Het goede leven
donderdag 25 oktober 10:15
Het rommelt in het openbaar bestuur in ons land. In korte tijd is een aantal zaken naar voren gekomen die grote gevolgen hebben voor personen en voor bestuurlijke lichamen, zoals een college van B en W.

Wethouder Van Rey wordt verdacht van corruptie en lekken uit een vertrouwenscommissie voor de voordracht van een nieuwe burgemeester. Foto: ANP
Zo is er de Roermondse affaire rondom een wethouder en een kandidaatburgemeester. Wethouder Van Rey zou hebben gelekt uit de vertrouwenscommissie voor het voordragen van een nieuwe burgemeester. De wethouder is afgetreden en heeft zijn zetel in de Eerste Kamer (voor de VVD) opgegeven.
Degene aan wie Van Rey gelekt zou hebben, Ricardo Offermans, is voorgedragen voor het burgemeesterschap van Roermond. Hij is op zijn beurt opgestapt als zittend burgemeester van Meerssen en heeft zijn functie als voorzitter van de Limburgse VVD opgegeven.
Uitgekeken
In Noord-Holland staat een ex-gedeputeerde voor de rechter wegens vermeende corruptie. In Groningen (stad) is de hele PvdA-top weggestuurd door de landelijke PvdA. De achtergrond wordt gevormd door onderling wantrouwen, intimidatie, machtspelletjes en vastgelopen verhoudingen die behoorlijk bestuur onmogelijk maken.
In Friesland heeft de hele oppositie in de Provinciale Staten een motie van wantrouwen ingediend tegen het College van Gedeputeerde Staten. Die motie heeft materieel niets te betekenen - immers ingediend door een minderheid - maar de betekenis ervan is groot. De inhoudelijkheid van het bestuur in Fryslân kan niet meer ‘vloeien’; de verhoudingen zijn verstard.
Oppervlakkig gezien zou men kunnen zeggen dat de Staten op zichzelf zijn uitgekeken - en op het College. Alleen een inhoudelijke impuls, aangedragen door krachtige politiek en bestuurlijke persoonlijkheden, kan Friesland bestuurlijk vlottrekken. Intussen werken de Staten en het college hard aan vermindering van gezag en relevantie voor de burger.
Macht en positie
De gebeurtenissen - waarbij voor een deel nog moet worden vastgesteld of er iets verkeerd is gegaan, en zo ja, wat dat dan precies is - zijn verschillend van karakter, maar er zijn overeenkomsten. De Noord-Hollandse en Roermondse affaire hebben gemeen dat er sprake is van politici die naast politieke invloed aanzienlijke zakelijke en maatschappelijke macht hebben opgebouwd. De werking van die macht lijkt te hebben gebotst met de regels van het openbaar bestuur.
In Groningen en Friesland liggen de zaken anders. In Groningen is de PvdA sinds jaar en dag de grootste partij. Die positie heeft geleid tot een klimaat waarin mensen van die partij het zich konden permitteren de interne verstandhoudingen te verzieken. Niet gehinderd door de dreiging van afbrokkelende macht, konden PvdA’ers zich vooral met zichzelf en met elkaar bezighouden.
De Friese situatie is anders, maar de grondtoon is dezelfde: er lijkt geen prikkel te zijn, noch ‘roeping’ om het bestuurlijk-politieke spel op niveau te spelen. De arrogantie van de macht - met als dieptepunt de houding: democratie is het recht van de meerderheid - werkt verlammend en zet kwaad bloed.
Er is een beroemde tekst van de socioloog Max Weber, met als titel: Politiek als beroep. Dat essay is dit jaar in een mooie nieuwe Nederlandse vertaling verschenen. Het is leerzame kost; niet alleen voor politici/bestuurders die zich in een crisis bevinden, maar ook voor politici/bestuurders die een crisis willen voorkomen.