Roopa Gogineni
maandag 17 september 11:00
De Somalische hoofdstad Mogadishu herstelt langzaam na jaren van gevechten. Maar over de rest van het land hangt nog steeds de schaduw van de terroristische organisatie Al Shabaab.

Een Somalische soldaat patrouilleert door de stad Marka. Deze stad werd vorige maand op strijders van Al Shabaab veroverd. Foto: EPA
Somalië heeft een nieuwe grondwet, een nieuw parlement, een nieuwe president. Het voedt de hoop dat het door oorlog verscheurde Afrikaanse land eindelijk zijn reputatie van ’s werelds meest mislukte land kan afschudden.
Weinig herstel
Na twintig jaar van geweld en anarchie is het opnieuw rustig in de hoofdstad. Mogadishu kan nu met drukke winkels, nieuwe ijssalons en strandrestaurants uitpakken. Maar buiten de hoofdstad is er nauwelijks sprake van een herstel.
De laatste zes jaar heeft het aan Al Qaida gelieerde Al Shabaab – berucht voor zijn zelfmoordaanslagen, openbare amputaties en het wegjagen van hulpverleners – het grootste deel van zuidelijk en centraal Somalië bezet. Door internationale militaire inspanningen is Al Shabaab in de meeste van deze gebieden uitgeschakeld.
Al Shabaab bood weinig verzet. Het verliet zijn basissen en trainingskampen en ging de beter bewapende legers bestrijden met guerrillatactieken. Veel steden en dorpen zijn nu vrij van Al Shabaab-militanten maar de gebieden ertussen blijven onveilig.
Wegblokkades
,,Ze richten geweren op jou, nemen je sigaretten af, blinddoeken en folteren je, en dat laten ze je vrij na een uur of vijf”, zegt Ali Abdi Hassan, trucker tussen Mogadishu en Baidoa, 256 kilometer ten noordwesten van de hoofdstad. ,,De regering kan niet om Shabaab heen, zij vormen het probleem.”
Elke morgen blokkeren Al Shabaab-milities de weg tussen Mogadishu en Baidoa met pick-uptrucks waarop machinegeweren zijn gemonteerd. Als ze voedselhulp vinden, verbranden ze die. Voor een lading die 780 euro waard is moet Abdi 310 euro betalen aan de rebellen.
Wendbaar
Door de dood van zijn belangrijkste leiders, de interne machtsstrijd, het verlies aan inkomsten, en het vertrek van buitenlandse strijders, is Al Shabaab ongetwijfeld verzwakt. De meeste strijders hebben zich teruggetrokken in de havenstad Kismayo, het laatste islamistische bastion. Keniaanse marineschepen zijn Kismayo al beginnen te bombarderen, terwijl de geallieerden over land naderen.
Maar dat betekent nog niet het einde van Al Shabaab. De strijders zijn zeer wendbaar. Met landmijnen, autobommen en geïmproviseerde explosieven richten ze nog steeds heel wat schade aan.
Door de groep uit Kismayo te verdrijven zou ook een gevaarlijk machtsvacuüm kunnen ontstaan, die de ongemakkelijke alliantie tussen de verschillende Somalische facties op de proef zal stellen.
Geen hulp
Abdifatah Mohamed Ibrahim, die door zijn kiezers Gesey wordt genoemd, draagt nog steeds zijn oude militaire uniform. Hij is nu gouverneur van Bay, de regio waarvan Baidoa de hoofdstad is. Voorlopig controleert hij alleen een paar zones, die door Ethiopische en Somalische troepen zijn ingenomen. Al Shabaab heeft de rest in handen.
,,We zijn hier al zes maanden en nog steeds hebben we geen hulp ontvangen van de federale overgangsregering,” zegt Gesey. ,,Ze doen alsof Bay niet tot Somalië behoort.”
Voedseltekort
Momenteel is Baidoa veilig. ,,Vraag het aan de mensen,” zegt Gesey. ,,De laatste tijd hebben ze niet één kogel horen afvuren.”
Ethiopische, Burundese, Oegandese en Somalische soldaten patrouilleren in de stad, op sommige plaatsen zijn ze talrijker zijn dan de burgers.
Toch heerst er voedseltekort in Baidoa. Ooit was Bay de graanschuur van Somalië maar vorig jaar werden de sorghum- en graanvelden door droogte en sprinkhanenplagen geteisterd. Het meeste voedsel komt nu over land van Mogadishu, maar door de hoge tol die de Al Shabaab-milities aan de controleposten heffen, schieten de prijzen op de lokale markten de hoogte in. Een kilogram rijst kost in Baidoa 40 procent meer dan in de hoofdstad.
Trage hulp
Ras Kamboni, een vissersstadje in Jubaland, in het zuidwesten van Somalië, werd in oktober bevrijd. Net zoals in Baidoa hadden de inwoners verwacht dat er humanitaire hulp zou komen na het vertrek van Al Shabaab. Maar die hulp arriveert mondjesmaat. ,,De laatste negen maanden was de veiligheid oké, maar we hadden verwacht dat de internationale gemeenschap ons zou helpen”, zegt Ali, een van de dorpsouderen.
De eerste hulp arriveerde in juli toen de Wereldgezondheidsorganisatie een kliniek opzette in het voormalige hoofdkwartier van Al Shabaab.
,,Onderwijs, sanitaire voorzieningen, water, gezondheid: het is hier allemaal zeer pover. We hopen dat dit niet de laatste missie is”, zeg Ali.
Ras Kamboni heeft altijd van de visserij en de steenkoolproductie geleefd. Maar in de strijd tegen Al Shabaab kwam er een VN-verbod op de export van Somalische steenkool. En de Kenianen hebben ook maandenlang het vissen verboden uit vrees dat de militanten per boot zouden terugkeren.
Overgang
Het heeft de lokale economie zwaar geraakt. Er kwamen geen andere bronnen van inkomsten in de plaats. Het centrum van Ras Kamboni loopt nu vol werkloze inwoners, een getuige van het gebrek aan coördinatie tussen het civiele en het militaire bestuur.
Waarnemers zeggen dat plaatsen als Ras Kamboni en Baidoa de echte test zullen zijn voor de overgang van een mislukte staat naar een stabiele democratie.
Het valt nog af te wachten of Al Shabaab echt verslagen is.
,,Als je mag afgaan op de ervaringen in Afghanistan en elders, dan zal deze groep zich nog harder opstellen en veel meer jihad-georiënteerd worden”, zegt Somalië-analist Rashid Abdi. ,,In veel opzichten zal het verslaan van Al Shabaab de groep radicaliseren en Somalië nog meer dodelijke problemen bezorgen.”
Toch zien velen het verdwijnen van Al Shabaab uit de steden en dorpen als een teken van hoop. ,,Onder Al Shabaab bevonden we ons in een gevangenis”, zegt gouverneur Gesey. ,,Nu hebben we deuren en ramen geopend en wachten we op verse lucht.”