Het goede leven
dinsdag 07 augustus 10:15
Kiezers maken steeds vaker de keuze om een voorkeursstem uit te brengen. De Leidse politicologen Rudy Andeweg en Joop van Holsteyn kwamen tot deze conclusie na analysering van verkiezingsuitslagen sinds 1946. Was toen slechts 3 procent een voorkeursstem, in 2002 koos een kwart van de kiezers niet de lijsttrekker.

Stemmen is niet meer je scharen bij een groep, maar is een persoonlijke uiting geworden. Dat betekent dus ook de steun aan andere aansprekende kandidaten dan de lijsttrekker. Foto: ANP
De conclusie dat kiezers hiermee minder volgzaam zijn geworden en graag tegen de zorgvuldig samengestelde kieslijst in stemmen ligt voor de hand, maar is te voorbarig. Het komt inderdaad steeds vaker voor dat er een laaggeplaatste kandidaat toch in Tweede Kamer komt, maar dat heeft ook een andere oorzaak. De kiesdrempel is in 1998 van 50 procent naar 25 procent van de kiesdeler gezet.
Het echt overhoop halen van de lijst gebeurt nauwelijks. Een uitzondering was het toen VVD-lijsttrekker Mark Rutte in 2006 minder stemmen kreeg dan nummer twee Rita Verdonk. Uit het onderzoek van Van Holsteyn en Andeweg blijkt namelijk ook dat veel voorkeursstemmen worden uitgebracht bij hooggeplaatste kandidaten, tot ongeveer plek acht. Dat zijn uiteraard de bekende politici met landelijke uitstraling.
Wie vooral veel eigen stemmen binnenhalen zijn vrouwen. Omdat veel lijsttrekkers man zijn, geldt een hooggeplaatste vrouw vaak als schaduwlijsttrekker. Dat is juist iets waar partijen ook op gokken.
Vertrouwen
Bekendheid is dus voor kiezers belangrijk. Regionale binding, zo blijkt uit het onderzoek, speelt weinig mee. Het is verleidelijk om te zeggen dat dit komt doordat de politiek tegenwoordig meer om personen dan om ideeën draait. Kiezers baseren hun stem op het vertrouwen op een persoon en niet op de inhoudelijke punten van een partij.
Ook dat is slechts ten dele waar. Uit eerder onderzoek van dezelfde twee politicologen blijkt dat het aantal kiezers dat kiest voor inhoud/partij of voor een persoon gelijkelijk verdeeld is. Voor veel kiezers is ideologie dus nog wel degelijk belangrijk. Van Holsteyn en Andeweg schreven in dat artikel dat ook in het verleden, zoals bij ARP-voorman Hendrik Colijn, de persoon van groot belang was.
Dus ja, de persoon van de politicus is belangrijk. Maar het gedachtegoed waar hij of zij voor staat is dat net zo goed. De veelgehoorde stelling dat het in de politiek alleen nog maar om personen draait is dus niet waar.
Voorkeursstem
Dat het persoonlijke er wel toe doet, is wat veel kiezers tot uiting brengen met een voorkeursstem. Stemmen is niet meer je scharen bij een groep, maar is een persoonlijke uiting geworden. Dat betekent dus ook de steun aan andere aansprekende kandidaten dan de lijsttrekker.
Voor kandidaten die dit keer een lage plaats op de lijst bekleden, is dit misschien een late ontdekking, maar werken aan een eigen persoonlijk profiel kan dus helpen. Dat hoeft niet via quizdeelnames, het kan ook heel goed door actief met de eigen onderwerpen de boer op te gaan. Een politicus die een eigen mandaat heeft, kan toch beter ‘zonder last of ruggespraak’ opereren, zoals de Grondwet schrijft, dan een die nauwelijks kiezerssteun heeft.
Stellen dat politiek of alleen om inhoud gaat of alleen om personen is een schijntegenstelling. Het gaat om beide. Politiek gaat om plannen voor de maatschappij en om vergezichten, maar het zijn personen die hier vorm aan moeten geven.