Auteursarchief: webredactie

Raad van Kerken: pas kinderpardon toe

Jan Auke Brink

De Raad van Kerken (RvK) vraagt het kabinet in een brief zorg te dragen voor een zorgvuldige en snelle uitvoering van het kinderpardon. De vorige week verzonden brief is gericht aan premier Mark Rutte en staatssecretaris van Justitie en Veiligheid Mark Harbers.

De achttien lidkerken van de RvK roepen ‘met klem op tot zorgvuldige en adequate uitvoering van de Regeling langdurig verblijvende kinderen, opdat de waardigheid en de rechten van kinderen worden erkend en internationale afspraken worden nagekomen’.

Geworteldheid

Volgens die wetgeving zouden kinderen die meer dan vijf jaar in Nederland verblijven en inmiddels geworteld zijn, niet mogen worden uitgezet. Maar volgens de RvK legt de overheid te veel de nadruk op de formele vraag of het gezin in kwestie wel goed heeft meegewerkt in alle procedures, waardoor de vraag naar geworteldheid niet meer voorop staat.

De kerken vragen in de brief humaniteit en recht het uitgangspunt van het beleid te laten zijn: ‘Dat wil zeggen dat bij de toepassing van de regeling de maatstaf van vijf jaar centraal staat en niet het meewerkcriterium, hetgeen in de huidige praktijk het uitgangspunt is geworden’.

Het onderwerp is volgens Dirk Gudde, voorzitter van de RvK, al maanden actueel. ,,Wij hebben nu deze brief geschreven omdat we zien dat de uitvoering van de wet door de overheid niet het effect heeft dat de Tweede Kamer voor ogen had. Dat, gecombineerd met de situatie van het Armeense gezin Tamrazyan in het Haagse buurt- en kerkhuis Bethel, is voor ons nu reden om ons op deze manier uit te spreken.”

Noodsituatie

Het is uitzonderlijk dat de organisatie zich middels een open brief tot de minister-president richt. De laatste keer was in januari 2015, toen de RvK een verzoek van de Syrisch-Orthodoxe Kerk aan Rutte ondersteunde. ,,Wij hebben een goed contact met de overheid en de Raad van Kerken stelt zich in principe vrij bescheiden op. Maar soms is er een situatie die er echt om vraagt, en dit is echt wel een noodsituatie. Als christenen komen wij op voor de zwakkeren in de samenleving, dat doen wij in navolging van Jezus. Het lot van deze kinderen trekken wij ons nadrukkelijk aan.”

Gudde benadrukt dat het uitzetten van een kind na vijf jaar verblijf ernstige en blijvende schade oplevert. ,,Dit is wetenschappelijk aangetoond en door de Nederlandse overheid erkend.”

De voorzitter van de RvK hoopt dat de brief de Tweede Kamer aanzet tot actie: ,,Iedereen kan zien dat deze regeling niet functioneert. En wij zijn geen kleine groep, als Raad van Kerken vertolken wij de stem van vele christenen. in Nederland.”

Goede gevoelens en feiten

Contrapunt
Sytze Faber

Voor de Tweede Wereldoorlog stond ook Nederland stijf van antisemitisme. Tijdens 1940-1945 deporteerde ons land de meeste Joden. Het handjevol dat de Holocaust overleefde, stuitte bij hun terugkeer vaak op een muur van onwelwillendheid. Ingepikte woningen, ontvreemde bezittingen, achterstallige belastingaanslagen over de oorlogsjaren. Afgelopen week was er weer zo’n spook.

Dinsdag gaf Selma Wijnberg (1922) de geest. Driekwart eeuw nadat ze, zoals 34.292 andere Nederlandse Joden, in het nazi-vernietigingskamp Sobibór vergast had moeten worden. Samen met haar man Chaim, een Poolse Jood, wist ze in 1943 te ontsnappen. Toen ze na vreselijke ontberingen twee jaar later ons land bereikten, bleken ze niet welkom te zijn. Selma was door haar huwelijk Poolse geworden en moest volgens de Nederlandse regering met haar man worden uitgezet naar het (communistische) Polen. De Poolse regering weigerde mee te werken, daarom werden ze tijdelijk gedoogd. Uiteindelijk belandden ze in de Verenigde Staten.

In 2010 bood minister Ab Klink namens de Nederlandse regering Selma Wijnberg – Chaim was zeven jaar eerder al overleden – excuses aan voor wat haar was aangedaan. Ze kon er niets mee. ‘Daarvoor is het nu te laat.’

Traditie

Prikkelende vraag: waarom verkopen de laatste tijd, behalve rechtspopulistisch volk, ook veel christelijke politici zo graag de lariekoek van een fraaie joods-christelijke traditie? Die is er immers niet. Er zijn twee redenen.

De eerste heeft te maken met het internettijdperk. Het aanpraten van goede gevoelens scoort tegenwoordig veel beter dan feiten. De suggestie van een mooie joods-christelijke traditie geeft een goed gevoel.

De tweede reden is vileiner. Het tamboereren op een vermeende joods-christelijke traditie pepert nieuwkomers in dat ze er nooit helemaal bij zullen horen. Joden gebruiken om vooral moslims bij voorbaat buiten te sluiten. Kan het cynischer?

Religie en kolonialisme

Vorige week bracht ik een dag door in de (bomvolle) Indische zaal van Bronbeek, dat behalve een museum ook een verzorgingstehuis is voor vooral oud-militairen van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL). Het ging over de relatie tussen het koloniale bewind in het vroegere Nederlands-Indië en de missie en zending daar. Mijn idee dat het daarbij grotendeels ging om twee handen op een buik werd jammer genoeg niet als vooroordeel ontmaskerd.

Eerder dit jaar verscheen Koloniale oorlogen in Indonesië. Vijf eeuwen verzet tegen vreemde overheersing. Een standaardwerk van Piet Hagen, dat in de discussie ongenoemd bleef. Een cruciale zin uit het boek: ‘Het slagveld van de koloniale geschiedenis is bezaaid met lijken’.

Er vielen minstens drie à vier miljoen inheemse doden, aan Nederlandse kant hooguit een honderdste deel daarvan. Zo lagen de verhoudingen: onderdrukten en onderdrukkers. Ook hiervan is, net als bij de vermeende joods-christelijke traditie, tot voor kort een uiterst geflatteerd beeld geschetst. De christelijke religie was er vooral voor de geest en het moreel van de eigen troepen.

Ongelijkwaardigheid

Het nationaalsocialisme van Hitler was eveneens gebaseerd op ongelijkwaardigheid van mensen. Op superioriteit van het eigen witte volk ten opzichte van burgers van andere komaf. Ook dat ondervond toen weinig tegenspraak van de hoofdstroom van het christendom in Duitsland.

Men wil tegenwoordig graag geloven – geeft een goed gevoel! – dat wat Hitler c.s. aanrichtten een eenmalig gebeuren was. Wensdenken.

Antisemitisme, kolonialisme, nationaalsocialisme en fascisme hebben dezelfde rode draad: ze maken verschil tussen Uber- en Untermenschen. Vijanddenken zit in het menselijk genenpakket en kan elk moment de weg naar de hel opnieuw plaveien. Dat verdwijnt steeds meer uit het collectieve bewustzijn. Mede omdat er bijna geen getuigen meer zijn die uit eigen ervaring kunnen spreken. Zie het overlijden van Selma Wijnberg.

Geen stem? Dan telt vernieling

Tamarah Benima

De Duitse jurist Carl Schmitt schreef begin jaren twintig een verhandeling over soevereiniteit. De Weimar-democratie werd bedreigd door extreem-rechts en anarchisten. Welke maatregelen moesten er worden genomen, en door wie, om de democratie in stand te houden? Dat was zijn vraagstelling. Na de Tweede Wereldoorlog oefende hij grote invloed uit op westerse filosofen en politicologen. Dat hij een nazi was geweest en dat de nazi’s gretig van zijn ideeën gebruik hadden gemaakt, kon hen niet schelen. Schmitts remedie tegen het uiteenvallen van de staat was de uitzonderingstoestand. De constitutie wordt (tijdelijk) opgeheven door het staatshoofd. Die krijgt alle middelen om het geweld te onderdrukken.

Denk ik aan Frankrijk nu, dan denk ik aan Schmitt. Op 1 november 2017 hief president Macron, met poeha, de uitzonderingstoestand op. Ze was twee jaar daarvoor ingesteld na de moordpartij in het Bataclan-theater. Inmiddels kan Macron de uitzonderingstoestand wel weer instellen. Frankrijk wordt geteisterd door geweld van gewone burgers, die hun protestbeweging gekaapt zien worden door extreem-links, extreems-rechts en gewelddadige moslims tezamen. Allemaal met een geel hesje. Zo beginnen revoluties of burgeroorlogen.

Arm Frankrijk. Franse intellectuelen als Jean Paul Sartre en Michel Foucault verheerlijkten geweld. Zie wat er van komt. En de Franse politici hebben (net als talloze collegae in West-Europa en Noord-Amerika) minstens zo’n grote verachting voor de arme kanslozen als Hillary Clinton, die ze als ‘beklagenswaardigen’ afdeed. Dat het Front National van Marine Le Pen buiten de macht is gehouden, via Macron, is een van de oorzaken van de orgie van geweld. De ‘gele hesjes’ denken: als mijn stem niet telt, dan telt vernieling van de hoofdstad en andere binnensteden misschien wel.

Ondertussen poogt de Nederlandse politieke elite Wilders, zegsman van potentiële gelehesjesdragers, met een politiek proces de mond te snoeren. De paradox: als dat lukt, staat te zijner tijd misschien ook de polder in de fik.

Kerst gaat over kwetsbaarheid en verlangen

Jan Auke Brink

‘Ik geloof dat ik nu al een kerstblokkade heb’ appte ds. Christien Ferrari vorige week grappend naar haar kinderen. 18 december houdt zij tijdens de Kerstsamenzang in de Grote Kerk in Leeuwarden de kerstmeditatie.

,,Met Kerst zijn er altijd hooggespannen verwachtingen. Dat is mooi, maar voor een predikant is dat soms ook lastig: wat kun je na al die eeuwen van kerstmeditaties nog zeggen? Ik ben ook niet het type dat twee dagen van te voren gaat zitten om een verhaal te schrijven; ik ben nu al een tijdje aan het zoeken naar wat ik moet zeggen. Daarom ben ik bij mijn kinderen te rade gegaan, ik heb ze gevraagd wat zij zouden willen horen.”

Ferrari’s dochter en haar vriend en zoon, allemaal halverwege de twintig, vertelden haar dat ze soms moeite hebben met de druk die ze ervaren in de samenleving. ,,Zij worstelen met de dingen waar zo veel mensen van hun leeftijd mee worstelen. Ze zien dat we elkaar opleggen dat we zo veel moeten en dat vooral de buitenkant belangrijk is. Daar doen ze zelf via de sociale media ook aan mee. We hadden hier een heel mooi en eerlijk gesprek over.”

In haar werk als predikant in Joure ziet Ferrari dat de druk en de drukte invloed hebben op alle generaties: ,,De ervaringen van mijn kinderen zijn herkenbaar voor mensen van alle leeftijden, al is het maar dat je het als ouder of grootouder ziet gebeuren in de samenleving. We leggen de lat steeds hoger en rennen ondertussen aan elkaar voorbij. Maar ik zie dat eenzaamheid een belangrijk onderwerp is onder ouderen. Ik hoor verhalen van mensen die bijna niks meer aan hun kinderen of kleinkinderen durven te vragen omdat die al zo druk zijn. Maar daardoor vereenzamen zij wel verder.”

Vlammetje

Het gesprek met haar kinderen stimuleerde Ferrari om met haar kerstmeditatie verder te gaan op het pad dat ze zelf ook al was ingeslagen. ,,Voor mij gaan advent en Kerst altijd over het kleine, over kwetsbaarheid. Ik vind het prachtig zoals we afgelopen zondag het eerste lichtje hebben aangestoken. Daarbij gaat het over woorden als verwachting, voorbereiding en verlangen. Ik vraag me wel af of we dat nog echt kennen; kunnen wij ergens echt naar verlangen? Ik heb het gevoel dat de kerk soms haaks staat op de samenleving. Als we iets willen dan bestellen we het gewoon en is het de volgende dag in huis. En als er vertraging is dan worden we boos, we zijn het gewoon niet meer gewend om ergens naar uit te kijken. Terwijl het daar bij advent wel over gaat. De kleinheid van dat ene vlammetje is zo mooi, daarmee bouwen we het licht langzaam op richting Kerst. Dat zal ik zeker laten terugkomen in mijn verhaal.”

Het zingen zoals dat gebeurt tijdens de Kerstsamenzang is voor Ferrari een belangrijk onderdeel van het Kerstfeest. ,,Ik zing sowieso graag, voor mij is een kerk zonder zingen ondenkbaar. Bij het samen zingen maakt het niet uit of je mooi zingt of niet; het gaat er om dat we het samen doen.”

Zo richting het einde van het jaar is Kerst ook een periode van nostalgie, merkt Ferrari. ,,We zitten dan niet voor niets in de ‘Top 2000-sfeer’. Mensen vertellen op de radio over herinneringen van jaren geleden die weer bovenkomen bij het horen van een liedje. Zo werkt het met kerstliederen ook. Door samen te zingen denk je terug aan je jeugd, bijvoorbeeld aan hoe je als kind in een koor kerstliederen zong.”

Verwondering

Een van Ferrari’s lievelingsliederen wordt ook op 18 december tijdens de Kerstsamenzang in de Grote Kerk gezongen: Komt, verwondert u hier mensen, met als openingszinnen ‘Komt, verwondert u hier, mensen, / ziet, hoe dat u God bemint, / ziet vervuld der zielen wensen, / ziet dit nieuwgeboren kind!’

,,De verwondering van de hele kerstperiode vind ik heel mooi”, legt Ferrari haar liefde voor dit lied uit. ,,En daarbij is het ook gewoon heerlijk om het uit volle borst mee te zingen.”

De Kerstsamenzang is op 18 december in de Grote Kerk in Leeuwarden. Aanmelden vooraf is vanwege de verwachte belangstelling gewenst. Dit kan via de website: www.frieschdagblad.nl/kerstsamenzang.

Nog steeds niets geleerd van het populisme

De Haagse week
Henk van der Laan

Het is helaas een constante in de politiek, maar de ingrijpendste besluiten passeren vaak zonder al te veel ophef en vaak met veel consensus in het parlement. Pas als de gevolgen zichtbaar worden, staan land en Kamer in vuur en vlam. Maar dan is het verzet vaak te laat.

Wie bijvoorbeeld toestaat dat de gezondheidszorg in handen van zorgverzekeraars komt, ziekenhuizen privaat gefinancierd mogen worden en marktwerking zijn intrede doet in de zorg, moet vervolgens niet gaan zeuren dat er ziekhuizen failliet gaan. Dat had je kunnen weten.

Deze week was er een Kamerbrief van minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) waarvan je nu al weet dat er over een x-aantal jaren ongelofelijk veel gedoe van komt.

De minister wil het bouwtoezicht deels toevertrouwen aan bouwkundige bureaus die betaald worden door de aannemers zelf. Deels blijft het toezicht in handen van gemeenten, die nu nog het toezicht geheel in handen hebben.

Ollongren

Het is het herstel van een vorig voorstel van het vorige kabinet om het toezicht in zijn geheel te privatiseren. Dat leidde tot veel protest van gemeenten. Bij behandeling in de Eerste Kamer bleek in juni 2017 dat er zoveel bezwaren waren onder senatoren dat Ollongrens voorganger Ronald Plasterk de wet aanhield. Na veel overleg met gemeenten en bouwsector komt Ollongren dus met dit nieuwe voorstel.

En je weet nu al wat SP en PVV zullen zeggen: doe het niet. Doe het nog steeds niet. En je weet ook dat de het toch doorgaat omdat coalitiepartijen de minister niet gaan dwarsliggen. En je weet ook dat over vijf jaar ergens een huis of een kantoor instort. En je weet nu al dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een onderzoeksrapport dan gaat concluderen dat er vanaf het begin gebreken lagen maar dat die genegeerd werden omdat er snel gebouwd moest worden. En dat dan de verre opvolger van Ollongren moet aftreden. En dat SP en PVV gaan zeggen: zie je wel.

Het hele idee klinkt alsof je de slager het eigen vlees laat keuren. Veel slagers kunnen dat, maar een enkeling denkt: ach ja, zo kan het best en anders heb ik geen omzet. En om die enkeling gaat het.

Verslonst

Het is alsof ambtelijk en politiek Den Haag het nog steeds niet begrijpen. Alle onvrede over de overheid, van de opkomst van Pim Fortuyn tot aan de protesten van onderwijzers, heeft een duidelijke oorzaak: het gevoel dat de overheid de publieke zaak verslonst.

Soms moet je als overheid iets in handen houden. Zorg, infrastructuur, onderwijs, veiligheid: het is allemaal publiek belang. Dat lost de markt niet op. Als puntje bij paaltje komt, gaat het in de markt om winstcijfers. Dat is niet erg, want we hebben de overheid uitgevonden om het belang van de burger in de gaten te houden. Die, zodra er problemen zijn, kan ingrijpen. Dat kan niet als het uit handen is gegeven.

Zodra burgers het idee krijgen dat de overheid niet aan hun kant staat, broeit de onvrede. En wie dat niet inziet als politicus of ambtenaar kan zeuren over opkomst van populisten, maar als je zestien jaar na Fortuyn nog steeds denkt dat het overlaten van vitale publieke taken aan marktpartijen en goed idee is, heb je het toch echt niet begrepen.

Mijn kinderen houden me van de drank af

Even stilstaan
Gabriël Anthonio

Een paradigmawissel betekent een verandering in ons denken. Veel nieuwe ideeën worden eerst bestreden, dan nader onderzocht en vervolgens als normaal geaccepteerd. Dit overkwam Copernicus, die in 1539 schreef dat niet de aarde het middelpunt was, maar dat de aarde om de zon heen draaide. Paus Clemens, die kennis kreeg van de theorie, complimenteerde de Poolse arts en wetenschapper, Copernicus.

Deze inzichten van Copernicus leidde vervolgens tot de discussie dat de kerk(katholieke) het niet altijd bij het rechte eind had. Dit gaf ook voer aan de discussie of door de kerk gesteunde machthebbers, koningen en keizers wel via de kerk door God bevestigd zouden zijn. Immers, als de kerk zich eeuwen- lang fundamenteel heeft vergist over de positie van de aarde, waar- om zou zij dan op andere fronten wel gelijk hebben?

Na het eerste enthousiasme over dit nieuwe inzicht werd met een edict, tachtig jaar na het verschijnen in 1633 de theorie van Copernicus streng verboden. Galileo Galilei werd in datzelfde jaar veroordeeld als ketter, omdat hij als wetenschapper de theorie van Copernicus onderschreef. Hij kreeg levenslang huisarrest. Pas in 1822 gaf de katholieke kerk haar verlies toe en werd de ban op de theorie van Copernicus opgeheven.

Dit bekende voorbeeld van een verandering in het denken over hoe de wereld of het leven in elkaar zit, staat niet op zichzelf. Wij maken allemaal grote of kleine revoluties in ons denken mee. Na een periode van weerstand en strijd moeten we erkennen dat we (te) lang op een verkeerd spoor of op basis van onjuiste aannames hebben gedacht en gehandeld.

Stress

Tijdens een college over verslaving vertel ik de groep studenten wat over het begrip self-management. De vraag is hoe ik leiding geef aan mezelf en in het bijzonder hoe ik om ga met stress. Stress wordt snel en makkelijk onderdrukt met medicatie of drugs. Ritalin, dat op recept verkrijgbaar is, is een soort speed om sneller te denken en beter te presteren en is nogal populair onder studenten. We zien dat in tentamenperiodes medicatie- en drugsgebruik onder studenten toeneemt.

Studenten beamen dat signalen van stress en spanning in hun leven vaak door hen onderdrukt worden en niet als een serieus signaal worden gezien. We bespreken andere mogelijkheden dan medicatie of drugs om met stress om te gaan, zoals sporten, zingen of wandelen.
Voor sommige studenten is dit een nieuwe, andere manier van denken om met stress om te gaan. Een aantal beaamt dat het tijd wordt om een draai in hun leven te maken. Op
zoek naar een betere balans.

Ik leg op basis van een artikel waaraan ik heb meegewerkt uit, dat een mens een biologisch, psychologisch, sociaal en zingevend wezen is. In die vier levensdomeinen zitten de oorzaken van problemen, maar zijn ook verschillende hulpbronnen aanwezig. Zoals bij een biologische benadering: medicatie, bij een psychologische benadering is traumabehandeling een optie, vanuit sociaal perspectief helpen positieve vrienden en de zingeving kan door een persoonlijk geloof worden versterkt. De studenten luisteren aandachtig en maken aantekeningen.

Moeder

In het tweede gedeelte van het college vertelt een ex-verslaafde, een ervaringsdeskundige, haar verhaal. Een moeder, Nienke vertelt dat ze uit een gezin komt met verslaafde ouders. Verslaving was een gewoonte in haar gezin. Ook zij ging al vroeg drugs en alcohol ge- bruiken. Een van de studenten vraagt Nienke wat maakte dat ze uiteindelijke stopte.

Nienke valt even stil en slikt. „Mijn leven was gevuld door mijn alcoholverslaving. Alleen tijdens de zwangerschap dronk ik niet. Het was mijn gewoonte, mijn manier van denken en leven. Ik zag wel in dat dit op termijn niet goed ging, maar zag geen uitweg. Ik besloot een einde aan mijn leven te maken. Ik had de drank en pillen beneden in de woonkamer voor me klaar staan. Ik hoorde ergens een stem, een stem die me aanspoorde om nog even naar boven naar de kinderen te gaan. Met een zucht en zwaar gevoel stond ik op. Toen zag ik mijn twee kinderen op bed liggen slapen. Ze hielden elkaar stevig vast. Ik brak van binnen en moest huilen. Ik kan toch geen zelfmoord plegen en ze hier zo aan hun lot overlaten? Ze hebben dan geen moeder meer!”

„Dat was het moment dat ik een radicale keuze maakte om van de alcohol af te blijven. Ik heb me laten opnemen, samen met de kinderen. Ik ben nu twee jaar van de alcohol af en volg een hbo-opleiding. Maar ik blijf gevoelig voor alcohol. Als ik het ruik, dan reageert mijn hele lichaam erop. Ik krijg dan weer zin in drank. Ik verzet me ertegen. Mijn kinderen houden me op het rechte pad. De therapie en begeleiding, vooral de traumabehandeling bij de verslavingszorg, hebben me verder geholpen. Ik ben ook naar de kerk gegaan op zoek naar die stem die ik hoorde. Daar voelde ik me welkom en werd ik niet veroordeeld. Die stem, ja het is maar hoe je het ziet, maar ik denk dat het iets van ‘boven’ was. Dit heeft een draai aan mijn leven gegeven.“

Draai

De studenten vallen stil. Sommigen pinken een traan weg. In hun academische wereld wordt weinig over problemen als een ernstige verslaving of suïcide gesproken en al helemaal niet over een ‘stem’ horen. Ze zijn even in een andere wereld beland. Een wereld die kennelijk ook waar en echt is. Na afloop geven meerdere studenten Nienke en mij een hand. Een jongen, met ruig uiterlijk, houdt mijn hand wat langer vast. „Dank u wel professor… Dit alles, en vooral het verhaal van mevrouw Nienke, heeft mij aan het denken gezet. Het is misschien tijd om een draai aan mijn leven te geven.”

Een medestudente, die achter hem loopt pakt zijn hand vast. Ik begrijp door de manier waarop ze naar hem kijkt, dat het zijn vriendin moet zijn. Ze knipoogt naar ons, Nienke knipoogt terug en steekt haar duim op. „Sterkte met draaien!” Er wordt door de omstanders voorzichtig gelachen.

Gabriël Anthonio is bestuurder bij Verslavingszorg Noord Nederland en bijzonder hoogleraar aan de RUG.

Karl Barth helpt de christelijke openbaring beter te begrijpen

Lodewijk Born

Karl Barth (1886-1968) wordt beschouwd als misschien wel de belangrijkste protestantse theoloog van de twintigste eeuw. Zijn vijftigste sterfjaar wordt aangegrepen voor een grootse herdenking van zijn erfgoed. Dr. Gerben J. Stavenga uit Buitenpost schreef Het verborgen fundament.

Generaties theologen groeiden op met het denken van Barth. De man van de Römerbrief uit 1922, de Barmer Thesen tegen het naziregime en natuurlijk zijn standaardwerk: Die Kirchliche Dogmatik.

Dat Stavenga (80) zich bezig houdt met het denken van Karl Barth is op het eerste gezicht niet voor de hand liggend. Hij studeerde namelijk natuurkunde en filosofie en is géén theoloog, maar wetenschapsfilosoof, benadrukt hij. ,,Als wetenschapsfilosoof richt ik me in mijn boek op een bijzondere wetenschap, de theologie. Die richt zich, zoals elke wetenschap, op haar empirisch materiaal, de Bijbelse teksten als neerslag van fundamentele ervaringen.

De taak van theologen is omdat materiaal rationeel inzichtelijk te maken. Als filosoof interpreteer ik zelf geen Bijbelse teksten, maar ga uitsluitend af op wat er in de theologie ter sprake wordt gebracht. Mijn bedoeling is de fundamentele werkelijkheid waarover de theologie en met name die van Barth spreekt voor de moderne mens in seculiere, niet theologische termen te verhelderen.”

Verhelderd

Als wetenschapsfilosoof doceerde Stavenga ruim veertig jaar aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij gaf colleges vooral aan bètastudenten en psychologiestudenten om hen inzicht te geven in wat wetenschap inhoudt en welke problemen ermee annex zijn. Stavenga promoveerde in 1991 op een studie over het thema ‘wetenschap en bevrijding’ (Science and Liberation. A blind spot in scientific research) en in 2011 verscheen zijn boek Verheldering van de werkelijkheid. ,,Mijn nieuwste boek is eigenlijk een vervolg daarop. Mijn bedoeling is om duidelijk te maken waar het in het christelijk geloof en in de theologie echt om gaat. Daarover heerst namelijk tegenwoordig veel verwarring en onbegrip. Dat móét verhelderd worden”, zegt hij stellig.

Als twintiger volgde hij een college dogmatiek bij prof. dr. A.F.N. Lekkerkerker (1913-1972). Zo hoorde hij voor het eerst van Barth. Daardoor en ook door het lezen van onder andere artikelen van de Nederlandse theoloog Miskotte (1894-1976), raakte hij in de loop der jaren steeds meer geïnteresseerd in de theologie van Karl Barth. Als bijzonder heeft Stavenga ervaren dat hij, tijdens een reis door Zwitserland in 2005, in Bazel de studeerkamer kon bezoeken waar Barth onder meer zijn belangrijkste theologische werk schreef: Die Kirchliche Dogmatik.

In zijn boek Het verborgen fundament begint Stavenga met oeroude filosofische vragen. Wat is de grond van ons bestaan? Waarom zijn wij mensen hier op aarde? Wat staat ons in deze gevaarvolle tijd te doen? ,,Volgens mij is typerend voor hedendaagse (postmoderne) filosofen, dat ze geen mogelijkheid zien om tot antwoorden op die vragen en tot omvattend inzicht in de werkelijkheid te komen. Ze beperken zich daarom doorgaans tot begripsanalyse of tot filosofische reflectie op speciale gebieden zoals de wetenschap, de ethiek, het recht of de kunst, of tot een nadenken over levenskunst.”

Sprakeloosheid

Volgens Stavenga leven we in een tijd waarin niet alleen de filosofie maar ook de wetenschap niet in staat lijken antwoord te geven op de vragen waar de mensheid van oudsher mee worstelt. Die sprakeloosheid is er ook op individueel niveau. Nederlanders zijn, volgens een recent CBS-rapport, in ons land inmiddels in de minderheid nog kerkelijk, maar velen noemen zich religieus of zijn zoekend. Woonwinkels verkopen massaal Boeddhabeelden, kloosterweekenden zitten vol. Het leidt allemaal tot heel diverse antwoorden op de fundamentele vragen over mens en wereld. ,,Alleen al in het christendom heerst grote verwarring over de vraag waar het in het christendom eigenlijk om gaat.”

Het vinden van antwoorden op de oervragen van de mens vereist niet minder dan inzicht in het fundament van mens en wereld, aldus Stavenga. ,,Het is juist dat verborgen fundament, die grondstructuur van de werkelijkheid, waarover de theologie en met name die van Karl Barth spreekt. Het bijzondere van de theologie van Barth is, dat hij niet (verdedigend) begint met zich af te vragen hoe in onze tijd openbaring en geloof mógelijk zijn in het licht van de wetenschap. Hij maakt dus niet bij voorbaat een knieval voor het moderne denken.”

Dat is volgens Karl Barth de grote verzoeking van alle theologie. ,,Daarin verschilt hij fundamenteel van de theologie van de negentiende eeuw, maar ook van veel hedendaagse theologen, zoals Kuitert en Pannenberg. Allereerst moeten we ons volgens Barth concentreren op de werkelijkheid waarvan de Bijbelteksten getuigen.”

Zuiver functioneren

Dat is, aldus Stavenga, de enig juiste wetenschappelijke benadering. Dat houdt onder andere in, dat wat volgens Barth onder ‘openbaring’, ‘god’, ‘geloof’, verstaan moet worden uitsluitend uit het empirisch materiaal van de discipline, dus uit de Bijbelteksten dient te worden afgeleid. Stavenga: ,,Dat is zoals het hoort.” Op die manier kan de theologie zuiver functioneren. In zijn boek laat Stavenga zien dat volgens hem Barth terecht beklemtoont dat het bij de christelijke openbaring gewoon gaat om kennis, maar het is wel uitzonderlijke kennis.

,,Wat profeten en apostelen meemaakten was niet zomaar iets. Ze ervoeren iets ‘aan den lijve’. Het betreft niet zomaar een gevoel, maar een realiteit die hun leven veranderde”, aldus Stavenga. ,,Het gaat dus in de Bijbelse verkondiging om een fundamentele werkelijkheid. Pas als helder is wat dat inhoudt, kunnen we nagaan wat de relatie ervan is met het moderne denken en onze gewone ervaringen.”

Karl Barth was ervan overtuigd dat zoiets als een tegenstelling tussen wetenschap en theologie helemaal niet bestaat. Stavenga: ,,Barth zegt zelf in het begin van zijn hoofdwerk, dat de theologie eigenlijk een noodmaatregel is. Ze bestaat omdat de huidige wetenschappen nog geen oog hebben voor de fundamentele werkelijkheid waar het in het christelijk geloof om gaat. Maar uiteindelijk zal dat zeker gebeuren.”

Onbegrip

Nu, vijftig jaar na het overlijden van Barth wordt zijn theologie door velen niet begrepen. Dat komt volgens Stavenga door allerlei vormen van misverstand en onbegrip. Hij hoopt met zijn boek in ieder geval dat uit de weg te ruimen.

Stavenga heeft zijn boek, dat niet heel eenvoudig is, beslist niet alleen geschreven voor theologen. ,,Het is bedoeld juist ook voor de moderne seculiere mens, waar ik me zelf ook toe reken. Het gaat erom te laten zien waar het in het christendom echt om gaat.” Uit reacties die hij gekregen heeft op zijn boek, merkt hij hoe bij sommigen de schellen van de ogen vallen. ,,Die zeggen: dit moet iedereen lezen en weten.”

Het verborgen fundament. De theologie van Barth en de grondstructuur van de werkelijkheid. Dr. Gerben J. Stavenga. Te bestellen bij g.j.stavenga@hetnet.nl voor 17,90 euro, inclusief verzendkosten

Een uitweg uit de ontwrichtende greep van het neoliberalisme

Pieter Anko de Vries

Zo lang de neoliberale manier van politiek voeren en economie bedrijven blijft bestaan is er geen zicht op oplossingen voor de grote problemen waarmee de wereld tegenwoordig worstelt.

De wereld kampt op dit moment met een groot aantal problemen die zich tegelijkertijd voordoen en die ook deels met elkaar samenhangen. Dat zijn zaken als klimaatverandering, uitzonderlijke weersomstandigheden, vervuilde oceanen, een toenemende ongelijkheid in de verdeling van rijkdom, religieus fanatisme, massamigratie, eindeloze lokale oorlogen en een wijdverbreide mentale toestand waarin politieke overtuigingen op angst zijn gebaseerd.

Hoe kan het toch dat deze problemen zo moeilijk zijn aan te pakken, vragen de Britse auteurs John Bunzl en Nick Duffell zich af. Bunzl is bestuurder van een internationaal textielbedrijf en schrijft geregeld voor de Huffington Post. Hij heeft ook presentaties gehouden bij het Wereld Sociaal Forum. Duffell is psychotherapeut en psychohistoricus, die onder meer een psychologische analyse heeft geschreven van de Britse politiek.

De auteurs hebben een heldere analyse gemaakt van onze onmacht om de dringende problemen effectief aan te pakken. En ze wijzen het streven naar internationaal concurrentievermogen aan als de grote boosdoener. De noodzaak voor landen om hun economisch klimaat zo aantrekkelijk mogelijk te houden voor bedrijven en beleggers – de noodzaak om internationaal concurrerend te blijven beletten om de eerste stap te zetten bij het oplossen van mondiale problemen. Deze negatieve kant van concurrentie wordt zelden onderkend. Die eerste stap – als die niet door anderen wordt nagevolgd – levert concurrentienadeel op en wordt daarom vrijwel nooit genomen.

Gelijktijdig

Bunzl en Duffell propageren een mondiale campagne om de negatieve spiraal te doorbreken, die ze SIMultaneous POLicy (gelijktijdig beleid) noemen. SimPol is erop gebaseerd om alle landen ertoe te brengen gelijktijdig beleidsmaatregelen door te voeren. Als dat gebeurt zijn er geen landen, bedrijven of burgers die hier concurrentienadeel van zullen ondervinden. Daarnaast moeten meerdere wereldwijde vraagstukken tegelijkertijd worden aangepast. Ook moeten burgers de mogelijkheid krijgen hun democratische stemrecht op twee manieren uit te voeren: nationaal, zoals nu al gebeur, maar met internationale effecten.

Er is op dit moment weinig stimulans voor politici om internationale akkoorden te sluiten of na te komen. Dat kan veranderen door ze een intentieverklaring van SimPol te laten tekenen waarin ze zich aansluiten bij de SimPol-campagne, in ruil voor de stem van alle kiezers die ook meedoen aan de campagne. De verkiezingen in Engeland van 2015 hebben laten zien dat in kiesdistricten waar één kandidaat de intentieverklaring ondertekende, ook de anderen zich aansloten uit angst om te verliezen. Als een belangrijke kandidaat tekent, hebben de overigen weinig keus. Dit model kan ook werken in stelsels met evenredige vertegenwoordiging. Politici zullen zich zo verbinden aan de intentie om aan de slag te gaan met mondiale problemen.

De oplossing is SimPol. John Bunzl en Nick Duffell. Lemniscaat, 18,95 euro

Aad van Egmond hoopt in de lijn van de profeten

Tjerk de Reus

Het gaat in het christelijk geloof om liefde en vrijheid, schrijft Aad van Egmond in zijn ‘introductie’: het dikke maar goed leesbare boek Het christelijk geloof.

Prachtig eigenlijk als iemand het aandurft om een boek over een véél bediscussieerd onderwerp – de aard en inhoud van christelijk geloven – een titel te geven die pontificaal begint met een bepaald lidwoord: Het christelijk geloof. Auteur ervan is Aad van Egmond (1939), voor wie hem niet kent: ‘Een witte man, gehuwd, vader, protestants, niet meer zo piep.’ En: ‘wie weet heeft hij een brede blik.’

Deze toonzetting is kenmerkend voor het ruim vierhonderd pagina’s tellende boek. Van Egmond, tijdens zijn werkzame leven predikant en hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit, weet wat er speelt in kerk en theologie, maar hij benadert hier het christelijk geloof op een nuchtere, relativerende manier, overigens niet zonder persoonlijke betrokkenheid. Laagdrempelig is misschien wel de beste kwalificatie voor dit boek: je hoeft zéker geen vakgenoot te zijn, om aan dit boek plezier te kunnen beleven.

Het boek telt maar liefst zesenzestig hoofdstukken, een knipoog naar het aantal Bijbelboeken. Je kunt uit al die hoofdstukjes – meestal zo’n vijf bladzijden – kiezen wat je interesseert, maar het omvattende ‘verhaal’ dat Van Egmond hier vertelt heeft een kop en een staart.

Radicale oplossing

Wie de auteur aandachtig volgt van hoofdstuk naar hoofdstuk, krijgt daar veel voor terug. Dan wordt de grote lijn zichtbaar in het Oude Testament, waar de initiatieven van God en de nieuwe ontwikkelingen in de geschiedenis van Israël niet hebben geleid tot ultieme gerechtigheid en tot het gewenste vrederijk.

Steeds sterker klinkt de roep om een meer radicale oplossing, wat ook het zicht opent op een werkelijkheid aan gene zijde: een uiteindelijke opstanding ‘bij God’.

In het Nieuwe Testament komen de hoofdlijnen uit het Oude Testament samen in het optreden van Jezus, en worden ook nieuwe accenten zichtbaar, zoals het vaderschap van God. Hoe dit allemaal ‘werkt’, wordt inzichtelijk doordat Van Egmond eerst zo’n honderd pagina’s de tijd neemt om het Oude (of Eerste) Testament te bespreken, als de godsdienstige denk- en leefwereld van Jezus Christus. De overkoepelende titel luidt hier: De wortels.

Teksttradities

Daarna volgt een deel dat Het koninkrijk heet, over het optreden van Jezus en het Nieuwe (of Tweede) Testament. In deel drie van het boek – Geloven – reikt Van Egmond de hand aan mensen van vandaag willen staan in de eeuwenoude traditie van christelijk geloven.

Wat typeert de theologie van Van Egmond? Hij beoogt uiteraard een introductie te geven en wil objectieve inzichten naar voren brengen – maar tegelijk is hij als mens, als theoloog én als gelovige helemaal aanwezig in dit boek.

Opvallend is zijn respect voor de Bijbelse teksttradities, van Genesis tot Openbaring. Hij is een geïnteresseerde Bijbellezer, die op zijn beurt tegen zijn lezers zegt: ‘Voor wie zich ervoor openstelt – en even van zijn verlichte eenentwintigste-eeuwse troon afkomt – is Tenách een fascinerend boek.’

Zondebegrip

Vervolgens houdt Van Egmond steeds het vizier gericht op de grote lijn, zoals ten aanzien van kruis en opstanding van Jezus. Bij alle discussie die je erover kunt voeren – hij schrijft er minstens vier hoofdstukken over – is zonneklaar dat kruis en opstanding ‘in hun samenhang heil heling en genezing voor de wereld’ betekenen. Dat Jezus de ‘toorn van God over de zonde’ droeg, gelooft Van Egmond niet, maar dit betekent niet dat voor hem de notie van ‘vergeving van zonden’ minder belangrijk zou zijn.

Dat geldt dus ook voor het zondebegrip, waarvan hij schrijft dat de mens zó kan handelen dat hij ‘van God los’ raakt en zijn ‘bestemming’ mist. ‘Je maakt jezelf niet populair door dat te zeggen’, weet Van Egmond, ‘Zeker niet als je het woord “zonde” in de mond durft te nemen.’ Maar: ‘om zoiets als zonde te bagatelliseren doet tekort aan de miljoenen enmiljoenen slachtoffers die mensen gemaakt hebben.’

Van Egmonds boek kan uitstekend gebruikt worden in leesgroepjes of gesprekskringen. Er valt veel te leren, ook als je het op bepaalde punten niet met zijn interpretaties eens bent. Van Egmond heeft in zijn benadering iets nuchters, dat het gemakkelijk maakt hem als gids serieus te nemen.

Tegelijk zit er ook een betrokken gelovige in dit boek, die wil uitleggen waarom hij hoop koestert, in de lijn van de profeten en de evangelisten van ooit. Die hoop gaat over een toekomst waaraan we nu al actief deelnemen. Maar onze inzet is niet de grond van de hoop. Zijn slotsom luidt: ‘Er is niet alleen sprake van mensheid die naar de Heer, maar ook van een Heer die naar de mensen op weg is.’ Vooral dit laatste lijkt de reden te zijn voor Van Egmond om, nu hij ‘niet meer zo piep’ is, dit boek te presenteren.

Documentatiecentrum neemt afscheid van Harinck

Jan Auke Brink

Elf maanden na zijn vertrek bij het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (HDC) werd 29 november aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam eindelijk afscheid genomen van voormalig HDC-directeur George Harinck (1958).

Op een feestelijk mini-symposium werd Harinck in stijl uitgezwaaid. Onder zijn leiding verwierf het instituut faam door de vele symposia die het organiseerde. Die bijeenkomsten werkten als een vliegwiel, blikte Harinck terug: ,,Wij lieten zien dat we echt iets deden met de archieven die we in beheer kregen. We onderzochten ze, we publiceerden er over en we organiseerden symposia. Die bijeenkomsten werden altijd goed bezocht en we kregen als gevolg daarvan weer nieuwe archieven binnen. Of we kregen geld van ondernemers die vonden dat we goed werk verrichtten. Van dat geld konden we dan een publicatie maken.”

Geoliede machine

Harinck was sinds 1985 verbonden aan het HDC, toen hij als pas afgestudeerd historicus aantrad. In 2004 werd hij directeur van het instituut, tot 2013 liep dat volgens Harinck als een geoliede machine: ,,We hebben als klein HDC zo miljoenen binnengehaald”, constateerde hij niet zonder trots. De nieuwe directeur Bart Wallet noemde Harinck bij het afscheid een onovertroffen fundraiser: ,,Hij wist zelfs bij de jezuïeten geld te halen. Dan weet je dat de Tachtigjarige Oorlog echt voorbij is.”

Maar de laatste paar jaren kwam er zand in Harincks machine. Drie jaar voor zijn vertrek werd het HDC tijdens de reorganisatie in tweeën gesplitst: het archief vertrok met archivaris naar de universiteitsbibliotheek, van het HDC bleven nog de directeur en twee wetenschappelijke medewerkers over. Dat zinde hem niet; de kracht van het HDC lag volgens Harinck juist in de samenwerking binnen het kleine team.

In het universiteitsblad Advalvas zei Harinck een jaar geleden dat hij er alles aan had gedaan om de naam van het centrum in die nieuwe omstandigheden hoog te houden. ,,Bijvoorbeeld door veel congressen te organiseren. Ik wilde naar buiten toe laten zien dat we nog erg druk en dynamisch waren.”

Grijze haren

Al die congressen organiseerde hij vrijwel in z’n eentje, terwijl er vanuit het bestuur van de universiteit steeds minder waardering kwam. ,,Op den duur was er zelfs een bestuurder die kritiek had op te publiek. Hij zei: ‘Kijk eens om je heen George, ik zie alleen maar grijze haren. Dat moet veranderen.’ Maar die man begreep niet dat er steeds weer nieuwe mensen met grijze haren kwamen. Interesse in geschiedenis begint nu eenmaal op latere leeftijd. En ik heb nog nooit geld gekregen van een ondernemer van 30, degenen die geld geven zijn altijd minimaal 60.”

De onvrede over het beleid van het universiteitsbestuur stapelde zich op bij Harinck, waarna hij per januari 2018 een baan aannam als hoogleraar- directeur van het nieuwe instituut voor de studie van het neo-calvinisme aan de Theologische Universiteit Kampen.

Harinck blijft nog wel aan de VU verbonden als hoogleraar neo-calvinisme. Een van de activiteiten in die colleges is dat hij zijn studenten negentiende- eeuwse brieven uit de archieven van het HDC laat transcriberen. ,,Dat vinden ze fantastisch om te doen, vaak is het een van de weinige momenten dat ze met een echte historische bron werken. Maar er zit ook een keerzijde aan het werken met studenten geschiedenis: ze weten niets van de materie waar de brieven over gaan. Zo wordt ‘doop’ gewoon als ‘drop’ opgeschreven.”

Met researchmasterstudent Wouter Kroese bewerkte en bundelde hij transcripties van brieven van Henry Dosker (1855 – 1926) aan Herman Bavinck (1854 – 1921) in het boek Men wil toch niet gaarne een masker dragen. Dat is als afscheidscadeau uitgegeven in de Donum-reeks van het HDC.