Het goede leven
maandag 16 juli 11:45
Demissionair minister Schippers van Volksgezondheid heeft een vergaande maatregel afgekondigd: homeopathische middelen mogen niet meer op de verpakking melden wat de geneeskrachtige werking is, tenzij die wetenschappelijk is aangetoond.

Het bewijs van de werking van geneesmiddelen moet worden geleverd binnen de dominante opvatting van wetenschappelijkheid. Die komt voort uit een natuurwetenschappelijk mensbeeld. Foto: ANP
In de praktijk betekent deze maatregel bijna de nekslag voor deze middelen: hoe weet een cliënt welk middel hij voor welke kwaal moet kopen, zonder de juiste informatie?
De maatregel is met gejuich begroet door onder meer de onvermijdelijke Vereniging tegen de Kwakzalverij. Onder het mom van wetenschappelijkheid bestrijdt de vereniging alles wat niet strookt met dominante stromingen in de gangbare geneeskunde.
Bewezen werking
Een van de eisen die worden gesteld aan geneesmiddelen is de bewezen werking. Het bewijs moet worden geleverd binnen de dominante opvatting van wetenschappelijkheid. Die komt voort uit een natuurwetenschappelijk mensbeeld.
De beperkingen daarvan worden inmiddels bijna alom erkend, maar niet binnen de gevestigde geneeskunde. De homeopathie en andere vormen van complementaire geneeskunde werken vanuit een ander mens- en wereldbeeld en kennen dus andere ‘wetten’ voor wetenschappelijkheid. Het is bijna onmogelijk om bewijzen vanuit het ene mensbeeld geldig te laten zijn voor die van een ander mensbeeld.
De maatregel van de minister is veel meer dan een knieval voor de krachtige lobby van de reguliere geneeskunde en haar toeleverende industrie. Ze is een afwijzing van een mensbeeld en is een beperking van overheidswege in het hebben van een mens- en wereldbeeld in hun uitwerking naar keuzes in bijvoorbeeld geneeskunde. Alleen daarom al is het merkwaardig dat de Kamer de maatregel tamelijk laconiek accepteert.
Keurslijf
Inmiddels is duidelijk dat ondanks alle politieke en maatschappelijke belijdenissen van individuele vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid de overheid de burger steeds meer dwingt in een keurslijf van opvattingen die haar belieft. Dat geldt de geneeskunde maar ook het onderwijs.
Bij beide is het algemene uitgangspunt: alle mensen zijn gelijk. In de geneeskunde: alle mensen met deze klacht moeten volgens een protocol die ene behandeling krijgen, volgens het uitgangspunt. In het onderwijs: alle kinderen van vijf jaar moeten dit of dat kunnen. Het kind dat daaraan niet voldoet, heeft een achterstand. De onzin van deze benadering is ieder weldenkend mens bekend, maar de overheid volhardt.
Vanuit christelijke oriëntaties in denken over de persoon en over de uniciteit van ieder mens, is de ene mens de andere niet. Maar ook vanuit pedagogische, ontwikkelingspsychologische inzichten en algemene waarnemingen van ouders, leerkrachten en artsen zijn mensen verschillend.
De maatregel van de liberale minister is een vorm van staatsterreur jegens de burger als persoon. Juristen hoeven er waarschijnlijk niet veel moeite voor te doen om te laten zien dat ze in zeker opzicht discriminerend is. Of met een uitspraak van deze strekking de maatregel teruggedraaid zou worden, is maar zeer de vraag. Voor de politiek is de kwestie van het algemene en het individuele in de verhouding tussen staat en burger helaas niet interessant.