Het goede leven
vrijdag 20 juli 10:30
Voor veel scholieren is vandaag of morgen de eerste vakantiedag. Veel kinderen gaan van school, beginnen straks vol verwachting aan het voortgezet of beroepsonderwijs, anderen stappen naar het hoger of universitair onderwijs.

De meeste schoolverlaters, ook op het mbo, vertrekken vanwege ontevredenheid over de opleiding. Foto: ANP
De voorbije weken van proefwerken, tentamens, examens, tassen aan vlaggenmasten en diploma-uitreikingen zijn voor zittenblijvers en herkansers wat minder vrolijk. Nog wranger zijn ze voor de voortijdige schoolverlaters.
Voor hen is het begin van de zomervakantie geen betekenisvol overgangsmoment, het ís geen overgangsmoment. Hun situatie is er in veel gevallen een van stilstand en perspectiefloosheid. Anderhalf jaar na het vertrek van school is 60 procent van die groep wel weer aan het werk - maar de andere helft doet niets.
Vermindering schoolverlating
De overheid heeft zich tot taak gesteld het voortijdig schoolverlaten sterk te verminderen. Het laatste regeerakkoord stelde zich ten doel om in 2016 maximaal 25.000 kinderen uit de lokalen te zien verdwijnen zonder diploma op zak.
Die kant gaat het al aardig op; in 2002 waren het er nog 71.000, momenteel zijn het er iets minder dan 40.000. Vergeleken met de meeste andere Europese landen doet Nederland het op dit terrein goed, en mede daardoor is de jeugdwerkloosheid relatief laag.
Maar er is nog wel werk te verrichten. De meeste schoolverlaters, ook op het mbo, vertrekken vanwege ontevredenheid over de opleiding. Die is toch niet wat ze zich ervan hadden voorgesteld, of te moeilijk, of slecht georganiseerd.
Contact
Vooral dat laatste baart zorgen. Op het gebied van schoolorganisatie en contact tussen school en leerling hapert er wat, blijkt uit het deze week verschenen jaaroverzicht van het Maastrichtse ROA (onderzoekscentrum voor opleiding en arbeidsmarkt). Dat noemt het ‘opvallend’ dat zowat de helft van de voortijdig schoolverlaters zegt dat er niemand is geweest die heeft geprobeerd om hun voortijdige uitval te voorkomen.
Noch de school noch een andere instantie heeft een poging gedaan om hen alsnog hun diploma te helpen halen of te begeleiden naar een andere studie. Zelfs als je in aanmerking neemt dat die hulp er in sommige gevallen wel was maar niet als zodanig ervaren werd, of dat misschien niet elke leerling open stond voor hulp, blijft 49 procent ‘opmerkelijk veel’, aldus het ROA.
En dat is zo; in een land waar honderden miljoenen euro’s worden gestoken in het succesvol afronden van schoolopleidingen, moeten de twijfelaars en ongemotiveerden toch minstens gekend zijn, bemoedigd en begeleid worden.
Uitdaging
Eerder deze maand verscheen ook het jaaroverzicht van hoe leerlingen die wél hun diploma haalden, hun opleiding beoordelen. De kritiek is niet mals. Tien jaar geleden vond nog een ruime meerderheid (62 procent) dat de gevolgde opleiding een goede basis was, in 2011 was dat nog maar 39 procent.
Een vijfde van alle leerlingen vindt de opleiding (veel) te makkelijk, een derde vindt docenten niet streng, het niveau niet uitdagend, de examens niet pittig en voelt zich niet of te weinig getoetst op inzicht. Als zelfs gediplomeerden zo hard oordelen, zal het nog een lastige klus worden om dreigende afhakers zo ver te krijgen dat ze op school blijven en hun diploma gaan halen. Dat maakt de noodzaak tot intensiever contact des te pregnanter.