Auteursarchief: webredactie

Molukse Kerk van Hoogkerk is de spil van de gemeenschap

Allert van der Hoeven

Het houten kerkgebouw van de Moluks-Evangelische Kerk van Hoogkerk staat midden in de Molukse wijk. De kleine dertig kerkgangers zitten op eenvoudige houten stoelen met stalen poten. Alles is netjes onderhouden, al oogt het wat versleten. ,,Het gebouw is onbewoonbaar verklaard”, grapt dominee Theo Pattinasarany. ,,Maar samen staan we sterk, met Gods zegen.”

Soepel wisselen voorganger en kerkgangers tussen Maleise en Nederlandse teksten. De predikant zingt met overtuiging en een lach een lied voor: ‘Dalam Tuhan kita bersaudara, Sekarang dan selamanya…’ ‘In God zijn we broeders, nu en voor altijd…’ ,,Nu kennen jullie het wel, toch?”, zegt de dominee breed glimlachend, nadat het lied een aantal keren gezongen is. ,,We gaan een canon doen.” Enthousiast verdeelt Pattinasarany de kerk in drieën, maar als de tweede groep begint, valt de eerste al stil. De dominee lacht. ,,Oké, met z’n allen maar weer!”

Geredja Indjili Maluku (GIM), Moluks-Evangelische Kerk, luidt de officiële naam van de kerk. De overheid zette het gebouw ruim een halve eeuw geleden neer, in de toen nieuwe wijk voor Molukkers. In de jaren tachtig nam de kerk het onderhoud over. Het valt de bescheiden gemeente zwaar om het gebouw te onderhouden. ,,God luistert naar ons gebed”, zegt de Pattinasarany bemoedigend tegen de gelovigen. ,,We vechten voor ons bestaansrecht als kerk. We moeten niet achteroverleunen maar als de Heer het wil, komt het allemaal goed.”

Het gebouw is veel meer dan een kerk. Het is het kloppend hart van de Molukse gemeenschap, die hier kwam wonen toen duidelijk werd dat het verblijf in Nederland langer zou duren dan aanvankelijk gedacht, begin jaren zestig van de vorige eeuw. Hier ontmoeten de Molukkers elkaar, kerklid of niet.

Samengaan

Naast de GIM kerkt er ook de Noodgemeente Geredja Protestan Maluku di Belanda (Noodgemeente van de Protestantse Molukse kerk in Nederland). ,,Het is een andere kerk, maar we kennen elkaar allemaal natuurlijk wel uit de buurt. En we doen ook heel veel samen”, zegt ouderling/secretaris Harry Hallatu. ,,Samengaan zou ook best kunnen, maar dat is iets wat de synodes moeten beslissen’, vult dominee Pattinasarany aan.

De restanten van het eten dat de dag ervoor werd uitgedeeld bij een fondsenwerving in Barneveld, eten de kerkgangers na de dienst gezamenlijk op. In de keuken warmen de dames alles op: rijst met sambal goreng daging, salade, kroepoek en sambal. Soepel dekken de kerkgangers met elkaar de lange tafel waar het eten geserveerd wordt.

Kerkganger Ankie woont sinds een aantal jaren weer in haar ouderlijk huis. Haar ouders behoorden tot de eerste generatie Molukkers. Na hun overlijden konden Ankie en haar man Emi het huis in de Molukse wijk overnemen. Beiden zijn betrokken kerkleden en hun kinderen volgen hen daarin. ,,Mijn kinderen van twintig en zeventien gaan over een tijdje belijdenis doen”, zegt Ankie. ,,Ons geloof is ons vanuit de moederschoot meegegeven, het is een deel van ons geworden.”

Elkaar helpen

Ankie is begeleider bij de zondagsschool én vrijwilliger, waar die extra handen maar nodig zijn. ,,Wij wonen pal achter de kerk, dus je ziet ook alles. Gisteren kwamen de mensen van de kerk terug van de fondsenwerving in Barneveld. ‘Die bus moet leeg’, denk je dan, dan help je natuurlijk even mee met uitpakken. En daarna blijf je nog een tijd gezellig kletsen. Het zit ook in de opvoeding: elkaar helpen.’

,,Saamhorigheid is erg belangrijk voor Molukkers”, beaamt Ankies man Emi. ,,Dat merk ik ook bij mijn Nederlandse collega’s. Als ik iemand bezig zie, dan wil ik altijd helpen. In deze kerk kun je je identiteit uiten. In het kamp hadden we een besloten leven. Je blijft maar even, we zouden teruggaan naar de Molukken, dachten we.” Toen dat teruggaan definitief van de baan was, moesten de Molukkers hun leven hier opbouwen. ,,We moesten opeens volledig participeren. Dan is het wel goed dat je steun bij elkaar kunt vinden.”

Ika (75) was zeven jaar toen zij in 1947 vanuit de Molukken naar Nederland kwam. ,,De eerste tien jaar woonden wij in Kamp Oranje. Na tien jaar verhuisden we naar Hoogkerk. Toen de kerk hier kwam, was het groot feest. Als ik hier in de kerk ben, voel ik dat Jezus aanwezig is, dan kom ik tot rust. En in deze kerk zijn we onder elkaar. We zetten samen alles vooraf klaar, we zetten samen koffie, zorgen voor koekjes… En naderhand ruimen we samen alles op. Dat hoort zo, we zijn een eenheid.”

Ook haar nakomelingen voelen zich verbonden met de Molukse kerk. ,,Mijn dochter kerkte een tijd lang ergens anders, maar zij komt hier nu ook weer, samen met mijn oudste kleindochter.”

Integratie

De Molukkers van Hoogkerk zijn allemaal goed geïntegreerd, denkt ouderling Harry. Maar de eigenheid van de Molukse Kerk is het waard om te behouden, vindt hij. ,,Wij geven dat mee bij de opvoeding, zodat de kinderen zich bewust zijn van hun oorsprong. Wij geloven dat de kerk zeker nog toekomst heeft. We hebben nu ongeveer negentig leden, inclusief doopleden en er zit zelfs een lichte groei in, sinds een aantal jaren.”

De toekomst van de kerk ziet er dan ook rooskleurig uit. Maar de staat van het gebouw baart wel zorgen. ,,We zorgen er wel voor dat alles er goed uit ziet. Zo verven we het gebouw zelf. Maar de elektriciteit moet vervangen worden en de vloer in de kerk ook. Die ligt er al vanaf het begin, meer dan een halve eeuw. We proberen daar op allerlei manieren geld voor in te zamelen, zoals tijdens de fondsenwerving van de synode, gisteren in Barneveld.’

De overheid heeft de kerk 55 jaar geleden gebouwd voor de Molukse gemeenschap. ,,Daar hebben we toen wel geluk mee gehad”, zegt Harry. ,,Andere migrantenkerken beginnen in een garagebox of bij iemand thuis.”

De eigen kerk is voor de Molukkers heel belangrijk geweest om hun leven hier op te bouwen, vertelt Harry. ,,De mensen die hier kwamen, waren alles kwijt: hun KNIL-status (Koninklijk Nederlands- Indië Leger red.), hun vaderland, hun dorp en hun kerk. Dankzij de kerk hebben we met elkaar onze eigen weg kunnen vinden.”

Dit is het eerste deel in een serie over bijzondere geloofsgemeenschappen in het Noorden.

Meer bezoekers Tsjerkepaad dankzij Culturele Hoofdstad

Jan Auke Brink

Ruim vijftigduizend mensen hebben afgelopen zomer de opengestelde Tsjerkepaad-kerken bezocht. Dat is een lichte stijging ten opzichte van schattingen van voorgaande jaren.

Volgens ds. Gerrit Groeneveld, voorzitter van de Stichting Tsjerkepaad, laten met name kerkgebouwen in de buurt van een activiteit van Culturele Hoofdstad dit jaar een stijging zien: ,,Vooral in Leeuwarden telden we meer mensen, bijvoorbeeld tijdens De Reuzen waren de kerken overvol. Verder profiteerden plaatsen waar bijzondere activiteiten zijn georganiseerd. Langezwaag is daar een duidelijk voorbeeld van: daar hebben ze mede door het Under de toerproject Haren in de wind ruim 3500 bezoekers in en rond het kerkgebouw geteld. De fonteinen hebben ook duidelijk een positief effect op de aanloop bij de kerken in de elf steden.”

Maar het totale effect van de Culturele Hoofdstad is kleiner dan op voorhand gehoopt. ,,Het is niet zo dat overal in Friesland opeens meer mensen kwamen. Veel van de ruim 250 deelnemende kerken zijn qua bezoekersaantallen stabiel gebleven, of zelfs iets gedaald. Met name buiten de toeristische gebieden kwamen soms minder bezoekers. Op alleen een open kerk komen mensen niet massaal af. Wel geven contactpersonen van kerken aan tevreden te zijn met een bezoekersaantal van tussen de tien en twintig mensen.”

Openstelling

Groeneveld benadrukt dat openstelling, het tonen van gastvrijheid, belangrijker is dan een hoog bezoekersaantal. Maar tegelijkertijd is het voor de vrijwilligers – die in sommige dorpen moeilijker te vinden zijn – het leukste als de bezoekers druppelsgewijs binnenkomen.

Al met al is Groeneveld blij met het verloop: ,,We hebben positieve reacties gehad van zowel bezoekers als vrijwilligers, en het is mooi om te zien dat ook mensen van buiten Friesland ons steeds beter weten te vinden: we krijgen regelmatig bezoekers uit andere provincies die speciaal komen om een paar kerken te bekijken. Ook groeit het aantal Duitse bezoekers. Dat is allemaal positief.”

Toch zijn er ook zaken die zorgen geven: ,,Soms komen er op een middag in een kerk niet zoveel bezoekers of is het moeilijk voldoende vrijwilligers te vinden. Hoe blijven ze gemotiveerd? Volgend jaar is het thema ‘Kerk en Kunst’. Dat biedt veel mogelijkheden, we zullen met de vrijwilligers in contact treden over ideeënom er volgend jaar iets moois van te maken. Dat hoeft niet heel uitgebreid: je hebt soms maar één of twee enthousiaste mensen nodig.”

Een ander aandachtspunt is dat de grote meerderheid van bezoekers bestaat uit vijftigplussers. ,,Sinds een aantal jaren besteden we extra aandacht aan kinderen. Het is belangrijk dat jongeren het erfgoed ook gaan waarderen. Daarom zal Henk Kuindersma tijdens de afsluitende bijeenkomst een model presenteren voor scholen die een bezoek van kinderen aan de kerk in hun lesprogramma willen opnemen.”

Er is genoeg reden voor optimisme

Martin Janssen

Als het gaat om de ontwikkeling van de religies wordt er vaak gewezen op de groei van de islam, maar het christendom heeft ook een grote toekomst, zo ziet Martin Janssen, correspondent in Amman.

Het Center for the Study of Global Christianity wordt gezien als een autoriteit als het gaat om de ontwikkeling van het christendom. Enkele jaren geleden publiceerden ze een studie waarin twintig landen werden genoemd waar het christendom het snelst was gegroeid. Nepal en China prijkten op de eerste en tweede plaats maar ook landen als Mongolië, Cambodja en een aantal Afrikaanse staten werden genoemd.

Ryan Mauro, verbonden aan het Clarion Project, concludeert dat ,,het waar is dat als gevolg van immigratie de islam in het Westen groeit. Wat echter nooit vermeld wordt is de explosieve groei van het christendom wereldwijd door bekeringen.”

Een heel ander geluid dat vaak ondersneeuwt. Wie kijkt naar China, ziet die ontwikkeling in cijfers bevestigd. Hoeveel christenen er precies in China wonen is een geheim maar christelijke organisaties schatten hun aantal op minstens honderd miljoen. De socioloog Fenggang Yang van de Amerikaanse Purdue University voorspelt zelfs dat China in het jaar 2030 met 247 miljoen christenen het grootste christelijke land ter wereld zal zijn.

Vervolging

Open Doors publiceert jaarlijks een lijst van landen waar de vervolging van christenen het hevigst is en China en Noord-Korea bekleden hierbij altijd de topposities. Op deze lijst worden tevens altijd opvallend veel islamitische landen genoemd.

De Egyptische geleerde Raymond Ibrahim stelt dat er een fundamenteel verschil bestaat tussen de christenvervolging in bijvoorbeeld China en in sommige islamitische landen. Het communisme in China is volgens hem net als eerder in Rusland een tijdelijk verschijnsel. Christenen worden hier om politieke redenen gewantrouwd. In islamitische landen echter zou er sprake zijn van een vervolging die van ideologische aard is en die bovendien 1300 jaar oude papieren heeft.

In een aantal islamitische landen – waaronder Pakistan – is het aantal christenen waarschijnlijk veel groter dan officiële statistieken beweren terwijl in landen als Indonesië, Maleisië en Brunei het christendom groeit tegen de verdrukking in.

Groei

De Asia Evangelical Alliance bericht over de groei van het christendom in landen als Nepal, Mongolië en Cambodja. In Nepal werd in 1959 de eerste kerk opgericht die indertijd 29 leden telde. Thans wonen er zo’n 500.000 christenen in dit Hindoestaanse koninkrijk. In Mongolië groeide het aantal christenen van vier in 1989 tot twintigduizend anno 2018. Cambodja telde in 1970 waarschijnlijk tweeduizend christenen. Een aantal dat aanzwelde tot de huidige 150.000 christenen in dit land. Repressie van overheidswege tegen evangelisatie waarover we lezen in onder meer Nepal, China en Iran wordt ingegeven door de angst voor de onstuitbare groei van de kerk in deze landen.

Het International Bulletin for Missionary Research publiceert jaarlijks statistieken die fascinerend zijn. ‘Het is waar dat er in West-Europa en de Verenigde Staten sprake is van verval of stagnatie, maar elders in de wereld is er sprake van een explosieve groei van het christendom’.

In het jaar 1900 bijvoorbeeld leefden er minder dan negen miljoen christenen in Afrika maar thans wonen er ruim 540 miljoen christenen op dit continent. De afgelopen vijftien jaar groeide de kerk in Afrika met 51 procent wat betekent dat er dagelijks 33.000 nieuwe christenen in de kerk worden opgenomen. Hetzij bekeerlingen of kinderen die geboren worden in christelijke families. Cijfers en statistieken zijn inderdaad droog maar tegelijkertijd uiterst moedgevend.

Mijn sympathie ligt bij Orban

Tamarah Benima

Ik zal wel heel slecht zijn, maar mijn sympathie ligt bij de Hongaarse premier Viktor Orban. Het Europees Parlement nagelt hem en zijn land aan de schandpaal. Orban bouwde een hek om moslimmigranten tegen te houden. Het werkt. Hongarije heeft een geschiedenis van oorlog met het vroegere Osmaanse rijk. Het zal het Europees Parlement worst zijn. Hongarije vreest conflicten tussen aartsconservatieve christelijke Hongaren (van wie er veel zijn) en fundamentalistische moslims (van wie er ook veel zijn).

In het land is iedereen strafbaar die migranten helpt. Een maatregel waar ieder weldenkend mens de haren van overeind gaan staan. Ondertussen hebben joodse festiviteiten en gebouwen geen politiebewaking nodig, zoals overal in Europa. Het antisemitisme is er omlaag gegaan. Daar staat tegenover dat Orban een door velen als antisemitisch geziene campagne heeft gevoerd tegen George Soros. Die werd met valuta-speculaties mega-rijk en vecht met zijn filantropische organisatie voor een ‘open samenleving’ in Europa.

De grote joodse gemeenschap in Hongarije is ongelukkig met Orban, ondanks de veiligheid die hij schept. De Europese Unie haat hem. De anti-campagne in het Europees Parlement werd aangevoerd door Judith Sargentini van GroenLinks. Hongarije schendt namelijk de waarden van de Europese Unie.

Nu wil het geval dat GroenLinks deel uitmaakte van een Kamerdelegatie die in mei dit jaar Saudi-Arabië bezocht. Volgens het AD belandden de zeven Kamerleden „in een warm bad”. Tja. Naast onthoofdingen, stenigingen en extreme onderdrukking van niet-man en/of niet-moslim behoort een warme ontvangst met thee en koffie beslist tot het arsenaal van de Saudi’s. Maar geen asiel. In 2017 kregen acht (!) asielzoekers uit Tsjaad er asiel.

Sargentini verlaat volgend jaar het Europees Parlement. Ze weet nog niet wat ze gaat doen. Suggestie: onderzoek doen in Saudi-Arabië naar de positie van gastarbeiders (m/v), asielzoekers, lhbt’ers, vrouwen, critici en andere ongelukkigen. Natuurlijk wel bij het drinken van het roemruchte ‘kopje thee’.

Heart to Heart, vrijmoedig het geloof delen leidt tot onverwachte dingen

Dick van den Bos

De straat op het evangelie vertellen aan een ander, je moet het maar durven. In de korte serie portretten van bevlogen straatevangelisten die zich geroepen weten tot die opdracht.

In het hartje van de Amsterdamse Wallen, recht tegenover De Nieuwe Kerk, verzamelt zich de groep van pastor Marc Joshua de L´Isle van The Journey Church in Almere. De groep heet Heart to Heart. Ze gaan evangeliseren – om dit vervolgens af te sluiten met een speciale evangelisatiedienst. De dienst is in een grachtenpand. Aan de overkant zijn rode lampen te zien van diverse bordelen.

Vooraf geeft Marc-Joshua nog een korte training aan het team van ongeveer tien man. Het is een gemêleerd gezelschap, dat een passie voor evangelisatie gemeen heeft.

,,Het is heel belangrijk dat we de mensen aanspreken geleid door de Heilige Geest. Probeer echt de Heilige Geest om instructies te vragen, voordat je op iemand af stapt. Vraag Hem een woord of een beeld. Het is belangrijk om niet vanuit je eigen inzichten te evangeliseren, maar geleid door God.”

Marc-Joshua onderwijst nog wat zaken en dan gaat hij voor het team bidden. Hij legt ze de handen op. Terwijl het team de straat op gaat, blijven andere mensen achter om de zaal op te bouwen. Het moet binnen anderhalf uur klaar zijn, want dan begint de dienst.

Oude stijl

De evangelisatiemethode die Heart to Heart heeft, wijkt af van het klassieke flyeren, of op de zeepkist het dorp toespreken. ,,De klassieke wijze is inderdaad flyeren, of discussiëren, of veel lawaai maken op straat – met muziek erbij -, maar wat zijn de vruchten ervan? Zijn er mensen die een ontmoeting hadden met Jezus, of zijn er mensen genezen? Je kunt herrie maken met een band, zodat mensen weten dat je er was. Maar hebben mensen, in plaats van dat jij er was, ook gemerkt dat Jezus er was?”

Deze ‘oude stijl’ kan zelfs voortkomen uit een angst voor mensen, denkt De L’Isle. ,,Als je veel lawaai maakt, of een flyer uitdeelt, hoef je niet in contact te komen met mensen. Je hebt dus ook niet het risico dat mensen je afwijzen. Ik denk dat het belangrijkste is om deze angst te overwinnen – en wel door echt in contact te komen met mensen. Dat contact te zoeken. ” Hij vertelt wat hem daar zelf bij hielp. ,,In het evangelie van Lucas staat dat als je afgewezen wordt, dat niet jij bent afgewezen, maar Jezus. Het is dus belangrijk dat jij je niet persoonlijk afgewezen voelt, als mensen negatief reageren.”

De methode van Marc Joshua de L’Isle zou je evangelisatie 2.0 kunnen noemen. Hij beaamt dat het vernieuwend is, al ziet hij het ten diepste als ‘terugkeer naar de basis’. Terug naar hoe het er in de Bijbel aan toe ging. Voor hem is 2.0 het evangeliseren ‘onder de leiding van de Heilige Geest’. Hij bedoelt daarmee dat je de gaven van de Geest ‘inzet’. ,,Net zoals Filippus in de Bijbel, die van de Heilige Geest hoorde dat hij naar de weg moest gaan, waar de Ethiopische kamerling voorbij kwam Juist omdat hij zich overgaf aan Gods leiding, had hij zo’n bijzondere ontmoeting.
Hetzelfde zie je bij Jezus, die een woord heeft voor de Samaritaanse vrouw, over de vijf mannen die ze gehad heeft. Als je zo leeft, dan kun je dezelfde dingen doen die Jezus ook deed. Het is een fantastisch avontuurlijk leven.”

Gebedsverhoring

Op straat zijn de mannen en vrouwen uit het team ook op deze manier bezig. Een van de jonge evangelisten, Martijn, ontmoet een Duitse toerist, die een broodje hamburger staat te eten, op twintig meter afstand van een bordeel. Martijn heeft een woord voor hem. Het gaat over God als liefhebbende Vader, in plaats van als een religieus figuur. De man stopt met eten – en kijkt verbaasd. Het gesprek lijkt een gebedsverhoring voor hem.

De toerist begint te vertellen over zijn religieuze opvoeding, waarbij hij zich vooral ‘aan regeltjes moest houden’, maar het geloof was zo onpersoonlijk. Raakte hem niet. Tegelijkertijd verlangt hij naar antwoorden ‘waarom hij hier leeft’.

Na een diep gesprek, en een gebed, neemt Martijn de toerist mee naar het grachtenpand waar de dienst over een half uur begint. Hij krijgt wat drinken en begint zijn hele hart te luchten. ,,Heel raar, maar ik voel zo’n behoefte om mijn hele hart voor jullie uit te storten, dat heb ik nooit”, vertelt hij eerlijk. Hij wordt zelfs een beetje emotioneel. ,,Dit moet ik even laten bezinken, hoor. Het heeft mijn dag sterk bepaald.”

Dienst

Terwijl veel mensen nog buiten aan het evangeliseren zijn en aan het bidden voor mensen, staat de dienst op punt van beginnen. Een beamerscherm verlicht de donkere ruimte. Langzaam druppelen mensen binnen, ook diverse mensen die letterlijk van de straat zijn meegenomen.

Later komt er ook een koppel binnen lopen, maar die keren zich meteen weer om. ‘Nee, dit is niets voor mij.’ Vervolgens begint de dienst en pastor Marc-Joshua opent. Hij begint te vertellen over Jezus, en de ernst die er is om Jezus aan te nemen als Heer van je leven.Er wordt gezongen, gebeden – ook voor mensen persoonlijk – en er is een preek.

Vervolgens is er een moment dat voor Marc-Joshua een van de belangrijkste momenten is: een oproep tot bekering. Twee jongemannen steken hun hand omhoog. Ze komen van de straat, liepen daar ‘zomaar’ rond, en geven aan nog nooit een kerk van binnen te hebben gezien. ,,Ik voelde een drang om binnen te komen”, zegt een van de jongens. Ze bidden een zondaarsgebed. ,,Dit is echt heel bijzonder.”

Sfeer

Wat opvalt is dat de dienst – en het hele event – dat er een goede sfeer hangt. Mensen vinden het prettig om hier te zijn. Er zijn ook kerkmensen, maar voor sommigen is het ook nog erg bijzonder. Een vrouw vertelt dat ze al jaren naar de kerk gaat, maar nog nooit zo’n sterke aanwezigheid van God heeft ervaren.

Elke twee weken organiseert Marc-Joshua dit event met Heart to Heart. ,,Ik zie dit niet als een kerkprogrammaatje. Ik hoop dat mensen geactiveerd worden”, zegt hij. ,,Het is mooi als ze dit ook in hun dagelijks leven gaan doen. Als je reikt naar mensen die Jezus nog niet kennen, vervult dat je leven op prachtige wijze.”

Tien kerken in twee dagen

Peter van der Weide

Afgelopen zaterdag, op de Open Monumentendag, begon het na de middag bij mij wat te kriebelen. Ik pakte de auto en zette koers naar Schettens. Ik wist dat daar een oude helm in de toren hing en mooie grafstenen te zien waren. Trouwens in alle kerken die ik deze middag bezocht was ik als kind al eens op de fiets geweest. Het zat er toen al in, de liefde voor kerken en die is nooit meer weggegaan.

Ik ging naar Witmarsum waar de rooms-katholieke kerk potdicht zat, maar waar ik oud-pastoor Jan Romkes van der Wal bezocht die in het voormalige raadhuis verblijft. ‘Wonen bij september’ heet het daar.

Ondanks zijn ernstige geheugenverlies herkende hij mij en hebben we ook even heerlijk gelachen. Ik vroeg hem mij de zegen te geven en dat deed hij geweldig – wat mij erg ontroerde. Ik heb hem beloofd terug snel te komen.

In Arum zag ik dat er vitrages achter de kerkramen hingen, in Achlum was ik, waar fruitschalen klaarstonden voor zieken en alleenstaanden.

Toren

Ik kwam bij de kerk van Tzum. Je kon daar de 72 meter hoge toren beklimmen; toen op weg naar Spannum alwaar de kerk óók potdicht was. Toen had ik de toren van Easterlittens al gezien. Een prachtkerk trouwens. Ik zag binnen het klokkentouw hangen van het angelusklokje, maar heb er niet aan getrokken. Dat schijnen alleen de kinderen te mogen doen.

Toen via Wommels naar Hidaard. Eindelijk zou ik de grafsteen van de laatste abt van het Oldeklooster zien, maar neen. Ook deze kerk was dicht. Toen via de Epemastate in Ysbrechtum langs het kerkenpaadje van de baron naar de statige dorpskerk waar ik werd uitgenodigd om even op het Hardorfforgel te spelen.

Het werd tijd huiswaarts te keren. Aangekomen in de Sint Martinus aan de Singel zag ik dat er veel kaarsen waren ontstoken door even zo vele bezoekers. Ja, die kerk is elke dag open. Toen was het tijd voor de avondmis in Heeg met aansluitend een vrijwilligersavond.

Op zondagochtend reisde ik af naar Westhem waar voor het eerst sinds 1580 in de Bartolomeüskerk weer een mis werd opgedragen. De organist speelde dapper op het harmonium, de zangers deden hun best en de goed gevulde kerk zong geweldig mee. Ik heb de koffie niet afgewacht, want ik had precies een kwartier om op tijd bij de hoogmis in Sneek te zijn.

Effata

Zoals in de gehele wereldkerk ging ook daar, op Ziekenzondag, het Evangelie over open gaan, Effata. Welnu, daar ging ook iets open door de zang van het koor, een mooie groep kinderen voor de kinderwoorddienst en de goed gevulde kerk. Aansluitend een kop koffie en weer de auto in voor een bezoek aan de St. Bonifatiuskerk in Rijswijk met aldaar een prachtig orgelconcert van Eric Koevoets.

Tijdens het terugrijden naar huis dacht ik: er is de laatste tijd weer veel onrust in de Rooms-Katholieke Kerk over het misbruik en een machtstrijd die er gaande zou zijn.

Ik snap dat mensen hierdoor kritiek hebben, maar als ze gewoon eens zo’n ritje zouden maken als ik, of op zondag zo’n bijzondere viering zouden bijwonen in Westhem en Sneek, dan zouden ze merken dat er nog veel christendom aanwezig is van een zeer goede kwaliteit waardoor mensen opengaan en kerken open blijven. Behalve dan die paar waar ik voor een gesloten deur kwam.

Reacties: pastoor@sintantoniusparochie.nl

Door Zappa mijn vorm gevonden

Jan Andries de Boer

Er zijn van die momenten die in je leven bepalend kunnen zijn voor je ontwikkeling als mens, of voor je ambt of latere beroep. Verschillende mensen uit christelijk Nederland vertellen hierover. Deze week: Jan Andries de Boer.

Eind 1978, ik was zeventien, ontdekte ik de muziek van Frank Zappa. Ik had geld, was in mijn woonplaats Haarlem naar Elpee gegaan, en zag daar het dubbelalbum Zappa in New York staan voor 6 gulden 90. Ik had over hem gelezen en had het gevoel dat dit wel eens erg interessant zou kunnen zijn. Aanvankelijk vond ik een aantal nummers ronduit lelijk, maar na enkele maanden incubatietijd werd ik door juist deze stukken, waaronder Manx Needs Women en The Black Page Drum Solo een enthousiast fan van hem. Wát een eigenzinnige muziek! Wat een onvoorstelbaar uitdagende klanken!

Achter op de legerjas, die ik in die tijd droeg, liet ik in glitterletters zijn naam strijken bij diezelfde platenzaak. Haha, ik liet het deel worden van mijn identiteit, vond daar ook zelfvertrouwen in. Ik kon dat wel gebruiken, want ik had een tijd wat moeizaam in de groep gelegen. Ik kreeg uiteindelijk zo’n band met zijn muziek en daardoor toch op een bepaalde manier beslist ook met Frank Zappa als persoon, dat toen hij vijftien jaar later, op 4 december 1993, overleed, er echte tranen kwamen toen ik dit hoorde.

Nu had deze muzikale alleskunner een grote hekel aan kerk en geloof. Daar moest ik iets mee, voelde ik, want dat wrong. Zou het niet mooi zijn om vanuit mijn achtergrond als predikant een artikel over hem te schrijven? De gelegenheid kwam toen in 1996 postuum het album Läther uitkwam. Oorspronkelijk had het in 1977 als vierdubbelelpee moeten verschijnen, maar door een conflict met Warner Brothers was het daar nooit van gekomen. Nu kwam hij op de markt als een driedubbel- cd. Dit gaf een aanleiding in de actualiteit. Ik belde de redactie van Trouw, waar interesse was voor het idee. Vervolgens trok ik me een paar dagen terug in een klooster en ging aan het schrijven. Onder de titel ‘Hellejazz en Swaggart volgens Frank Zappa’ verscheen het op de kerkpagina – die deze krant toen nog had. De Amerikaan Jimmy Swaggart was een in die tijd bekende televisiedominee, die Zappa vanwege zijn hypocrisie graag op de korrel nam.

Komma, maar

Het is dit artikel, door redacteur Henk Steenhuis aangeduid als ‘het meest opmerkelijke artikel in vijftig jaar kerkpagina’, waaraan ik dacht toen ik de vraag kreeg om te schrijven over een gebeurtenis of ontmoeting met grote invloed op mijn predikantschap. Waarom was dit zo belangrijk?

Om te beginnen, heel simpel, vanwege het feit dat ik het gedaan heb, en dus het ‘komma, maar’ geschrapt heb. Vaak is het immers: ‘ik zou dit of dat kunnen doen, maar’, en dan blijft iets bij een idee. Maar ik deed het. En het werd opgemerkt ook. Het leverde me meteen een televisieportret op in een programma van VARA/VPRO.

En dat was het tweede: de twee werelden waar ik de meeste affiniteit mee heb, de wereld van kerk en geloof, en de wereld van de nietcommerciële rockmuziek, bracht ik bij elkaar. Dit trok ook nog eens de aandacht van een niet bepaald kerkminnende omroepcombinatie, waar ik kon vertellen over het geloof.

Paaltjes verzet

Ik kreeg goede reacties van zowel kerkmensen als van Zappaliefhebbers. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat er in de kerk ook mensen waren die zich afvroegen waar dit voor nodig was.

Door het schrijven van dit artikel had ik ook mijn paaltjes verzet. Ik had mijn speelruimte vergroot. Ik had iets gewaagd en dat was goed afgelopen. Het bracht me de prettige gewaarwording dat er in de kerk ruimte is voor een rebels persoon als ik. Sinds die tijd heb ik ook een mooie poster van Zappa op mijn studeerkamer hangen: wat eens twee gescheiden wereld waren, kon nu samen bestaan. Later zou daar nog een poster van U2 bij komen.

Maar dit was dus ook mijn entree in de wereld van de media. Tot die wereld heb ik mij altijd aangetrokken gevoeld. Men is dan geneigd te denken dat dit voortkomt uit een behoefte aan aandacht. Zelf zie ik het liever zo: enthousiasme wil gedeeld worden. Ik heb in brede zin de missionaris in mij. Als kind wilde ik radio-dj worden om de muziek die ik mooi vond ook te laten horen aan anderen. Als dominee vind ik het prachtig om wekelijks de kans te hebben om vanuit de Bijbel door te geven wat mij bemoedigt en inspireert.

Gemeente

Het artikel had nog een effect. De preekvoorziener uit Winkel vond het mooi en nodigde me uit om in zijn gemeente voor te gaan. Hieruit ontstond een contact dat er toe leidde dat ik vier jaar geleden een beroep kreeg van deze gemeente, waar ik nu sta.

Terugkijkend is het belangrijkste aan het artikel in Trouw dat dit het begin vormde van mijn carrière als rockdominee. En toen het idee opkwam om muziek van U2 en vervolgens ook Bløf te verbinden met de kerkdienst, bleef ik niet steken bij een ‘komma, maar’. Ten diepste begon deze hele ontwikkeling met de aanschaf van Zappa in New York. Zappa heeft me geholpen als predikant mijn vorm te vinden.

Jan Andries de Boer (57) is predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. Hij is bekend als ‘rockdominee’ en woont in Winkel.

NL-bisschoppen: ‘Schaamte over misbruik’

De Nederlandse rooms-katholieke bisschoppen ‘delen in de pijn en schaamte die veel gelovigen ervaren als gevolg van berichten over misbruik waarin de ellende van slachtoffers scherp naar voren komt.’

Dat staat in een verklaring die de Nederlandse Bisschoppenconferentie heeft verspreid. De verklaring volgt op een pastorale brief die bisschop Gerard de Korte eind vorige week liet uitgaan.

De schrijven nu gezamenlijk: ‘De kerk moet er alles aan doen om een veilige plek te zijn voor minderjarigen die –op welke manier dan ook– aan haar zorgen worden toevertrouwd. De bisschoppen dragen hiervoor primaire verantwoordelijkheid. Wij betreuren het daarom ten zeerste dat er bisschoppen zijn die deze verantwoordelijkheid niet genomen hebben of zelfs zichzelf aan seksueel misbruik schuldig hebben gemaakt.’

De verklaring bevat ook een uitleg van de manier waarop de Rooms-Katholieke Kerk (RKK) in Nederland omgaat met klachten van seksueel misbruik door haar medewerkers. De RKK heeft volgens de bisschoppen geprobeerd om aan de slachtoffers ‘erkenning, genoegdoening en hulp te bieden met als doel zo mogelijk een begin te maken met een proces van heling.’ De bisschoppen roepen gelovigen op niet ontmoedigd te raken, ‘maar de schaamte en pijn om te zetten in toewijding tot preventie en herstel voor de slachtoffers.’

Missionaire daden beginnen klein

Leendert Wolters

Het is de tweede zondag in de maand. Aan het eind van de middag druppelen de leden van ‘onze’ missionaire gemeenschap binnen. Op het fornuis staat een grote pan chili con carne, op tafel ligt de vraag ‘waar is onze missionaire gemeenschap goed voor?’

Een nieuwe gemeente sticht je niet in de loop van de week. Als je tenminste geen Paulus heet. ‘Network Praha’ ging drie jaar geleden van start met vier drietallen (triades) die zich richten op discipelschap. In deze kleine groepjes spreken we met elkaar over wat ons bezighoudt, we lezen de Bijbel en bidden voor elkaar. Zoekers doen daar volop in mee. In de twee daaropvolgende jaren groeide dit netwerk van twaalf uit tot ruim 25 actieve deelnemers en een ruime groep van contacten daar omheen.

Een jaar geleden startten we daarom met drie missionaire gemeenschappen van zo’n tien volwassenen en in ons geval natuurlijk ook onze kinderen. De drie skupina’s, om ze bij hun Tsjechische naam te noemen, gingen op zoek naar wat dat nu eigenlijk betekent: leven in een gemeenschap met een missionaire spits.

Vrijheid

Een van de belangrijke waarden in de Tsjechische cultuur is vrijheid. Dit jaar gedenkt het land verschillende jubilea die daaraan herinneren: honderd jaar geleden werd het land vrij van het Habsburgse rijk, tachtig jaar geleden verloor men de vrijheid aan het Derde Rijk van nazi-Duitsland, en tien jaar later aan het communisme. Vijftig jaar geleden werd de Praagse Lente, een roep om vrijheid, neergeslagen en 29 jaar geleden ontworstelde het land zich definitief aan het communisme.

,,Tsjechen weten heel goed waar ze vrij van zijn”, zegt Tomáš Grulich, voorganger van Network Praha, ,,het is het mantra van onze generatie en in onze cultuur. We weten heel goed waar we vrij van zijn, maar we snappen vaak niet waartoe. Vrijheid heeft voor veel mensen geleid tot onafhankelijkheid. Niemand hoeft ons te vertellen hoe we de dingen moeten doen. Maar onafhankelijkheid leidt dan tot eenzaamheid. Niet alleen ouderen, maar zeker ook jongvolwassenen voelen zich alleen gelaten, eenzaam in hun vrijheid”.

Dat is een sombere analyse van de maatschappij. Daarom zien we dat een missionaire gemeenschap in de eerste plaats een gemeenschap moet zijn, een plek waar mensen verbondenheid vinden te midden van de anonimiteit in een grote stad.

Gemeenschap

Voor onze skupina betekent dit dat we onder andere elke twee weken samen komen voor een maaltijd. Na de chili con carne van deze zondag, deelt Honza gedroogd fruit uit, meegenomen van zijn vakantie in Georgië. We discussiëren met elkaar. Waar is onze missionaire gemeenschap goed voor? ‘Om dingen samen te doen’, zegt er één. Anderen vullen aan: ‘om elkaar te ontmoeten en samen te eten’, ‘om nieuwe mensen mee naar toe te nemen’ en ‘om goede gesprekken te voeren’.

Na een jaar experimenteren, tellen we onze zegeningen. Een gemeenschap zijn is niet alleen samen eten. Het zijn ook alle momenten van contact tussendoor, gebed en praktische hulp voor elkaar en betrokkenheid bij moeilijke en mooie levensgebeurtenissen. Honza, bijvoorbeeld, komt regelmatig bij ons eten, maar repareerde ook onze stofzuiger.

De gemeenschap is echter niet alleen maar gezellig en bemoedigend, maar ook uitdagend. Zonder dat we elkaar iets opleggen, komt wel steeds de vraag terug hoe je handelt, gebaseerd op je geloof. We zoeken naar manieren om er voor mensen om ons heen te zijn. Door te helpen met een verhuizing, door discussieavonden onder de naam ‘Wine and wisdom’, waar we met elkaar praten over allerlei relevante vraagstukken. Of gewoon in contacten met vrienden en bij een kop koffie. Altijd is de gemeenschap open om nieuwe mensen in te sluiten, ongeacht hun achtergrond of geloof.

Project voor daklozen

Ten slotte hebben we met een aantal deelnemers ook een project voor daklozen geadopteerd. We organiseren het niet zelf, maar we zijn er wel bijna elke zaterdagavond.

Met een paar pannen met eten, met tweedehandskleren, fruit of toiletartikelen. Maar niet alleen om uit te delen, maar ook om met de zwervers van Praag in gesprek te gaan. Het is schrijnend om hun situatie te zien en we kunnen hun moeilijke situatie niet zomaar even veranderen. Maar het laat ons zien dat de mooie stad Praag ook een keerzijde heeft waar we onze ogen niet voor willen sluiten.

Leendert Wolters werkt namens de GZB, samen met zijn vrouw Nelleke in Praag.

Democratie en wit nationalisme

Contrapunt
Sytze Faber

Het staat al vast dat zich in de nalatenschap van premier Rutte iets bijzonders zal bevinden: een politieke dodenakker van partijgenoten die zijn weerga niet kent. Er werden al liefst zes VVD-bewindslieden bijgezet. Ook Van Miltenburg, een favoriet van hem en gemankeerd Kamervoorzitter, vond er een rustplaats. Evenals partijvoorzitter Keizer, die ten onder ging aan louche praktijken in de uitvaartbranche. En Loek Hermans, voorzitter van de Eerste Kamerfractie. Hij bezweek onder een karrenvracht van riant betaalde bijbanen. Ondertussen waaiden er ook nog wat Tweede Kamerleden van de wagen en zitten er twee (Van Haga, en de eergisteren beëdigde Thierry Aarts) in de gevarenzone. Mateloze geld- en machtzucht speelden een dominante rol. Bij integriteit is de VVD van Rutte wel de laatste partij waar je aan denkt. Wat idealen en principes betreft, lijkt ze een knekelhuis te zijn geworden. Behoud van politieke macht is hét bindmiddel. Men ziet het ook elders.

Het Europees Parlement brulde afgelopen week terecht tegen Hongarije. Het is echter maar de vraag of wel voorkomen kan worden dat Polen en Hongarije afglijden naar een autocratische eenpartijstaat zonder onafhankelijke rechtspraak, zonder persvrijheid, met een welig tierende corruptie, met vreemdelingenhaat. En of het bij die twee landen zal blijven.

De internationaal gelauwerde Amerikaanse econoom en schrijver Paul Krugman, van Joodse komaf, vreest dat het in zijn land dezelfde kant uitgaat. In The New York Times toonde hij onlangs aan dat het in de Republikeinse Partij koekoek eenzang is geworden. Partijbelangen prevaleren boven principes en grondwet. Met als drijvende kracht wit nationalisme, inclusief racisme. En hoe staan de zaken er bij ons voor? Een paar recente gebeurtenissen met Rutte als ‘herkenningswoord’.

Marskramer

De uitzetting van de Armeense kinderen Lili en Howick verdedigde de premier krachtig met slechts één argument: anders zou het draagvlak voor het toelaten van Syrische vluchtelingen verkruimelen. Geen kinderpardon, maar een kinderoffer. Vleesgeworden cynisme.

Het woord draagvlak gebruikt hij overigens selectief. Het speelt geen enkele rol bij de afschaffing van de dividendbelasting, lovebaby van Shell, Unilever en daarom ook van hem. Daarvoor is in geen velden of wegen, ook niet in het (internationale) bedrijfsleven, draagvlak te bekennen.

Bij de door Wilders uitgeschreven wedstrijd voor cartoonisten om de profeet Mohammed belachelijk te maken, profileerde Rutte zich evenmin als staatsman – meer als een doorsnee marskramer. Wilders beriep zich, uiteraard, op de vrijheid van meningsuiting. Dertien jaar geleden deed de Deense cartoonist Westergaard hetzelfde. Bij de wereldwijde rellen die daarop volgden, vielen tweehonderd doden en achthonderd gewonden. Het is niet denkbeeldig dat het deze keer zelfs een veelvoud zou worden. De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut. De minister-president had de mensen moeten uitleggen en Wilders erop moeten wijzen dat ook mogelijke gevolgen meegewogen dienen te worden. Ongetwijfeld (mede) uit angst voor stemmenverlies aan Wilders en Baudet kwam dat er niet van. Alleen het woord ‘smakeloos’ kwam over zijn lippen. Gelukkig was Wilders uiteindelijk wijzer door de stekker uit het project te trekken.

Grote meneer

Ook bij de vrijheid van meningsuiting is Rutte selectief. Hij loopt met een boog om Wilders heen, maar bij de toelating van Syrische oorlogsvluchtelingen hangt hij de grote meneer uit. Ze mogen ons land alleen in als ze meteen bepaalde Nederlandse meerderheidsopvattingen tot de hunne maken. Zoals – toegegeven: het meest bizarre voorbeeld – gemengd zwemmen. Alleen vrijheid van meningsuiting als de mening je goed uitkomt. De vermeende liberaal Rutte als korpschef van de Gedachtepolitie.

Democratie die zichzelf verslindt, het is niet meer een hersenschim.

Reageren? fabersyma@gmail.com