Pieter Anko de Vries
zaterdag 27 oktober 10:26
Het nationalisme is in Europa helemaal teruggekomen van schijnbaar weggeweest. In veel landen zijn de middelpunt vliedende krachten op dit moment zeer groot.
Catalanen hielden in september een massale demonstratie voor onafhankelijkheid. Foto: EPA
Albert Einstein beschouwde nationalisme als een kinderziekte. Hij noemde het verschijnsel ooit ,,de mazelen van de mensheid”. Vooral de volkeren in jonge staten hadden er last van. Als staten ouder worden verdwijnen symptomen vanzelf, zo zei hij. Dat nationalisme een stuk hardnekkiger is dan de natuurkundige dacht blijkt uit het onlangs verschenen boek
Nationalisme, naties en staten. Europa vanaf circa 1800 tot heden onder redactie van Leo H.M. Wessels en Toon Bosch.
Moeilijk grijpbaar
Sinds de Franse Revolutie is de Europese geschiedenis in belangrijke mate bepaald door het nationalisme. De auteurs van de bundel beschouwen nationalisme als het probleem van het al dan niet samenvallen van de grenzen van natie en staat.
Nationalisme is een moeilijk grijpbaar fenomeen. Het heeft zelf ideologisch weinig substantie en daarom verbindt het zich vaak met andere ideologieën of bewegingen, zowel van behoudende als vooruitstrevende snit. In de negentiende eeuw werd nationalisme vaak van bovenaf door het landsbestuur gepromoot. Dat gebeurde ook in Nederland om de onderlinge saamhorigheid te bevorderen.
Natiestaat
Fervent nationalisme lag ten grondslag aan de grote Europese slachtingen van de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Het is dan ook niet verwonderlijk dat na deze traumatische gebeurtenissen van alles werd verzonnen om mogelijkheden van de gevaarlijke natiestaat in te dammen, zoals de Volkenbond, de Verenigde Naties en de Europese samenwerking.
En even leek dat ook te lukken. De Koude Oorlog, de decennia durende rivaliteit tussen NAVO en Warschaupact, bood ogenschijnlijk weinig ruimte voor herleving van het nationalisme. Er was een nieuwe tegenstelling gecreëerd die binnen Europa de grenzen en belangen van de afzonderlijke staten oversteeg.
Maar direct na de verdwijning van het IJzeren Gordijn bleek hoe springlevend het nationalisme was gebleven en hoe nieuwe oprispingen, zoals in het voormalig Joegoslavië, weer leidde tot tienduizenden slachtoffers. Volgens de bundel moet ook de hereniging van de twee Duitslanden worden gezien als een uiting van nationalisme.
Mondialisering
In het boek wordt gewezen op het feit dat de laatste jaren nationalisme niet alleen voorkomt als fenomeen in nieuwe veelal Oost-Europese landen, maar ook in oude en gevestigde staten in West-Europa. Het valt niet mee deze ontwikkeling te duiden. Is het angst voor de mondialisering, zoals vaak wordt gezegd of de angst voor het verliezen van steeds meer bevoegdheden aan superstaat Europa. Duidelijk is wel dat de herleving van nationalisme te maken heeft met onbehagen over een snel veranderende wereld.
De ironie van de geschiedenis wil dat de Europese Unie, wier voorloper werd opgericht om de gevolgen van nationalisme in te dammen, nu allerlei nationale afscheidingsbewegingen de wind in de zeilen geeft. Catalanen, Schotten, Vlamingen, Basken en andere volken zien onder de paraplu van de EU mogelijkheden om zelfstandig te worden.