Turkije en Nederland onderhouden al vier eeuwen relaties met elkaar. Koningin Beatrix bezocht het Palais de Hollande, de voormalige ambassade in Istanboel. Bij die ambassade staat ook een kerk, waar al 300 jaar vieringen worden gehouden.
Koningin Beatrix komt aan bij het Palais de Hollande voor een lunch met Turkse studenten. Foto: EPA Robin Utrecht
Het is u vast niet ontgaan: dit jaar vieren Turkije en Nederland samen feest. Want er bestaan al 400 jaar diplomatieke relaties tussen beide landen. Eerder dit jaar waren - tot verontwaardiging van sommige politici - president Gül en zijn vrouw hier op bezoek.
Later bracht onze majesteit een tegenbezoek aan Turkije. Ze hoefde daarbij niet opnieuw een doek over haar hoed te binden, zoals eerder bij bezoeken aan het Midden-Oosten. Gül betoonde zich een gulle gastheer.
In het kader van dat laatste bezoek was de koningin ook in Istanboel, lange tijd de hoofdstad van het land. Vandaar dat in die stad de Europese landen zeer fraaie consulaatsgebouwen hebben, die vroeger ambassades waren. Ook Nederland heeft een imposant gebouw in het centrum van de stad, het Palais de Hollande, dat begin van deze eeuw ook nog eens fraai gerestaureerd is.
Kapel
De koningin was natuurlijk thuis in het Palais en had er een ontmoeting en discussie met een groep Turkse studenten. Uit de reacties van de studenten later begreep je dat ze het erg leuk en interessant hadden gevonden, maar ze lieten weinig los over de inhoud van de gesprekken. Ze waren kennelijk goed geïnstrueerd over de mores rond een koninklijk bezoek.
Vierhonderd jaar is een hele tijd, zeker een feestje waard. Maar, zou onze goede majesteit zich hebben gerealiseerd dat er nóg een feestje te vieren viel in Istanboel? En nog wel in haar ‘eigen’ achtertuin? In die achtertuin staat namelijk de kapel van het voormalige ambassadegebouw. En die werd in 1711 gebouwd, zo’n 300 jaar geleden dus – een kniesoor die op een jaartje let.
Al lang voor dat jaar waren er veel protestanten in Istanboel: handelaren, vluchtelingen, diplomaten, noem maar op. Toen in 1685 het Edict van Nantes werd herroepen, waardoor de Franse protestanten veel van hun vrijheden verloren, kwamen daar nog eens heel wat Hugenoten bij.
De achterkamertjes waar tot die tijd kerkdiensten werden gehouden voldeden dus niet meer en de Nederlandse gezant in die tijd zag kans een klein kapelletje te bouwen op het uitgestrekte ambassadeterrein, met een eigen ingang vanaf de weg.
Ambassadepersoneel
Zo’n kapel mocht wel gebouwd worden van de sultan, maar was alleen bedoeld voor het ambassadepersoneel. Een kerk-voor-iedereen bouwen in Turkije was toen net als nu bijna een onmogelijke zaak. De toenmalige Nederlandse ambassadeur wist gelukkig de beperkende regel vakkundig te omzeilen en, zo is het dan ook wel weer, de Turken knepen een oogje dicht. De kapel was er en bleef er.
Al gauw werd de band met de ambassade toch was losser, al bleef er wel gezamenlijk belang via de ambassadepredikant (die had je toen nog), iemand die trouwens goed zijn talen moest spreken omdat de gemeente heel internationaal was. Dikwijls was het dus een Waalse predikant, die kende in ieder geval Nederlands en Frans.
Union Church
Midden 19e eeuw werd de kapel door de toenmalige gezant, graaf Zuylen van Nijevelt, met een langdurig contract verhuurd aan de inmiddels zelfstandige Engelstalige protestantse gemeente in Istanboel en dat contract loopt nog steeds.
Deze gemeente, de
Union Church of Istanbul, is zeer internationaal (sinds de 19e eeuw zijn er ook veel Amerikaanse protestanten aangesloten) en heeft diensten in verschillende talen, voor verschillende gemeenschappen.
Ze kan inmiddels ook al bogen op een rijke historie: zo bezocht Abraham Kuyper tijdens zijn Midden-Oosten reis het Palais de Hollande en zijn kapel. De gemeente is zich trouwens de band met Nederland nog zeer bewust: iedere zondag wordt er voor koningin Beatrix gebeden.
Godsdienstvrijheid
Driehonderd jaar een protestantse kerk in Istanboel. Dat kan omdat Nederlandse diplomaten al die tijd het principe van godsdienstvrijheid in praktijk brachten. Ook al was de sultan van het Ottomaanse rijk, zoals Turkije toen heette, redelijk coulant tegenover aanhangers van andere religies dan de islam, in feite werden ze achtergesteld en tegengewerkt. Dat is vandaag de dag niet anders.
Sterker nog, het lijkt soms wel nog erger te zijn geworden: kerken in Turkije hebben geen rechtspersoonlijkheid, kerkelijke goederen worden onteigend, gebouwen gesloten. Er zijn zelfs aanslagen op christenen, moordpartijen zelfs. Het stemt allemaal niet vrolijk. Vanuit ‘Europa’ wordt wel regelmatig aangedrongen op eerbiediging van mensenrechten, inclusief het mensenrecht vrijheid van godsdienst, maar zonder veel resultaat.
Minderheden
Zo gul is men daar kennelijk ook weer niet. Orthodoxe christenen, die ooit meer dan de helft van de bevolking van Istanboel uitmaakten, zijn vandaag een kleine minderheid. De residentie van de orthodoxe patriarch is een bescheiden onderkomen.
De Armeniërs hebben het nog zwaarder te verduren, omdat ze door nationalisten tevens als vijanden van de staat worden gezien. Je kunt je in ons land van vrijheid-blijheid op dit gebied je nauwelijks een voorstelling maken hoe dat voelt.
Vierhonderd jaar Turks-Nederlandse betrekkingen. Driehonderd jaar een kleine kapel op de grens van twee culturen, bevolkt door mensen uit vele culturen. Zou de koningin ook nog even een kijkje in de kapel hebben genomen? Wie weet.
Tenslotte werd het herdenkingsboek van de Union Church, verschenen in 2007, aan haar opgedragen. Hoe dan ook, mocht u een zondag in Istanboel zijn, voor zaken of vakantie, dan kunt u deze Nederlandse plek opzoeken, de Heer in het Engels loven en dankbaar zijn voor het getuigenis van vrijheid en geloof dat al zoveel jaren door dit eenvoudige gebouwtje gegeven wordt.