Het goede leven
woensdag 08 augustus 10:30
Supersnelrecht. In vijf grote steden worden relatief eenvoudige strafbare feiten, zeg maar kleine criminaliteit, al een tijdje bij wijze van proef op deze manier afgehandeld.

De rechter komt er niet meer aan te pas, alleen bij complexe zaken. Foto: ANP
Vertegenwoordigers van Openbaar Ministerie, de reclassering, de Raad voor de Kinderbescherming en Slachtofferhulp Nederland zitten bij elkaar op het politiebureau en handelen het vergrijp binnen zes uur af. Het OM kan een waarschuwing, boete of werkstraf opleggen, inclusief schadevergoeding aan het slachtoffer.
De rechter komt er niet meer aan te pas, alleen bij complexe zaken. Dat mag, de wet is daartoe een paar jaar geleden gewijzigd. De proef in Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam en Utrecht was dermate succesvol dat het College van Procureurs-Generaal heeft besloten de zogenoemde ZSM-werkwijze landelijk in te voeren. Nog dit jaar moet in het Noorden de eerste ‘zo spoedig mogelijk’-zaak zijn afgehandeld, zo luidt de opdacht.
Drieledig doel
Het doel van de nieuwe werkwijze is drieledig. Zo staat het in het factsheet op de website van het Openbaar Ministerie: ‘Het gaat hierbij om betekenisvolle interventies, waarbij verdachten een passende reactie krijgen, recht wordt gedaan aan de positie van de slachtoffers, en de buurt merkt hoe snel daders worden gecorrigeerd.’
Er valt wat op aan deze vlotte opsomming van doelen. Eerst gaat het nog over verdachten, twee zinsneden later zijn het al daders.
Hierin schuilt de kern van de veelgehoorde kritiek op supersnelrecht: de positie van de verdediging komt in het gedrang. Het is lovenswaardig dat justitie iets tracht te doen aan de lange wachttijden in de rechtsgang en de enorme kosten daarvan. Verdachten van relatief kleine vergrijpen wachten in Friesland al gauw één tot soms wel twee jaar op hun berechting. Deze maatregel lijkt echter een iets te grote inbreuk op de rechtsstaat.
Verdachten mogen weliswaar een advocaat inschakelen, maar in de praktijk is dit lastig. Zie maar eens binnen enkele uren een beschikbare advocaat te vinden. Volgens strafpleiters zullen veel verdachten geneigd zijn mee te werken aan een snelle afhandeling van hun zaak, om maar van het gedoe af te zijn. Ook al zijn ze niet of slechts deels schuldig.
Veiligheidsgevoel
Het OM denkt met supersnelrecht het veiligheidsgevoel te vergroten en wil hiermee het vertrouwen van de samenleving in de strafrechtketen versterken. Justitie laat haar spierballen zien en wil onder meer een signaal afgeven aan de buren van overlastgevers.
Het omgekeerde kan wel eens het resultaat zijn, het onderscheid tussen slachtoffer en verdachte is tenslotte zelden zwart-wit. Wie zich niet kan verdedigen tegen wettig gezag, voelt zich beslist niet veilig. En wie onterecht als dader wordt weggezet, zal het vertrouwen in het strafrecht juist verliezen. Nergens in de factsheet valt te lezen wat je moet doen als je niet wil meewerken aan een snelle afhandeling. Navraag heeft geen reactie opgeleverd.
Dat er iets gedaan moet worden aan kostenbeheersing in het strafrecht, daar is iedereen het wel over eens. Maar supersnelrecht gaat te zeer ten koste van de zorgvuldigheid. Waarom niet gewoon snelrecht? Handel een zaak niet binnen zes uur, maar bijvoorbeeld binnen drie weken af. Dan is er wel genoeg tijd voor overleg met een advocaat.