Het goede leven
maandag 08 oktober 13:30
De uitkomsten van het onderzoek naar seksueel misbruik bij jongeren die onder rijkstoezicht zijn geplaatst, zijn in zeker opzicht niet verrassend. Ze zijn een bevestiging van de boodschap van de commissie-Deetman naar seksueel misbruik in de Rooms-Katholieke Kerk. Kinderen, vooral die in meerdere opzichten zwak staan, lopen risico’s onder omstandigheden waarin volwassenen hun gang kunnen gaan in seksueel opzicht.

De rapporten van zowel de commissie-Deetman als de commissie-Samson geven aan hoe vaak volwassenen in de fout gaan als ze zich in een machtspositie bevinden jegens kinderen. Foto: ANP
De verhalen en de cijfers van de commissie-Deetman zijn schokkend, die van de commissie-Samson ook. In het netjes georganiseerde Nederland zijn kinderen niet altijd veilig, ook niet binnen de muren van rijksinstellingen. Verantwoordelijken wisten er van, maar hebben niet ingegrepen.
Ook is duidelijk geworden hoe kinderen in pleeggezinnen risico’s lopen. Het stereotype beeld van dader en slachtoffer in dergelijke gezinnen wordt door het onderzoek bevestigd: de stiefvader die het inwonend kind (meisje, puberleeftijd) misbruikt.
In de fout
Beide rapporten geven aan hoe vaak volwassenen in de fout gaan als ze zich in een machtspositie bevinden jegens kinderen. Macht en seks zijn op treurige wijze met elkaar verbonden.
Bijzonder is de vaststelling van de commissie dat in rijksinstellingen soms een klimaat heerste waarin seksualiteit ‘moest kunnen’. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw ontstond zelfs zoiets als recht op seks voor pupillen, onderling en soms ook met de leiding.
In een dergelijk klimaat wordt het lastig om te spreken van seksueel misbruik - van dat laatste kan geen sprake zijn; er was immers sprake van recht op seks? Hoe logisch deze redenering ook is, ze miskent de zwakke positie van de pupillen. Recht op seks in een relatie die principieel ongelijkwaardig is, bestaat niet.
Abstractie van de werkelijkheid
De gedachte dat ‘seks moet kunnen’ is een belangrijke factor voor de alles bedekkende cultuur in de instellingen. Het oordeel: misbruik is in die cultuur moeilijk te vellen. Als er al een klacht komt, dan is er de neiging om die af te doen, naar de vergetelheid van de bureaulade.
Dat alles neemt niet weg dat de overheid een zware verantwoordelijkheid draagt: al die jaren zijn er klachten geweest; hebben waarschuwingen geklonken en zijn zaken blijven liggen.
Het is in dit verband een beetje zinloos om te spreken van ‘de overheid’. Dat begrip is een abstractie van de werkelijkheid van concrete mensen die verantwoordelijkheden hebben en die dingen wel of niet doen. Het zijn ménsen die hebben gefaald: groepsleiders, directies, ambtenaren, politici. En de daders, bijvoorbeeld groepsleiders, zijn in de eerste plaats personen.
Misstanden
De roep dat de overheid excuses moet aanbieden, klinkt tamelijk goedkoop. Beter is het als streng voornemen te hebben dat het beter gaat in de instellingen.
Dan worden wellicht gruwelijke misstanden voorkomen, zoals die een meisje overkwam: ze moest uit huis worden geplaatst wegens misbruik in de familie. In de instelling werd ze opnieuw slachtoffer van medepupillen. Nu zit ze in een jeugdgevangenis: de leiding van de instelling kon niet garanderen dat ze niet alsnog zou worden misbruikt.
Het slachtoffer in de gevangenis: dat is ook werkelijkheid in het netjes georganiseerde Nederland.