Het goede leven
dinsdag 11 september 10:22
De meeste aandacht van mensen gaat vandaag niet uit naar die gebeurtenis op 11 september 2001: de aanslag op het Wereldhandelscentrum in New York en het Pentagon in Washington; de verkiezingen van morgen leven veel sterker.

Foto EPA
Eigenlijk is dat merkwaardig. De betekenis van de aanslag van moslim-terroristen is veel groter dan de uitslag van de verkiezingen, morgen. Over een jaar is de dag van morgen een van de zovele verkiezingsdagen; volgend jaar is 11 september 2001 nog steeds van grote betekenis.
De klap waarmee een vliegtuig zich in de toren van het Wereldhandelscentrum boorde, betekende voor de Verenigde Staten een aanval op eigen bodem. Dat was nog nooit gebeurd. De aanslag raakte de Verenigde Staten in het hart van zelfbewustzijn, onaantastbaarheid en trots. Die klap heeft een grote symbolische betekenis gekregen, die tot op vandaag doorwerkt.
Gezicht van het kwaad
De dag van 11 september heeft niet alleen de Verenigde Staten diepgaand beïnvloed; de aanslag heeft de internationale verhoudingen en in grote delen van de wereld de interne politieke verhoudingen veranderd. Sinds 11 september 2001 hebben de Verenigde Staten een vijand tegenover zich die grotendeels onzichtbaar, ongrijpbaar en onvoorspelbaar is.
Het moslimterrorisme werd het gezicht van het kwaad in de wereld. De Amerikaanse president Bush verklaarde de oorlog aan het moslimterrorisme. Talloze maatregelen volgden. Een deel daarvan raakt ook andere landen; Bush dwong landen, waaronder Nederland, zich bij hem aan te sluiten in de strijd tegen het terrorisme. Wie niet met hem meestreed, schaarde zich in het kamp van de vijanden van de Verenigde Staten.
De buitenlandse politiek van de Verenigde Staten sinds 2001 is militaristischer geworden. De bezetting van Afghanistan moest het gezicht van de Verenigde Staten redden en het zelfvertrouwen van de Amerikanen versterken. De terroristen zouden worden vervolgd; hun schuilplaatsen zouden worden uitgerookt.
Moslimangst
Dat laatste is gebeurd. Bin Laden - de grote regisseur van het moslimterrorisme - is gedood. De oorlogsmaatregelen van Bush hebben gewerkt - er zijn aanslagen voorkomen. Maar de strijd is nog niet afgelopen, al was het maar in de hoofden van mensen die een grote moslimangst hebben ontwikkeld, aangejaagd door de oorlog tegen het terrorisme.
Over tien jaar zal de verkiezingsdag van morgen niet worden herdacht - hooguit de lotgevallen van het CDA - de aanslagen op New York en Washington wel. De omstandigheden van de herdenking zullen anders zijn dan vandaag. De bezetting van Afghanistan is dan al lang achter de rug en openlijk worden geduid als een zinloze, want niet te winnen oorlog.
De aandacht en de angst voor de moslims die het Westen willen terroriseren zullen, naar het lijkt, deels zijn verdwenen. De spanningen in het Midden-Oosten met Iran-Israël in het middelpunt zullen zijn opgelopen en er is een concrete economische dreiging vanuit opkomende landen. De verhoudingen in de wereld worden mede bepaald door het gevecht om grondstoffen, voedsel en energie en om de beschikbaarheid van water.
Zo gezien is de dag van morgen slechts een van de vele die worden vergeten, hoe belangrijk de 12e september 2012 ook lijkt te zijn.