Tjerk de Reus
maandag 19 december 18:50
Als de zogeheten klassieke oudheid ter sprake komt, hoeft het betoog dat met het woord klassiek’ genereus gestrooid mag worden.

Homerus, Vergilius, de Griekse helden, de val van Troje, de Romeinse veroveringen en Romulus en Remus - je mag allemaal klassiek noemen. Waarom eigenlijk? Vermoedelijk vooral omdat die periode uitgestrekt en divers ijkpunt is geworden voor het Europese bewustzijn door de eeuwen heen.
Vaak werd teruggegrepen op ‘de klassieke oudheid’, als zou die cultuurperiode een ideaaltype van hoogstaande cultuur vertegenwoordigen. Het mooie is dat we op allerlei manieren kennis hebben van wat zich toen, ooit, heeft afgespeeld. Filosofie, literatuur, bouwkunst, beeldende kunst - veel hiervan hebben we overgeleverd gekregen, mede dankzij mensen die eeuwen geleden al onder de indruk waren van de klassieke erfenis.
Over dit thema verscheen een tweetal mooie boeken, die het beide verdienen om in de decembermaand bij het spreekwoordelijke knapperende haardvuur te worden gelezen. De eerste is van twee Britten, Price en Thonemann, die samen De geboorte van het klassieke Europa schreven.
Troje
Hun blik reikt ver het verleden in: ze starten bij de zogenoemde ‘Egeïsche wereld’, waarin Minoërs, Myceners en Trojanen figureren. Dit is de periode van omstreeks 1750 tot 1100 voor Christus. Aan het eind van dit tijdvak zou de beroemde verovering van Troje hebben plaatsgevonden, zoals we die uit de verhalen van Homerus kennen. Maar archeologisch onderzoek schept weinig eenduidigheid over wat er precies gebeurd zou zijn toentertijd.
Na een aantal hoofdstukken over Griekenland in het millennium voorafgaand aan Christus’ geboorte, vestigen de Britse wetenschappers de aandacht op Alexander de Grote (4e eeuw v. Chr.), de opkomst van Rome en de Punische oorlogen.
In de slothoofdstukken van het boek staat het Romeinse rijk centraal: de glorie en het onvermijdelijke verval. Het boek telt zo’n vierhonderd pagina’s.
Regio
Een ander, nog net iets nieuwer boek over de klassieke oudheid, telt bijna zeshonderd pagina’s: Een geschiedenis van de klassieke oudheid, geschreven door E.Ch.L. van der Vliet, een Nederlands historicus die sinds 1976 aan de Groningse universiteit doceerde. Dit grote boek is het resultaat van een leven lang studeren in de klassiek oudheid; ook hier is dit een milennia omspannende onderneming.
Van der Vliets boek vergelijken met de hierboven genoemde Britse publicatie is een klus die specialisten maar moeten klaren. Maar er zijn verschillen die ook voor de ‘gewone lezer’ iets betekenen. Van der Vliet besteedt bijvoorbeeld duidelijk aandacht aan onze regio.
Bovendien gaat Van der Vliet specifieker en gedetailleerder in op tal van religieuze en sociale omstandigheden, wat voor een juist begrip van deze uitgestrekte periode noodzakelijk is. Hij is ook geografisch breder; hij besteedt aandacht aan de Mesopotamische cultuur, aan Egypte en Syrië in de oudheid - om maar iets te noemen. Zonneklaar is in elk geval dat Van der Vliet een weergaloos boeiend boek schreef, dat liefhebbers van geschiedenis veel te bieden heeft.
Aeneas
Zoals gezegd ‘leeft’ de klassieke oudheid voort in literatuur en kunst. Een van de grote helden uit de artistieke sfeer is Aeneas, de ‘vader’ van het Romeinse rijk. Hij vluchtte uit het brandende Troje, zwierf rond op de Middellandse Zee, alvorens te landen op de Italiaanse kust. Via hem stamt het Romeinse rijk af van de roemruchte Trojanen. Althans, zo heeft Vergilius hem geportretteerd.
De reden om Aeneas hier te noemen, is de verschijning van opnieuw een vertaling van de Aeneïs, zoals het epos heet dat Vergilius aan Aeneas wijdde. Nu zou je de ‘zoveelste’ vertaling ook stilzwijgend voorbij kunnen gaan - maar niet déze nieuwe uitgave: die is van Piet H. Schrijvers, de latinist die onder meer Horatius en Lucretius vertaalde en eerder dit jaar de Nederlandse vertaalprijs won.
Eerder al publiceerde Schrijvers een vertaling van de Aeneïs (in 1996), maar die vertaling heeft hij nu volledig nagekeken en herzien. Deze nieuwe vertaling is meteen al een monument. Je leest een paar zinnen uit Schrijvers’ vertaling en je bent al onherroepelijk meegenomen in een leesavontuur van de eerste orde. Deze uitgave is tweetalig en bevat veel behulpzaams in de inleiding en het nawoord.
Maar hoe mooi en goed deze vertaling ook is, het zou kortzichtig zijn om Schrijvers’ vertaling heilig te verklaren. De andere eminente Vergiliusvertaler in ons land is en blijft Marietje d’Hane-Scheltema, die overigens al vijftien jaar geleden de Nederlandse vertaalprijs won. Haar vertaling van de Aeneïs (uit 2000) is nog altijd beschikbaar en zeer de moeite waard.
Kort en goed: de klassieke oudheid blijft boeien, mede dankzij de hierboven genoemde boeken. Wie goede gidsen zoekt, kan hieruit een mooie keuze maken.
De geboorte van het klassieke Europa. Een geschiedenis van Troje tot Augustinus. Simon Price en Peter Thonemann. Spectrum, 39,99 euro
Geschiedenis van de oudheid. E.Ch.L. van der Vliet. Bert Bakker, 39,95 euro
Aeneas. Door Vergilius. Vertaald door Piet Schrijvers. Historische uitgeverij, 49,95 euro