Robert Colijn
dinsdag 07 augustus 11:30
De ene kerk heeft bloeiend jeugdwerk, in de andere kerk is geen jongere meer te bekennen. Hoe houd je ze vast? Robert Colijn geeft tips voor goed jongerenwerk. Vandaag: relaties zijn onmisbaar.

Tieners in het jeugdhonk van de Protestantse Gemeente Wolvega, dat eind vorig jaar werd geopend. In het jeugdwerk in Wolvega wordt ingezet op relaties. Foto: Rens Hooyenga
Ik las het verhaal van een enorm enthousiaste jongerenwerker die heel het nieuwe kerkelijke seizoen al perfect had uitgedacht. Hij had prachtige activiteiten, thema’s, diensten, etcetera bedacht om het komende seizoen aan te bieden aan de jongeren. Vol enthousiasme legde hij zijn ideeën voor aan een van de jongeren uit zijn gemeente, die ook enthousiast werd.
De jongerenwerker eindigde met de vraag: ‘dus je komt?’, waarop de jongere antwoordde: ‘dat ligt er aan wie komt er eigenlijk nog meer?’ Hij komt blijkbaar niet om de activiteit, maar om de relaties die er zijn.
We zijn als mensen relationeel geschapen. God maakte mensen om met hen een relatie te hebben, en Hij schiep mensen zodat ze met elkaar relaties kunnen hebben. Relaties zijn spannend. Dat zien we al in de eerste hoofdstukken van de Bijbel. Relaties zijn echter noodzakelijk en enorm belangrijk. Een relatie met God of mensen om je heen aangaan is een eerste stap, maar deze onderhouden is vaak wat lastiger.
Vriendschappen
We zijn als mensen relationele wezens die elkaar nodig hebben. Vanuit relaties kunnen vriendschappen ontstaan, maar dat gebeurt niet zomaar. Het begint met het leren kennen van de ander. Met elkaar communiceren, tijd met elkaar doorbrengen, elkaar vragen stellen. Het is geven en nemen en openstaan voor elkaar.
Ik vertel niets nieuws. Toch merk ik dat in de kerk weinig echte relaties worden gebouwd. Dit is misschien een uitspraak die wat kort door de bocht is, dus ik zal het uitleggen.
Als we nadenken over kerk-zijn, kunnen we niet om de apostel Paulus heen. Wat mij opvalt zijn de relationele beelden die hij gebruikt voor de gemeente. Hij heeft het bijvoorbeeld over Bruid van Christus, Lichaam van Christus, Gezin van God en het Leger van God.
Intieme metaforen
Het zijn metaforen die heel intiem zijn, en die totaal niet individueel zijn. Toen ik deze beelden ging gebruiken in trainingen over jongerencultuur en jongerenwerk, merkte ik dat het overkwam. Tegelijk stuit ik op vragen: lukt het ons als christenen zo te leven? Is de kerk relationeel zoals Paulus het bedoelde?
Ik denk aan het verhaal van het tienermeisje dat al tijden rondliep met zelfmoordgedachten. Elke zondag zat ze in de kerk op de achterste bank. Elke keer kwam ze weer en er was niemand bij wie ze haar verhaal kwijt kon. Niemand die eens aan haar vroeg hoe het écht met haar ging.
Ik moet denken aan al die gesprekken met jongeren, die niet meer naar de kerk gaan. Als ik ze vroeg naar de reden, zeiden ze vaak: ‘Ik heb niets met die mensen’. Ze zeggen niet dat ze niet geloven, maar dat ze geen relaties hebben in de kerk.
Gemeenteavond
In een PKN-gemeente in Friesland waren meerdere gemeenteavonden georganiseerd aan de hand van een enquête die in de gemeente was gehouden. Er kwamen drie aandachtspunten naar voren, waaronder de jeugd. Een avond lang werd er gepraat over het jongerenwerk.
Gelukkig waren er ook twaalf jongeren. Ik mocht een gespreksgroep leiden van de jongeren van elf tot achttien jaar. Ik vroeg ze op de man af of ze voelden dat ze erbij hoorden in de gemeente.
De antwoorden waren wat dubbel, maar één ding vond ik opvallend. Meerdere jongeren zeiden dat ze het vervelend vonden dat niemand eens met hen een gesprekje aanging tijdens het koffiedrinken na de dienst. Dat willen ze dus best! Niet alleen het ‘alles goed?’-gesprek, maar gewoon een gesprek waarbij het ergens over gaat.
Ik vond dat wel opvallend, omdat wij als ouderen vaak het idee hebben dat ze niet ‘op ons zitten te wachten’. Blijkbaar wel. Ik heb de oudste jongeren uitgedaagd om zelf eens een stap te zetten naar iemand om een gesprekje aan te gaan. Blijkbaar hebben jongeren behoefte om relaties aan te gaan met oudere gemeenteleden.
Meelopen
Er sprong voor mij nog iets uit het gesprek. Het was niet de eerste keer dat ik het hoorde, maar het zette mij weer op scherp. Jongeren willen heel graag weten waarom u gelooft. Wie is Jezus voor u in het dagelijks leven? Eigenlijk zijn ze onbewust op zoek naar geestelijke mentoren die hen kunnen ondersteunen in hun zoektocht naar God. Iets wat wij toch hebben beloofd te doen toen ze gedoopt werden.
Jongeren vragen naar mensen die met hen meelopen, niet naar mensen die hen veroordelen. Mensen die hun hart willen delen en niet op hun hart trappen.
Ze willen ontdekken hoe het is om een persoonlijke relatie met Jezus te hebben, om Hem als koning in je leven te dienen, maar ze hebben er mensen bij nodig om dit te ontdekken. Ze willen kunnen zien hoe dit in mijn persoonlijke leven gaat (of soms niet gaat). Ze hebben u en mij nodig om dat te ontdekken.
Werkvorm of relaties?
We kunnen een jeugdavond hebben met een geweldig programma. Alles is redelijk voorbereid en de jeugdleiders hebben er zin in. De jongeren komen binnen en de leiding zit nog met elkaar te overleggen.
De tieners gaan wat rondhangen en uiteindelijk roept iemand van de leiding: we gaan beginnen! Het blijft wat onrustig, maar de spelletjes volgen elkaar snel op. Uiteindelijk hebben we nog een preek van de week die we voorlezen uit de map en dan, na een glaasje cola, waarbij de leiding weer bij elkaar gaat zitten, mogen ze naar huis.
Wat valt op in dit verhaal, dat gebaseerd is op te veel waargebeurde verhalen? We zien jeugdleiders die zich niet mengen onder de tieners. Die niet met open armen klaarstaan om ze welkom te heten. Jeugdleiders die niet naast een tiener gaan zitten om een goed gesprek met hem te hebben. Jeugdleiders die de namen van hun tieners niet goed kennen.
Jongerenwerk
Het is het jongerenwerk waar de werkvorm het heeft gewonnen van de relaties. Ik weet uit ervaring dat een werkvorm enorm belangrijk is om goed jeugdwerk te draaien, maar het hoort een middel te zijn om je doel te bereiken: waardevolle relaties opbouwen met de tieners.
Bij de vraag aan een groepje tieners, aan wie ze het meeste hebben in hun gemeente noemden ze allemaal twee namen van jeugdleiders. Er zijn natuurlijk meer jeugdleiders, dus ik wilde weten waarom deze twee er zo uit springen. De reacties van de tieners waren onder meer: ‘Het waren mensen die echt interesse in je hadden. Bij wie je eigenlijk altijd wel terecht kon. Die eerlijk waren.’
Dat zijn mooie dingen om te horen als jeugdleider. Waarom springen ze er uit? Ze zijn relatie-gericht! Ze willen er zijn voor de tieners. Ze hebben een hart voor ze en ik weet dat ze voor hen bidden.
Wat ik zo graag zou willen, is dat die jongeren die de kerk verlaten omdat ze ‘niets met die mensen hebben’, mensen gaan leren kennen uit diezelfde kerk, met wie ze wél wat gaan hebben. Dat ze door die relatie gaan ontdekken wat het is om een relatie met Jezus te hebben.