Over hetgoedeleven.com: Het goede leven wil een ontmoetingsplaats zijn voor christenen. Op onze site bieden wij nieuws en achtergronden over geloof en samenleving. U kunt reageren op verhalen of  zelf discussies starten.
 Lees Verder

Samenleving
Advertentie

Ontmoeten Forum
vrijdag 18 januari 12:28
Mijn gegevens zijn zo volledig mogelijk. Face-to-face komt het ook niet bij me op om een pseuoniem te hanteren en via mijn naam zijn mijn adresgegevens ook makkelijk genoeg te achterhalen. Waarom zou ik dat in cyberspace anders doen? Het is voor mij een kwestie van integriteit en komt in mijn ervaring het gevoel van veiligheid in uitwisselingen op internet ten goede (ik vermijd het woord 'discussi...
vrijdag 18 januari 12:17
Ik krijg graag feedback op de website www.nationalesynode.nl/geloofsgesprekken die vandaag gestart is. Zie ook het artikel "Geloofsgesprekken op huiskamerschaal". Met vVriendengroet, Wim Nusselder
dinsdag 27 november 11:13
Zaterdag 27 oktober poneerde Ton Rombouts op het CDA-congres dat de C minder geprononceerd moet worden. De reacties op Rombouts abrupte pleidooi vergroten de verwarring. De meest recente kwam afgelopen zaterdag van Sybrand Buma via het Nederlands Dagblad. Het zou volgens hem Rombouts slechts gaan om religieuze rituelen bij het openen van een vergadering. Vervolgens maakt Buma ruimte om de C te r...
Dietrich Bonhoeffer, theoloog met een verhaal voor 2011
Gerard Dekker
zaterdag 19 november 10:17
Bij de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer was er geen tegenstelling tussen God en mens en tussen God en wereld. Het hoorde bij elkaar. Bonhoeffers betekenis is niet te overschatten.
Dietrich Bonhoeffer, theoloog met een verhaal voor 2011
De in de vorige eeuw bekende en spraakmakende Duitse lutherse theologe Dorothee Sölle (1929-2003) zei eens dat de enige Duitse theoloog die in de eenentwintigste eeuw nog de moeite waard zal zijn om te lezen Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) zal zijn. Het ziet ernaar uit dat zij gelijk zal krijgen.

Aan geen enkele theoloog is in het begin van deze eeuw zoveel aandacht besteed als aan Dietrich Bonhoeffer, de theoloog die in het begin van de vorige eeuw leefde en werkte als docent aan de universiteit van Berlijn en (in binnen- en buitenland) als predikant, en die een leidende functie vervulde in de toenmalige Bekennende Kirche, Belijdende Kerk.

Er zijn in de loop van de tijd al meer dan vijftigduizend studies over hem verschenen en er is een internationaal Bonhoeffer Werkgezelschap met in veel landen (ook in Nederland) een afdeling, waar gewerkt wordt met de erfenis die Bonhoeffer heeft achtergelaten.

Vanwaar die belangstelling? Daar zijn, denk ik, verschillende redenen voor. Er is de persoon Bonhoeffer, die zich immers met hart en ziel verzet heeft tegen het Hitler-regime en die als gevolg daarvan de laatste jaren van zijn leven in gevangenschap heeft moeten doorbrengen en vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog op persoonlijk bevel van Hitler werd vermoord. En er zijn zijn vaak revolutionaire opvattingen over God, over Jezus, over het geloof en over de Bijbel, die in veel opzichten afwijken van de onder veel christenen levende opvattingen en die veel christenen aan het denken hebben gezet.

Vroomheid en betrokkenheid

Hij bleek in staat - in zijn gedachtewereld én in zijn leven - diepe vroomheid en radicale betrokkenheid op de wereld te combineren, waardoor hij veel mensen heeft geïnspireerd. Ik wijs graag op één aspect van zijn hele gedachtewereld, een aspect waardoor hij ook nu nog actueel is: dat betreft zijn waardering van de ontwikkeling van de wereld in het licht van het christelijk geloof. En dan doel ik op het ontstaan van de moderne wereld als gevolg van de ontwikkelingen in met name de laatste eeuwen.

Er is, zo schrijft Bonhoeffer in een van de brieven die uit de gevangenis zijn gesmokkeld, ‘één grote ontwikkeling, die naar de autonomie van de wereld leidt. God als werkhypothese is overwonnen; het is een kwestie van intellectuele redelijkheid deze werkhypothese te laten vallen of ze uit te schakelen voor zover dit maar enigszins mogelijk is’.

De kennis omtrent de wereld en de mogelijkheden om deze wereld vorm te geven zijn in de loop van de tijd sterk toegenomen. En de mensen weten zich daarin in toenemende mate onafhankelijk van buiten hen liggende krachten, ook dus van God. Althans van de God die, zoals Bonhoeffer het formuleert, functioneert als de ‘gaatjesvuller’, als ‘stoplap’, dat wil zeggen de God die wij met name nodig hebben wanneer onze kennis en onze capaciteiten tekortschieten.

Onttovering

Deze ontwikkeling werd en wordt met verschillende termen aangeduid. De grote Duitse socioloog Max Weber (1864-1920) sprak in de vorige eeuw over ‘de onttovering van de wereld’. Daarmee doelde hij op de modernisering van de samenleving, waardoor wetenschappelijke verklaring belangrijker werd dan geloof en waarin gehandeld wordt op basis van ons rationele denken.

Bonhoeffer zelf spreekt vooral over ‘het mondigworden van de wereld’. Waarbij hij zonder twijfel dacht aan de omschrijving die de filosoof Immanuel Kant gaf van de verlichting, namelijk ‘het uittreden van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft’. Onmondigheid wordt dan gezien als het onvermogen zich van zijn verstand te bedienen zonder de leiding van een ander, ook dus zonder de leiding van een kerk, van een godsdienstig denken of van God.

Vandaar dat Bonhoeffer in het hiervoor gegeven citaat ook het woord autonomie gebruikt. Anderen, met name in de christelijke wereld, duiden deze hele ontwikkeling aan met de term secularisatie, omdat men ziet dat door deze hele ontwikkeling God en godsdienst naar de rand van het leven worden verdrongen.

Verschillende waardering

Deze termen drukken duidelijk een verschillende waardering van de ontwikkeling van de wereld aan. Webers term, de onttovering van de wereld, is vooral beschrijvend van aard. Maar de termen secularisatie en mondig-worden drukken een zekere waardering uit. Bonhoeffer gebruikt in zijn beschrijving en waardering van het steeds meer autonoom worden van de wereld niet de term secularisatie. Ja, hij had zelfs een afkeer van de negatieve, veroordelende klank van dit woord. Hij stond positief tegenover het autonoom, het mondig worden van mens en wereld.

Dat was een nieuw geluid. Want het overheersende christelijke denken stond er negatief tegenover. In dezelfde brief waaruit ik citeerde schreef Bonhoeffer: ‘Waar is nog ruimte voor God, vragen angstige zielen zich af; en omdat ze op deze vraag geen antwoord weten, verdoemen ze de hele ontwikkeling die hen in een dergelijk moeilijk parket bracht.’

Dat was de houding van het grootste deel van de christenheid: een veroordeling en afwijzing van deze gang van zaken. Met als gevolg dat we in de situatie zijn terechtgekomen waarin het mondig-worden van de wereld en de hele beweging van de verlichting enerzijds en de christelijke godsdienst anderzijds als twee tegenover elkaar staande verschijnselen worden ervaren.

Tegenstelling

Volgens sommigen is er zelfs een niet te overwinnen tegenstelling tussen deze twee werelden. Zoals een theoloog en kerkelijke functionaris onlangs nog zei dat we ‘door onze zonden en door het filosofisch denken van de verlichting de hemel toegesloten’ hebben; maar dat bij God alles mogelijk is, zelfs dat we weer naar de tijd van vóór de verlichting teruggaan.

Bonhoeffer maakt ons er overigens op attent dat het christendom hier zelf een tegenstelling heeft gecreëerd. De verlichting was immers niet per definitie antigodsdienstig; er waren zeer gelovige verlichtingsfilosofen. Maar het christendom heeft de hele beweging van het autonoom worden, het mondig-worden van de wereld van het begin af aan als antichristelijk bestempeld.

Het gevolg was dat elke stap in de richting van het mondig-worden op het christendom veroverd moest worden en dat die beweging in de richting van het mondig worden zichzelf daardoor ook als antichristelijk is gaan beschouwen en benoemen. Zoals Bonhoeffer het formuleerde: ‘God en Christus worden bestempeld en gebruikt als tegenstanders van deze ontwikkeling en naarmate men dat doet gaat deze ontwikkeling zichzelf beschouwen als antichristelijk.’

De benoeming en verwoording van die ontwikkeling beïnvloedde dus de verdere ontwikkelingen en versterkte de tegenstelling tussen verlichting en christelijke godsdienst. Bonhoeffer heeft de negatieve houding van de christelijke godsdienst tegenover het mondig worden van de wereld scherp veroordeeld: ‘De aanval van de christelijke apologetica op de mondigheid van de wereld vind ik in de eerste plaats zinloos, in de tweede plaats onfatsoenlijk en in de derde plaats onchristelijk. Zinloos, omdat het mij een poging lijkt volwassenen terug te wijzen naar hun puberteit, hen afhankelijk te maken van dingen waarvan ze niet meer afhankelijk zijn, hun problemen aan te praten die geen problemen meer voor hen zijn. Onfatsoenlijk, omdat hier de zwakheid van de mens wordt uitgebuit om hem te winnen voor een doel dat hem vreemd is, dat hij niet vrij gekozen heeft. Onchristelijk, omdat Christus hier verward wordt met een bepaalde fase in de religieuze ontwikkeling, dat wil zeggen met een menselijke wet.’

Tegenover elkaar

Door vast te houden aan de tegenstelling tussen de mondigwording van de mens en het christelijk geloof zijn velen met hun geloof in de knoop gekomen. God en mens werden als het ware tegenover elkaar gesteld en tegen elkaar uitgespeeld. De overheersende gedachte in de traditionele christelijke godsdienst was dat het optreden en de macht van de mens ten koste gaat van de macht, de autoriteit van God.

Dat betekende dus dat men als christen óf niet kon deelnemen aan de hele beweging in de richting van autonomie en mondigwording van mens en wereld, en zich dus als het ware moest terugtrekken uit de wereld, óf dat men het bestaande geloof in God moest ‘loslaten’. En het was met name het laatste wat gebeurde.

Ik zeg met nadruk: het bestaande geloof in God, een geloof in God dat gebaseerd is op de idee van een God die almachtig is en waarvan de mens dus in al zijn doen en laten afhankelijk is. Waardoor de mens dus niet mondig mag en kan worden, omdat dat aan Gods macht tekort zou doen. Dat is het geloof dat hoort bij ‘een bepaalde fase van de religieuze ontwikkeling’ (zoals Bonhoeffer het formuleerde).

Loslaten

Dát Godsidee moeten we volgens Bonhoeffer loslaten. We moeten op een andere wijze over God gaan denken. Hetgeen direct gevolgen heeft voor onze opvattingen over de relatie tussen God en mens. Kort - te kort - geformuleerd: niet de mens als concurrent van God, maar de mens als medewerker van God. En dat kan als we de menswording van God maar serieus nemen, want God is mens geworden!

‘Wanneer Jezus’, zo merkte Bonhoeffer eens op, ‘niet zichzelf maar zijn discipelen het zout noemt, dan draagt hij de werkzaamheid op aarde aan hen over. Hij betrekt hen in zijn werk.’ Bij Bonhoeffer dus geen tegenstelling tussen God en mens en tussen God en wereld. Integendeel, het gaat God om mens en wereld en niet - zoals nog veel christenen schijnen te denken - om de kerk; zelfs niet om de christelijke godsdienst. Het gaat in het geloof om de wereld en de mensheid. Om de wereld, want het geloof wordt in de wereld beleefd en niet daarbuiten.

Met de woorden van Max Weber: geen buiten-wereldlijke gelovigheid (ausserweltlichen Askese), maar binnen-wereldlijke gelovigheid (innerweltlichen Askese). En om de mens, het mens-zijn. Op talrijke manieren heeft hij daar uitdrukking aan gegeven: ‘Christen- zijn betekent niet op een bepaalde manier religieus zijn, het betekent mens zijn.’ En: ‘Jezus roept niet op tot een nieuwe religie, maar tot het leven’.

Dat God en deze wereld alles met elkaar te maken hebben, ja, in elkaars verlengde liggen, is nauwelijks sterker uit te drukken dan Bonhoeffer heeft gedaan toen hij schreef: ‘Als u God wilt, houdt u dan aan de wereld.’ Dezelfde gedachte komt tot uitdrukking in zijn uitspraak: ‘Als u de eeuwigheid wilt vinden, dien dan de tijd.’

Leren

Bonhoeffer kan ons leren dat men met een bepaalde geloofsopvatting en -houding volop aan het steeds autonomer, het steeds mondiger worden van de wereld kan meewerken. Ja, dat geloof in een God, wiens doel immers een nieuwe aarde is, waarin Hij alles in allen zal zijn, van een christen zelfs vraagt om wereldlijk te leven. En, hoe merkwaardig dat ook mag klinken, zo’n wereldlijk leven kan het geloof juist weer versterken.

Dat is althans de ervaring van Bonhoeffer blijkens een van zijn uitspraken: ‘en ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat.’ Nog steeds heeft Bonhoeffer christenen veel te zeggen, vooral ook als het gaat om hun houding tegenover en hun staan in de wereld. Daarom is het geen wonder dat velen nog door hem en door zijn gedachten geboeid zijn. Want die gedachten zijn nog volop actueel.

Prof. dr. Gerard Dekker (80) is emeritushoogleraar godsdienstsociologie aan de VU (1976-1996). Hij schreef onder meer Leren geloven met Bonhoeffer - Teksten en commentaar (2010). Recent verscheen van zijn hand bij Meinema: Dietrich Bonhoeffer. Een thematisch dagboek (2011). i Dietrich Bonhoeffer. Een thematisch dagboek. Redactie Gerard Dekker. Meinema, 25 euro
Delen via:
Schrijf als eerste een reactie!
Login om te kunnen reageren
Uw emailadres
Uw wachtwoord