Auteursarchief: webredactie

Gevestigd en niet gezond

Tamarah Benima

Als er weer eens een nieuwe partij op het toneel verschijnt, klinkt meteen de waarschuwing: ,,Pas op, wie staat er wel niet op hun lijst? Zijn die mensen wel goed nageplozen op misstappen en mis-meningen in het heden en verleden? Pas op.” Maar zo langzamerhand blijkt dat de gevestigde partijen er ook maar een slag naar slaan.

De PvdA had, na al die jaren, kennelijk nog niet door wie ze met Marleen Barth sinds 1998 in huis hadden. Of misschien wisten ze het, maar konden ze deze ‘rode barones’ geen mores bijbrengen. Bij D66 functioneerde Jan Hoekema al sinds 1994 als politicus. Tijd genoeg om te onderzoeken of de kwalificatie van het echtpaar Barth-Hoekema door partijleider Ben Paulides van de Democratische Liberalen Wassenaar (te vinden op internet) hout snijdt. Oudgediende Alexander Pechtold: sinds 1994 onder de vleugels van de partij. Wat heet, de kop van de partij-vogel zelf. Niet te beroerd om een woning te accepteren als gift en dat af te doen als een privé-aangelegenheid.

En dan de VVD. Partij-rinoceros Opstelten moest opstappen. Vanaf 1972 behoorde hij tot het meubilair. Jeanine Hennis, Ard van der Steur , Frans Weekers, Anouchka van Miltenburg: ook weg. Ik vergeet Fred Teeven. Moest de laan uit, maar voor hem heb ik sympathie. Hij brengt zijn tijd gedeeltelijk door als buschauffeur. Zo mag ik het contact met ‘het volk’ graag hersteld zien. Bij de PvdA zijn, afgezien van de affaire-Barth, meer inschattingsfouten gemaakt. De pijnlijkste: Tunahan Kuzu en Selçuk Özturk. Ze werden uit de partij gegooid en vormen sindsdien een echte bedreiging voor de PvdA. En dan nu Halbe Zijlstra. Een regelrechte fabulant: iemand die ter meerdere eer en glorie van zichzelf een verhaal verzint waardoor hij groter en belangrijker wordt. Op de golven van de fantasie naar de toppositie van alfa-aap, zal ik maar zeggen.

Nee, kiezer, pas vooral op met die nieuwe partijtjes. Daar deugen zo veel mensen niet van, die moeten collectief worden gedemoniseerd. Helaas, hoe gevestigd partijen ook zijn, het is geen garantie voor integriteit of geestelijke gezondheid.

Werkgever en echtscheiding: een complex probleem

Jan Brouwers

Onderzoek wijst uit dat medewerkers met relationele problemen of in scheiding substantieel vaker ziek zijn. Het kost werkgevers al gauw een miljard euro per jaar. De thematiek stond centraal op een symposium in Ede.

Een symposium over echtscheiding op Valentijnsdag. En dan nog georganiseerd door de stichting Marriage Week, die gelooft in het huwelijk en in duurzame relaties. Het is nu eenmaal een realiteit dat relaties kunnen stuklopen, aldus Wim Dekker, bestuurslid van Marriage Week Nederland en associate lector informele netwerken met als specialiteit gezin aan de Christelijke Hogeschool in Ede. Het gaat erom als een scheiding eenmaal onvermijdelijk is, de gevolgen voor de betrokkenen zo veel mogelijk te beperken. Vooral voor de kinderen.

Thema van het symposium was ‘werkgevers en echtscheiding’. Diep ingrijpende gebeurtenissen, zoals overlijden of ziekte van familieleden, hebben uiteraard ook grote gevolgen voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van werknemers. Waarom dan speciale aandacht voor echtscheiding? Volgens Dekker is er inderdaad een groot verschil met andere situaties die stress veroorzaken: ten eerste zijn er voor in geval van bijvoorbeeld ziekte en overlijden in de familie meestal afspraken tussen werkgever en werknemer gemaakt.

Ten tweede is het voor de betrokkenen moeilijk om het probleem ter sprake te brengen. Het is gemakkelijker om vrij te vragen omdat je voor een ziek familielid moet zorgen dan wanneer je eerder thuis moet zijn om de kinderen op te vangen wanneer je partner je verlaten heeft, zo schetst Dekker het probleem.

Relaties

En dan is er nog de kwestie van relaties op de werkvloer: mensen werken soms jarenlang met elkaar en zien elkaar vaker dan hun partners. Daar kunnen intieme relaties uit voortkomen. Dat kan spanningen in een team geven en aanleiding geven tot roddels. Ook dat is niet bevorderlijk voor de werksfeer. Dit zijn voor werkgevers ingewikkelde kwestie die vragen opwerpen als: wat kun je daar als werkgever aan doen, in hoeverre kun je je met het privéleven van je werknemers bemoeien?

Ook de politiek ziet het probleem. Speciale gast tijdens het symposium was André Rouvoet. Hij is voorzitter van het platform Scheiden zonder schade dat voortkomt uit een motie van de Tweede Kamer. De Kamer maakte zich onder meer zorgen over de negatieve gevolgen die scheidingen hebben voor de betrokken kinderen. In een motie riep de Kamer de minister van Justitie op om vanuit de maatschappij ideeën te verzamelen over hoe het beter zou kunnen. Vervolgens kreeg André Rouvoet de opdracht om tot concrete acties te komen. Zijn platform sprak met allerlei betrokkenen zoals ouders, hulpverleners, jongeren maar ook met banken, zorgverzekeraars en woningbouwverenigingen.

Deze week presenteert Rouvoet de bevindingen van het platform. Hij kon daarom nog niet vooruitlopen op de resultaten van zijn onderzoek, maar gaf wel enkele hoofdlijnen aan. Eén daarvan is: kijk niet alleen naar de overheid, maar ook naar de sociale omgeving. ,,Die kan een dempende rol spelen. Ga het gesprek aan met werkgevers en het onderwijs.” Ook de vraag wie de zorgpremie voor de kinderen betaalt, is al een stressfactor en natuurlijk de kwestie van de huisvesting. Overleg met zorgverzekeraars en woningbouwverenigingen is dus ook van belang. ,,Niet alleen de overheid, maar de samenleving als geheel moet zijn verantwoordelijkheid nemen”, aldus Rouvoet.

Mediation

Sommige werkgevers doen dat al. Pieter Jaap Aalbersberg, chef van het politiekorps Amsterdam, wees erop dat politiepersoneel relatief vaak een relatie aangaat met een collega. Als zo’n relatie spaak loopt, heeft de organisatie een dubbel probleem. In zo’n geval biedt de werkgever mediation aan en worden mensen als het nodig is overgeplaatst om problemen binnen het team te voorkomen.

Prof. dr. Esther Kluwer, hoogleraar duurzame relaties aan de Radboud Universiteit Nijmegen, bevestigde dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat scheiden leidt tot meer ziekteverzuim. De spanningen die relatieproblemen met zich meebrengen hebben bovendien een negatieve invloed op de werkprestaties: mensen slapen slecht, zijn minder geconcentreerd en emotioneel instabiel. Ze piekeren veel en zijn overbelast door allerlei praktische problemen die een scheiding met zich meebrengt.

De deelnemers aan het symposium waren Human Resource-managers, Arbo-artsen, leidinggevenden en anderen die zorg hebben voor het welzijn van werknemers. Uit hun reacties kwam onder meer naar voren dat bedrijven ook mogelijkheden hebben om ervoor te zorgen dat relatieproblemen niet tot een scheiding leiden. Veel bedrijven hebben een budget voor de ontwikkeling van werknemers. Hier zou ook relatiebegeleiding uit kunnen worden betaald. Een van de werkgevers reageerde instemmend: ,,We geven zo veel cursussen, waarom niet over relatievorming?”

De gevolgen van een relatiebreuk kunnen complex zijn, zo blijkt in de praktijk. Werkgevers kunnen dat niet overzien. Niet elke werkgever is daarvoor toegerust. Daarom zal de Christelijke Hogeschool Ede de conclusies van het symposium verwerken in een toolkit met handreikingen.

Shell-boss blokkeert bananenmonarchie

Contrapunt
Sytze Faber

Onze parlementaire democratie lijdt aan verval van krachten. Dat werd duidelijk bij de vertoning op het Binnenhof van afgelopen week. De oppositiepartijen laat ik voor wat ze zijn. Ze konden in open doel schieten. Appeltje-eitje.

Hoofdrolspeler Halbe Zijlstra bleek losgezongen te zijn van de werkelijkheid. Leefde in een cocon. In 2014 werd de MH17 neergehaald. Terecht zei premier Rutte, dat het voor Nederland een erezaak is de onderste steen boven te krijgen. Dat is lastig. Rusland gooit de kont tegen de krib. In 2016 bestond Zijlstra het van de daken te roepen dat hij tien jaar daarvoor, als metgezel van toenmalig Shell-baas Van der Veer, aanwezig was geweest in de datsja van Poetin, die daar een ontmoeting had met een aantal mondiale energietycoons. Poetin zou toen dreigende taal geuit hebben onder andere richting de Baltische NAVO-staten. Een tikkende tijdbom, volgens Zijlstra.

Van der Veer wist dat Zijlstra over zijn aanwezigheid in de datsja loog, de Russen uiteraard ook. Hij was dus zo chantabel als de pest. Toch stond Zijlstra te trappelen om minister van Buitenlandse Zaken te worden, waardoor hij ook verantwoordelijk zou worden voor het MH17-dossier. Stekeblind voor zijn eigen hachelijke positie en schaamteloos à la Trump.

Zijlstra is al de zesde VVD’er die bij Rutte van de kabinetswagen waait. Dat is niet normaal. Is er bij Rutte soms een steekje los met zijn mensenkennis en/of zijn affectie? Het is ook vreemd dat hij zegt zich niet te kunnen herinneren hoe lang hij al op de hoogte was van Zijlstra’s leugen. Maar ook al was dit – naar zeggen van Zijlstra – maar veertien dagen, waarom is hij toen niet onmiddellijk in actie gekomen om te voorkomen dat er een uitslaande brand ontstond? Vragen te over. De coalitie had echter niet de behoefte er ook maar eentje te stellen.

Slavenzielen

In 1978, een generatie geleden, werden de politieke middenpartijen geleid door Lubbers, Den Uyl, Wiegel en Terlouw. Nu zijn dat Rutte, Buma, Pechtold (en Segers als hulpsheriff). Wie een niveauverschil meent te zien, zal ik niets tegenwerpen. Veel belangrijker is echter of er nog wel gesproken kan worden van een politiek centrum. Niet alleen omdat het eertijds oppermachtige CDA van de vijftig Kamerzetels er dertig kwijtraakte. Het CDA heeft, evenals de VVD trouwens, ook sterk aan ideologische kracht ingeboet.

Onder Balkenende schoof het CDA in sociaaleconomisch opzicht op naar de VVD, het leek zelfs wel eens een VVD-light te zijn. Onder Buma is het CDA wat betreft migratie en integratie erg gevoelig geworden voor de sirenenzang van populistisch rechts. Daarnaast zijn de pro-Europa-opvattingen van Lubbers c.s. verstikt in een moeras van euroscepsis. Het politieke centrum heeft anno 2018 niet meer een eigen, aansprekend ideologisch verhaal. Daardoor wordt de toon nu vooral gezet door (ultra)rechtse flankpartijen.

Er is in het midden ook geen zelfvertrouwen meer. Onderdanigheid naar Rutte toe, en ook naar Zijlstra. Tot op het laatste moment stonden Buma, Pechtold en Segers klaar om Zijlstra te omhullen met de mantel der liefde. Politieke slavenzielen. Dat vond Van der Veer kennelijk ook. Op de avond voor het Kamerdebat verklaarde hij dat Zijlstra niet alleen nooit in Poetins datsja was geweest, maar dat de strekking van zijn geopolitieke betoog over de Baltische landen, waar Buma, Pechtold en Segers zich aan vastklampten, ook apekool was. Toen was het gedaan met de koopman.

Niet de Tweede Kamer, maar Van der Veer verhoedde dat we de weg insloegen naar een bananenmonarchie. Je zou warempel bijna vrede krijgen met die door Shell (en Unilever) afgedwongen verlaging van de dividendbelasting met liefst 1,4 miljard euro.

Reageren? fabersyma@syma.com

Inwijding is Oosterhuis’ messiaanse ideeënwereld

Tjerk de Reus

Het werk van Huub Oosterhuis blijft mensen inspireren. Een wereld van recht en gerechtigheid, dat is het grote visioen waar Oosterhuis over schrijft, dicht en zingt.

Als je kennis wil maken met Huub Oosterhuis (1933), waarmee moet je dan beginnen? Met het boekje Bid om vrede (1966), met gebeden en gezangen, vele malen herdrukt? Dat zou geen slecht idee zijn, want de verbinding van geloof, maatschappij en politiek is karakteristiek voor Oosterhuis.

Maar daarna schreef hij nog zoveel meer: een eindeloze rij publicaties, voor niemand meer bij te houden. Nuttig daarom dat er mensen zijn, kenners van zijn werk, die uit sympathie voor Oosterhuis zijn boeken doorbladeren om er karakteristieke fragmenten uit te kiezen. Dit heeft in 2016 geleid tot de ‘nieuwe catechismus’, getiteld Alles voor allen. Kees Kok, die al veel deed voor de bekendheid van het werk van Oosterhuis was hier de verantwoordelijke samensteller, met als resultaat dus een geloofsleer à la Oosterhuis. Nu heeft ook Elte Rauch dit pad van selectie bewandeld: zij stelde recent een boek samen dat je het hele jaar door kunt lezen, elke dag een bladzijde, getiteld: Een weg van dagen. Het boek bevat ‘Bijbel, bezinning, poëzie’, gekozen uit de breedte van Oosterhuis’ werk. Een dagboek dus met gevarieerde inhoud, dat je kunt lezen als een laagdrempelige inwijding in Oosterhuis’ theologie, zijn passie en zijn ideeënwereld.

Dat er steeds weer boeken verschijnen van Oosterhuis, zegt iets over zijn gedrevenheid. In het geval van de genoemde publicaties, Alles voor allen en Een weg van dagen, is er natuurlijk sprake van recycling. Maar dat dit wordt gepubliceerd in boekvorm, maakt duidelijk dat er een markt voor is: mensen die Oosterhuis aansprekend vinden en zijn boeken kopen. Bijzonder is het dat deze Amsterdamse ex-priester al zóveel decennia zijn lezerspubliek weet te interesseren. Zo houdt leerhuis de Olterterperkring in Beetsterzwaag op 25 februari een studiedag over de genoemde ‘nieuwe catechismus’ van Oosterhuis.

Beeld van Jezus

Wie zijn de lezers van Oosterhuis vandaag? Volgens een landelijk opinieblad moet je dan vooral denken aan ‘progressieve kerkgangers die Jezus naar hun eigen beeld hebben herschapen als een Vrij Nederland-abonnee met een voorkeur voor Max Havelaar-koffie, linnen schoudertasjes en een onverzorgde tuin’.

Dat is grappig geformuleerd, ook te kort door de bocht, maar ergens ook raak: in Oosterhuis werk speelt zich een herziening af van de geloofstraditie, met zeker ook gevolgen voor het beeld van Jezus. En wie Oosterhuis goed leest, weet dat het afstand nemen van onverteerbare dogma’s omtrent Jezus, gepaard gaat met de introductie van nieuwe dogma’s. Onontkoombaar natuurlijk, maar wel goed om te onderkennen: Alles voor allen is écht een catechismus, met waarheidsaanspraken en onwankelbare stellingnames.

Thematiek

Wat is karakteristiek voor Oosterhuis, lettend op de twee genoemde boeken? Het ligt voor de hand om te wijzen op het visioen van recht en gerechtigheid, de leefbare aarde, einde aan het uitbuiten, zorg en respect voor weerloze mensen, eerbied voor mens en natuur. Inderdaad vormt deze thematiek, door Oosterhuis eindeloos herhaald en gevarieerd, het hart van de zaak. Geloof kan voor Oosterhuis geen vlucht zijn in vage beelden over een God die ergens ver weg vertoeft in zijn eeuwigheid. Hij is de metafysische God voorbij, zoals dat heet. Wat dit betreft kan Oosterhuis zich behoorlijk fel uitspreken, Dat kan een gevoel van bevrijding geven aan mensen die moeite hebben met het aloude traditionele geloof, maar wel met het christendom verder willen. Wie echter enige kritische zin heeft ontwikkeld op basis van exegetische inzichten, zal onderkennen dat Oosterhuis nu eenmaal zijn eigen interpretatiesleutel heeft en als gevolg daarvan overal in de Bijbel de boodschap verneemt die hijzelf graag hoort.

Een kernwoord voor Oosterhuis is ‘messiaans’. Hij heeft afgeleerd te spreken over Jezus Christus, daar kleeft wat hem betreft te veel on-Bijbelse dogmatiek aan: het ‘populaire Paulus-praatje’ over God die zich in Christus met de mens verzoent. Liever spreekt Oosterhuis over Jezus Messias. Maar of je Oosterhuis echt helemaal in het hart kijkt, met dergelijke standpunten, is de vraag. In Een weg van dagen valt ergens te lezen: ‘Hoe dorsten wij te weten wie Gij zijt.’ Dit is een opvallende zin, van een mooi klassiek kaliber. Oosterhuis maakt met zo’n zin duidelijk dat het ergens vandaan komt, zijn betrokkenheid bij het messiaanse, bij de linkse politiek en bij clubjes van wereldverbeteraars. Heil en vrede op het horizontale vlak is, op de keper beschouwd, onlosmakelijk verbonden met die mysterieuze Ander: de bron van messiaanse bezieling, die Oosterhuis in Jezus ziet oplichten.

Alles voor allen. Een nieuwe catechismus. Samengesteld door Kees Kok. Uitgeverij Kok. 18,99 euro
Een weg van dagen. Bijbel, bezinning, poëzie. Teksten van Huub Oosterhuis. Gekozen door Elte Rauch. Uitgeverij Van Gennep. 19,90 euro

Premier wordt pas echt populair als hij weg is

De Haagse week
Henk van der Laan

In een week waarin de ene dag in het teken stond van de gêne over een stomme leugen van een ervaren politicus en de volgende dag in het teken van de bewondering voor een overleden staatsman, dringt zich de vraag op of je vergelijkingen kan trekken.

Als eerste: Halbe Zijlstra is niet de eerste die om een stommiteit onhoudbaar was in zijn positie. Ook de deze week overleden oud-premier Ruud Lubbers kende in zijn eerste kabinet zo’n geval. Al na enkele dagen na de beëdiging in 1982 moest de VVD-staatssecretaris van Defensie, de NOS-journalist Charl Schwietert, aftreden. Reden: hij had onterecht geclaimd een universitaire opleiding te hebben afgerond.

De buitenwacht kent nu na acht jaar de methode-Rutte wel en speculeert openlijk over zijn vertrek. Zijn amicale houding is niet meer verfrissend, maar begint te irriteren. Zijn fouten, zoals zijn weinig gelukkige hand in het kiezen van VVD-bestuurders, blijven langer hangen dan zijn successen.

Staatsman

Daarom is het zo aardig om te zien hoe Ruud Lubbers deze week, maar eigenlijk al de afgelopen jaren, werd bejubeld als een echte staatsman. Dat was in de jaren dat hij premier was wel anders. Zijn eerste twee kabinetten met de VVD haalden de bezem door de Nederlandse overheid. Veel bewindslieden kwamen uit de private sector en wilden als managers het land besturen als ware het een bedrijf. En in deze BV Nederland was er geen ruimte voor budgetoverschrijdingen en een uitdijende verzorgingsstaat. Dat bewindspersonen uit het bedrijfsleven extra gevoelig zijn voor affaires vanwege hun connecties en nevenfunctie, ondervond het kabinet-Lubbers meermaals.

De protesten liepen hoog op, er waren continu stakingen. Zo was er de actie van brandweerlieden die vanwege een korting op hun salaris het Binnenhof vol met blusschuim spoten. Nu, achteraf, wordt Lubbers om zijn no-nonsensebeleid geëerd. Eindelijk werd de economische crisis gekeerd, eindelijk de begrotingsgaten gedicht.

Hetzelfde geldt voor de kruisrakettenkwestie. Nu weten we hoe briljant zijn oplossing was om de plaatsing van de Amerikaanse kruisraketten toe te laten op een dusdanig ver verwijderd tijdstip, dat in de tussentijd de plaatsing niet nodig zou blijken te zijn. Maar dat wisten de duizenden demonstranten die Lubbers uitfloten en de rug toekeerden niet. Lubbers wel, maar die zei dat niet. Want internationale successen haal je in stilte, niet met een grote mond – dat is iets wat Zijlstra was vergeten.

Geheugen

Lubbers wist ondanks alle protesten en slechte publiciteit wel een aantal grote verkiezingsuitslagen neer te zetten. Net zoals Rutte overigens, of Jan Peter Balkenende. Het aantal mensen met een grote mond is meestal toch kleiner dan het aantal kiezers dat wel tevreden is.

Alle affaires en schandalen (bijvoorbeeld de RSV-enquête en de paspoortenaffaire) uit de jaren tachtig zijn nu weggestopt in het geheugen en slechts ideaal materiaal voor Andere tijden. Zo werkt het geheugen: de vervelende dingen vervagen, het positieve blijft hangen. Maar ook: op een afstandje zie je het geheel beter.

Waardering van een premier komt met de jaren. Dat gold voor Ruud Lubbers, Piet de Jong en wellicht ook ooit voor Mark Rutte.

Verlies bij GKV: nu onder de 117.000 leden

Het ledenaantal van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) is onder de 117.000 gekomen. Op de peildatum van 30 september 2017 bedroeg het aantal belijdende leden 76.614 en doopleden 40.213. Daarmee staat het totaal op 116.827. Op 1 oktober 2016 waren dat er nog 118.357. Een afname dus van 1530 leden. Het verlies is ruim vijfhonderd leden méér dan in de periode oktober 2015-september 2016.

De regio Noord, waar onder meer de classes Drachten, Groningen, Grootegast en Leeuwarden onder vallen, telde op 30 september vorig jaar 29.862 leden, waarvan er bijna twintigduizend belijdend GKV-lid zijn.

Het Noorden neemt het grootste deel van de teruggang voor zijn rekening: 651 leden. Opvallend is dat landelijk gezien zich meer GKV-leden onttrokken aan de kerkgemeenschap: 2211 (in 2015/2016) tegen 2585 (2016/2017). Naar de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) stapten 315 kerkleden over. Omgekeerd traden er ook 224 PKN’ers toe tot het kerkverband van de gereformeerd-vrijgemaakten. Het totale aantal toegelaten steeg van 614 naar 667.

In 2003 had het kerkverband nog ruim tienduizend leden meer: 126.949. 2017 was een roerig jaar in de GKV, met name door het besluit over toelating van de vrouw tot de ambten van diaken, ouderling en predikant. In het jaaroverzicht schrijft Jan Kuiper dat het opvalt ‘dat er tot nu toe geen sprake is van een uittocht van verontrustte broeders en zusters. Er zijn wel wat meer leden die zich aangesloten hebben bij de kerken van wat in de volksmond de nieuwe vrijmaking heet, maar dat gaat om enkele tientallen.’

Ander beeld

Volgens Kuiper is dat nog geen reden om nu maar opgelucht adem te halen. ‘De peildatum voor de cijfers is 1 oktober, terwijl het besluit van de synode vlak voor de vakantie is genomen.’ De behandeling van het besluit door lokale kerkenraden moet veelal nog plaatsvinden. ‘De cijfers voor 2018 kunnen een ander beeld geven.’

Een opvallend iets vindt Kuiper ook dat er in 2017 het verschijnsel was van mensen die ‘bewust kerkloos worden, juist vanwege hun betrokkenheid bij het evangelie’. Oprechte gelovigen die teleurgesteld zijn in de gevestigde kerk. ‘Zij konden zich daar niet in kwijt in hun eigenheid.’

De diepere laag van de veertigdagentijd

Lodewijk Born

Met Aswoensdag begon afgelopen week de veertigdagentijd op weg naar Pasen. Zondag was de eerste zondag van de veertigdagentijd. In het kerkelijk jaar heeft deze zondag de naam Invocabit. De term is Latijn voor ‘Roept hij Mij aan’. Het verwijst naar de woorden van psalm 91:15. ‘Roep je mij aan, ik geef antwoord, in de nood zal ik bij je zijn, je bevrijden en met roem overladen’, zoals het staat in de vertaling van de Nieuwe Bijbelvertaling (2004). In de tekst van de Herziene Statenvertaling (2010) staat het nog scherper: ‘Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem verhoren, in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn, Ik zal hem eruit helpen en hem verheerlijken’.

De psalmist spreekt over het wonen in de beschutting van de Allerhoogste en overnachten in de schaduw van de Ontzagwekkende. Het Invocabit heeft het dus over een nabijheid van God die dichtbij komt. Niet vanuit de mens naar God maar vanuit God naar ons. In de kerk verandert de liturgische kleur. In deze periode hangt over de liturgische tafel of de preekstoel een paars antependium. Het groen, dat er sinds 6 januari (Driekoningen) hing, maakt plaats voor een kleur van inkeer en verootmoediging, ingetogenheid, boete en rouw.

Alternatieve invulling

Verootmoediging, inkeer, rouw? Wie de ontwikkelingen rondom de lijdenstijd volgt krijgt een ander gevoel. In veel kerken is de term lijdenstijd ‘ingewisseld’ voor veertigdagentijd. De nadruk ligt op bezinning, onthouding. Qua eten, maar ook minder op je mobieltje kijken – of Netflixen. Een Amersfoorts christelijk financieel adviesbureau biedt een alternatieve invulling voor de veertigdagentijd: 40 dagen financieel vasten. ‘Om samen te groeien in financiële rust.’

Hulporganisatie Tear heeft een ‘40 dagenkalender tegen armoede en onrecht’. Kerk in Actie ontwikkelde de campagne Onvoorwaardelijke liefde. Deze zoomt in op oorlogsgebieden als Syrië en Uganda waar moeders in oorlogsomstandigheden proberen te overleven en voor hun kinderen moeten zorgen. Ook gezinnen in armoede in Nederland worden genoemd. ‘In deze veertigdagentijd staan wij stil bij moeders, vaders, verzorgers én grootouders in alle delen van de wereld die de ruggengraat van de samenleving vormen. Door hun inzet krijgen hun kinderen én hun gemeenschap nieuwe hoop en kracht.’

Deze vormen van inkeer zijn ‘bezinningstijden’ die je ook zo in de zomer kunt plaatsen. Ze zijn afgedwaald van waar de veertigdagentijd voor is bedoeld: concentratie op het lijden en sterven van Jezus, en van daaruit op het leven voor Hem. Op het oecumenisch leesrooster staat afgelopen zondag onder meer een tekstgedeelte uit de eerste Petrusbrief, over het heiligen en eren van God. Het voelt misschien ongemakkelijk, maar laat de lijdenstijd recht doen aan wat er met Goede Vrijdag en Pasen herdacht wordt.

Denken over identiteit als culturele splijtzwam in de samenleving

Pieter Anko de Vries

Het culturele ravijn dat de samenleving splijt, wordt vooral zichtbaar als we het hebben over onze ‘identiteit’. Bestaat die echt of is het juist beter haar weg te relativeren?

Je ziet het al in het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek. Daar lijkt het gebruik van het Engels steeds meer de norm te worden. Hierop is terecht een storm van kritiek losgebarsten de afgelopen maanden. Want we vergeten dat door de verengelsing de kloof tussen maatschappij en wetenschap – in ieder geval waar het gaat om taal en cultuur – steeds groter wordt.

Taal hoort meer te zijn dan een instrument waarmee je informatie uitwisselt. Taal vormt mede de identiteit van een samenleving. Wie werkelijk met een gemeenschap in gesprek wil treden moet ook haar taal, en hier dus Nederlands, willen spreken, schrijven de VU-hoogleraren Ad Verbrugge en Garbiël van den Brink in de inleiding van de onlangs verschenen bundel Waartoe is Nederland op aarde? In het boek verkennen verschillende auteurs de vraag of er zoiets is als een Nederlandse identiteit en zo ja, hoe die er dan uitziet.

En ja, er bestaat zoiets als de Nederlandse identiteit. Hebben partijen als de PVV van Geert Wilders en FvD van Thierry Baudet als grootste troubadours op de identiteitstrommel dan toch gelijk? Zitten de cultuurrelativisten aan de andere kant van het ravijn in de samenleving fout?

Relativisme

Ja, zegt redacteur Van den Brink. En hij is stellig is zijn oordeel. Het moet afgelopen zijn met de vrijblijvendheid. ,,Er is al geruime tijd culturele strijd in ons land. Te lang hebben we gezegd: iedereen mag zelf bepalen hoe hij zich gedraagt. Dat is een oneerlijk verhaal waar we noch de nieuwkomers, noch onszelf een dienst mee bewijzen. Als je homo-onvriendelijke opvattingen hebt of het normaal vindt te sissen naar vrouwen op straat, sta je op gespannen voet met de cultuur die hier is ontstaan. We moeten af van het cultureel relativisme. Het is meedoen of niet”, zegt hij in een interview.

Hoe onze identiteit eruitziet? Van den Brink gebruikt de polder als metafoor. Het lijkt een cliché, maar het gebruik van water en de bescherming daartegen is een constante in onze geschiedenis. Het water is onze vriend: het biedt welvaart (handelsmogelijkheden, maar ook mondialisering met zijn negatieve kanten) en vrijheid om er op uit te kunnen. Het levert ook gevaar (overstromingen), waardoor er constant overleg nodig is over de veiligheid. Zulks overleg vraagt gelijkwaardigheid. De keerzijde van veiligheid is dat we te vast zitten aan regels. Verder is eerlijkheid een identiteitsbegrip. Je moet in de polder op elkaar aan kunnen en kunnen zeggen wat je denkt. Ten slotte hoort ook zorgzaamheid erbij. De polder vergt dat we dat we onszelf moeten redden en daarom goed voor elkaar moeten zorgen. Dit heeft echter steeds het gevaar in zich dat vreemden worden buitengesloten.

Al deze aspecten vormen samen onze identiteit. Ieder tijdperk legt de nadruk op een of meer van deze aspecten. Steeds is er de zoektocht naar evenwicht. Altijd is er spanning. En het lukt alleen evenwicht te vinden als iedereen, ook de nieuwkomers, de waarden (h)erkent.

Dictatoriaal politiek beleid

Tamarah Benima

U moet zijn bij www.donorregister.nl als u geen orgaandonor (meer) wilt zijn. Dan weet u dat vast. Er zijn goede redenen om geen donor te zijn. Voor mij gaf jaren geleden een interview met chirurgen en verpleegkundigen die donororganen ‘oogsten’ (zo heet dat) de doorslag. Je mag ervan uitgaan dat ze achter hun werk stonden en de regels zorgvuldig toepasten. Toch wilde geen van allen donor worden. Maar het afstaan van organen na de dood is toch een daad van compassie? Zeker. Maar de paradox is dat het tekort aan donororganen de ontwikkeling van donorweefsels en donororganen in het laboratorium heeft gestimuleerd. Dáárvan moet de oplossing komen, niet van het schenden van lichamen van gestorvenen die daarvoor geen actieve toestemming hebben gegeven.

Maar die actieve toestemming hadden ze toch kunnen geven? Dat is de vraag. Er zijn in ons land iets minder dan 13,5 miljoen volwassenen ouder dan achttien jaar. Van hen zijn er zo’n 270.000 dement en zo’n 132.000 schizofreen. Dan zijn er nog zo’n 3100 ernstig depressieve mensen ouder dan 80 jaar. Verder hebben we in dit land minimaal 300.000 zwakbegaafden (mensen met een IQ van minder dan 70). Oftewel 705.000 volwassenen die geen mogelijkheid of interesse hebben om goed te doordenken wat ze willen en vervolgens een formulier van de afdeling Donorregistratie van het Ministerie van Volksgezondheid in te vullen, laat staan hun DigiD daarvoor te gebruiken. Dus die alleen al zullen niet actief toestemming geven of weigeren.

Die 705.000 dementen, schizofrenen, depressieve hoogbejaarden of zwakbegaafden vormen zo’n 5 procent van de volwassenen. Volgens onderzoek is 51 procent van de Nederlanders vóór automatisch donorschap, zoals D66 en zijn medestanders willen, en 49 procent tegen. Een verschil van 2 procent. Misschien willen die 705.000 best donor zijn, alleen je weet het niet. Mag de staat dan beslissen dat hun dode lichaam geschonden mag worden omdat het automatisch tot ‘oogstgebied’ is verklaard door het parlement? Nee. Dit is dictatuur.

Het mystieke streven naar ‘zelfloosheid’ vraagt eigenlijk een krachtig zelf

Tjerk de Reus

Mystiek is een geliefde tak van het christendom, zeker ook vandaag. Mensen kiezen soms liever voor verstilling en voor het loslaten van stellige zekerheden, en uiteindelijk voor het loslaten van het ‘zelf’.

Het klinkt meteen een beetje vaag: loslaten van het ‘zelf’. Tenminste, als je niet bekend bent met de wegen der mystiek in twintig eeuwen christendom. Want het loslaten van het ‘zelf’ en de keuze voor ‘zelfloosheid’ om op die manier God nabij te komen, kom je tegen in mystieke geschriften uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, maar ook van christelijke schrijvers uit de twintigste eeuw.

Dun spoortje

Mystiek heeft er in het christendom altijd bij gehoord. Je zou de mystiek kunnen omschrijven als een dun spoortje vlak naast de officiële kerkelijke lijn van geloof en dogma. Maar hoe dun ook, dat spoortje had altijd wel invloed.

Daarom keken kerkelijke autoriteiten vaak argwanend naar de mystiek en haar beoefenaars. Waren dergelijke lieden – bijvoorbeeld Ruusbroec, Hadewijch of Meister Eckhart – niet bezig zich los te maken van het kerkelijke gezag?

Lieten ze de welomschreven kerkelijke geloofsleer niet los, met hun eigenzinnige benadering van God?

Het is waarschijnlijk vooral dit laatste aspect dat de mystiek zo kansrijk maakt voor vandaag. In een tijd van secularisatie voelen veel mensen zich niet prettig in de kerk, omdat ze moeilijk de eenduidige traditionele ‘waarheden’ kunnen beamen. Je op God richten, zou dat ook kunnen buiten dergelijke ‘waarheden’ om? De mystiek lijkt hierop een positief antwoord te geven.

Innerlijke huishouding

Toch is mystiek geen simpel kunstje, in de sfeer van ‘aan geloof doen zonder te hoeven geloven’. Dat blijkt wel uit het boek dat Marc De Kesel wijdt aan de mystiek. Het heet Zelfloos en zoomt in op ‘de mystieke afgrond van het moderne Ik’. Dat klinkt al niet erg ontspannen. De Kesel maakt duidelijk dat het voor mystici een enorme worsteling was om hun innerlijke huishouding, hun zelf dus, echt leeg te maken voor God. Want precies dát was hun streven. Om die goddelijke Ander te ontmoeten moest het al-te-menselijke opzij gezet worden. Dan gaat het om beelden van God die voortkomen uit ons beperkte voorstellingsvermogen.

Maar er was ook nog iets heel anders aan de hand met Franse mystici uit de zeventiende eeuw. Zij dachten na over de vraag hoe het nu zit met de liefde van God en de volmaaktheid daarvan. Kan onze liefde daar iets aan toevoegen? Kan God wel iets beginnen met onze onvolmaakte liefde, als Hijzelf immers volmaakt is? Een belangrijke kwestie is dan de zelfloosheid.

De mens zou zich zozeer moeten richten op de volmaakte liefde van God, dat als gevolg daarvan zijn eigen ik of zijn zelf helemaal verdwijnt of niet meer ter zake doet.

Concentratie

Wat De Kesel hierover vertelt in zijn boek, laat zien hoe diepgaand en complex de wegen der mystiek kunnen zijn. Het vraagt behoorlijke concentratie van de lezer om deze kwesties te kunnen meemaken.

Maar als je dat weet op te brengen, krijg je zicht op de ‘draai’ die De Kesel waarneemt in de mystiek: als je jezelf echt in een staat van zelfloosheid weet te brengen, dan móét je wel een ijzersterk zelf hebben.

Geen slappe, krachteloze ik dus, maar juist een sterk ik. Dat is, zegt De Kesel, de paradox van de mystiek.

Streven naar volstrekte zelfloosheid vraagt eigenlijk een krachtig zelf.

In het licht van het verleden

De Kesel is geen historicus, hoewel zijn boek een sterk historische sfeer ademt. Het gaat hem echter om het heden, maar dan wel in het licht van het verleden. Als hij schrijft over de mystiek, doet hij dat met het oog op de ontluikende moderniteit: de nieuwe geest die opstak in de cultuur van West-Europa. We hebben het dan over de periode rond het jaar 1600. Deze nieuwe sfeer in de cultuur leidde tot twijfel aan de geijkte geloofswaarheden, en dat maakte de verhouding tot God anders. Het was niet meer vanzelfsprekend dat God de ‘grond’ van alles was. De mens kwam centraler te staan.

En in die tijd leven we nog altijd, hoewel de cultuur van West-Europa natuurlijk door allerlei latere fases heen is gegaan. Hoe dat ook zij, door de centrale plek die de mens ging innemen, kwam er een enorme nadruk op ons zelf te liggen, noteert De Kesel: wíj zijn de oplossing voor de wereldproblemen, wíj zijn het centrum van alles. Dat is nogal problematisch, vindt De Kesel, daar lopen we mee vast.

Ontsnappingsroute

Volgens zijn waarneming fungeert de mystiek voor hedendaagse mensen als een soort ontsnappingsroute: van een dik zelf naar de zelfloosheid. Maar of dat zomaar kan, valt te betwijfelen, wordt in dit boek duidelijk. Want zoals gezegd, wie met een grote krachtsinspanning zichzelf richting de zelfloosheid weet te duwen, moet wel een ijzersterk ego hebben.

Het boek van De Kesel bevat zeven diepgravende beschouwingen over mystiek, in verhouding tot de moderne levenservaring. Maar hoe abstract soms ook, hij knoopt aan bij tastbare en concrete gegevens, zoals Silence (de verfilming van de roman Stilte van Shusaku Endo), het schrikbewind van Robespierre tijdens de Franse Revolutie en de jonge predikant K.H. Miskotte, die in 1924 zijn zielenworstelingen opschrijft in het kerkelijke weekblad.

Avontuurlijk, diepgaand en uitdagend dus, dit nieuwe boek van Marc De Kesel.

N.a.v. Zelfloos – De mystieke afgrond van het moderne Ik. Marc De Kesel. Uitgeverij Kok, 18,99 euro.