Het goede leven
donderdag 30 augustus 10:00
Nog twee weken en dan weten we hoe de nieuwe Tweede Kamer eruit ziet. Daar is nu volstrekt geen zicht op, in dertien dagen kan er nog veel gebeuren. Een ding weten we al wel: het politieke krachtenveld raakt verder versnipperd.

Het eerste kabinet-Kok (1994-1998) is het laatste dat niet viel. Foto: ANP
Dat is zorgelijk. De verkiezingsdag is niet de laatste, maar de eerste dag van een democratisch proces. Namelijk de vorming van nieuw kabinet. Die volgt niet logischerwijs voort uit de verkiezingsuitslag, maar is het resultaat – van vaak moeizame – onderhandelingen. Zelfs als we op donderdag 13 september weten hoe de zetelverdeling is geworden, dan is er nog niets definitiefs te zeggen over welke nieuwe regering we krijgen.
Stevige hervormingen
Deze nieuwe regering krijgt een moeilijke taak. Op een aantal grote en belangrijke beleidsgebieden moet er stevig hervormd worden, zoals de sociale zekerheid, de gezondheidszorg en de woningmarkt. Daar bovenop moet er bezuinigd worden om de overheidsuitgaven in het gareel te houden en moet er beleid worden gemaakt op de economische crisis.
Voorwaar een zware opdracht, die veel verder gaat dan een beetje sleutelen en schaven. Dat is niets anders dan wat aanmodderen. Om er voor te zorgen dat er duidelijk meerjarenbeleid wordt ingezet, is het noodzakelijk dat het komende kabinet de rit uitzit. De afgelopen tien jaar hebben we meerdere kabinetscrises meegemaakt; het eerste kabinet-Kok (1994-1998) is het laatste dat niet viel.
Voor stevige ingrepen in overheidsbeleid is weer van belang dat er een breed draagvlak bestaat. De afgelopen tien jaar is de politiek stevig gepolariseerd geweest. Als er nieuw beleid wordt ingezet voor bijvoorbeeld de AWBZ of de bijstand, dan is het niet verstandig als een hele grote minderheid van de bevolking zich buitenspel gezet voelt. Die omstandigheid leidt tot politieke onrust en vermindert de kans op het uitzitten van het kabinet.
Samenwerkingsvormen
Politieke experimenten, zoals een gedoogkabinet, zijn ook taboe, want te risicovol. Zo’n kabinet begint met het vaststellen van de inhoud van het beleid. Dan moet er gezocht worden naar de vormen waarin wordt samengewerkt; steeds opnieuw. Dat alles slurpt te veel tijd en energie.
Het volgende kabinet moet, kortom, een gewoon meerderheidskabinet worden waarin alle deelnemende partijen evenveel verantwoordelijkheid dragen en zich niet als het zo uitkomt even aan die verantwoordelijkheid kunnen onttrekken.
De noodzaak van een breed draagvlak sluit ook de mogelijkheid uit van een kabinet dat teveel naar rechts of links helt. Bij de vorige formatie kwam Uri Rosenthal als informateur tot de conclusie dat er gezocht moest worden naar een kabinet bestaande ‘uit het brede midden’. Uiteindelijk kwam dat er niet van. De kans moet nu worden gegrepen om die fout goed te maken.
Consistent beleid
Hoe dit brede midden eruit ziet is moeilijk te voorspellen. De vijf partijen die in april een akkoord sloten over de begroting van 2013 halen waarschijnlijk geen meerderheid. Het kan dus zijn dat er partijen bijkomen of juist afvallen. Belangrijk is dat zowel centrumlinks als centrumrechts vertegenwoordigd zijn.
En ja, dat zal waarschijnlijk niet de spannendste politiek opleveren. Maar die hebben we de afgelopen jaren wel genoeg gezien. Het is nu tijd voor consistent beleid.