Jelle Terpstra
zaterdag 01 september 11:00
Hoe individualistisch we misschien ook zijn, we worden toch voor een groot deel bepaald door de cultuur waarin we opgroeien. De kerk kan haar voordeel doen met deze wetenschap, vindt Jelle Terpstra. Zorg voor een liefdevolle en opgewekte sfeer.

De leden van een groep zijn onderling met elkaar verbonden. Zoals bij vriendschap. Foto: SXC Cammy Ambrosini
Heeft u ooit nagedacht over het verband dat er bestaat tussen mentale staat van ons brein en de overheersende ‘stemming’ van de gemeenschap of groep waar we deel vanuit maken? Wanneer mensen iets aangedaan wordt in een gemeenschap of groep laat dit een spoor van ellende en trauma’s na.
Ernstiger nog, het leidt tot verlies van vertrouwen en liefdevolle relaties. Mensen verliezen het vermogen op een opgewekte wijze met elkaar om te gaan waardoor deze vaardigheden niet meer worden overgedragen aan de volgende generatie.
Met als gevolg dat misbruik en geweld zich verspreiden: misbruikten worden zelf misbruikers. Het langetermijneffect van een cultuur waar liefde ontbreekt of onderdrukkende ervaringen plaatsvinden, is het verlies van geestelijk volwassenen die in staat zijn volgende generaties de weg te wijzen.
Relaties met blijdschap
Wij functioneren op ons best wanneer wij met God en de mensen om ons heen relaties hebben waarin blijdschap aanwezig is. Deze relaties versterken ons menselijk zijn. Het ervaren van blijdschap in deze relaties helpt ons een gezonde koers te varen in ons leven. Zo hangt het samen met vatbaarheid voor verslavingen en depressie.
Daartegenover staat dat wanneer ons iets aangedaan wordt er andere biologische veranderingen in onze hersenen plaatsvinden. Daarbij worden de hersenen als het ware ingesteld op ‘alarm’. Er wordt momenteel veel onderzoek gedaan over deze processen, een boeiend boek dat deze bevindingen beschrijft is Het liefdevolle brein van M. Szalavitz.
Stemming
Het functioneren van het brein is afhankelijk van je emotionele toestand, de stemming waarin je verkeert. Vooral de innerlijke toestand die wordt opgewekt door alarm en dreiging heeft grote invloed op je vermogen je eigen gedrag helder te beoordelen. In een kalme toestand kunnen mensen het meest ‘menselijke’ deel van hun brein, de neocortex, optimaal gebruiken om abstract te denken en creatief te zijn.
Het is veel gemakkelijker je in een ander te verplaatsen wanneer je kalm bent en je je veilig voelt. Verschuift de toestand naar alertheid, onrust of zelfs paniek, dan hebben deze emotionele toestanden enorme invloed op de wijze waarop onze hersenen functioneren en dus hoe informatie verwerkt wordt. Ons handelen wordt hierdoor minder gebaseerd op creativiteit en rationaliteit maar wordt emotioneel, reactief of zelfs reflexmatig (bij paniek).
Tijd
Ook de wijze waarop we tijd beleven verschuift. Wanneer we ons veilig voelen, hebben we oog voor de wereld, voor de toekomst en het verleden. Naarmate dat gevoel van veiligheid afneemt en de onrust en zelfs paniek toeneemt, vernauwt ons blikveld zich, uiteindelijk beperkt het zich tot onszelf. Dus hoe gestresster je raakt, hoe verder het gebied van zorg waar je op betrokken bent inkrimpt.
Het wonderlijke is dat ons brein wordt opgebouwd en versterkt in relaties waar regelmatig op opgewekte wijze liefde geuit wordt. Liefde van onze ouders is hierbij erg belangrijk maar ook naderhand wordt het sterker door positieve ervaringen in ‘echte relaties’. Het ervaren van vreugde en blijdschap in persoonlijke relaties kan zelfs effecten van trauma’s te niet doen, zegt dr. Jim Wilder.
Life Model
Dr. Jim Wilder heeft samen met een team experts het Life Model ontworpen, dat gebaseerd is op zowel wetenschappelijk onderzoek naar het functioneren van de hersenen, als kennis van psychologie, hechtingstheorieën en pastorale inzichten. Hij heeft dit model op verschillende plaatsen in Nederland geïntroduceerd.
Mensen bij wie dit optimaal functioneert, dragen dit over en delen dit met personen met wie zij echt contact hebben. Binnen dergelijke contacten beleven zij namelijk de emotie van die ander als was die van de persoon zelf. Deze positieve ervaringen zijn niet ingewikkeld, het zijn spontaniteit en vriendelijkheid in de relatie.
Het gaat om oplichtende ogen, een warme stem, opgewekt contact. Deze manier van communiceren wordt diep in onze hersenen geregistreerd en vertaald. Als één van beiden geestelijk volwassen is en de ander jonger heeft deze communicatie van vreugde en liefde een sterk vormend effect op het jongere brein en werkt ook door op ons lichamelijk welzijn.
Vaardigheden
Eén van de fundamentele vaardigheden die we ons eigen moeten maken, is het omgaan met momenten waarin we niet blij met elkaar zijn. Perioden van irritatie of schaamte produceren namelijk stresshormonen die ons welzijn negatief beïnvloeden, zeker wanneer we dit tijdens onze slaap laten voortbestaan.
Om met de mensen waar we op betroken zijn positieve verbondenheid en vreugde te ervaren, zullen we hen moeten zien zoals zij waarlijk bedoeld zijn en zullen we meer oog moeten hebben voor hun ware identiteit dan voor de minder prettige wijze waarop zij zich soms gedragen. Dit geld niet slechts binnen relaties van ouders en kinderen, alhoewel de effecten daar zeer sterk aantoonbaar zijn.
Groepen (families, gemeenschappen, organisaties, volken) kunnen volgens Szalavitz ook als biologische organismen worden beschouwd. De leden van al deze groepen zijn onderling verbonden door hun relationele biologie zoals spiegelneuronen (spiegelneuronen zorgen ervoor dat het gedrag en de emoties van anderen die wij observeren automatisch wordt ‘afgespeeld’ in onze hersenen; dit is essentieel in ons leren en leidt ook tot cultuuroverdracht). Het gedrag van mensen is zeer besmettelijk.
Hersenstaat
Het imiteren van anderen verloopt automatisch en onbewust. In groepen hebben we vaak dezelfde ‘hersenstaat’, zeg maar stemming. Net zoals je brein op zekere manier functioneert afhankelijk van de emotionele toestand waar je je in bevindt, doet de staat van de groep dat ook. In elke groep werken eenzaamheid, angst maar ook blijdschap besmettelijk, zegt Szalavitz.
De sociale omgeving van de groep, voor zover deze veilig, onvoorspelbaar of juist bedreigend is, leidt ook tot een bepaalde wijze van gedrag en omgang met elkaar, net als bij individuen. In een stabiele omgeving waarbinnen de leden een zeker welzijn ervaren, zal vernieuwend gedacht worden en zal men zonder moeite zorgzaamheid betrachten. Er is oog voor langetermijneffecten van beleid. Groepsleden worden aangemoedigd en ondersteund zich te ontwikkelen.
Heilzaam
Wanneer de middelen echter beperkt zijn of de omstandigheden als onveilig worden ervaren, zijn groepen minder goed in staat complexe problemen op te lossen. De strategieën zullen eerder gericht zijn op de directe toekomst en de zwaksten worden mogelijk verwaarloosd.
Hoe minder controle de groep denkt te hebben over externe situaties, hoe controlerender, reactiever en onderdrukkender de interne cultuur zal zijn. De cultuur die kinderen, gemeenschapsleden of nieuwe medewerkers voortbrengt, zal hen voorbereiden op de omstandigheden die daar aangetroffen worden, en zal zichzelf waarschijnlijk herhalen in de volgende generatie.
Aanvaardende relaties
Voor het welzijn van gezinnen maar ook scholen en kerkelijke gemeentes is het belangrijk dat ouders, leraren en gemeenteleiders in staat zijn een omgeving te creëren waarbinnen aanvaardende, veilige relaties bestaan. Een gemeenschap waarbinnen een hoopvolle, opgewekte sfeer aanwezig is, werkt heilzaam en leidt tot herstel van deelnemers.
De innerlijke basis van vreugde bij ieder mens wordt versterkt in de context van gezonde relaties met God en anderen. Hierdoor zal men beter in staat zijn stressvolle omstandigheden te hanteren zonder vrede te verliezen.
In vroeger eeuwen stond de kerk bekend als een plek van barmhartigheid en herstel. Mensen kwamen er samen omdat er hoop te vinden was. Vandaag de dag zijn er veel mensen die lijden onder de gevolgen van misbruik of verslavingen. Het is belangrijk dat we hen als kerk binnen een cultuur van leven en liefde kunnen verwelkomen, zodat zij tot herstel kunnen komen.
Jelle Terpstra werkt bij de Christelijke Hogeschool Ede als docent aan de opleiding SPH en als coördinator van de Post-HBO Verslavingszorg.