Het goede leven
dinsdag 06 september 16:09
Twintig jaar geleden werden ze meewarig aangekeken, de voorstanders van duurzamere productiemethoden in de landbouw. Soms sloeg de meewarigheid om in openlijke vijandschap jegens die voorstanders.

Duurzame landbouw in Nederland is de enige manier waarop in ons land de sector kan voortbestaan. De maatschappelijke voorkeur voor duurzaamheid groeit en gezondheidsoverwegingen nopen politiek en organisaties tot koerswijziging.
Twee nieuwsfeiten onderstreepten vorige week de omslag: er is te weinig productie van biologische melk om aan de vraag te voldoen en Brabantse landbouworganisaties en supermarkten sloten het Verbond van Den Bosch: in 2020 bijna uitsluitend nog ‘schoon vlees’ in de winkel.
De omslag is geleidelijk gekomen. Niet alleen vanuit ideologische overwegingen, maar ook uit economische. Grote internationale ondernemingen realiseren zich dat de gangbare productie van voedsel, cosmetica, huishoudelijke middelen en andere goederen niet langer verantwoord is; de grondstoffen raken op, de energiebehoefte is onevenredig hoog en het verwerken van het afval vraagt te veel investeringen.
Gemeenschappelijk
Zo komen de duurzaamheids-idealisten en de bedrijfseconomen tot een gemeenschappelijke overtuiging: het roer moet om. Natuurlijk kan dat niet van de ene dag op de andere. De landbouw is als een mammoettanker; het duurt geruime tijd voordat de koers daadwerkelijk is verlegd.
Intussen spelen consumenten een belangrijke rol. Zij vertalen hun zorgen over de toekomst van de aarde naar bewustzijn over het duurzaamheidsgehalte van hun voedsel en van de goederen die ze kopen. Organisaties spelen in op de gevoeligheid van consumenten over de toekomst van de aarde en op die van ‘zieligheid’ ten aanzien van dieren die in de productielijn zitten voor voedsel of andere producten. Duurzaam wordt ook steeds meer een aspect van fatsoenlijk en verantwoord gedrag. Het merkwaardige daarbij is dat vooral de producenten kritisch worden bekeken, terwijl die producenten tot op zekere hoogte bieden wat de consument wil.
Verstandig
Er is een andere ontwikkeling die het verstandig maakt dat ons land zich opmaakt voor duurzaam produceren: de opkomst van productie in andere landen. De Nederlandse zuivelindustrie produceert vooral voor de export. De concurrentie op melk wordt steeds groter; het is een kwestie van een beperkt aantal jaren en dan kan komt het omslagpunt. Tot die tijd proberen boeren hun productie zo goedkoop mogelijk te laten verlopen en die weg is vaak niet duurzaam. Verstandig beleid ziet vooruit: de toekomst van de Nederlandse zuivelindustrie krimpt naar productie voor interne en nabij gelegen markten. In die afzetgebieden is duurzaamheid een belangrijke economische waarde.
Landbouworganisaties doen er goed aan zich met hun leden te bezinnen op een geleidelijke ombuiging naar andere productiemethoden en andere kwaliteitswaarden: de Brabantse boerenorganisatie heeft de nek durven uitsteken. Overigens, de (Rabo)bank hoort mee te doen met die bezinning - de financiële belangen zijn enorm. Nederland heeft een grote naam in de zuivelwereld. Die naam kan behouden blijven als de bakens tijdig worden verzet. Om dat te beseffen hoef je geen duurzaamheidsidealist te zijn.