Lútsen Kooistra
maandag 10 september 10:31
Naarmate de verkiezingen dichterbij komen, groeit het bewustzijn dat er de afgelopen weken gekke dingen zijn gebeurd.

Bij het eerste televisiedebat van RTL werd een aantal partijen uitgesloten. Foto ANP
De verkiezingen gaan nauwelijks over de inhoud maar vooral over personen en dan ook nog een beperkt aantal mensen, namelijk de lijsttrekkers. Peilingen lijken belangrijker dan de inhoud van de politieke programma’s. Die personen schitteren in debatten, op televisie en op de radio. Het optreden daar blijkt van grote invloed te zijn op de populariteit en dus op het aantal zetels.
Kiem
Het eerste televisiedebat was dat van RTL. CDA, ChristenUnie, D66, Partij voor de Dieren en nieuwkomers als 50Plus mochten niet meedoen bij Frits Wester van RTL. De uitsluiting van het CDA heeft een kiem gelegd voor de slechte prestaties van deze partij in de peilingen.
Andere partijen, bijvoorbeeld ChristenUnie en Partij voor de Dieren, hebben een omlijnder achterban en zijn iets minder gevoelig voor de effecten van uitsluiting.
Natuurlijk kunnen de slechte uitkomsten van de peilingen voor het CDA niet worden verklaard door de betrekkelijke onzichtbaarheid van de lijsttrekker. De waardering voor het CDA is al een aantal jaren laag en de prestaties van de lijsttrekker alleen kunnen de opgelopen achterstand niet goedmaken.
Overigens, de geschiktheid van een kandidaat om zich te profileren in een televisiedebat is een heel andere dan die om een partij te leiden, of om een visie te hebben voor het oplossen van problemen.
Geschiktheid
De populariteit van kandidaten wordt, kortom, niet in de eerste plaats gevoed door geschiktheid voor het politieke ambt - denk aan leiderschap, inhoudelijkheid en onderhandelingsvermogen - maar aan geschiktheid om spannende televisie te maken. Gevatheid, het toepassen van retorische trucjes en showelementen maken de man.
De metingen van de voorkeuren van stemmers hebben invloed op kiezers. De gedachte is dat die invloed zich laat gelden tot in het stemhokje. Maar er is gerede kans dat de uitslag van woensdag toch een behoorlijk andere is dan die van de peilingen. Een verschil van in totaal tien zetels zit er gemakkelijk in. En er is kans dat het verschil tussen peilingen en stemming nog groter is: het aantal kiezers dat nog geen definitieve keuze heeft gemaakt, is behoorlijk. Sommigen spreken van 40 procent. Dat percentage vertegenwoordigt liefst zestig zetels in de Tweede Kamer.
Sentiment
Er is alle reden om niet al te veel af te gaan op de uitkomsten van de peilingen. De ‘eenzaamheid’ van het stemhokje - zonder alle rumoerige geluiden van de verkiezingsmarkt - kan leiden tot een heel andere keuze dan aanvankelijk gedacht en kandidaten zijn afhankelijk van het sentiment van kiezers dat tot het laatste ogenblik kan veranderen.
Een andere factor is die van het strategisch stemmen. Daarbij gaat het niet om een partij te steunen, maar om het gemakkelijker of juist moeilijker maken van een bepaalde coalitie. Dergelijk stemgedrag is in hoge mate speculatief: niemand kan nog zeggen hoe de verhoudingen tussen de partijen komen te liggen.
De beste houding voor het bepalen van de keuze is die van de overtuiging, het liefst op inhoud. Zeker ook dat laatste: in de Kamer wordt straks gewerkt vanuit de geest van de partij, niet vanuit de gevatheid tijdens een televisiedebat dat was opgezet al was het een show.