Steeds meer wetenschappers zetten vraagtekens bij de zogenaamde zegeningen van de marktwerking. Onnadenkend toegepast leidt zij tot uitwassen waarvan de hele samenleving funeste gevolgen ondervindt.
Tijdens de verkiezingscampagne werd het woord marktwerking geregeld in de mond genomen door verschillende vertegenwoordigers van verschillende politieke partijen. Bij links had de term een vieze bijklank, bij partijen ter rechterzijde is het de oplossing voor veel problemen, bijvoorbeeld de alsmaar toenemende kostenstijging in de zorg.
Waardevrij
Dat pleidooien voor marktwerking en meer mogelijkheden voor het kapitalistisch systeem niet waardevrij zijn, blijkt uit een reeks van publicaties die de laatste maanden zijn verschenen. Onlangs kwamen het boek
Niet alles is te koop. De morele grenzen van marktwerking van Amerikaanse filosoof Michael J. Sandel (filosoof aan de Amerikaanse universiteit Harvard) uit, en
Eerlijke economie. Calvijn en het sociaal economisch leven van agrarisch econoom Roel Jongeneel uit. Beide studies hebben gemeen dat ze bijzonder kritisch zijn op de uitwassen van de vrije markt.
Sandel toont aan dat de vrije markt steeds meer bepalend is geworden in maatschappelijke domeinen waar zij vroeger buiten stond: de gezondheidszorg, het onderwijs, de veiligheid, zelfs het gezinsleven. Tenminste in de Verenigde Staten. De hele samenleving is in dit land veranderd van karakter. Was de vroegere Amerikaanse maatschappij een samenleving waarin de marktwerking slechts een begrensde rol speelde, nu is het hele dagelijkse leven een markt geworden. Marktwaarden bepalen vrijwel het hele menselijk leven en we vinden dat nog normaal ook.
Triomf
Volgens Sandel gaat de ontwikkeling naar een samenleving waarin de markt de meest bepalende factor is, steeds maar door. In ieder geval in de Verenigde Staten. Hoe zit dat dan in Nederland? We moeten vrezen dat ook in ons land de markt een steeds grotere vinger in de pap krijgt. Dat zien we nu al in de gezondheidszorg. Het is nog even afwachten wat voor soort kabinet we krijgen, maar in veel segmenten van de samenleving zien we de markt, in navolging van de VS, steeds meer invloed krijgen.
Sandel schrijft dat de triomf van de vrije markt behalve tot een financiële ook heeft geleid tot een morele crisis. Hij toont dat aan met een scala van voorbeelden waarin de doorgeschoten markt het normale samenleven van burgers onder druk zet.
Smeergeld
In de Verenigde Staten krijgen zieke mensen soms geld van ziekenhuizen als ze regelmatig hun medicijnen innemen, stoppen met roken of afvallen. Hoe moet je dit noemen: omkoping of marktwerking? Sandel heeft het over smeergeld. Je krijgt geld om het goede te doen om verkeerde redenen. Het is veel beter mensen aan te spreken op hun innerlijke motivatie dan om gedrag af te dwingen met geldelijke beloningen. Sterker nog, zodra je met geldelijke beloningen begint gaat het mis.
Onbaatzuchtigheid
Want volgens Sandel is het altruisme of de onbaatzuchtigheid de belangrijkste motivatie van de mens. Hij heeft onderzocht dat geldelijke beloningen altruïstische motieven niet versterken maar juist onderdrukken of verdringen. Een voorbeeld hiervan is invoering van de marktwerking bij de bloedbanken in de Verenigde Staten. Door de commercialisering nam de bereidheid om vrijwillig bloed te geven af.
De laatste twintig jaar zijn goederen, zaken of diensten die je eigenlijk niet voor geld zou kunnen kopen marktwaar geworden. Dat heeft tot gevolg dat het respect dat we hadden voor deze zaken verloren is gegaan. Er ontstaat een vorm van omkoperij waarbij alleen de rijken voordeel hebben.
Er ontstaat een fundamentele oneerlijkheid in de maatschappij. Mensen die geld hebben kunnen profiteren van de markt, mensen die arm zijn worden verstoten naar de marge en zijn gedoemd hun hele leven in de rij te staan. Want dat is volgens Sandel het kenmerk van de totaal vermarkte samenleving. Als je geen geld hebt kom je op de wachtlijst. Maar voor de rijken is er geen probleem. Als je een meer betaalt, krijg je overal voorrang: op luchthavens, in ziekenhuizen en zelfs bij sportwedstrijden, in de vip-box.
Boetes
Steeds meer zaken die vroeger bij normaal burgerschap horen, worden nu als een zakelijke dienst beschouwd waarvoor je geld kunt betalen. Sandel schrijft met nauwelijks ingehouden woede over het feit dat boetes steeds vaker worden opgevat als een vergoeding. Zij zijn geen geldstraf voor een overtreding, maar een vergoeding om iets wel te kunnen of te mogen. Bijvoorbeeld fout parkeren, te snel rijden of milieuregels te overtreden. Ik heb geld, dus ik kan mij mijn slechte gedrag veroorloven omdat ik betaal voor extra service van de rechtstaat die arme burgers niet hebben.
Hierover zou je nog je schouders kunnen ophalen, maar volgens Sandel gaat de ongelijkheid steeds verder. Zij betreedt ook de vraagstukken waar het gaat om leven en dood. En dan hebben we het bijvoorbeeld over onvruchtbaarheid van vrouwen (het kopen van draagmoederschap) of het kopen van nieren, longen of een lever.
Samenleven in een maatschappij waarin de markt een rol speelt is op zich niet slecht, betoogt Sandel. Maar als alle onderdelen van de samenleving op de vrije markt kunnen worden gekocht dan gaat het goed mis. Dan gaat de moraliteit verloren, verliezen onbaatzuchtigheid en medemenselijkheid terrein en zorgt fundamentele ongelijkheid voor grote spanningen en tegenstellingen.
Calvijn
Dit zijn inzichten waarover kerkhervormer en voorman van de eerste protestanten Johannes Calvijn (1509 -1564) ook al beschikte, zo schrijft Roel Jongeneel in zijn pas verschenen boek Eerlijke economie. Hij geeft een uitvoerige analyse van Calvijns betekenis voor en visie op het sociaaleconomische leven.
Calvijn ziet duidelijk hoe materialisme een funeste rol kan spelen in de samenleving. Als consumptie het hoogste genot wordt, zoals vrijemarktdenkers voorstaan, dan krijgt dat iets afgodisch. Het hoogste genot kan voor christenen alleen God zijn. Al het andere mag zijn plaats in het leven hebben, maar moet ten diepste dienstbaar zijn aan een leven gericht op God. Bezit en rijkdom zijn prima, maar wie veel heeft is ook over veel verantwoordelijk.
Het consumptisme, waarvoor ook Sandel waarschuwt, heeft er volgens Jongeneel voor gezorgd dat mensen steeds minder tevreden zijn geworden. In een materialistische maatschappij komt het accent als vanzelf te liggen op economische groei.
Rentmeesterschap
Dit materialisme wordt begeleid door toenemende negatieve effecten als lucht-, water-en bodemvervuiling, aantasting van natuur en landschap, uitroeiing van dieren-en plantensoorten, stank, lawaai en files. ‘Het is niet alleen een economie van onbetaalde rekeningen, waarin welvaartsgroei eenzijdig gunstig wordt voorgesteld, maar het is ook slecht rentmeesterschap.’
Jongeneel komt tot de conclusie dat Calvijn een heel andere visie had op de economie, die gekenmerkt wordt door een ethiek van zorg en solidariteit. Economie is primair een middel dat bijdraagt tot het verwezenlijken van meerdere doelen, maar nooit een doel op zichzelf.
Volgens Jongeneel is de les van Calvijn dat economie in al haar breedheid moet díenen en is daarom pro-life-economie, in de diepste zin van het woord. ‘Zij is volgens Calvijn daarom altijd sociale economie.’ Calvijn sprak de economie erop aan om te voorzien in de basisbehoeften van allen.
Dienstbaar
Calvijn veroordeelde de markt niet. Sterker nog, hij noemde de werking ervan een ‘teken van God’. Maar dat weerhield hem er niet van om in de prijsvorming van eerste levensbehoeften en de lonen in te grijpen als dit nodig was om de kwetsbaren te helpen.
Dienstbaar aan de mens en de samenleving. Dat moet de economie zijn, zo verkondigde hij. ‘Calvijn duldde geen tweede altaar waarop offers moesten worden gebracht. Eer aan God, weg met de mammon!’