Het goede leven
maandag 03 september 10:00
Kerken moeten zich meer uitspreken over ecologie, duurzaamheid, natuur en schepping. Dat geluid klinkt steeds meer, in binnen-en buitenland.

Wat bedoelt Gezelle met de taal van de bloemen? Foto ANP Koen van Weel
Aan de randen van kerken en kerkelijke instituties klinkt het geluid het hardst. In het centrum van kerkelijke kringen wordt het onderwerp het liefst wat vermeden. Er is de waarschuwing van de mensen bij wie de wonden van bijvoorbeeld het kerkelijk debat over kernwapens nog steeds pijnlijk zijn. Ofwel: de kerk moet maar niet té maatschappelijk, economisch of ‘groen’ spreken.
De relatie tussen geloof en -samengevat -natuur is een heel nauwe. In geloofstaal belijdt de kerk dat God de schepper is van de aarde en dat de mens een verantwoordelijkheid heeft. Die geloofstaal is een heel andere taal dan die van iets als de economie.
Daarin gaat het niet om de schepping als zodanig, maar om wat die schepping oplevert in de vorm van, bijvoorbeeld, grond voor industrie, woningbouw of landbouw.
Psalmist
Het spreken over de natuur in geloofstaal heeft een lange traditie: de psalmist is bijna extatisch als hij de rivieren en de bergen bezingt in hun verbinding met God. De huidige oproepen om als kerken meer aan ‘de natuur’ te doen worden steeds meer in andere talen geformuleerd.
Bijvoorbeeld in de taal van ecologie of duurzaamheid. Velen menen dat de kerken hun eigen taal moeten blijven spreken. De kerken zijn geen instituten voor biologie of duurzaamheid. Hier ligt een belangrijke bron van onenigheid in de ontwikkeling van het denken over de kerken als hoeders van ‘het groene’.
Elementen
De Vlaamse dichter Guido Gezelle maakte het bekende gedichtje: 'Mij spreekt de blomme een tale / mij is het kruid beleefd, / mij groet het altemale wat God geschapen heeft!
Ondanks z’n beknoptheid is dit gedicht een bron voor overpeinzing. Wat bedoelt Gezelle met de taal van de bloemen? Bloemen spreken toch niet? Doet Gezelle hier hetzelfde als de psalmist die het heeft over de rivieren die in de handen klappen? Dichterlijk taalgebruik, niet letterlijk te nemen.
Dat is een te snel oordeel. Guido Gezelle heeft ervaren dat de natuur iets te zeggen heeft voor een luisterend oor. Horen is veel meer dan het waarnemen van geluid van de straat of van de wind. Horen kan, net als zien, voelen en tasten een veel bredere en diepere toegang geven tot de werkelijkheid.
Ervaring
Voorwaarde is ontvankelijkheid voor het ‘stille geluid’ van de schepping. Gezelle drukt in zijn gedichtje een bijna alles omspannende ervaring uit. Die brengt hem heel dicht bij God. De bloem is veel meer dan wat er in de Flora over staat; de bloem is een groet van God.
Christenen die groen willen spreken en doen, kunnen aan Gezelle een voorbeeld nemen: het horen en ervaren van de bloem, in de stille omgang, laat de bloem zien als groet van God. Gezelle verstond de taal van de bloem als grondtaal van de werkelijkheid.
Die leidt altijd naar God en is de grond onder alle andere talen; die van de bioloog en die van de econoom. Groen denken en economisch denken verliezen hun eenzijdigheid; beide zijn verbonden in de grondtaal waarin heel de schepping zich laat horen en zien zoals de Schepper haar heeft bedoeld.