Pieter Jan Dijkman, Erik Borgman en Paul van Geest
zaterdag 27 oktober 15:00
Het probleem van christelijk geïnspireerde partijen is dat ze zelf de bron van hun oorspronkelijke boodschap niet serieus nemen.
Voorzitter Ruth Peetoom van het CDA. Orde en rust moeten in de christelijke politiek een sleutelrol vervullen. Foto: ANP
In elke periode met een daling van het aantal CDA-zetels komt de vraag aan de orde of er toekomst is voor de christelijke politiek. Dat gold voor de jaren zeventig – ‘Sterven in elkaars armen’ heette het, toen ARP, KVP en CHU fuseerden – het gold in 1994, en het geldt ook weer in 2012.
Fletse partij
De discussie over ‘de C’ van het CDA verloopt meestal volgens voorspelbare patronen. Voorstanders wijzen erop dat een partij zonder ‘C’ van ‘Christelijk’ een fletse partij wordt, zonder eigen identiteit. Tegenstanders brengen daar tegenin dat de ‘C’ in seculiere tijden nog maar weinig electorale aantrekkingskracht heeft. En CDA-politici die diplomatiek willen zijn, duiden de C nietszeggend als ‘daar waar wij vandaan komen’.
De ‘C’ leidt vaak tot eindeloze discussies over de vraag wat precies christelijk is en hoe christelijk een partij moet zijn. Maar de vraag is niet of de C expliciet of juist impliciet gestalte moet krijgen.
De vraag is of het CDA erin slaagt een politiek van menselijk samenleven te voeren, waarin waarden die in het christendom zijn ‘uitgevonden’, tot uitdrukking komen in beleid. Wie het urgente belang van noties als universele, menselijke verbondenheid, gerechtigheid, integriteit en menselijke waardigheid weet zichtbaar te maken, en op basis hiervan beleid voert, bedrijft christelijke politiek.
In de christelijke traditie wordt al tweeduizend jaar lang geoefend in een vorm van samenleven waarbij mensen gelijkwaardige partners zijn. Deze traditie is te herleiden tot de betekenis die Paulus en Augustinus aan het woord agapè hebben gegeven: ‘liefde’.
Universele kracht
De christelijke liefde geeft het christendom een ongekende en universele kracht en zoekt naar het beste voor ieder: mensen behoren bemind te worden omdat zij geschapen zijn naar het beeld van God, zijn mysterie in zich dragen, en daarom nooit strategisch mogen worden gebruikt – laat staan misbruikt. Zij hebben het recht en de plicht zich te ontplooien en zij hebben de plicht om de ander, als hij kwetsbaar is geworden en zijn ‘economische waarde’ of sociale status is afgenomen, als volwaardig mens te bejegenen.
Levensvorm
Het zou zinvol zijn als partijen met de ‘C’ in de naam nadrukkelijker dan nu aansluiting zoeken bij deze traditie, die door Jezus is ingezet. In dat opzicht is een perspectiefwisseling gewenst. Christelijk geïnspireerde politiek moet niet zozeer als beginselpolitiek worden opgevat, maar veel meer als een ‘levensvorm’ of een heilzame sociale praktijk – het gaat er immers om wat christelijk geïnspireerde mensen doen; meer dan van wat zij in een beginselprogramma zeggen te willen doen; naar christelijke overtuiging is het Woord vlees geworden.
In de eerste plaats gaat het daarbij eenvoudigweg om het vreedzaam samenleven. Het is relevant om te benadrukken dat christelijk geïnspireerde politiek bescheiden moet maken, simpelweg omdat het koninkrijk der hemelen niet door mensenhanden op aarde gevestigd zal worden.
De tijd en ruimte waarin wij leven, zegt Augustinus, heeft onvermijdelijk altijd iets tragisch, omdat mensen nooit volmaakt zullen zijn en dit ook onder ogen moeten zien. Dat relativeert: politiek is niet alles en politici worden mede gedreven door een ‘dubbele wil’, die deze tragiek kan veroorzaken: enerzijds handelend vanuit idealisme, anderzijds strevend naar uitbreiding van hun machts- en invloedssfeer, kunnen zij een logica in werking zetten die ten koste gaat van de waarden waar zij zich oorspronkelijk voor inzetten.
Orde en rust
Dit geldt niet minder voor een christelijke partij. Orde en rust moeten in de christelijke politiek een sleutelrol vervullen. Pas in geordende rust, die eendracht behelst, zegt Augustinus, kunnen mensen zich in vrede ontplooien op een manier die zij zelf als ‘goed’ en waardevol kunnen ervaren. Dit staat haaks op een politiek die mensen mobiliseert door ze angst aan te jagen en te suggereren dat het ‘vijf voor twaalf’ is.
Ten tweede stelt zo’n politiek van heilzaam samenleven zichzelf voortdurend de vraag hoe de publieke ruimte een uitdrukking kan zijn van het volle mens-zijn, waarbij ieder mens wordt gerespecteerd. Een christelijk CDA is dan ook geen exclusieve club van christenen of een confessioneel CDA. Het is veeleer een partij die eenvoudigweg leeft naar de christelijke waarden waarin de rechten en vrijheden van alle burgers gelijkelijk gerespecteerd en geëerbiedigd zijn: van gelovigen en niet-gelovigen.
De cultuursocioloog Armando Salvatore heeft erop gewezen dat de publieke sfeer niet is ontstaan als neutrale ruimte, maar via de inzet van religieuze stromingen en groepen die zich, op basis van expliciete visies op wat de samenleving bij elkaar zou moeten houden, inzetten voor de uitwisseling van ideeën hierover. Juist geestelijke stromingen hebben weet van een eigen verhaal dat in de publieke ruimte resoneert, en kunnen daarom een opmaat vormen voor een open gesprek.
Mensbeeld
In de derde plaats staat in deze politiek het relationele mensbeeld centraal. Een mens, zegt Thomas van Aquino, is eerst en vooral een esse ad: een ‘zijn tot’ (een bestaan dat zich bij uitstek verwerkelijkt in relatie met anderen). De christelijke traditie gaat uit van een beeld van de mens die als persoon geschapen is, maar van wie God ziet dat het niet goed is dat hij alleen is.
We zijn elkaar als mensen gegeven om voor en met elkaar verantwoordelijkheid te dragen. Een partij met dit relationele mensbeeld komt op allerlei beleidsterreinen met andere maatregelen dan een partij met een beeld van een mens die volledig autonoom wil zijn en individuele ontplooiing boven het welzijn van de gemeenschap plaatst.
Ten slotte betekent deze politics of practice dat er nadrukkelijk wordt gekozen voor thema’s die religieuze minderheidsgroeperingen na aan het hart liggen. Zo zouden christelijk geïnspireerde partijen pal moeten staan voor de rechten van religieuze en culturele minderheden. Er is een grote neiging om noties als gelijkheid en emancipatie boven de godsdienstvrijheid te plaatsen.
Feitelijk wordt de godsdienstvrijheid door een politieke meerderheid steeds vaker ondergeschikt gemaakt aan andere grondrechten – denk aan de discussies over ritueel slachten en de onderwijsvrijheid. Maar godsdienstvrijheid is uiteindelijk niet gebaseerd op het idee dat alle godsdiensten intrinsiek goed zouden zijn, maar op de overtuiging dat mensen alleen maar zelf het verhaal van hun eigen leven kunnen vertellen, en vanuit dit verhaal mogen en kunnen bijdragen aan de goede samenleving.
In veel verklaringen voor de daling van het aantal ‘christelijke zetels’ wordt gewezen op secularisatie. Natuurlijk is sprake van ontkerkelijking en een toenemende neiging om geloof uit het publieke domein te weren. Maar daarmee is secularisatie nog geen afdoende verklaring voor het electorale verval.
Boodschap
Doorslaggevend voor het recente verlies van de Tweede Kamerzetels is niet ontkerkelijking, maar het feit dat kerkelijke kiezers niet op het CDA hebben gestemd, zo blijkt uit onderzoek. In 2006 behaalde het CDA 41 zetels en die waren voor het grootste deel te danken aan het feit dat iets minder dan de helft van alle kerkleden op het CDA stemde (ongeveer 12 procent van de onkerkelijken stemde CDA). In 2010 stemde slechts een kwart van de kerkleden op het CDA (5 procent van de onkerkelijken stemde CDA). En in 2012 werden het dertien zetels.
Aangezien deze ontwikkeling zich slechts in zes jaar voltrok, is het niet logisch om te suggereren dat gelovigen tegenwoordig geloof en politiek gescheiden houden. Veel mensen die gelovig zijn – of ze nu kerkganger zijn of niet – willen best op het CDA stemmen, maar dan moet wel duidelijk zijn dat het CDA aansluit bij datgene wat zij vanuit hun geloof van belang vinden. Dat is een groter, hardnekkiger probleem voor de christelijke politiek: het gebrek aan een urgente boodschap, aan een langetermijnperspectief, aan een verhaal dat hoop voedt en daardoor grenzen overstijgt.
Publieke waarden
De christendemocratie is altijd opgekomen voor publieke waarden. De toekomst van het CDA zal mede afhangen van de vraag of het erin slaagt een overtuigende waarden-agenda te voeren, die soms ingaat tegen de heersende cultuur.
In de hele westerse cultuur is er een toenemende nadruk op de toepassing van de wetenschap, op technocratie, op schaalvergroting. Dat betekent dat vragen naar de oorsprong, het doel, het welzijn en de waardigheid van mensen, samen met die naar het welzijn van burgers, alleen nog maar belangrijker worden. Zorgen daarover zijn er genoeg. De vraag is of christendemocraten niet alleen kunnen laten zien dat zij deze zorgen delen, maar vanuit hun bronnen een hoopvol perspectief weten te ontwikkelen.
Pieter Jan Dijkman is hoofdredacteur van Christen Democratische Verkenningen; Erik Borgman is hoogleraar publieke theologie aan Tilburg University; Paul van Geest is hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Tilburg University
De auteurs zijn editors van het boek Dood of wederopstanding? Over het christelijke in de Nederlandse politiek dat deze week in de boekhandel verschijnt. Het is een uitgave van Christen Democratische Verkenningen, het kwartaaltijdschrift van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, en uitgegeven bij Boom