Pieter Anko de Vries
zaterdag 13 oktober 10:40
Populisme en een democratie die verwordt tot dictatuur van de meerderheid. De Franse denker en politicus Tocqueville zag dit halverwege de negentiende eeuw al aankomen.

Alexander Pechtold (D66) en Mark Rutte (VVD). Niet alleen populisten willen de minderheid hun normen en waarden opdringen. Foto ANP
Het beste argument tegen democratie is een gesprek van vijf minuten met de gemiddelde kiezer. Dit is een uitspraak van de Engelse staatsman Winston Churchill (1875-1965). Hij was niet een groot voorstander van democratie, maar omdat er niets beters voor handen was moest hij het er mee doen.
In de Nederland maken we de laatste jaren een ontwikkeling mee van radicalisering van de democratie. Niet alleen populisten zoals Wilders doen continu een beroep op de volkswil, ook andere partijen lijken steeds meer gecharmeerd van het idee dat de meerderheid van de bevolking zijn normen en waarden mag opleggen aan de minderheid. We zien dat aan maatregelen en voorstellen om weigerambtenaren te verbieden, het open stellen van de winkels op zondag en beperking van de vrijheid van onderwijs.
Opstanden
De Franse denker en politicus Alexis de Tocqueville zag al in de eerste helft van de negentiende eeuw de negatieve kanten van de moderne democratie. Hij reisde onder meer naar de Verenigde Staten om deze relatief nieuwe staatsvorm, gebaseerd op idealen uit de Verlichting, te bestuderen. Ook maakte hij als politicus in Frankrijk de revolutie mee van 1848. In dit jaar waren in veel Europese landen min of meer democratische opstanden tegen conservatieve regeringen.
Onlangs verscheen een Nederlandse vertaling, met inleiding, verklarende noten en bijlagen van Tocquevilles
Herinneringen aan de omwenteling van 1848. Hierin vertelt hij wat hij als Frans politicus allemaal heeft meegemaakt en geeft hij zich rekenschap van het gebeurde. In zijn boek over Amerika had hij al laten zien een scherp waarnemer te zijn met een glasheldere pen. Ook in Herinneringen schrijft hij zijn inzichten zo helder op dat het ook nu moeiteloos leesbaar is.
Mensvisie
Meer dan 150 jaar geleden zag Tocqueville al dat democratie meer is dan alleen een staatsvorm. Er zit ook een normatieve mensvisie aan verbonden. De democraat dient de wereld te zien door de bril van vrijheid en gelijkheid. Die twee begrippen vormen de basis van de democratische wereldbeschouwing. En als er een conflict is tussen vrijheid en gelijkheid zal de democratische samenleving altijd kiezen voor gelijkheid.
Die drang naar gelijkheid steekt in de geschiedenis steeds weer de kop op. Dat begon met de Franse Revolutie en daarna de opstanden van 1848. Volgens Tocqueville kunnen deze historische gebeurtenissen, die gepaard gingen met veel bloedvergieten, niet los van elkaar worden gezien.
De Nederlandse rechtsfilosoof Andreas Kinneging ziet in de opstand van 1968 en de verandering van de samenleving daarna een volgende uiting van de drang naar gelijkheid. Met, inderdaad, zoals hij zegt, desastreuze gevolgen voor de samenleving. En dan met name voor de minderheid. Haar normen en waarden worden via wetgeving gedwongen gelijk te zijn aan die van de meerderheid. Hoe Tocqueville ook vandaag nog actueel kan zijn.