Lútsen Kooistra
donderdag 01 november 10:03
Een fraai beeld was het niet dat de Eerste Kamercommissie onder leiding van Roel Kuiper schetste van de privatiseringen die er de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden in ons land.

Leiders van geprivatiseerde instellingen ondervonden grote problemen omdat ze de organisatie van de dienst die ze leveren niet in eigen hand konden houden. Voorbeeld is de splitsing van NS en spoorbeheerder ProRail. Foto: ANP
De Nederlandse overheid heeft staatsbedrijven en rijksdiensten zonder visie of goed plan geprivatiseerd, afgestoten dan wel verzelfstandigd – het is moeilijk het verschil tussen al deze begrippen duidelijk te maken. Vaak was de grondslag achter de neiging om te privatiseren of het invoeren van marktwerking het onbewezen ideologische standpunt dat zelfstandige bedrijven beter diensten kunnen verrichten dan overheidsinstellingen.
Eigenaarschap
Nu is heel helder vast komen te staan dat het eigenaarschap van een bedrijf of instelling niet bepalend is voor het functioneren ervan. Zo doet het geprivatiseerde Kadaster het redelijk goed en is ook de Sociale Verzekeringsbank weinig te verwijten.
Bij NS en Prorail is het een chaos. Ook bij de verstrekking van energie aan de burgers of de postbezorging gaan er dingen mis. Het blijkt dat interne organisatie een veel bepalender factor is voor het functioneren dan het eigendom.
Het heeft niet veel zin partijen als VVD, D66 en CDA de zwarte piet toe te schuiven, hoewel zij vaak kunnen worden beschouwd als de kampioenen van de privatiseringen. Met name mensen als toenmalig minister Jorritsma blies onterecht hoog van de toren als het ging om het propageren van marktwerking. Het moet echter worden gezegd dat ook politieke groeperingen aan de linkerkant zoals de PvdA vrolijk hebben meegedaan.
Ter verdediging van hun beleid kan misschien worden aangevoerd dat ze de internationale ideologische wind van de tijdgeest mee hadden, toen Reaganomics en Thatcherism lieten zien dat de markt in veel landen de vastgelopen staatshuishouding kon vlottrekken. De kunstjes die deze stromingen lieten zien bleken bij nader inzien echter vaak van korte duur en over het algemeen niet minder verspillend dan de prestaties van staatsinstellingen.
Complexer
Het op afstand zetten van staatsbedrijven heeft soms perverse gevolgen gehad. Er ontstond in plaats van een kleiner een veel complexer bestuur, dat soms gepaard ging met verspilling, zelfverrijking, of corruptie. Ook leiders van geprivatiseerde instellingen die het goed voor hadden met de burger ondervonden grote problemen omdat ze de organisatie van de dienst die ze leveren niet in eigen hand konden houden.
Een voorbeeld van dat laatste was de splitsing van NS en spoorbeheerder ProRail. De wanprestaties die worden geleverd bij het treinvervoer is grotendeels een gevolg van het feit dat er twee zelfstandige bedrijven zeggenschap uitoefenen over die zaken (trein én spoor) die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De commissie pleit er dan ook voor de splitsing ongedaan te maken. Trouwens ook bij de ontmanteling van de PTT in verschillende bedrijven zijn vergissingen gemaakt, vaak omdat regering en parlement ‘voor de muziek in Europa’ wilden uitlopen.
Het rapport houdt bestuurders en politici een spiegel voor: houd zelf in handen wat goed werkt en privatiseer alleen als dat past in een samenhangend beleid of een toekomstvisie die uitermate goed is getest. Na dit rapport is er geen excuus meer als het weer een keer fout gaat.