In het stemlokaal wordt op 12 september ook bepaald waar wij heen willen met Europa. Eindelijk wordt daar over gepraat. Een onvoorzien gevolg van de eurocrisis.
Op weg naar een Duitser Europa? Een Italiaanse krant ziet een Duits ‘Vierde Rijk’, een verwijzing naar het Derde Rijk van de nazi’s. Bondskanselier Angela Merkel is gefotografeerd met haar rechterarm in de lucht, te interpreteren als een soort Hitlergroet. Foto: EPA
De campagne voor de verkiezingen van 12 september wil nog niet echt van de grond komen. Van een verhit debat over enig onderwerp is geen sprake. Maar als er dan toch een thema in de campagne moet worden aangewezen, dan is het Europa. Op bijna geen ander punt lopen de standpunten zover uiteen als over de toekomst van Nederland binnen de Europese Unie.
Sinds de oprichting in 1950 van de
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) - de voorloper van de Europese Unie - is er over Europa nauwelijks een serieus verkiezingsdebat gevoerd. Dat Europa nu wel in de aandacht staat, heeft alles te maken met de crisis rondom de euro en de daaruit voortvloeiende discussie over de miljardenhulp aan Zuid-Europese landen en de overdracht van meer nationale soevereiniteit aan Brussel.
Fundament
Zowel voor- als tegenstanders van de euro zijn het erover eens dat de problemen rondom de Europese eenheidsmunt zijn ontstaan doordat het hele project een stevig fundament ontbeert. Zonder afdwingbare begrotingsdiscipline en verregaande politieke integratie is het bijna ondoenlijk om er één en dezelfde munt op na te houden in de zeventien landen die bij de eurozone zijn aangesloten.
Daarvoor zijn de verschillen te groot. Zo wordt er in het rijkere noordwesten van Europa heel anders gedacht over arbeidsdiscipline, belastingmoraal en hoogte en duur van sociale voorzieningen dan in het armere zuiden van Europa dat wat makkelijker in het leven staat.
Minder concurrentie
De welvaartskloof tussen noord en zuid is vergroot doordat door de eenheidsmunt de flexibele wisselkoersen zijn opgedoekt waardoor zwakkere landen minder concurrerend zijn geworden. Zij kunnen hun munt niet meer devalueren om de export te bevorderen. Wat ze wel konden doen was goedkoper geld lenen op de internationale kapitaalmarkt omdat de Europese eenheidsmunt werd beschouwd als een sterkere munt dan hun oude, nationale munt.
Aangemoedigd door de lagere rente bleven landen als Spanje en Griekenland maar geld lenen waardoor ze het welvaartspeil op niveau konden houden maar waardoor hun overheidstekorten torenhoog opliepen.
Nu zitten we met de brokken. Griekenland is bijna failliet en Europa verkeert in een economische crisis. Om de chaos niet groter te maken, mag Griekenland volgens Brussel niet kopje onder gaan en moet het binnen de euro blijven. Anders dreigt de hele eurozone in de val van Griekenland worden meegesleept omdat Europese banken omvallen en andere landen hun uitstaande leningen aan Athene verliezen.
Wanhoop
Om de in financiële nood verkerende Zuid-Europese landen voor een faillissement te behoeden en binnen de euro te houden, is er in de afgelopen vier jaar door de andere Europese landen voor miljarden aan noodhulp gegeven. Dit in ruil voor drastische bezuinigingen die de bevolkingen in de betreffende landen langzamerhand tot aan de rand van de wanhoop drijft.
Noodhulp en bezuinigingen blijken echter niet het medicijn te zijn om de eurocrisis te bedwingen. De enige remedie is volgens Europese beleidsmakers het overdragen van meer macht aan Europa door het optuigen van een bankenunie en een Europees ministerie van Financiën. Brussel moet het laatste woord krijgen over de nationale begrotingen en sancties aan overtreders kunnen uitdelen.
Kortom, de Europese Unie moet een politieke, federale unie worden. Of, zoals tegenstanders zeggen, dat wordt een ‘superstaat’ of een Verenigde Staten van Europa.
Grondwet
Ook in Brussel wordt beseft dat meer politieke integratie voor veel Europese burgers moeilijk te verteren is. Europa is geen populair onderwerp. Zo werd begin deze eeuw in referenda in Frankrijk en Nederland een voorstel voor een Europese Grondwet massaal weggestemd. De Europese Unie had net een ingrijpende uitbreiding ondergaan met Oost- en Midden-Europese landen.
Veel politici zagen in hun Europese uitbreidingsdrift over het hoofd dat veel West-Europeanen niet vrijwillig hun lot willen delen met cultureel wezensvreemde Europeanen in een grotere en armere Europese Unie. De bestuurlijke en politieke elite in Brussel leerde de les dat Europa de harten niet sneller doet kloppen.
Het grote probleem waar Brussel zich nu voor gesteld ziet, is dat dit euroscepticisme op gespannen voet staat met de, gezien de eurocrisis, dwingende noodzaak tot een Europese federatie te komen. Vandaar dat allerlei complottheorieën de ronde doen om het verzet van Europese burgers tegen de Europese ‘superstaat’ te breken.
Hogere versnelling
Brussel zou bewust de crisis in de afgelopen vier jaar hebben laten voortmodderen om de al zestig jaar lang voortslepende integratie in een hogere versnelling te kunnen gooien. De vrees voor het instorten van de economie en het verdampen van spaar- en pensioengelden zouden angstige burgers ertoe brengen dan maar een Verenigde Staten van Europa te omarmen.
Het zijn niet de minste denkers die een dergelijke samenzwering ontwaren. De Britse historicus Niall Ferguson zei onlangs in de Sunday Times dat ,,de bedenkers van de monetaire unie al wel wisten dat hun model zou uitmonden in een crisis en dat de crisis zou uitmonden in een federalistische oplossing”.
Zou het mogelijk zijn? In haar boek The Shock Doctrine haalt Naomi Klein een van de oprichters van de Europese Gemeenschap aan, Jean Monnet, die ooit zei dat ,,mensen pas veranderingen accepteren zodra deze noodzakelijk zijn, en zij erkennen de noodzakelijkheid ervan pas als zij zich in een crisis bevinden”.
Breekijzer
Vooropgezet of niet, de eurocrisis fungeert wel als een soort breekijzer om de Europese integratie te versnellen. Om uit de problemen te komen lijken verregaande, federalistische maatregelen op het gebied van begrotingen, belastingen, sociale voorzieningen, pensioenen en arbeidsmarkt onontkoombaar.
Meer nationale soevereiniteit en fundamentele bevoegdheden moeten worden overgedragen aan Brussel.
Tenminste, als het aan de voorstanders van meer politieke integratie ligt. Het laatste woord is daar nog niet over gezegd. De eurocrisis heeft ervoor gezorgd dat volop over het Europese project wordt gepraat maar het heeft er tegelijkertijd voor gezorgd dat ook de onvrede over de Europese Unie wordt aangewakkerd. In heel Europa doen eurosceptische partijen het goed.
Om te ontrafelen waar de weeffout in het europroject zit, moeten we terug naar de ontstaansgeschiedenis van de eenheidsmunt. En die ligt bij de val van de Sovjet-Unie in 1989.
Verzoening
De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal werd in 1950 opgericht om Duitsland en Frankrijk, die elkaar in de zeventig jaar daarvoor in drie verwoestende oorlogen hadden bestreden, met elkaar te verzoenen. De Franse kolenproductie en de Duitse staalindustrie kwamen onder een supranationaal toezicht om te voorkomen dat beide partijen deze grondstoffen in een oorlog tegen elkaar zouden gebruiken.
Daarmee was echter niet de onderlinge achterdocht bezworen. Dat bleek toen na de val van de Berlijnse Muur en West- en Oost-Duitsland zich met elkaar wilden herenigen.
Dit plan van de Duitse bondskanselier Helmut Kohl stuitte op grote weerstand van de Franse president François Mitterrand. Hij was overigens niet de enige die een dergelijk groot en machtig land in het hart van het Europese continent niet zag zitten. Ook onze premier Ruud Lubbers had er grote bezwaren tegen.
Europese eenwording
Mitterrand koesterde het plan van een Europese eenheidsmunt als bekroning van de Europese eenwording én als een middel om de sterke Duitse D-mark, het symbool van de Franse minderwaardigheid, te breken. Alleen op voorwaarde dat de D-mark zou opgaan in een Europese munt, wilde Mitterrand zijn zegen geven aan de Duitse eenwording. Zo hoopte hij greep te krijgen op de Duitse macht.
Kohl, leider van een land dat nog worstelde met het oorlogsverleden en zich daarom in Europa niet assertief durfde op te stellen, ging ermee akkoord. De Duitse bondskanselier had het ook zonder Franse goedkeuring kunnen doen maar hij wilde het nieuwe, herenigde Duitsland niet opzadelen met opnieuw oplevend ressentiment van de voormalige Franse erfvijand.
Eindpunt
Omdat Mitterrand de eenheidsmunt zag als een politiek middel om de macht van Duitsland te beperken, werden economische en monetaire uitgangspunten daaraan ondergeschikt gemaakt. Zo is normaal gesproken een gemeenschappelijke munt niet het vertrekpunt maar het eindpunt van een langdurig proces naar eenwording. Mislukking zat er daardoor als het ware ingebakken.
Zoals gezegd wordt meer politieke integratie gezien als een middel om uit de problemen te komen. Als dat daadwerkelijk gebeurt zal Duitsland als machtigste en rijkste EU-lidstaat, misschien tegen wil en dank, het voortouw moeten nemen. Het land zal nog invloedrijker worden en andere EU-lidstaten zullen het succesvolle Duitse economische model overnemen.
Het gevolg is dat Europa meer Duits wordt. Door de euro, die mede in het leven werd geroepen om Duitsland klein te krijgen, krijgt het land het nu voor een belangrijk deel voor het zeggen in Europa. Noem het de ironie van de geschiedenis.
Dit is het eerste deel uit een zesdelige serie over Europa en de verkiezingen.