Jan van Butselaar
vrijdag 31 augustus 11:00
Rechtvaardigheidsgevoel en schuldgevoel liggen soms dicht bij elkaar, zeker als het om hulp aan arme landen gaat. Jan van Butselaar vraagt zich af of dat schuldgevoel wel zinvol is en pleit voor andere verhoudingen.

Afrikaanse kerkleiders weigerden excuses, ze hebben immers ook zelf een beladen verleden. Slavernijmonument in het Oosterpark in Amsterdam. Foto: ANP Ade Johnson
Ooit hoorde ik een Belgische hoogleraar uitroepen toen het over het Nederlandse beleid in ontwikkelingsvraagstukken ging: ‘die Nederlanders zitten altijd maar met hun protestantse schuldgevoel!’ Dat zinnetje is bij me blijven hangen: is dat zo? Hebben we in dit land, vanuit een lange calvinistische traditie, overmatig last van schuldgevoel dat tot merkwaardige beslissingen leidt?
Discussie
De hoogleraar had het over de relatie met de ontwikkelingslanden, de arme landen zogezegd. Onze hulpverlening zou niet erg efficiënt zijn omdat we niet zozeer op resultaten letten die onze tussenkomst zou kunnen bewerkstelligen, maar veel meer met onze gevoelens van schuld over een koloniaal verleden waarin mensen, om het zacht te zeggen, onheus werden behandeld.
Er lag daarom een taboe op een eerlijke en open discussie over wat wel en wat niet helpt, over wat je wel en wat je niet kunt doen. Er zijn immers, zo’n halve eeuw na de dekolonisatie, in die landen structuren en gewoonten gegroeid die sommige vormen van hulp, hoe goed bedoeld ook, gelijk de das omdoen. Corruptie is zo’n ding, politieke wedijver een ander, om er maar een paar te noemen.
Het zijn zaken die nauwelijks aan de orde komen als het over ontwikkelingssamenwerking gaat. Legt een overal aanwezig schuldgevoel een blokkade op zinnig denken? Het is merkwaardig dat zo’n schuldgevoel niet alleen bij christen-politici kan worden geconstateerd, maar ook in een royale kring erbuiten.
Als een beperking van de ontwikkelingshulp wordt gesuggereerd, worden gelijk de sluizen van schuld opengezet: wil je die arme mensen nu ook nog benadelen? Hebben ze al niet genoeg onder ons, onder onze economie, onder onze hebzucht geleden? En zo wordt ieder debat in de kiem gesmoord, dankzij het opgeroepen schuldgevoel.
Srebrenica
Datzelfde schuldgevoel lijkt een rol te spelen als het gaat over ons koloniale verleden. Er zijn verschrikkelijke dingen gebeurd in Srebrenica. Nederlandse militairen die daar de bevolking moesten beschermen, konden dat niet waarmaken. Het laatste woord is er nog niet over gezegd. Maar waar ter wereld zijn er Ngo’s te vinden die gelden en juridische bijstand beschikbaar stellen om mensen van daar hier aanklachten tegen de staat te laten indienen?
Dat kan natuurlijk een teken zijn van een groot rechtvaardigheidsgevoel. Maar het kan ook te maken hebben met dat ingebouwde schuldgevoel. Of je de mensen daar werkelijk helpt door hen hierheen te halen, voor de camera te zetten en onder te dompelen in het complexe Nederlandse rechtssysteem, is maar de vraag.
Moet je je betrokkenheid niet op een andere manier laten blijken? Je zou daar tenminste over moeten kunnen discussiëren, zonder gelijk voor een barbaar te worden uitgemaakt.
Politionele acties
Hetzelfde geldt voor het gevraagde onderzoek naar wat Nederlanders in de politionele acties in Indonesië hebben gedaan. Een bekend auteur reisde onlangs naar dat land en bood daar zijn verontschuldigingen aan voor wat Nederlanders er hadden aangericht. De mensen voor hem zaten wat wazig te kijken: hoe moet je nu met zo’n gast omgaan, zonder de regels van gastvrijheid te schenden die heilig zijn?
Nederlanders hebben er verkeerde dingen gedaan, zeker. In de vrijheidsoorlog hebben anderen dat ook gedaan. Dat pleit Nederlanders niet vrij. Maar een onderzoek moet niet gestoeld worden op schuldgevoelens maar op de wens de historische waarheid in de context van die tijd aan het licht te brengen. Dat vraagt een open houding, een open discussie. De vraag is of dat nog mogelijk is.
Weigering
Schuldgevoelens. Het deed me terugdenken aan een grote zendingsconferentie in Brazilië, vlak bij de plaats waar eeuwen geleden de slaven uit Afrika werden afgeladen. Een gruwelijke plek.
De leiding van de conferentie had bedacht dat er maar een verontschuldigingsceremonie moest komen waarin de westerse deelnemers hun schuld zouden betuigen aan de daar aanwezige Afrikanen. Maar dat was buiten die Afrikanen zelf gerekend.
Ze weigerden en zeiden: wij zijn eveneens schuldig, onze toenmalige leiders hebben ook deelgenomen aan de slavenhandel. Wij staan samen schuldig. En zo kreeg de ceremonie een ander karakter: wederzijds werd schuld beleden en vergeving gevraagd aan elkaar en aan de Here God.
Samen schuldig
Je schuldige daden onderkennen en belijden is een goede zaak. Het zou echter goed zijn als we dat deden in de echte calvinistische, liever gezegd, christelijke traditie. Dat is er één waarin je weet dat je samen schuldig bent. Dat is er één waar je wederzijds je schuld kunt belijden. Dat is er één waarin vergeving in plaats van vergelding het antwoord is. Schuldgevoel is dan geen molensteen om je (nationale) nek maar het begin van een verlost leven.
Voor alle zekerheid: ontwikkelingssamenwerking is een goede zaak, daar moet veel geld heen. Maar niet op basis van schuldgevoel, maar om samen een stap vooruit te doen op weg naar het rijk van vrede en recht. En dat komt er, schuldgevoel of niet.