Auteursarchief: webredactie

De ‘Stand-up theologie’ prikkelt

Tjerk de Reus

De theologie zou ‘bij de tijd’ en actueel moeten zijn, hoor je vaak. De zondagse preek natuurlijk ook. Maar hoe? Tim Vreugdenhil laat zien hoe het kan, in een prikkelend boek: Stand-up theology.

Tim Vreugdenhil (1975) is geen standaard-dominee. Misschien bestaan die ook helemaal niet, maar Vreugdenhil is toch echt een opvallende verschijning. Hij noemt zichzelf stand-up theoloog, en daarmee bedoelt hij niet alleen een bepaalde presentatietechniek.

De term ‘stand-up’ doet denken aan iets wat spontaan ontstaat: een toespraak of ‘praatje’ dat echt op de situatie is toegesneden, concreet en verrassend.

Zelf noemt hij stand-up theologie een vorm van theologie ‘voor iedereen’, dus buiten het kerkelijke protocol. Dat kan een revolutionaire indruk maken, maar Vreugdenhil is eigenlijk helemaal niet zo’n beeldenstormer en zeker niet iemand die nieuwigheden uitprobeert omdat hij gefrustreerd is over traditionele vormen van kerkzijn. Hij wil gewoon experimenteren vanuit de gedachte dat de Bijbel iedereen wat te zeggen heeft, gelovig of ongelovig.

Eigentijds

In 2015 verruilde hij de gereformeerd- vrijgemaakte kerken voor de Protestantse Kerk in Nederland, omdat hij op een pioniersplek in Amsterdam beter kon werken aan zijn idealen: het evangelie eigentijds ter sprake brengen.

Hoe stand-up theology in de praktijk ‘werkt’ kun je meemaken in Amsterdam, waar Vreugdenhil in zaaltjes en kerkzalen optreedt. Je kunt ook YouTube-filmpjes van hem bekijken. Maar de uit een gereformeerd nest afkomstige Vreugdenhil is in de grond van de zaak een man van het woord, en dat heeft nu geresulteerd in een boek: Stand-up theology, met als ondertitel ‘Een quickscan van de tijdgeest’. Een ideale kennismaking met deze opmerkelijke dominee, die niet alleen voor mensen in een zaaltje, maar ook voor lezers iets te bieden blijkt te hebben.

Het boek van Vreugdenhil bevat tien hoofdstukken, steeds geconcentreerd op een kernwoord, zoals grip, stress, food, bubbel of sorry. In het eerste hoofdstuk (over ‘grip’) schrijft hij bijvoorbeeld dat we vandaag extreem veel grip lijken te hebben op ons leven, dankzij de meest geavanceerde technieken.

Grip

Maar tegelijk lijden we aan het besef dat we grip kwijt zijn. Niet alleen met het oog op de grote wereld om ons heen, maar ook op onszelf. Vreugdenhil geeft in dit verband inderdaad een ‘quickscan’ van de tijdgeest, door te wijzen op observaties van de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter (‘borderline times’) en de Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer (‘hoe dichter de wereld zich bij onze vingertoppen bevindt, hoe verder die verwijderd raakt van ons hart’).

Dan brengt hij de Bijbelse figuur van Zacharias ter sprake, de vader van Johannes de Doper. Een man die behoorlijk veel grip op zijn leven had, maar alleen niet op het vaderschap: hij was kinderloos gebleven. Als de engel verschijnt in de tempel, vraagt Zacharias om een teken. Hij wil grip hebben, noteert Vreugdenhil. Maar juist dan raakt Zacharias alle grip kwijt, want hij kan niet meer praten en kan ook zijn priestertaak niet langer vervullen.

Kenmerkend voor het evangelie, vindt Vreugdenhil, want ook Jezus gaat zo te werk: ‘Al die dingen waardoor mensen grip denken te hebben, schoffelt hij onderuit. Carrière, afkomst, banksaldo, religie: als het er echt om gaat, helpt het niet.’

Kern van het verhaal is dat je pas grip vindt, als je grip durft te verliezen. De hoofdstukken uit dit boek laten zich nauwelijks samenvatten. Er is niet één groot thema dat Vreugdenhil van alle kanten bekijkt, hij gaat juist in op concrete zaken aan de hand van popsongs, artikelen in kranten, filmpjes op internet en noem maar op. Hij vindt het ook nuttig om zich kwetsbaar op te stellen en eens wat uit te proberen, bijvoorbeeld door actief te zijn op Tinder, een bekende datingsite. Wat dan opvalt, is zijn ontvankelijkheid voor wat zich daar afspeelt en voor wat mensen drijft.

Verder kijken

Dat plaats hij in het grotere geheel van onze cultuur en hij verbindt het met Bijbelpassages. Deze aanpak resulteert in prima leesbare, afwisselende hoofdstukken, waarin je van Vreugdenhil leert omde wereld zoals die nu is, volstrekt serieus te nemen.

En je leert er ook doorheen te prikken: verder te kijken dan wat je ziet. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld als Vreugdenhil ons hardnekkige streven naar succes of onze hang naar respect kritisch onder de loep neemt. We worden ontmaskerd, maar er blijkt altijd een nieuwe ‘grond’ te zijn waarop we kunnen landen. Dat is de realiteit van de hoop op het goede, iets wat bij Vreugdenhil nooit ver weg is. Bij het verschijnsel ‘fomo’, dat staat voor de angst iets te missen (‘fear of mission out’), schrijft hij: ‘Het goede nieuws voor fomo-lijders is: je neemt altijd jezelf mee. Als de party ophoudt, ben jij er nog wel.’ Daarbij stelt hij het verhaal van de Verloren Zoon aan de orde, over de eigenwijze zoon die na veel feestjes eindelijk ‘tot zichzelf’ kwam. Vreugdenhil noteert: ‘Je kunt er ook een vraag van maken: wie ben je eigenlijk, als je zo veel met dat ‘missing out’ bezig bent? Is de belangrijkste date misschien die met jezelf – en de spannendste?’

Voortdurend merk je dat Vreugdenhil zijn lezers mee wil nemen naar ‘echtheid’ en naar aanvaarding van de gewoonheid van het leven, zonder betweterig te zijn. Gewoonheid is nooit betekenisloos, althans niet in dit boek, want de vele Bijbelverhalen die Vreugdenhil tussen neus en lippen door vertelt, laten zien dat het allergewoonste ook het bijzonderste kan zijn. Dat vat hij mooi samen in het hoofdstuk over ‘food’: ‘Christendom is de enige religie waarin je met God kunt eten en drinken’.

Stand-up theology. Een quickscan van de tijdgeest. Tim Vreugdenhil. Uitgeverij Kok. 16,99 euro

Voetbal houdt de maatschappij en de kerk een spiegel voor

Matthijs Schuurman

Vele mensen zitten deze weken voor de buis om het WK voetbal in Rusland te volgen. Voetbal kan de kerk helpen om te ontdekken waar hedendaagse mensen door gegrepen worden en waar ze helemaal voor kunnen gaan, zo is te lezen in Leidenschaft und Fussball.

In de jaren dat Nederland meedeed met een WK of EK voetbal zocht ik ruim van tevoren het speelschema op om de wedstrijden die Nederland moest spelen in mijn agenda te vullen. Daarmee kon ik voorkomen dat er een kerkelijke activiteit of een vergadering gepland zou zijn op een dag waarop Oranje zou moeten spelen. Niet eens omdat ik zelf alle wedstrijden wil zien, maar om gemeenteleden niet voor het dilemma te plaatsen waar ze prioriteit aan zouden (moeten) geven.

Voetbal is voor veel mensen zo belangrijk dat ze er kerkdiensten of andere belangrijke bijeenkomsten laten schieten om de wedstrijd te kunnen volgen. Waarom heeft voetbal eigenlijk zo’n impact? En wat kan de kerk daarvan leren? Op deze vragen promoveerde de Duitse rooms-katholieke theoloog dr. Thorsten Kapperer. Hij is kerkelijk werker (Pastoralreferent) voor het bisdom Würzburg en jeugdtrainer.

De juiste club

Onlangs vertelde ik iemand uit mijn gemeente in Oldebroek dat ik een boek aan het lezen was over wat de kerk van voetbal zou kunnen leren. ‘Niets!’, zei hij direct, met een grijns op zijn gezicht. Hij had mij immers aangesproken over de club die ik volgde. Ik was bij iemand op bezoek geweest die enthousiast fan van Vitesse was. Daarom had ik aangegeven welke club ik volgde: Ajax. Dat was in de ogen van degene die ik sprak niet de juiste club geweest… Ik had de club van de regio moeten volgen: PEC Zwolle.

Ik ben zelf opgevoed met een duidelijke tegenstelling tussen kerk en betaald voetbal. Wedstrijden kon ik niet kijken omdat we geen televisie hadden en de predikanten waarschuwden ’s zondags op de kansel tegen ‘voetbal als afgod’. Amateurvoetbal mocht wel: mijn vader had gevoetbald en een paar broers van mij voetbalden. Ik ben mijn oudste broer altijd dankbaar geweest: omdat hij voor voetbal koos en daarom van orgelles af moest, kreeg ik de kans om op orgelles te gaan.

Thorsten Kapperer laat zien dat de kerken vanaf de negentiende eeuw enthousiaste supporters van amateurvoetbal waren. Zowel de Rooms-Katholieke Kerk als de protestantse kerken in Europa zagen in voetbal een manier om arbeiders en kinderen uit achterstandswijken verantwoorde ontspanning te bieden.

Kanaliseren

Het was volgens de kerk ook ‘een manier om hun emoties te kanaliseren’. De sport bood bovendien een mogelijkheid om de arbeiders, die in te kleine en verloederde huizen woonden en vaak ongezond werk deden, een gezondere levensstijl aan te leren. Vandaar ook dat er in het Ruhrgebied, waar vroeger veel mijn bouw was, clubs ontstonden als bijvoorbeeld FC Schalke 04 en VFL Bochum. Nog steeds organiseert het Vaticaan verschillende voetbaltoernooien, zoals wedstrijden voor priesters of voor daklozen.

In Engeland werd halverwege de negentiende eeuw het voetbal opnieuw uitgevonden. In die tijd vond een massale migratie plaats van het platteland naar de stad. De voetbalclubs die overal uit de grond schoten boden een gelegenheid om zich te identificeren met de plaats waar ze net waren komen wonen. En het gaf een onderlinge verbondenheid aan degenen die door de verhuizing naar de stad ontworteld waren geraakt.

Kapperer is vooral geïnteresseerd in de impact van voetbal op mensen. Er zijn veel verhalen te vertellen van fans die nog heel goed weten hoe zij de eerste keer een voetbalstadion bezochten en gegrepen werden door de sfeer. Voetbal werd hun leven.

Sporen van het heilige

Als voetbal zo veel betekent voor mensen, is het dan niet een soort godsdienst? Nee, zegt Kapperer duidelijk. Voetbal verleent fans een identiteit en een levensinvulling, maar er ontbreekt duidelijk een link naar het hogere, naar God. Er wordt wel vaak religieuze taal gebezigd wanneer op de wedstrijd teruggekeken wordt, maar dat gebeurt vaak op een ironische wijze. Hooguit kun je spreken van sporen van het heilige: in een cultuur waarin velen geen binding hebben met een religie kun je in voetbal iets opmerken van de functies die godsdienst voor mensen kan hebben: in de levensinvulling, in de beleving, in de rituelen rondom de wedstrijd. De beleving van voetbal komt in de buurt van een spirituele ervaring.
In een cultuur waarin velen de band met godsdienst zijn kwijtgeraakt, is het van belang dat kerken onderzoeken waar zij zich bevinden.

Voetbal kan de kerk helpen om te ontdekken waar hedendaagse mensen door gegrepen worden en waar ze helemaal voor kunnen gaan. Voetbal houdt de kerk en de maatschappij een spiegel voor en heeft zelfs een theologische betekenis, stelde emerituspaus Benedictus eens. Het ensceneert dé ambivalentie die er in onze cultuur ingebakken zit: dat enerzijds alles maakbaar zou zijn en anderzijds de ervaring dat zoveel onberekenbaar is.

Door betrokkenheid te tonen bij voetbal kan de kerk actief worden in de wereld buiten de kerk. Het is een stap om theologisch narcisme tegen te gaan waarbij de kerk alleen maar in zichzelf gekeerd is. Kapperer geeft verschillende voorbeelden.

Hij kent predikanten en priesters die betrokken zijn bij een fanclub. Het bisdom Würzburg heeft een eigen elftal. Het stadion van FC Schalke 04 in Gelsenkirchen herbergt ook een kapel. Een mooi voorbeeld is ook een kerkendag die wordt gehouden in het stadion van Borussia Mönchengladbach.

Loslaten

Deze club ging bijna ten onder, maar werd gered door een plaatselijke mecenas. De wederopstanding leidde tot de bouw van een nieuw stadion. De overstap naar dat nieuwe, moderne stadion, dat nog niet de sfeer had van het oude op de Bökelberg, leverde vragen op over de toekomst van de kerk. Wat laat je achter als het niet meer voldoet, terwijl je met het loslaten mogelijk wel aan sfeer verliest? Wat is er nodig om in de nieuwe situatie net zo’n thuisgevoel te krijgen als in de oude situatie? Zulke vragen zouden niet gesteld worden als de kerkendag niet in een voetbalstadion gehouden was.

De kerk kan van voetbal leren om een kerk voor werkelijk iedereen te zijn, stelt Kapperer. Meer dan de kerk weet het voetbal verschillende lagen van de bevolking aan te spreken.

Voetbal kan ook een voorbeeld zijn in hoe jongeren binnen de eigen club worden getraind en gecoacht. Voor hun taak op het veld. Voor hun rol binnen de vereniging, als trainer van pupillen of als scheidsrechter.

Reflectie

Als ik als vader langs de lijn sta om de wedstrijd te volgen, waarin mijn oudste dochter keept of mijn zoon voetbalt, staat mijn eigen theologische reflectie niet stil. Geregeld denk ik dan na over wat er nodig is om een team te coachen, om de spelers bij een doelpuntenachterstand aan te sturen, om ze bij tegenslag te troosten en moed in te spreken. Om ze de normen en waarden van het voetbal aan te leren.

De beste les van voetbal kreeg ik ooit van een gemeentelid. Haar kinderen waren afgehaakt van catechisatie. Ze sprak mij daarop aan en hield mij de plaatselijke voetbalvereniging als voorbeeld voor: ‘Nadat mijn jongens stopten met voetbal was er de volgende morgen direct iemand van de club die vroeg waarom ze stopten. Van de kerk heb ik nooit iemand gezien en ze zijn er nooit op aangesproken dat ze gestopt zijn.’

Matthijs Schuurman is predikant van de Hervormde Gemeente te Oldebroek
N.a.v. Thorsten Kapperer, Leidenschaft und Fussball. Ein pastoral-theologisches Lernfeld.

Nooit was integreren zo gemakkelijk

Teunard van der Linden

Volgens mijn dochter, woonachtig in het westen des lands, is Friesland ‘hip’. Het is tot ver in het land en zelfs tot in de Linda doorgedrongen, dat je momenteel in Friesland moet zijn.

Daar valt wat te beleven. Dat wisten we al door het Oerolfestival en de gerenommeerde musea. Het aantal culturele activiteiten daarnaast en daaromheen is sinds LF2018 bijna niet meer bij te houden.

In Harlingen kom je ze tegen: dagjesmensen, op zoek naar onze fontein, de grote potvis in de haven (Wallie), die onder luid gekreun op onverwachte momenten water opspuit. Prachtig! Ook groepen Duitsers, Engelsen en Amerikanen hebben begrepen dat Friesland hot is, cool en the place to be, na de topvermelding van Leeuwarden en het Waddengebied in de Lonely Planet Reisgids. Voor de fijnproevers zijn er tientallen theatervoorstellingen, manifestaties ‘Under de toer’ en concerten met de orgelwerken van Bach. Voor zover mijn waarneming strekt, doet Harlingen aan dit alles vlijtig en broederlijk mee, en staat men hier ter stede nu even niet ‘met de rug naar Friesland toe’. De topattractie met de Tall Ship Races begin augustus staat nog uit en daardoor is mijn vakantie een paar weken naar achteren geschoven.

Ik begrijp mijn dochter wel. Met zo’n boost aan activiteiten, concerten, theater, muziek etc., in een landschap waar je toch al doorheen glijdt als door een schilderij, integreer je vanzelf. De taal is nog wel even een dingetje en volgend jaar is alle drukte weer voorbij. Dat neemt niet weg dat de provincie en zijn nieuwkomers boffen met ‘Leeuwarden- Fryslân Culturele Hoofdstad’.
Wat een programma!

Onderlaag

Ik heb zelf het gevoel, dat er ergens ook nog een Bijbelse onderlaag in het verhaal zit. In de Bijbel vind je, net als in LF 2018, óók een keur aan verhalen, publiek en intiem, met waarheidzeggers en theatraal acterende profeten, drama en diversiteit, doeners en dromers, critici en veel couleur locale. Veel festiviteiten in de provincie spelen zich momenteel af op straat en in de open lucht.

Dat is precies de sfeer waarin het christendom begon en het beste gedijt. We moeten terug naar de straat, de mensen, het openbare leven. De samenleving is veel te gesegmenteerd en de kerk behept met morfologisch fundamentalisme (vormendienst). Wanneer vonkt en knettert het weer? Wordt traditie weer vloeibaar? Troost voor allen? Een spiegel voor de samenleving? Het is boffen op de golven het theater Fryslân binnen te komen.

Nooit was integreren zo gemakkelijk!

Teunard van der Linden is predikant in de Protestantse Gemeente Harlingen-Midlum. Reacties: tg.linden@gmail.com

Kerksluiting Algerije is meer dan pesterij

Jan Auke Brink

De ontwikkelingen voor christenen in Algerije volgen elkaar snel op. Eind mei kregen twee protestantse kerken in Kabylië, een gebied in het noorden van het land waar de meeste Algerijnse christenen wonen, het bericht dat ze de deuren moesten sluiten.

Ze waren niet de eersten; in meer dan tien kerkgebouwen mogen Algerijnse gelovigen inmiddels niet meer samenkomen. Maar afgelopen zondag kregen drie andere kerken juist het bericht dat ze de deuren weer mogen openen.

,,Je kunt de sluitingen misschien pesterijen noemen. Kerken worden willekeurig gesloten, om minuscule redenen”, zegt Jefta Alberts, communicatiemanager van hulporganisatie voor vervolgde christenen Open Doors.

,,Maar er is meer aan de hand in het land: christenen worden gediscrimineerd, vooral in plattelandsgebieden. Daar is sprake van uitsluiting en van fysiek geweld. De overheid heeft daar geen zicht op, en als zo’n zaak al voor de rechter komt, is het maar de vraag wat die er mee doet.”

Nooit behandeld

In 2006 is in Algerije wetgeving aangenomen die niet-moslims beknot in hun vrijheden. Het gevolg van die regelgeving is onder meer dat christelijke kerken officieel toestemming moeten krijgen van een nationale commissie om te mogen bestaan. Maar die commissie komt nooit bij elkaar, waardoor aanvragen van kerken nog nooit zijn behandeld – laat staan goedgekeurd. Toch wordt bij kerksluitingen zelden het argument gebruikt dat christendom niet is toegestaan in Algerije.

Sommige kerken worden zonder opgaaf van reden gesloten. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de twee kerken die in mei moesten sluiten. Op een ochtend verzegelde de politie simpelweg de ingang. Zonder vooraankondiging, zonder argument.

Vaker wordt naar redenen gezocht: ,,Bij inspecties kijken ze naar alles heel kritisch”, zegt Alberts. ,,Als er een kinderdagverblijf bij een kerk is bijvoorbeeld, zoeken ze naar een reden waarom die niet aan de regels voldoet.” Dat is dan voldoende grond om de hele kerk te sluiten.

Het bericht van vorige week dat drie kerken de deuren weer mogen openen, kwam even onverwacht als veel van de sluitingen. ,,Het is moeilijk de situatie precies te duiden. Via onze lokale partners weten we dat de situatie heel moeilijk is. Hoe het zich nu verder ontwikkelt, is niet te zeggen.”

Mogelijk beeld van Bijbelse koning gevonden

Bij archeologische opgravingen in Noord-Israël is een beeld gevonden dat mogelijk een Bijbelse koning verbeeldt. Het keramieken hoofdje is vorig jaar gevonden bij archeologische onderzoeksplaats Abel-Beth-Maächa. In het Oude Testament wordt deze stad onder meer genoemd in 1en 2 Samuel en in 1 Koningen.

Het is een klein beeldje, ongeveer vijf bij vijf centimeter. Oorspronkelijk zat er een lichaam onder het hoofd, maar dat is niet teruggevonden door de archeologen. Onder meer aan de baard herkennen onderzoekers dat het een man is die tot de elite heeft behoord.
Onderzoeker Robert Mullins, verbonden aan de Azusa Pacific University en leider van de opgravingen, zegt in een verklaring: ,,De elegante stijl van het beeld wijst er op dat het een vooraanstaande man was, mogelijk een koning.”

Maar welke koning zo fijntjes is afgebeeld, kan de onderzoeker niet zeggen. Wel is de periode waarin het beeld is gemaakt achterhaald: tussen 902 en 806 voor Christus. Volgens Mullins lag de stad Abel-Beth-Maächa in die periode op een soort drielandenpunt: de koninkrijken Israël, Turys en Aram-Damascus streden om de stad.

Kanshebber

Mullin ziet meerdere koningen als kanshebber: Achab van Israël, Hazaël van Aram-Damascus en Ithobaäl van Turys. ,,Maar er zijn nog meer opties”, voegt de archeoloog er aan toe.

De vondst is nu pas wereldkundig gemaakt, omdat het beeldje is tentoongesteld in het Israel Museum in Jeruzalem.

Er is een kans dat er komende zomer meer zicht komt op de achtergronden van het beeld. Dan hervatten Mullins en zijn team de opgravingen in het gebouw waar het beeld is gevonden. ,,Mogelijk ontdekken we dan van welke koning dit beeld is.”

Zie ook: https://www.youtube.com/watch?v=zzjE_G4cXII

Kabinet Rutte II: allemaal heel tof

Tamarah Benima

In New York geeft een elektronisch bord in de publieke ruimte per seconde aan hoeveel de staatsschuld bedraagt en omhoog is gegaan. Wereldwijd worden beursnoteringen een paar keer per dag aan de radio-luisteraars en televisiekijkers doorgegeven. Hoe zou de wereld veranderen als de ‘koersen’ van politiek geweld op dezelfde manier bekend zouden worden gemaakt? „China voert de notering aan van het grootste aantal voltrokken doodstraffen, het wordt gevolgd door Iran, Saudi-Arabië (…).” „Het aantal gecrepeerden in Noord-Korea heeft gisteren de twee miljoen overschreden.” „In de lijst van meest gewelddadige burgeroorlogen staat Jemen vandaag aan kop; Jemen en Syrië hebben de afgelopen week van plaats gewisseld.”

Het klinkt bizar, maar nog maar kort geleden was het ook bizar om bij het ontbijt te vernemen dat er een bus in Peru in een ravijn is gestort. Deze ideeën zijn ingegeven door het boek Vrienden tegen wil en dank. De lessen van het tweede kabinet-Rutte. Het is geschreven door de parlementaire verslaggevers Wilma Borgman en Max van Weezel. De laatste is al 42 jaar journalist. Hij is ook vriend, en zwaar ziek. Door die laatste omstandigheid lees ik nu zijn laatste boek. De bewindslieden komen allemaal aan het woord, evenals de voormalige oppositieleiders, die inmiddels bewindslieden zijn. Ik heb nog nooit zo’n soort boek gelezen. Op de een of andere manier doet het me aan De Reünie, Het mooiste meisje van de klas en Boer zoekt vrouw denken. Een parlementaire oase in een wereld die uit het lood is. De Rutte-familieleden zijn allemaal ontzettend op elkaar gesteld geraakt – ook al zijn ze van de tegenpartij.

Ik vind het machtig interessant, maar het maakt mij niet milder over hun beleid. Al die harde werkers, de vaders en moeders die hun kinderen naar school bleven brengen, de slaaptekorten en de slimme managerspraktijken – het zal wel. Ik ben nog steeds verbijsterd over de VVD en de PvdA die onbekommerd met elkaar in het echtelijke bed stapten, en ontkenden dat het overspel was. Maar steengoed geschreven is het natuurlijk wel.

De hofpredikant zit op de eerste rij

Bertjan van de Lagemaat

Was je uitgenodigd voor de Royal Wedding? Het is een veelgestelde vraag van vrienden en familie uit Nederland. ‘Je bent toch Royal Chaplain?’ Maar zo simpel is het niet om uitgenodigd te worden voor een koninklijke bruiloft in Groot-Brittannië.

Engeland is nog veel meer dan Nederland een standenmaatschappij, waar, zeker bij een gelegenheid als een koninklijke bruiloft, alles volgens protocol gaat.

Nee, ik was er dus niet bij op 19 mei. Dat had alleen gekund wanneer prins Harry was thuisgekomen met een Nederlandse dame of met een man, aangezien ik de enige Royal Chaplain in het Verenigd Koninkrijk ben die het homohuwelijk kan inzegenen… Ik bekeek de bruiloft dus vanachter de tv, net als miljoenen anderen.

Maar ik zag in de prachtige dienst wel een aantal bekende gezichten. Het gospelkoor had ik al horen zingen in de Martin Luther King Memorial in Westminster Abbey een maand eerder, waar ik wel uitgenodigd was. Een aantal hoge geestelijken had ik bovendien een week eerder getroffen in St. Pauls Cathedral. Want daar vond voor mij een kerkelijk hoogtepunt plaats voorafgaand aan de Royal Wedding.

Vrouwelijke bisschop

Het was 12 mei en op die dag werd Sarah Mullally geïnstalleerd als de 133e bisschop van Londen, de eerste vrouw op deze belangrijke positie. Een historische gebeurtenis en daar wilde ik natuurlijk bij zijn! Want dat was misschien nog wel historischer dan de huwelijksviering van Harry en Meghan.

De installatie van een bisschop is al een bijzondere gelegenheid, waar ik graag bij wilde zijn. Maar het feit dat het om de eerste vrouwelijke bisschop op zo’n belangrijke post ging, maakte het voor mij pas echt bijzonder, als vertegenwoordiger van de tolerante en liberale Nederlandse Kerk in Londen.

Maar hoe pak je dat aan als relatieve nieuwkomer die nog niet precies weet hoe dat allemaal werkt met dat ingewikkelde Britse protocol? Een voorzichtig balletje opgooien tijdens de werkgemeenschap van predikanten van de City, waar ik mijn collega’s van de Church of England ontmoet, had nog geen directe uitnodiging opgeleverd. Mijn collega’s hadden op dat moment zelf nog niet eens zekerheid of zij er bij mochten zijn.

Connectie

Dan maar de stoute schoenen aantrekken. Met hulp van een van mijn ouderlingen die Engelse is en die precies weet hoe je met de hiërarchie binnen de Church of England moet omgaan, benaderde ik de aartsdeken, de belangrijkste persoon in het bisdom na de bisschop.

Gelukkig kende ik deze Father Luke, omdat hij adviseur is van onze kerk. En jawel, dankzij deze belangrijke connectie kwam ik binnen. Niet alleen als predikant van een buitenlandse kerk, maar op mijn andere titel: The Pastor is by virtue of his office a Queen’s Chaplain, schreef Father Luke aan de organisatie bij St.Pauls Cathedral, oftewel ‘de dominee is op basis van zijn functie hofpredikant van de koningin’.

En dat – daar ben ik nu achter – maakt indruk. Ik kreeg niet alleen een uitnodiging voor de viering, maar was opeens ook onderdeel van de procession of the clergy, de lange stoet van geestelijken in hun liturgische kleding, die voorafgaand aan de dienst de kerk binnenschrijdt.

Bij de uitnodiging zaten maar liefst drie A4’tjes vol instructies. Voorafgaand aan de dienst mocht ik mij tussen de kanunniken en de bisschoppen verkleden. Er werd door hen geïnformeerd naar mijn bijzondere stola met koninklijk embleem. ‘I’m a Royal Chaplain,’ was mijn antwoord. Daar liep ik, of liever schreed ik, met mijn toga en bijzondere stola door het middenpad van St. Paul’s Cathedral, tussen de bisschoppen en andere hoge geestelijken en kwam bijna helemaal vooraan te zitten om dit historische gebeuren van heel dichtbij mee te maken. Je maakt wat mee, daar in Londen!

Bertjan van de Lagemaat is predikant van de Nederlandse Kerk in Londen.

De pastoor geïnterviewd

Peter van der Weide, St. Antonius van Paduaparochie

Ik ben onlangs door verschillende groepjes leerlingen van het Bogerman College in Sneek ondervraagd. Zo aan het einde van het studiejaar krijgen ze als opdracht iemand van de kerk te interviewen en in die kerk te filmen.

Een prachtig gebeuren waarbij je in aanraking komt met jongelui die weinig of niets van de kerk weten. Het mooie is dat er zo tijdens hun studie nog iets gedaan wordt aan levensbeschouwing, ook al hebben de meesten er niets mee.

Met de nieuwe wet op de privacy in hun achterhoofd, gewapend met tablets, komen de jongens en meisjes binnen met als eerste vraag: ‘Mogen wij u filmen?’ Dat mag natuurlijk, en dan branden ze los. Dit alles gebeurt in de grote kamer van de pastorie, waar ze even verbaasd rondkijken. Een van de jongens hoorde ik in de gang al mompelen: ‘Wat een groot huis. Dat gaat hier vast van vader op zoon.’

Voor mij een mooie aanleiding om ze fijntjes uit te leggen dat de R.-K Kerk deze traditie niet kent, of liever gezegd, niet meer kent.

Spilfunctie

Een belangrijke vraag voor de jongeren was: ‘Wat doet u zoal, behalve vieringen in de kerk?’ En dan maar uitleggen dat je als pastoor een spilfunctie hebt als voorzitter van het parochiebestuur. Dat je binnen de parochie te maken hebt met vier geloofsgemeenschappen die allemaal weer hun eigen locatieraad hebben. Dat je mensen bezoekt, of op bezoek krijgt, naar aanleiding van rouwen, dopen of trouwen, of gewoon als ze ergens mee zitten. Dat je te maken hebt met katholieke basisscholen, verzorgingstehuizen en allerlei andere contacten in de samenleving.

Een van de leukste vragen was hoe je er toe komt om dit werk te doen. Zo horen ze over je afkomst uit Bolsward, het vroegere Friese Rome, over een oom die ook priester was en waar je als kind tegen op keek, over je liefde voor kerkmuziek en over allerlei mensen die je op je pad tegenkomt die je inspireren om dit mooie werk te gaan doen en vol te houden.

Vanuit de laatste groep werd de vraag gesteld of ik ze een plek wilde laten zien waar je normaal niet mag komen. Zo eindigden we in de sacristie, een kamer waar alle gewijde voorwerpen voor de eredienst worden bewaard. De Sneker sacristie is trouwens een van de mooiste van ons land. Eenmaal binnen keken ze hun ogen uit. En dan gaat natuurlijk de kluis openen om kelken, schalen en de monstrans te laten zien.

Goud

Dan komt de vraag of alles van goud is. En dan is het antwoord: ‘Neen, maar wel de binnenkant van de kelk, want die komt in aanraking met het heilige.’

Tenslotte vertel je nog even iets over een rood kazuifel, omdat op het feest van de Heilige Bonifatius de liturgie in het rood wordt gevierd.

Zo probeer je in enkele minuten deze jonge mensen mee te nemen naar een wereld waarin schoonheid en gevoel voor dat er méér is dan het gewone, de hoofdrol spelen. En nu maar hopen dat er iets van blijft hangen. Wie weet gaat het verder van vader op zoon.

Reacties: pastoor@sintmartinussneek.nl

Crucifixen en varkensvleesbarbecues

Contrapunt
Sytze Faber

In het concentratiekamp Yodok bevinden zich, in mensonwaardige omstandigheden, circa 200.000 Noord-Koreanen. Ze worden ‘heropgevoed’. Omdat ze bij de Kim-dynastie in ongenade zijn gevallen. Zij zijn de verliezers van het Singaporese showfestival van Kim Jong-un en Donald Trump. De president van de Verenigde Staten vond het niet nodig de mensenrechten in het algemeen en hun lot in het bijzonder aan te kaarten bij zijn Noord-Koreaanse collega Kim. Ze kunnen creperen.

Voor Tony Schwartz, die als ghostwriter van Trump honderden uren met hem doorbracht, zal het geen verrassing zijn geweest. Voor hem is Trump een sociopaat: ,,Hij heeft geen waarden. Er is voor hem geen verschil tussen goed en kwaad.” Het zou inmiddels voor iedereen duidelijk moeten zijn dat Trump zich senang voelt wanneer het kwaad hem omringt en dat irritaties en bokkigheid de boventoon voeren wanneer er in zijn omgeving geappelleerd wordt aan humaniteit en verantwoordelijkheidsbesef. Zijn kinderachtige kruistocht tegen alles wat voorganger Obama zei en deed, ademt pathologie. Is zijn oog zo boos omdat Obama graag een beroep deed op het betere ik van mensen?

In moreel opzicht maakt het Amerika van Trump niet langer het verschil. Poetin houdt de Syrische gifgasdelinquent Bashar al-Assad in het zadel, voor Trump kan tiran Kim Jong-un niet kapot. Elk zijn kwaadaardige lievelingsdespoot.

En hoe is het met de mensenrechten in de Europese Unie? De nieuwe Italiaanse regering krijgt de wind van voren omdat ze de Aquarius, een migrantenschip met 629 ontheemden, weert. Onder anderen de Nederlandse eurocommissaris Frans Timmermans sprak weer verwijtende vrome woorden. Is hij goed in. Maar bij alle verontwaardiging druipt de hypocrisie er vanaf. Italië heeft intussen 650.000 asielmigranten moeten opnemen. De andere EU-landen staken geen vinger uit. De Italianen moesten zich zelf maar zien te redden met die kustlijn van 7600 kilometer. Europese solidariteit: ho maar. Mede daardoor kwamen de populisten in Italië aan de macht. En dan nu met een uitgestreken gezicht Italië de oren wassen?

Beieren

Een (ogenschijnlijk) zijpad. Twee maanden geleden besloot de Duitse deelstaat Beieren dat in alle overheidsgebouwen een kruisbeeld moet hangen. Het crucifixdecreet.

De CSU, de partij van de Beierse christendemocraten, is spookbenauwd dat ze door concurrentie van de moslimvijandige AfD bij de deelstaatverkiezingen in oktober de absolute meerderheid zal verliezen. Vandaar dat ze – eerlijk is eerlijk: tot afschuw van de Beierse bisschoppen en ook van zusterpartij CDU – het kruis in de strijd hebben geworpen. In het verlengde daarvan ligt hun huidige verzet tegen Europese afspraken over het migrantenvraagstuk. Baas over eigen grens. Het is een mes in de rug van Merkel, een van de weinige regeringsleiders bij wie af en toe iets doorschemert van humanitaire waarden. Electorale overwegingen geven bij de CSU, net als bij Trump, de doorslag. Is het bij ons beter gesteld?

De moslimvijandige Pegida wilde tijdens de ramadan varkensvleesbarbecues organiseren bij een aantal moskeeën. Om de moslimgelovigen te krenken en te sarren. Om externe redenen kwam het er niet van, maar dat terzijde. Het punt is dat als moslims, wanneer die een klap van de shariamolen hebben gehad, ondemocratische taal uitkramen onze politici in koor roepen, Buma en Rutte het hardst, dat goedwillende moslims zich daarvan omwille van hun geloofwaardigheid moeten distantiëren. Maar waar bleven zij zelf toen de Pegida-voorlieden hun stuitende barbecueplannen likkebaardend ontvouwden? Zwijgen als het graf. Nul komma nul moreel leiderschap.

De strijd met het extreemrechtse populisme kan alleen op door waarden geïnspireerd karakter worden gewonnen. In het Amerika van Trump ziet het er droevig uit, in Europa is het kantje boord.

Reageren? fabersyma@gmail.com

Ontslag voor eerste bisschoppen Chili

Na een diepgravend onderzoek naar seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk van Chili, heeft paus Franciscus het ontslag van drie Chileense bisschoppen aanvaard. Onder hen is de 61-jarige Juan Barros, een van de hoofdrolspelers in de Chileense misbruikschandalen.

Mgr. Barros werd op 21maart 2015 door paus Franciscus benoemd tot bisschop van Osorno. Bij zijn installatie werd hij er al van beschuldigd getuige te zijn geweest van het misbruik van jongens door zijn leermeester priester Fernando Karadima. Ook zou hij geprobeerd hebben deze Chileense misbruikzaak in de doofpot te stoppen.

De paus bestempelde beschuldigingen aan het adres van Barros in eerste instantie als laster. In april van dit jaar kwam hij daar op terug: de paus verklaarde toen hem verdedigd te hebben op basis van onjuiste informatie.

De paus stuurde daarop aartsbisschop Scicluna naar Chili om de zaak te onderzoeken. Dat leverde een vernietigend rapport op van 2300 pagina’s, met daarin de verhalen van 64 misbruikslachtoffers.

Ontboden

In mei ontbood de paus de Chileense bisschoppen in Rome. Tijdens dat bezoek boden alle 34 bisschoppen hun ontslag aan. Daarvan heeft de paus er nu drie geaccepteerd.

De twee ontslagen geestelijken naast Barros zijn aartsbisschop Cristian Caro Cordero en bisschop Gonzalo Duarte Garcia de Cortazar. Zij zijn beide 75 jaar oud, een leeftijd waarbij bisschoppen volgens het kerkelijk recht hun ontslag moeten aanbieden. Het is nog niet bekend wat de paus met de overige 31 Chileense bisschoppen gaat doen.