Het onderwijs is in de ban gekomen van de meetbaarheid en de hiërarchie. Leerlingen worden voortdurend getest. Maar waar draait onderwijs eigenlijk echt om?
Examentijd: Het onderwijs is in de ban gekomen van de meetbaarheid. Slimme kinderen hebben al snel door dat het op school niet gaat om te leren maar om het behalen van resultaten. Foto EPA
Toen ik onlangs las dat het alfabetiseringsprogramma van
prinses Laurentien niet gelukt is, vroeg ik mij alleen maar af waarom mensen niet meer ongeletterd kunnen of mogen zijn in onze samenleving. Is het dan onmogelijk om als mens te functioneren in Nederland zonder (goed) te kunnen lezen en schrijven? Het is toch geen kwaal die we moeten wegwerken? Waartoe dient het onderwijs eigenlijk?
Onderwijs is het helpen van mensen om goed te kunnen functioneren in de samenleving, bijvoorbeeld door een vak of een taal te leren. Ik weet niet of je iemand een vak of een taal kunt leren; volgens mij leren de leerlingen zelf, terwijl de onderwijzer hen alleen maar kan helpen bij het leren.
Hulpmiddelen
Behalve de onderwijzer zijn er nog andere hulpmiddelen, zoals scholen en boeken. En weer denk ik niet dat je het vak of de taal kunt leren op school of uit een boek. Het echte leren gebeurt midden in het werkelijke leven. Je kunt met een boek in een klaslokaal onder leiding van een lerares misschien een aardig woordje Frans leren; uiteindelijk leer je de taal echt door een tijdje in Frankrijk te leven.
Blijft de vraag waarom het nu zo belangrijk is om Frans te leren. Vraag scholieren welke vakken nodig zijn om goed te kunnen functioneren in de samenleving, dan zal daar toch zeker het vak ‘image-building’ bij zitten, ‘popular communication’, ‘personal care’, ‘gaming’ en ‘chatten’.
Het behoort tot de taak van de onderwijzer, namelijk helpen leren, om duidelijk te maken waarom ze haar vak moeten beheersen. En de beste manier om dat te doen is door de leerlingen te laten zien waarom zij het zélf zo belangrijk vindt om Frans te leren en te doceren. De onderwijzer zelf is in het geding. Anders gezegd, in het onderwijs draait het om de relatie tussen de leraar en de leerlingen.
Overbrengen van kennis
Het onderwijs is echter in de ban gekomen van de meetbaarheid en de hiërarchie. Leerlingen worden voortdurend getest. En slimme kinderen hebben al snel door dat het op school niet gaat om te leren, maar om het behalen van resultaten. Op een gegeven moment krijgen ze door welke vragen de docent zo ongeveer zal gaan stellen; en dan hoeven zij de stof natuurlijk niet meer te leren. Zij leren geen Frans, maar ze leren krap te slagen voor de toetsen van de lerares Frans. Als de school leerlingen zo ‘helpt’, zullen leerlingen ook zo gaan ‘leren’.
Maar achter de meting van de resultaten van de leerlingen gaat een nog belangrijker waarde schuil, namelijk dat de school beter scoort dan andere scholen. Ieder jaar weer verschijnt er in de media een ranglijst van de prestaties van scholen. De indruk ontstaat dat het onderwijssysteem in Nederland niet meer draait om leerlingen en leraren in hun leerproces met het oog op het goed functioneren in de samenleving, maar dat het om een banale wedstrijd gaat.
Doelen
Het Centraal Bureau voor de Statistiek schrijft in 2010 dat onderwijs ‘het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes met vooraf vastgelegde doelen’ is. Los van de vraag wat bedoeld wordt met het ‘overbrengen’ van kennis, kunnen en houding - die toch vooral moet groeien in de leerling zelf - zou ik willen weten wat wordt bedoeld met ‘de vastgestelde doelen’. Is dat het goed functioneren van de leerling in de samenleving, of is dat - wat ik vermoed - het hoog scoren (van de school) op een ranglijst?
En is de leerling klaar met leren als hij of zij het vastgestelde doel heeft bereikt? Ik vertrouw de definitie van het CBS niet, omdat het goed functioneren in de samenleving een voortdurend en proefondervindelijk proces is, waarbij de leerling zich afstemt op andere mensen en op zijn of haar omgeving. Dat is geen vooraf vast te stellen doel.
Als het onderwijs wordt afgemeten aan een abstract schema van voorafgestelde doelen, strategieën en toetsen, dan verdwijnt het eigenlijke doel van het onderwijs uit het zicht. Dan gaat de school de leerling in de weg zitten, maken de inspecteurs de leraren het werk onmogelijk en verdringen toetsen en resultaten het eigenlijke leren.
Onderwijs is echter geen kwestie van meten of ratings, maar van afstemmen van de mens op anderen en op zijn omgeving. De vraag ‘wat wil jij worden’ betekent ‘in welke omgeving denk jij goed te kunnen functioneren’. En je hoeft niet beter dan anderen te functioneren, maar precies goed.
Leren afstemmen
Er is maar één werkelijkheid, die iedereen zich op een unieke manier eigen maakt. En die ene werkelijkheid is nooit abstract. Abstracties, zoals wiskundige formules en grammaticaboeken, geven de verhoudingen weer. Ze zijn behulpzaam bij het ordenen van de werkelijkheid. Maar de werkelijkheid zelf is anders, dynamischer en zwaarder.
Daarom is de wereld op andere plaatsen en in andere tijden anders van kleur, omdat de verhoudingen tussen de mensen en de omgeving anders zijn. De werkelijkheid lijkt in Frankrijk anders dan in Nederland. Toch is het een en dezelfde werkelijkheid.
De enige toegang tot die werkelijkheid ben jij zelf; je zult je er lijfelijk in moeten begeven, bijvoorbeeld in Frankrijk. En daar zul jij je moeten afstemmen op andere mensen en op de omgeving. Zo maak jij je die omgeving eigen en word je in die omgeving verwelkomd. De taak van iedere mens is steeds weer goed gestemd aanwezig te zijn bij anderen in een gedeelde omgeving. En dan mag je er zijn en doe je er toe! En reken maar dat je daar iedere dag opnieuw Frans zult leren, of wiskunde of maatschappijleer.
Afstemming
Onderwijs dient dit voortdurende proces van afstemming. Daarom moet de school een dergelijke verhouding tussen de leerlingen, andere mensen en een omgeving nabootsen. Dat daar grammaticaboeken en tests bij behulpzaam zijn staat buiten kijf. Maar vergeet niet dat de slang van de boom van de kennis nog altijd spreekt!
Franciscus van Assisi doorzag onmiddellijk de listen van deze slang. Zijn orde van minderbroeders was al snel een handige route geworden voor jonge mannen die hogerop wilden komen. Om te beginnen konden zij er leren lezen. Maar ten slotte lonkte ook de universiteiten van Parijs en Bologna, waar de orde toegang toe verleende.
Het verhaal gaat dat een jonge minderbroeder een psalmboek wilde hebben, om zo te leren lezen. Hij vroeg Franciscus om toestemming. Maar Franciscus antwoordde: ‘Ik ben jouw boek!’ Het verlangen om hogerop te komen, kennis te vergaren, hoger dan anderen te scoren, was de val waar deze jonge minderbroeder in zou lopen. Om als minderbroeder goed te kunnen functioneren hoef je echter niet hogerop te komen, geen onnodige kennis te vergaren en niet beter te zijn dan anderen.
Franciscus biedt zichzelf als leraar aan, als iemand op wie de jonge minderbroeder zich kan afstemmen en die hij kan volgen. In het ‘ik ben jouw boek’ klinken Jezus’ woorden tot de rijke jongeling mee: ‘Volg Mij’. (Matteüs 19:21)
De leraar is geen abstractie, geen variabele in een onderwijskundig systeem, maar een concreet, dynamisch en gewichtig persoon. Hij of zij is een persoon op wie de leerling zich kan afstemmen en die hij of zij kan volgen. De leraar doet veel meer dan ‘het overbrengen van kennis, vaardigheden en attitudes’, hij of zij geeft zichzelf en neemt de leerling mee op de weg van het leren. En die weg is volgens Franciscus: eenvoudig te zijn met eenvoudige mensen.
Volmaaktheid
Later schrijft Franciscus in zijn Testament: ‘En wij waren ongeletterd, aan iedereen ondergeschikt en wij werkten met onze handen.’ Er moet toch ook in onze samenleving plaats zijn voor mensen die op een dergelijke wijze kunnen functioneren?
Ga voor volmaaktheid! Het mag vreemd en onbescheiden klinken, maar in een franciscaanse visie moet onderwijs gaan voor volmaaktheid. De franciscaanse spiritualiteit gaat niet voor een hoger plaatsje op de ranglijst, maar voor de perfecte afstemming van de mens met zijn omgeving. Ook hierin klinken Jezus’ woorden tot de rijke jongeling mee: ‘Als je volmaakt wilt zijn...’ (Matteüs 19:21). Volmaaktheid is natuurlijk onbereikbaar voor mensen die beter dan de anderen willen scoren. Er is altijd iemand die het beter doet dan jij. En zelfs de allerbeste is niet volmaakt.
Maar volmaaktheid is ook helemaal niet ‘beter dan de allerbeste’. Volmaaktheid is de zuivere stemming van deze mens met God en met de omgeving. Ieder mens, ook de eenvoudigste, kan zich perfect afstemmen op zijn of haar omgeving en daar op zijn of haar eigen wijze communiceren met anderen.
Willem Marie Speelman doceert en publiceert op het terrein van spiritualiteit en religie aan de Univerversiteit van Tilburg
www.franciscaans-studiecentrum.nl