Het goede leven
woensdag 22 augustus 12:00
Het gaat niet goed met de christenen in Pakistan. Het geweld tegen hen is wijdverspreid en komt voor op het platteland, in steden en is afkomstig van islamitische buren, van radicale moslims en van de autoriteiten. Christenen en leden van andere minderheden worden als tweederangsburgers behandeld.

Een krachtig internationaal protest tegen de hechtenis van het elfjarige Pakistaanse meisje is tot nu toe uitgebleven, in schril contrast met de vervolging van de punkband Pussy Riot. Foto: EPA
Het is met de omstreden blasfemiewet, die de doodstraf mogelijk maakt voor belediging van de islam, betrekkelijk eenvoudig christenen te vervolgen.
Een voorlopig dieptepunt werd vorige week bereikt met de arrestatie van een elfjarig meisje met het syndroom van Down uit een christelijk gezin uit Islamabad. Ze werd meegenomen door de politie nadat haar ouderlijk huis was belegerd door honderden moslims die waren afgegaan op geruchten dat het meisje papiertjes met daarop koranverzen zou hebben verbrand.
Blasfemiewet
De blasfemiewet werd in 1986 in Pakistan aangenomen. Op belediging van de Koran staat een levenslange gevangenisstraf, beledigen van de profeet Mohammed wordt bestraft met de dood. De van godslastering beschuldigde moet maar bewijzen dat de aanklacht niet terecht is.
Dat wordt nog eens bemoeilijkt omdat het getuigenis van een moslim twee keer zo zwaar geldt als die van een niet-moslim. Het aantonen van de onschuld is praktisch onbegonnen werk, helemaal voor een elfjarig meisje dat aan het syndroom van Down lijdt.
Pakistaanse christenen, 2 procent van de circa 170 miljoen inwoners van Pakistan, leven constant in een maatschappelijk klimaat van angst, discriminatie en onderdrukking. De aanklacht van een moslim kan zomaar eindigen in een gevangenisstraf of de doodstraf.
Radicaal-islamitische bondgenoot
Van de overheid hoeven de christenen weinig steun te verwachten. Sinds vorig jaar een minister en een gouverneur werden vermoord omdat zij zich uitspraken tegen de strenge blasfemiewet, zegt geen politicus in Pakistan meer dat de blasfemiewet moet worden geschrapt.
De meeste politici zullen dat ook niet willen. Sinds de onafhankelijkheid van Pakistan in 1947 is de politieke elite een belangrijke bondgenoot van radicaal-islamitische groeperingen. Dat heeft niet alleen geleid tot steun aan radicale groepen die in Kashmir strijden tegen India en aan de taliban in Afghanistan, maar ook tot de blasfemiewet die is gebaseerd op de sharia, de islamitische wetgeving.
De sharia gaat, anders dan een seculier wetsysteem, uit van de ongelijkheid van de burgers voor de islamitische wet waardoor niet-moslims minder rechten hebben. Rechtsongelijkheid, discriminatie en onverdraagzaamheid worden in feite door de overheid bevorderd. Het behoeft nauwelijks betoog dat dit in strijd is met de meest elementaire mensenrechten.
Internationaal protest
Een krachtig internationaal protest tegen de hechtenis van het elfjarige Pakistaanse meisje is tot nu toe uitgebleven, in schril contrast met de wereldwijde veroordeling van Rusland dat de punkband Pussy Riot vervolgd omdat die provocatief een kerkdienst heeft verstoord.
De internationale verontwaardiging daarover schept de morele verplichting ook in de bres te springen voor een verstandelijk gehandicapt Pakistaans meisje. Temeer omdat haar een veel zwaardere straf boven het hoofd hangt, de mensenrechten in Pakistan veel ernstiger worden geschonden en de elfjarige zich, in tegenstelling tot de dames van Pussy Riot, niet kan verdedigen.