Auteursarchief: webredactie

Bezielde initiatieven geven de kerk een nieuwe lente

Jan Auke Brink

Het gaat er niet om hoeveel mensen op zondag in de kerk zitten, maar om hoe kerken de lege ruimte in de samenleving bezielen, meent Leo Fijen. ,,Friesland heeft een voorbeeldrol met de nadruk op ‘mienskip’.”

‘Ik probeer te laten zien waar de Geest van God op een nieuwe en eigentijdse manier over ons wordt uitgestort’, schrijft journalist en programmamaker voor KRO-NCRV Leo Fijen in de inleiding van zijn nieuwe boek Succesverhalen in de Kerk. In het boek verzamelt en presenteert hij dertig inspirerende kerkelijke initiatieven, uit protestantse en katholieke kring, in Nederland en Vlaanderen. Zijn doel is toe te werken naar een online platform waar alle initiatieven verzameld worden.

,,We hebben het altijd fout benaderd, ik ook”, introduceert Fijen zijn plan. ,,We stelden altijd de vraag hoeveel mensen op zondag een dienst of mis hebben bezocht, maar dat zijn geen relevante vragen.” Dat realiseerde Fijen zich eind vorig jaar, rond de publicatie van het SCP-rapport Christenen in Nederland, waarin nog eens werd bevestigd dat de Nederlandse kerken leeglopen. ,,Die cijfers en statistieken zijn niet belangrijk. Het gaat er om hoe de kerken een plek van verbinding zijn.”

Hij werd op dat pad gezet door Arno Brok, commissaris van de Koning in Friesland en Wim van de Donk, commissaris van de Koning in Brabant. ,,Van de Donk liet me zien dat er een lege ruimte is tussen de overheid en het individu. Dat moeten we opnieuw bezielen. Friesland heeft dat vorig jaar gedaan met het thema ‘mienskip’. Geen andere provincie is zo dichtbevolkt met kerken en veel van die kerken kregen een nieuwe rol in het programma van de culturele hoofdstad. Daarmee kan Friesland als voorbeeld dienen voor andere plekken in Nederland.”

Kliederkerk

Een ander goed voorbeeld vindt Fijen de kliederkerk: ,,Dat is een van de dertig hoofdstukjes uit mijn boek. Ik heb Irma Pijpers gesproken, die de kliederkerk heeft opgezet vanuit het JOP, de Jeugdorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland. Zij is nu predikant in Zutphen, waar ze een paar keer per jaar kliederkerkbijeenkomsten houdt. Ze vertelde mij dat het oorspronkelijk bedoeld was voor intern gebruik, voor ouders uit de kerk en hun kinderen. Maar het blijkt een sterk missionaire werking te hebben, omdat ook niet-kerkelijke ouders en kinderen komen. Die gaan nu niet opeens iedere zondag naar de kerk, maar ze komen zo wel in aanraking met de Bijbel.”

Fijen ziet inspirerende ontwikkelingen in zowel de Protestantse Kerk als bij de katholieken. Het past bij de tijdsgeest, meent hij. ,,Bij zijn aantreden zei paus Franciscus dat de kerk naar de mensen toe moet als de mensen niet meer naar de kerk komen.

Ook mensen als leken-dominicaan en hoogleraar theologie aan de Universiteit van Tilburg Erik Borgman en theoloog des Vaderlands Stefan Paas geven een impuls aan de kerken om naar buiten te treden. Er zijn zoveel inspirerende initiatieven waarmee kerken nieuwe groepen proberen te betrekken, dat ik een nieuwe lente zie: er is echt een omwenteling gaande.”

Twee van de dertig hoofdstukken uit Fijens boek spelen zich af in Friesland: hij roemt de doopsgezinde gemeente in Leeuwarden met stiltecentrum Oergong en pastoor Peter van der Weide in Sneek. ,,Van der Weide neemt initiatieven om jongeren te binden. In het boek beschrijf ik bijvoorbeeld hoe jongeren van de Martinuskerk rond 11 november, de feestdag van de patroonheilige Martinus, een diner klaarmaakten en daar ouderen die niet kerkelijk gebonden zijn voor uitnodigden. Dat werd een heel mooie avond met dertig jongeren en vijftig ouderen. De betrokkenheid van die jongeren is belangrijk voor hun betekenisgeving aan het leven.”

Beleid

Fijen ziet dat binnen de Protestantse Kerk heel anders met dergelijke initiatieven wordt omgegaan dan door de katholieken. ,,De protestanten stimuleren het echt om nieuwe wegen te bewandelen. Dat gebeurt via het beleid door ondersteuning. Bij de katholieken bloeien vooral wilde bloemen. Die zijn heel mooi, maar vaak alleen bekend bij mensen uit de eigen parochie. Dat is wel jammer, want er zijn zo veel mooie projecten, daar kunnen anderen weer van leren of door geïnspireerd raken. ” In Vlaanderen worden al dit soort vernieuwende initiatieven al verzameld op een website. Fijen wil zich inzetten voor iets dergelijks in Nederland.

,,Mijn boek is eerste aanzet daartoe. Maar ik hoop dat er net als in Vlaanderen ook hier een platform komt waar alles zichtbaar is. Dat kan bijvoorbeeld door de protestanten en de katholieken afzonderlijk worden gedaan, maar misschien is er ook wel een rol voor de Raad van Kerken, omdat daarin zoveel kerken samenwerken.”

Succesverhalen in de kerk. Leo Fijen. Uitgeverij Adveniat. 14,50 euro.

Steun aan Gülen-aanhangers hard nodig

Tamarah Benima

Als er oorlog komt, heb je niks aan mij. Hoe weet ik dat zo zeker? Door de oorlog die de regering-Erdogan voert tegen (vermeende) Gülen-aanhangers. Ik heb er in al die jaren één column aan gewijd. Terwijl het verschrikkelijk is wat Erdogan en de zijnen aanrichten.

Volgens een EU-rapport zijn zo’n 130.000 mensen zonder proces ontslagen: rechters, onderwijzers, journalisten, ingenieurs, artsen, verpleegsters, noem maar op. Verder zijn er minimaal 225.000 gevangenen in Turkije, per hoofd van de bevolking het hoogste cijfer in Europa, na Rusland en Wit-Rusland. Onder hen niet alleen heel veel Gülen-aanhangers, maar ook bijna zevenhonderd jonge kinderen. De noodtoestand is nog steeds van kracht. Plus: door het presidentiële systeem krijgt de autoritaire Erdogan vanaf de komende verkiezingen nog meer macht. Het is afschuwelijk.

In 2004 werd ik als journalist uitgenodigd voor een reis naar Turkije. Het officiële thema was de missie van de ‘Abrahamitische godsdiensten’. Erdogan en zijn AK-partij waren nog dikke maatjes met Fethullah Gülen, en organiseerden samen de reis. Gülen, een soefi-leider, propageerde het idee van een nieuwe Turkse grootmacht, door het samensmeden van alle Turks-sprekenden in Europa en Azië. De motor daartoe was goed onderwijs, eigen media, modernisering van de ambtenarij, gezondheidszorg, rechterlijke macht et cetera.

Ruzie

Het was de tijd dat Turkije nog lid wilde worden van de Europese Unie. Mij was het niet duidelijk of dit een cultureel verlangen was of een machtsmiddel. Immers, als lid van de EU zou Turkije met tachtig miljoen Turken een politieke rol van formaat kunnen spelen in Europa en de wereld. Maar de EU zei nee, en de AK en Gülen kregen ruzie. Onder meer omdat Gülen terroristische aanslagen op Joden heeft afgekeurd.

De Gülen-aanhangers in Nederland die ik in 2004 leerde kennen, zijn goede mensen. Desondanks heb ik weinig contact met ze onderhouden en ze niet gesteund in de nachtmerrie van zwartmakerij en vervolging die nu al jaren duurt. Fout.

Vandaar nu: de Gülen-aanhangers verdienen steun. Van mij, en van ons allemaal.

Schrijfster Anke de Graaf (91) overleden

Lodewijk Born

In menige boekenkast staan nog titels van haar: schrijfster Anke de Graaf was een begrip in christelijke kring. Alie de Graaf-de Roos – zoals ze eigenlijk heette – overleed vorige week dinsdag in haar woonplaats Enkhuizen. De in Hoorn geboren schrijfster, die vooral bekendheid genoot door haar familieromans, werd 91 jaar.

Anke de Graaf schreef tot op hoge leeftijd. Haar eerste titel Twee vriendinnen in de stad verscheen in 1963 en haar laatste roman Onthoud die naam verscheen in 2013 in de Spiegelserie van Uitgeverij Zomer & Keuning. Ze verkocht bijna twee miljoen boeken.

Haar moeder zag het eigenlijk niet zitten dat ze schrijfster zou worden, maar toch sloeg ze later die weg in. Haar eigen leven kreeg een dramatische wending toen haar eerste echtgenoot plotseling overleed en zij als jonge weduwe achterbleef met een dochtertje van nog geen jaar. De Graaf hertrouwde en kreeg met haar tweede man nog een dochtertje.

Haar eerste uitgever was Kluitman, waar ze meisjesboeken publiceerde, vertelt Monique Boltje – haar huidige redacteur bij Uitgeverij Zomer & Keuning. Anke de Graaf bleek een onverwacht schrijverstalent. Dat uitte zich onder meer in een column in het Noordhollands Dagblad.

Moderne meisjesromans

De Graaf publiceerde veertien kinderboeken, zestien meisjesboeken en 83 familieromans in bijna 360 verschillende uitgaven. Veel van haar romans beleefden talloze herdrukken in omnibussen, pocket- en speciale edities.

Anke de Graaf kreeg al snel bekendheid als succesvol auteur van ‘moderne meisjesromans’. In de jaren zestig werd ze heel populair toen haar boeken ook werden uitgegeven in de pocketreeks Witte Raven. De Graaf, tijdgenoot van schrijfsters als Nel van der Zee en Henny Thijssing- Boer, verkocht tienduizenden exemplaren per titel.

In de jaren tachtig legde ze zich meer toe op het schrijven van familieromans, om begin deze eeuw ook familieromans te publiceren in grote oplages voor de Spiegelserie en later de succesrijke VCL-boekenreeks (nu de Romanserie van Uitgeverij Zomer & Keuning geheten).

Leescultuur

De boeken waren decennialang onderdeel van de toenmalige leescultuur, aldus Boltje. ,,Je kon niet om haar heen. Wat haar stijl typeerde was dat het echt familieverhalen waren. Ze bleef dicht bij het gewone leven. Ze schreef over dingen die jij ook mee kon maken als vrouw. Hoe je als gezin verder moest na tegenslagen. Ze bewoog ook mee met de maatschappelijke ontwikkelingen. Bleef bijvoorbeeld niet in het denken van de jaren zestig hangen.”

Ze nam in 2011 haar lezers mee in hoe ze ooit te werk ging als beginnend romanschrijfster in Het romangeheim. Dat typeerde de band die ze met haar lezers voelde. De laatste vijf jaar werd haar gezondheid brozer en woonde ze in verzorgingshuis Westerhof in Enkhuizen.

Ze moest haar zo geliefde schrijversvak loslaten. Boltje, die haar vorig jaar nog bezocht, zegt dat De Graaf altijd nog betrokken was bij wat er binnen de uitgeverij gebeurde. Anke de Graaf overleed na een lang, creatief leven in haar appartement in Enkhuizen, in het bijzijn van haar familie. De uitvaart vond afgelopen zaterdag plaats in Enkhuizen.

Verzet het CDA de bakens?

Sytze Faber

Doe dit mensen in ons land niet aan, doe dit de partij niet aan, doe dit ons land niet aan’. Met deze dramatische oproep wilde Ernst Hirsch Ballin voorkomen dat het CDA-congres op 2 oktober 2010 in Arnhem instemde met een coalitieakkoord met de PVV. Zijn woorden vielen op rotsgrond. Evenals die van de coryfeeën Piet de Jong, Dries van Agt, Ab Klink en Bert de Vries. De oogkleppenkaravaan van Maxime Verhagen, Henk Bleker en Sybrand Buma trok verder richting electorale afgrond.

Een jaar later, op 9 september 2011, aanvaardde Hirsch Ballin het hoogleraarschap aan de Universiteit van Amsterdam met een kloeke oratie over burgerrechten. Er waren een paar honderd prominente Nederlanders op afgekomen. Het CDA schitterde echter door afwezigheid. Geen partijvoorzitter, geen partijleider. Van de landelijke CDA-politici was alleen Ab Klink present. Wegens zijn minderheidsstandpunt in Arnhem, net als Hirsch Ballin, een gebrandmerkte.

Afgaande op het CDA-congres van vorige week zaterdag lijkt het tij eindelijk te kenteren. De partijleiding werd gedwongen – dankzij druk van kerken, lokale afdelingen (en Hirsch Ballin) – het harteloze standpunt inzake het kinderpardon te laten varen. Ab Klink werd weer in genade aangenomen. Bisschop De Korte kreeg als gast het podium om de partij te wijzen op haar beginselen van solidariteit en rentmeesterschap: naast profit gaat het ook om people en planet!

Buma had zijn identiteitstrommel, waarvan de klanken de oren van migranten en hun nakomelingen zeer doen, thuis gelaten. Evenals zijn onafscheidelijke maatje, de gewone, boze Nederlander. Hij stak opeens de loftrompet op het CDA als middenpartij. Nu de vertaling nog naar concrete beleidsvoorstellen. Een hogere belastingdruk voor topinkomens en vervuilende bedrijven? Stimulansen voor een socialere woningbouw? Investeren in sociale advocatuur, politie, rechtsspraak, toezicht en handhaving? De flexibilisering van de arbeid dempen? De oorlog verklaren aan laaggeletterdheid en armoede? Keus te over.

Internationale katholieken

Er gebeurde op het congres nog iets bijzonders. Voor een goed begrip eerst een uitstapje naar het verleden. Het CDA kwam in 1980 pas tot stand na veel gepalaver. Belangrijke oorzaak: beduchtheid in protestantse kring, vooral bij gereformeerden, dat de nieuwe partij gedomineerd zou worden door conservatieve katholieken. Ze vergaten even het onversneden liberale sociaaleconomische beleid van de kabinetten- Colijn. Ook zagen ze over het hoofd dat de verzorgingsstaat er kwam dankzij nauwe samenwerking tussen sociaaldemocraten en katholieken (Klompé, Veldkamp).

De ironie wil dat het omgekeerde gebeurde van wat ze vreesden. In deze eeuw verliet het CDA de klassieke middenpositie en schurkte aan tegen de VVD en ook nogal eens tegen de PVV. Onder aanvoering van de protestantse politieke leiders Balkenende en Buma en vrijwel alleen protestantse partijvoorzitters. Daarom is het bijzonder dat met de verkiezing van Rutger Ploum als partijvoorzitter voor het eerst sinds lange tijd weer een katholiek deel uitmaakt van de absolute CDA-top. Barmhartigheid en elkaar ruimte bieden, zo constateerde ik, zijn bij hem terugkerende thema’s.

Katholieken, lidmaten van een wereldkerk, zijn vaak meer internationaal gericht dan protestanten. Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft ons land, behalve anderhalf jaar tussenpausschap van Peter Kooijmans (1993-1994), geen minister van Buitenlandse Zaken gehad uit protestantse kring. Euroscepsis – zie ook ChristenUnie en SGP – behoort meer tot de protestantse dan tot de katholieke biotoop.

Het sterk oprukkende populisme kan alleen gestuit worden door middenpartijen met doorleefde sociale en pro-Europese opvattingen. Zeker bij het CDA zal daarvoor nog een wereld moeten worden gewonnen. De komst van Rutger Ploum als partijvoorzitter is – vooruit, in ouderwetse Bijbeltaal – in ieder geval een (hoopgevend) wolkje als eens mans hand.

Reageren? fabersyma@gmail.com

Een religieuze zoektocht, langs goeroes en sjamanen

Tjerk de Reus

Als je je leven als leeg en zinloos ervaart, kun je terecht bij vele goeroes en sjamanen. Willemijn Dicke probeerde alle mogelijke spirituele leermeesters uit, met als resultaat een boek: De sjamaan en ik.

Er zit een grote ruimte tussen de georganiseerde godsdienst van de kerken en het atheïsme. De meeste Nederlanders hebben het niet zo op de kerk, maar zichzelf verklaren tot atheïst – dat doet alleen een minderheid. De grote groep die zich daartussen bevindt, is bij momenten best geïnteresseerd in religie, op een manier die past bij het hedendaagse levensbesef.

Het zou wel eens kunnen dat hier een groeimarkt ligt voor de boekenwereld. Mensen lezen graag iets wat religie-gerelateerd is. Begrijpelijk, want religie bespreekt de diepere zinvragen die elders niet of veel minder expliciet aan bod komen.

Wat dit betreft blijft religie iets onvervangbaars houden. In deze sfeer van hedendaagse interesse in religie valt ook het boek van Willemijn Dicke (1970) te begrijpen, getiteld: De sjamaan en ik. Blijkens de ondertitel is het een ‘verslag van een zoektocht naar zingeving’.

Spirituele praktijken

Dicke is zonder meer een opvallende verschijning in de religieuze boekensector. Zij was een gedreven wetenschapper en zeer overtuigd atheïst. Ze vertelt dat ze over christenen altijd smalend sprak als ‘christenhonden’. Uitgerekend deze rationele persoonlijkheid heeft zich vanaf 2007 zo’n tien jaar lang overgegeven aan allerlei spirituele praktijken, veelal van esoterische soort.

Zweethutten, geneeskrachtige stenen, shakra’s, geestelijke leidslieden uit India, peperdure retraites in de tropen – het komt hier allemaal langs. Nu is de esoterie zeker geen kleine speler op het religieuze veld, tot zover niets vreemds – maar dat een zeer rationeel ingestelde atheïst en wetenschapper zich begeeft in déze religieuze sfeer, is wel opmerkelijk.

Het verslag van haar speurtocht begint Dicke met te vertellen over de stand van zaken in haar leven: haar al genoemde atheïsme, maar ook haar succes als wetenschapper en alles wat in haar leven prima gelukt was. Met deze kanttekening: ‘Ik vind er alleen helemaal niets meer aan.’

Intens beleven

Wie is zij en waar dient het leven toe? Ze tast volstrekt in het duister. Daarop volgen een stilteretraite bij een zenboeddhist, sessies bij een sjamaan, gesprekken met een priester, enzovoort. Steevast leest Dicke zich goed in, ze beleeft de dingen intens. Niet zelden betrapt zich op gevoelens van vervreemding bij de irrationele spiritualiteit die haar wordt aangeboden. Maar dat is dan juist ook weer haar rationele vooroordeel, en dat wil ze overwinnen.

Als resultaat ervaart ze bij momenten ontroering, ze meent een stem te horen die haar geruststelt, ze voelt zich opgenomen en opgetild, doortrild van een allesomvattende liefde. Maar niets is blijvend, elk avontuur heeft als refrein: ‘Ik ben al zó lang op zoek en ik weet nog steeds niet wat ik ben en wat ik ten diepste verlang.’ Op zeker moment noteert dat ze nog geen stap verder is gekomen dat de wanhopige pubervragen die ze ooit in haar meisjesdagboeken noteerde: wie ben ik? Mag ik er zijn?

Het valt op dat Dicke in haar contact met de priester heel weinig opsnuift van de centrale figuur van het christendom, Jezus Christus. Ze oriënteert zich eerder op de esoterische traditie van het christendom, en ze lijkt daarin ook tamelijk naïef.

Vergeestelijkte Jezus

De zogenaamde gnostische evangeliën propageren een vergeestelijkte Jezus. De gnostiek was in de eerste eeuwen een religieuze stroming die zich afkeerde van aardsheid en lichamelijkheid, om het heil te zoeken in een innerlijke geestelijke wereld. Dat staat in tegenstelling tot de oudere, door de kerk gecanoniseerde evangeliën, waarin Jezus als voluit aards mens zich bekommert om de concrete mens in zijn ziekte, zwakheid en miserabele omstandigheden.

Dat is tastbaarder dan noties over een ‘alwerkzame wil’ die ‘ik ontmoet in wat mij ontroert’, zoals Dicke optekent uit een esoterisch gebed. Mogelijk had het meer orthodoxe christendom haar kunnen afhelpen van de eindeloze focus op het eigen ik, die haar per saldo niet al te veel oplevert. Hoewel, ze ervaart na haar tienjarige avontuur wel meer ‘ademruimte’, want ze kan nu twijfel toelaten.

Haar antigodsdienstige verleden is Dicke voorgoed kwijt geraakt. En hoe fantasieloos ervaart ze nu gesprekken met atheïsten die haar de les willen lezen! ‘Ik heb nog nooit een gesprek met een atheïst gevoerd waarin ik dacht: o ja, dit heb ik nog nooit bedacht, of dit is verhelderend.’
Zou het kunnen dat juist zij een zintuig missen voor ‘zaken die je niet met je blote oog ziet’? Hoe dat ook zij, met haar boek zet Dicke een streep onder de vragen naar zingeving en naar religie, die ons ook in een postchristelijke cultuur blijven bezighouden.

De sjamaan en ik. Een nuchter, geestig verslag van een zoektocht naar zingeving. Willemijn Dicke. Prometheus. 19,99 euro

Het is genoeg, ho stop!

Even stilstaan
Gabriël Anthonio

Vaak heb ik het zien gebeuren. lemand roept: het is genoeg, ho, stop! De ander bromt iets van ‘het kan nog wel even’, heel even en dan, en ja hoor, het glas of de beker stroomt over. Je ziet het bij kinderen, maar ook bij volwassenen. Ook die hebben vaak moeite met de aanwijzingen van anderen. We vertrouwen meer op onszelf dan op de ander die ons op het gevaar wijst.

Onlangs zag ik een bestelbus van de bakker inparkeren voor een levering van brood. Iemand van de winkel probeerde aanwijzingen te geven, omdat er op de parkeerplaats grote keien als markering lagen. De aanwijzing mocht niet baten, de bus zat met de achterkant met een klap tegen een van die keien aan. Gevolg: de draaideur ging niet meer open. Allemaal gemopper en gescheld. De chauffeur kijkt steeds naar de grond, zegt weinig, schuldbewust.

Even later zag ik het weer gebeuren. Ik eet een broodje kaas bij een wegrestaurant. Op tafel staan zout, peper, een fles ketchup, mosterd- zakjes en een grote bus suiker. De truckers en de gezinnen die er zitten, kunnen zichzelf bedienen. Een kind mag wat suiker in de warme chocomelk doen. De moeder instrueert: ‘Een beetje, en voorzichtig hè’ Het kind keert de bus meteen om, de suiker stroomt royaal naar beneden en de beker stroomt over. Moeder rent naar het buffet voor servetten. Het kind staart voor zich uit, schuldbewust.

Maar hoe zit het met onszelf, die innerlijke stem die regelmatig ‘het is genoeg, ho stop!’ roept? Is het niet evenals die goede kennis of moeder die aanwijzingen probeert te geven, dat we die stem negeren?

Geen grenzen

Op de dagbehandeling voor mensen met een verslaving vertelt een moeder een deel van haar levensverhaal aan mij. Een van de kenmerken van haar opvoeding was dat er geen grenzen werden gesteld. Haar ouders waren gescheiden en ze was wisselend bij vader of moeder. Die verwenden haar en waren tegelijk druk met hun eigen leven en nieuwe relaties. Een ontbijt met chips of popcorn was geen uitzondering. Cola werd er meer gedronken dan melk.

Op haar twaalfde mocht ze geregeld bier drinken. Op haar veertiende kreeg ze haar eerste sigaret van een stiefbroer. Haar vader haalde daarbij de schouders op. ‘Moet ze zelf weten.” Op haar veertiende was haar gebit zo aangetast dat ze meerdere kiezen moest laten trekken.

Al vroeg werd ze zwanger. Ze dronk, rookte en blowde veel. Ook tijdens de zwangerschap. Er was geen grens, geen genoeg. Toen haar kind werd geboren, bleek het een afwijking te hebben, een syndroom dat je bij kinderen van een verslaaf- de moeder kan zien aan de vorm van het gezicht. Ze heeft een stevig gesprek gekregen met de verloskundige, die heeft haar flink van katoen gegeven. Haar ogen gingen open. Het is genoeg. Ho, stop.

Tekening

Uit een andere ruimte komt een meisje aangelopen. Een pop op haar arm. Ze lijkt ongeveer vijf jaar oud. Haar gezicht is inderdaad anders. Ze heeft twee mooie blonde vlechten in. Moeder omarmt haar en bekijkt met belangstelling de tekening die ze heeft gemaakt. Ze valt stil en kijkt schuldig voor zich uit. Op de tekening staat een mooi, roze paard in de wei, met een groot zwart hek er omheen. Ze kijkt me aan, moeder wijst op de tekening. We denken allebei: het is genoeg geweest, ho stop! Een traan rolt bij moeder over haar wang.

Gabriël Anthonio is bestuurder bij Verslavingszorg Noord Nederland en bijzonder hoogleraar aan de RUG.

Een wel heel klein poeltje kandidaten

De Haagse week
Henk van der Laan

Moeten we ons nu zorgen maken over het ledental van de politieke partijen of valt het wel mee? Het is maar hoe je er naar kijkt. Het aantal leden was vorig jaar niet veel afgenomen in vergelijking met 2017. Een daling van 0,7 procent mag je niet-noemenswaardig noemen, zeker omdat het ledental in 2017 met maar liefst 10 procent was gestegen. Toegegeven, 2017 was een verkiezingsjaar en in verkiezingsjaren neemt het aantal partijleden altijd toe.

Maar die stabilisering was wel het resultaat van de ongekende opgang van Thierry Baudets Forum voor Democratie. Die partij groeide met 7800 leden naar een totaal van 31.000. De vierde partij van het land!

Helemaal interessant is om naar de naoorlogse trends te kijken. Dan zie je dat het totale ledenaantal sinds begin jaren negentig redelijk stabiel net boven de 300.000 schommelt. Het grote ledenverlies is van de jaren zestig: waren in 1960 nog circa 750.000 Nederlanders lid van een partij, in 1970 waren het al minder dan 400.000. Was een partijlidmaatschap in de jaren vijftig nog een onderdeel van de verzuilde identiteit, na de ontzuiling was dat geen vanzelfsprekendheid meer. Partijlidmaatschap is nu een kwestie van individuele overtuiging – en vaak ook van ambitie.

Het grote verlies zit dan ook bij de oude verzuilde partijen: CDA en PvdA. De VVD kreeg juist heel veel leden dankzij de populaire partijleider Hans Wiegel die de liberalen in de gepolariseerde jaren zeventig groot maakte. Sinds Wiegels vertrek naar Fryslân in 1981 zit de VVD in dezelfde glijbaan naar beneden als CDA en PvdA. Alle andere partijen groeien eigenlijk sinds de jaren tachtig licht, maar kunnen het verlies van de andere drie niet compenseren.

Ledental

Dus je zou kunnen zeggen: het valt wel mee. Net zoals met de verkiezingsuitslagen zakken de ‘grote drie’ weg, maar groeien de kleintjes. Zou je kunnen zeggen, inderdaad. Er is ook die andere kant. Want als 317.081 Nederlanders lid zijn van een politieke partij, zijn 12.950.685 kiesgerechtigde Nederlanders dat dus niet. Nu telt het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen alleen de leden van partijen met zetels in de Tweede Kamer, dus alle leden van lokale en provinciale partijen zijn niet meegerekend. Maar dit maakt het totaal niet heel veel hoger.

Hoe laag het ledental van partijen is, valt op als je die met andere verenigingen vergelijkt. Zo is de VVD, de grootste partij bij verkiezingen, niet alleen slechts de vijfde ledenpartij. Met 26.497 heeft de VVD ook minder leden dan de biljartbond, de dartsbond of de badmintonbond – toch niet echt de grootste sporten in Nederland. Om het hard te zeggen: als de biljartbond een nieuw bestuur zoekt, kan het uit meer potentiële kandidaten putten dan de VVD bij de zoektocht naar nieuwe ministers.

Want hoewel partijlidmaatschap er niet voor verplicht is, is het in Nederland nog altijd zo dat politieke ambten alleen vervuld worden door partijleden. Toen D66 geen geschikte staatssecretaris van Financiën in het ledenbestand vond, vroegen ze de partijloze ambtenaar Menno Snel, de vlug lid werd voordat hij werd beëdigd.

Voor de belangrijkste ambten in ons land wordt dus geput uit wel een héél klein poeltje personen. En dat is wel zorgelijk.

Russisch-orthodoxe bisschop mag Oekraïne niet meer in

William Immink

De spanningen tussen de Oekraïense en de Russische kerk in Oekraïne lopen steeds verder op. De Oekraïense grenspolitie heeft donderdag een Russisch-orthodoxe bisschop zijn Oekraïense nationaliteit ontnomen en het land uit gezet.

Bisschop Gideon mag Oekraïne niet meer in omdat hij in het bezit zou zijn van twee paspoorten: een Oekraïens en een Amerikaans. Bovendien zou hij, volgens het Oekraïense ministerie van Binnenlandse Zaken, de militaire agressie van buurland Rusland actief hebben gesteund.

Bisschop Gideon is in dienst van de Russisch-Orthodoxe Kerk in Oekraïne, die valt onder het patriarchaat van Moskou. De Russische kerk legt zich niet neer bij de afscheiding van de Oekraïense kerk, die begin dit jaar officieel werd.

Ontzegd

De Russisch-Orthodoxe Kerk is woedend over de beslissing van de Oekraïense autoriteiten om Gideon de toegang tot het land te ontzeggen.

De bisschop was naar de Verenigde Staten afgereisd om met het congres te praten over de situatie in Oekraïne.

Bij terugkomst in Oekraïne mocht de bisschop het land niet meer in. Volgens de zegsman van de Oekraïense grenswacht, Oleg Slobodian, zou Gideon zich bezig gehouden hebben met anti-Oekraïense activiteiten.

‘Ze brachten me naar een vliegtuig alsof ik een crimineel was. Dat noemen we religieuze druk’, reageerde de bisschop op het orthodoxe nieuwsportaal Romfea. Russisch-orthodoxe gelovigen, priesters en bisschoppen zien een toegenomen wantrouwen en vijandigheid van de Oekraïense kerken. Het ligt allemaal erg gevoelig: het zijn immers de Russen die de oorlog in Oost-Oekraïne begonnen en de Krim innamen.

Op losse schroeven

Bisschop Gideon verklaarde in de Verenigde Staten voor het congres over religieuze discriminatie die de Russisch-orthodoxen in Oekraïne ervaren. Politiek gezien vindt Rusland de onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten aan Oekraïne hypocriet. Juist het feit dat de Russische kerk wordt vervolgd in Oekraïne en het grondbeginsel van vrijheid van geloof op losse schroeven staat, moet de Verenigde Staten toch wat doen, menen de Russen.

De Russische kerk legt de druk na de uitzetting van Gideon vooral bij de Verenigde Staten: ,,Ik denk dat wat er is gebeurd met bisschop Gideon vooral het probleem is van de Verenigde Staten, vanwege het feit dat de bisschop een Amerikaans staatsburger is. De Amerikaanse autoriteiten staan erom bekend dat ze erg letten op schendingen van de rechten van Amerikaanse staatsburgers”, verklaarde een Russische kerk.

Aansluiting

Gideon was abt van een Russisch klooster in Kiev. Dat behoort, net als andere kloosters in Kiev en Pochajevsk, vooralsnog toe aan het patriarchaat van Moskou. Dat is een doorn in het oog van metropoliet Epifanie, het hoofd van de nieuwe onafhankelijke Oekraïense-Orthodoxe Kerk. Hij zei onlangs blij te zijn met het feit dat al meer dan 150 kerken de contacten met Moskou hebben verbroken en zich hebben aangesloten bij Kiev. Hij zei te hopen dat ,,de Heer ervoor kan zorgen dat de kloosters gaan toebehoren aan de Oekraïense kerk”.

,,Ik denk dat dit binnen een aantal jaren gaat gebeuren, wellicht dit jaar al. Ik hoop dat de monniken in de kloosters zich ervan bewust worden dat er geen andere manier is: we moeten samen een nieuwe geschiedenis bouwen”, aldus het hoofd van de Oekraïens-Orthodoxe Kerk.

Volgens critici zouden Russische priesters die zijn overgestapt naar de Oekraïense kerk dat gedaan hebben na bedreigingen. Zo zijn Russische priesters in hun huizen en Russisch-orthodoxe kerken bezocht door Oekraïense autoriteiten. De Oekraïense kerk reageerde ontwijkend op drie kritiek en zei dat de overname van kerken gaat volgens de huidige wetten in Oekraïne: ,,Intimidatie en dreigementen zijn onacceptabel daar ze tegen de grondbeginselen van het christelijk geloof ingaan.”

Ingestampte angst voor hel en verdoemenis

Tamarah Benima

Drie op de tweehonderd scholieren waren donderdag op het Malieveld. Vijftienduizend spijbelaars op een miljoen leeftijdsgenoten. Niet veel.

Het ziet er natuurlijk leuk uit, vooral met de prikkelende (in meerdere opzichten) slogans op hun demonstratieborden en kleren. Maar de consumptiemaatschappij gaat dit opbloeiend protest in de knop breken. Het kost de kids gewoon te veel geld: bus- en treinreizen kosten geld; junkfood en junkdrankjes (want zelf de boterhammetjes en het flesje water meenemen is er meestal niet bij) kosten geld. Meer sigaretjes dan normaal kosten geld.

Er zullen zeker ouders zijn die het zo geweldig vinden dat hun kroost in de eigen activisten-voetsporen stappen, dat zij voor ze dokken. Maar hoe lang?

Het heeft ook iets treurigs: jonge mensen die er diepgaand van overtuigd zijn dat de aarde vergaat als wij, haar bewoners, niet als de wiedeweerga alles doen om haar te redden.

Het is misschien nog wel treuriger omdat een groot percentage van hun grootouders werd opgevoed met hel en verdoemenis. Door masturbatie ondermijnde je jouw lichaam (en geest). Door seks voor het huwelijk toonde je dat de rot al van binnen zat. Door abortus wist je je aangeschoten wild.

Eeuwig branden

Veel opa’s en oma’s van de Malieveldkinderen werden doodsbang gemaakt voor het eeuwig branden. De Malieveld-spijbelaars zouden je stom verbaasd aankijken als ze van de ingestampte angst voor hel en verdoemenis zouden horen. „Echt…?!” „Was seks zo erg dat de wereld ervan verging…?!”

Dat de spijbelaars zich gek laten maken door klimaatalarmisten, is te begrijpen. De meeste van hun docenten snappen de feitelijke data niet en hebben geen idee wat een ‘klimaatmodel’ is, en de meeste ouders ook niet.

Mij zal het niet verbazen als over twee generaties (liever nog veel eerder) deze kinderen op hun huidige angsten en doembeelden terugkijken en denken: ‘Wie heeft ons toen zo in de maling genomen? En waarom? Wie heeft er toen veel geld aan deze bangmakerij verdiend? En waarom gedroeg ik me toen zo mak en zo naïef? Die angsten hadden de politieke opruiers me moeten besparen!’

De benarde positie van niet-orthodoxe gelovigen in Rusland

William Immink

De Russisch-Orthodoxe Kerk en het Kremlin zien het liefst alle Russen als orthodox. Niet-orthodoxe christenen worden steeds verder aangepakt, met de veroordeling van een Jehovah’s Getuige afgelopen week als laatste dieptepunt.

Een Russische rechter veroordeelde de Deense Jehovah’s Getuige Dennis Christensen (46) tot zes jaar gevangenisstraf. Volgens de rechter was Christensen betrokken bij een extremistische organisatie.

Het was voor het eerst sinds de val van de Sovjet-Unie in 1991 dat een Russische rechtbank een Jehovah’s Getuige daadwerkelijk met een gevangenisstraf bestrafte. Christensen werd in mei 2017 gearresteerd terwijl hij een Bijbelstudie leidde in Orjol, een stadje zo’n vierhonderd kilometer ten zuiden van Moskou. Hij deed dit „ondanks dat hij wist dat het illegaal was volgens de wet”, aldus de FSB, de Russische veiligheidsdienst.

Geld

De FSB beschuldigt Christensen vooral van het steunen van het landelijke Centrum van Jehovah’s Getuigen in Rusland. Hij zou zo’n duizend euro hebben overgemaakt aan dat orgaan, terwijl dat verboden is.

De nationalistische Russische media, waaronder Lenta.ru, berichten uitgesproken negatief over Christensen. Zo zou hij uit zijn op geld en zou hij illegaal collectes hebben geïnd.

Amnesty International roept de Russische overheid op de Deense pastor per direct vrij te laten. Zijn veroordeling laat volgens Amnesty zien dat het slecht gesteld is met de mensenrechten in Rusland: ‘De veroordeling is typisch voor de ernstige schendingen van de mensenrechten, waaronder de vrijheid van meningsuiting, vredige samenkomst en religie in Rusland.’

Ook de Deense regering uitte kritiek. Minister Anders Samuelsen (Buitenlandse Zaken) zei ,,erg bezorgd” te zijn over de uitspraak. Hij riep Moskou op de godsdienstvrijheid te respecteren.

Orthodoxie

De steeds strenger wordende godsdienstwetten in Rusland zijn volgens critici en activisten te wijten aan de voorkeurspositie van de Russisch-Orthodoxe Kerk. De kerk, die sterke banden heeft met het Kremlin, ziet graag alle Russen als orthodox. De proactieve manier waarop de Jehovah’s Getuigen leden ‘werven’ staat hen niet aan. Met het veroordelen van Christensen willen de Russische autoriteiten een voorbeeld stellen: religieus fanatisme wordt niet geaccepteerd, zeker niet van buitenlanders.

Officieel is er in Rusland vrijheid van religie, maar het verschilt per regio hoe de regels omtrent extremisme worden toegepast. Regio’s met veel moslimgroeperingen zijn doorgaans sowieso fel tegen religieus extremisme. In de Russische regio’s waar meer orthodoxe gelovigen wonen staan andersdenkenden ook onder druk, hoewel minder hevig.

De Russische overheid wil graag alles onder controle hebben en een kerk die niet officieel geregistreerd staat past daar niet in. Niet-geregistreerde kerken hebben volgens Open Doors, de organisatie die zich richt op christenvervolging, soms te maken met belemmeringen in de vorm van inspecties en ondervragingen. In geregistreerde kerken wordt elke dienst gecontroleerd door FSB-agenten.

Dubieus

De beschuldigingen tegen niet-orthodoxe organisaties zijn niet altijd eerlijk en juist en regionale overheden zijn niet altijd open over hun beweegredenen, aldus religieus socioloog Roman Loenkin op de nieuwswebsite Mediazona. Eerdere aantijgingen tegen onder anderen jehovah’s waren volgens hem ook dubieus: ‘Eerst werden boeken van de beweging verboden met het valse voorwendsel van het bestrijden van extremisme. Vervolgens werden deze boeken gevonden in een gebedshuis van de beweging, terwijl de in het gebouw aanwezige jehovah’s verklaarden dat de politie de boeken zelf mee naar binnen had genomen. De lokale organisatie werd op basis van extremistische literatuur verboden.’

Het feit dat Rusland dit jaar is opgenomen in de ranglijst Christenvervolging van Open Doors, met daarop de vijftig slechtste landen om te verkeren als christen, laat zien dat de Russische regels en wetten omtrent het uiten en delen van het geloof steeds strenger worden. ‘Rusland bungelde vorig jaar net onder de Ranglijst Christenvervolging (plaats 54), maar liet in 2018 een aantal keren zien dat het minder tolerant wordt tegenover christenen’, aldus de website van Open Doors. Rusland bezet nu plaats 41.