden en met de toekomst. Zolang er nog iemand ooggetuige is, iemand die aan den lijve de oorlog heeft meegemaakt, zolang er nog iemand is wiens ouders of (over)grootouders getekend zijn door de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog, blijven we gedenken.’

N.a.v. Iedere dag komt het voorbij. Ouder worden met de oorlog. Jacomette de Blois. Uitgave van Berne Media, 16,90 euro

Wat in 2018 toch nog bijna onvermeld bleef

Henk van der Laan

Terugkijkend op het politieke jaar 2018 zijn er drie dingen die afgelopen jaar nog best belangrijk waren maar deze rubriek niet gehaald hebben. En toch gaan we er in 2019 nog vaker van horen.

Privéleven

Tweede Kamerleden houden zich niet aan de veertigurige werkweek. Vergaderingen gaan tot ’s avonds laat door en in het weekend is er vaak nog wel een werkbezoek of een lokale afdeling die een avondje organiseert. En al dat werk wringt soms wel eens met thuis. Zo vertrok Nine Kooiman (SP) er in maart uit de Kamer omdat ze het Kamerwerk niet kon combineren met de opvoeding van haar eenjarig kind. SGP’er Elbert Dijkgraaf verliet de politiek een maand later omdat de combinatie Tweede Kamerlid-hoogleraar zijn gezinsleven en huwelijk te veel onder druk zette.

Dat in een jaar twee Kamerleden het bijltje erbij neerleggen omdat het Kamerwerk te veel werd, is een teken aan de wand. Het controleren van de regering is een belangrijke taak en dat moeten Kamerleden goed kunnen uitvoeren zonder thuis offers te moeten brengen. De oplossing is overigens vrij simpel: meer geld vrijmaken voor ondersteuning van Kamerleden. Hoe meer beleidsmedewerkers zij hebben, hoe lager hun werkdruk en hoe beter hun werk wordt. En anders moet een groot politiek taboe doorbroken worden: benoem meer Kamerleden.

CDA

CDA-congressen waren vaak niet zo spannend. Het zijn geen bijeenkomsten waar de gemoederen hoog oplopen. De aanwezigen, actieve leden en politici, komen vaker voor netwerken en lobbyen in de wandelgangen dan voor een uitgebreide discussie over een resolutie. Maar dit keer had de politiek top het lastiger. Op het voorjaarscongres steunde het congres de oproep om kritischer te zijn over de Hongaarse zusterpartij van Viktor Orbán. Op het najaarscongres riepen de leden de Kamerfractie op om de rente op de studielening niet te verhogen, ondanks dat partijleider Sybrand Buma het voorstel ontraadde.

Geen reden voor Buma om naar zijn coalitiepartners terug te gaan om de maatregel te blokkeren. In december stemde de CDA-fractie gewoon in met de verhoging. Interessant is daarom bij het volgende congres te kijken wat het gevolg hiervan is. Laten de CDA-leden dit passeren of worden ze in 2019 wat recalcitranter?

Partijruzie

Ook dit jaar was het onrustig bij 50Plus. Laatst vochten bestuursleden hun ruzie nog uit op een partijcongres. Ruzies bij de ouderenpartij gaan nooit over inhoudelijke zaken maar over procedures en persoonlijke vetes. En blijft bij veel partijen dit soort onmin binnenskamers, bij 50Plus komt alles naar buiten.

Het opvallende is dat dit gedoe geen enkele invloed heeft op verkiezingsuitslagen of peilingen. Tot nu toe overigens. Want partijoprichter en sterke man Jan Nagel werkte nog wel eens als de deksel op de pan: als de gemoederen te hoog opliepen, dan hakte hij een knoop door en was de boel snel gesust. In 2019 vertrekt hij uit de Eerste Kamer. Kan 50Plus dat aan? Al bestaat de kans dat de 79-jarige Nagel, politiek dier pur sang, het niet kan laten zijn geesteskind helemaal los te laten.

Pastorale preses van de Protestantse Kerk die wil meedenken en meebidden

Lodewijk Born

2018 was het jaar dat voor ds. Saskia van Meggelen (51) een onverwachte wending kreeg: ze werd preses van de landelijke synode van de Protestantse Kerk in Nederland. Ze blikt terug en vooruit.

Saskia van Meggelen is geboren en getogen op een van de Zuid-Hollandse eilanden, in het dorp Zuidland. Breda is haar vierde gemeente. Ze is moeder van twee dochters die op weg zijn naar volwassenheid. ,,Ook dat is een mooi avontuur.” Ze is voorzitter van de generale synode van de Protestantse Kerk. ,,Een uitdagende leidinggevende taak die ik samen met de overige moderamenleden en met ondersteuning van de dienstenorganisatie mag doen. Daarnaast ben ik nog voor anderhalve dag predikant in de Protestantse Gemeente Breda.”

Toen het jaar 2018 begon, welke datum had u toen al rood omcirkeld?

,,Nog niet één eigenlijk, maar dat veranderde snel, toen mijn kandidatuur voor het presidiaat van de generale synode in zicht kwam, vrijdag 9 maart 2018 werd een dag om gespannen en verwachtingsvol naar uit te zien.”

Op welk terrein kreeg het jaar een onverwachte wending?

,,De verkiezing tot preses was die onverwachte wending in mijn leven. Alhoewel ik al enige tijd bestuurlijk actief ben binnen de kerk, had ik dit – op dit moment – voor mezelf niet bedacht. Ik heb wel even ruimte en tijd genomen om van alle kanten te bekijken of deze functie iets voor mij was. Het is een investering waardoor je leven behoorlijk op zijn kop komt te staan. Tegelijk staat de kerk in mijn leven zo hoog aangeschreven. Als die roept en – om het met oude woorden te zeggen – ‘mitsgaders God roept’, dan moet je van goede huize komen om het niet serieus te overwegen. Ik heb ja kunnen zeggen. En tot nu toe voel ik dat ik in dit ja ondersteund wordt, door God en mensen.”

Als u enkele hoogtepunten uit 2018 moet noemen, waar komt u dan bij uit?

,,Een van mijn eerste publieke optredens was voor mij heel leerzaam. In Tsjechië ontmoette ik protestantse kerkleiders uit heel Europa. Dat was verhelderend. In die landen hebben protestantse kerken al veel langer dan in ons land te maken met het feit dat zij een minderheidspositie innemen en toch hebben ze hun eigen, soms ook stevige identiteit. Dat geeft hoop voor de kerk in Nederland. Een minderheid vormen en toch een eigen, waardevolle inbreng hebben in het publieke domein. Daarom misschien ook het voorgaan in de Bethelkapel in Den Haag met het oog op het kinderpardon, wat ik zelf heb gedaan maar ook vele andere collega’s.”

,,Maar juist ook gewone bezigheden vind ik bijzonder. Ontmoetingen met predikanten en vrijwilligers in de kerk, het samen werken aan een toekomst voor de Protestantse Kerk. Er is zoveel goeds gaande, ontwikkelingen die veelbelovend en tegelijk spannend zijn. Omdat er keuzes gemaakt moeten worden die gevolgen hebben. Gaan bepaalde wissels om, of houden we het voorlopig nog zoals het was? Waar zetten we de komende jaren op in als het erom gaat nieuw elan te brengen binnen gemeenten, hen te helpen het vol te houden en zich voluit gemeente van Christus te voelen? Om daarover te mogen meedenken, daaraan bij te dragen, ontwikkelingen ook kritisch te volgen en zoveel mogelijk draagvlak te creëren, dat is wat mij dagelijks voldoening geeft.”

Waaraan heeft u zich het meest geërgerd in 2018?

,,Als het om de samenleving gaat: polariserend gedrag. Ook op sociale media. Verhuftering. En eerlijk gezegd, ook binnen de kerk kunnen leden soms ongenuanceerd hun mening geven. Berichten die half gelezen worden. Je probeert als leiding van de kerk zo zorgvuldig mogelijk tot besluiten te komen, rekening houdend met ieders eigenheid en met de breedte van de kerk. Dat er verschillend gedacht wordt en dat de uitkomst van een proces niet door iedereen kan worden gedeeld, begrijp ik en dat voel ik ook aan, maar de toon die daarbij soms gebruikt wordt… Tegelijk heb ik bij mezelf gemerkt: denk niet te gauw dat je een ander begrijpt. Investeer nog eens om verder te komen in het naar elkaar toegroeien. Als iemand u vraagt een mijl met hem te gaan, ga er twee…”

En waar werd u blij van, wat heeft u verwonderd?

,,Ik werd en word blij van alle inzet die er is in kerkelijke gemeenten en classes om samen kerk te zijn. Daar gaan vele, vele uren vrijwilligerswerk in zitten en mensen hebben dat er toch maar voor over. Ik heb daar grote bewondering voor. En in de samenleving: mensen die de handen uit de mouwen steken om anderen te helpen, om zich belangeloos in te zetten voor een goed doel, voor mensen uit hun buurt. Chapeau voor alle zachte krachten.”

Een nieuw jaar biedt nieuwe kansen. Waar gaat u niet mee stoppen en wat is een goed voornemen? In uw privéleven en op het terrein van uw werk.

,,Ik ga niet er niet mee ophouden mijn volle inzet te geven voor de kerk. Om het even marketingtechnisch te zeggen: laat ik mijn best doen om het merk Protestantse Kerk sterker te maken. Daarbij wil ik een pastorale preses zijn: luisteren, meevoelen, meedenken en meebidden. En uiteindelijk: meewerken aan besluiten die goed zijn voor heel de kerk en zoveel mogelijk kerkleden in het bijzonder. Ik probeer komend jaar wel wat meer balans te brengen tussen werk en privé, ik heb tenslotte ook familie die mijn aandacht nodig heeft. Iets van een sociaal leven hebben is toch wel belangrijk. Waar ik zeker mee door blijf gaan is zingen: maandagavond is mijn vaste kooravond, daar komt niemand aan!”

Oudejaarsavond is een moment van stilstaan. Waar gaat u het glas op heffen?

,,Ik hoop op liefde in mijn bestaan en in dat van mijn familie en vrienden. De liefde die alles verdraagt, alles bedekt, alles gelooft en alles hoopt (1 Korintiërs 13). Waar ik zelf in mag schuilen en wat mij dierbaar is, mij veilig weet.”

Een voorspelling tot slot. ‘2019. Wordt het jaar van…….

,,Tsjonge, dat is een moeilijke… Van de zachtmoedigheid? Van de duurzaamheid? Nee, laat ik het volgende noemen: we hadden een heel goede bespreking tijdens de laatste Generale Synode van november, waarin we als leden met elkaar het geloofsgesprek voerden met de Bijbel in het midden. Wat mij betreft wordt 2019 voor de kerk het jaar van het geloofsgesprek: het met elkaar delen, zonder oordeel, van elkaars geloofservaringen. En daardoor aan elkaar groeien, elkaar beter verstaan.”

Als ik dit eind volgend jaar teruglees, dan hoop ik….

,,Dan hoop ik dat er bestendigheid zichtbaar mag zijn in het werk dat ik heb verricht. En dat ik tevreden zal kunnen zijn met hoe het leven van mijn gezin er op dat moment uitziet.”

In het Goede Leven blikken mensen uit christelijk Nederland terug op het jaar 2018 en blikken vooruit naar 2019

Hoe geef je vorm aan een christendemocratisch klimaatbeleid

Pieter Anko de Vries

Binnen het christendemocratisch denken leven verschillende opvattingen over hoe we met het klimaatvraagstuk om moeten gaan, blijkt uit het winternummer van het wetenschappelijk tijdsschrift van het CDA.

Bestaat er zoiets als een christendemocratisch klimaatbeleid. En zo ja, waar moet dat dan aan voldoen? Deze vraag staat centraal in de jongste editie van Christen Democratische Verkenningen (CDV), het wetenschappelijk tijdsschrift van het CDA.

CDA-voorman Sybrand Buma zorgde onlangs voor enige opschudding toen hij er op wees dat er door het klimaatbeleid van de overheid een tweedeling dreigt te ontstaan tussen zeg maar de elite en de ‘gewone’ mensen, De eerste groep zijn burgers die de urgentie van het klimaatprobleem zien en in staat zijn in hun persoonlijk leven aanpassingen te doen. De tweede groep bestaat uit burgers die veelal hun schouders ophalen als het over het klimaat gaat, omdat ze in hun leven hebben te kampen met heel andere problemen. Volgens Buma heeft de christendemocratische beweging de opdracht om de verbinding tussen de twee groepen te herstellen.

Sociale kwestie

Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) moet het klimaatvraagstuk worden gezien als een sociale kwestie, vergelijkbaar met het klassieke arbeidersvraagstuk in de negentiende eeuw. In een interview met CDV noemt directeur Kim Putters van het SCP het verhaal van Buma ,,wel relevant” nu het vertrouwen van middengroepen in de overheid steeds meer onder druk komt te staan door het beleid dat de afgelopen 35 jaar in het teken heeft gestaan van wat de overheid níét meer gaat doen voor de burgers.

,,De aanpak van duurzaamheid mag er dus niet toe leiden dat de mensen in de middengroepen het gevoel krijgen aan de verkeerde kant van de streep te staan”, zegt Putters. Hij stelt voor dat de elite het goede voorbeeld geeft door initiatieven van onderop te steunen en te versterken.

De interessantste bijdragen gaan over de principiële vraag hoe christelijke tradities (en islamitische) vruchtbaar kunnen worden gemaakt als het gaat om duurzaamheid.
Bijvoorbeeld het verhaal van Hans-Willem van der Waal (technisch-chemicus en directeur van AgroFair Europe bv, bekend van de Oké-banaan). Hij heeft duidelijk een ander standpunt dan Buma. Hij stelt dat een levensbeschouwelijk perspectief mensen oproept hun menselijke begeerten te te begrenzen. Zo kan duurzame ontwikkeling mogelijk worden gemaakt.

Goudzwaard

Hij vindt dat het tijd wordt om de ‘economie van het genoeg’, ooit gemunt door de econoom en ex-CDA-Kamerlid Bob Goudzwaard, weer af te stoffen. ‘Er is niets tegen economische groei en het bevredigen van begeerten, maar wel als dit bij voortduring alleen mogelijk is door uitbuiting van de natuur en de medemens.’ Niet de hoeveelheid, maar kwaliteiten en reële waarden moeten volgens hem ten grondslag liggen aan een economie die duurzame ontwikkeling mogelijk maakt.

En hij besluit: ‘Voor zo’n minder materialistische herijking van de westerse levensstijl is misschien meer steun dan we denken.’