Het goede leven
vrijdag 29 juni 10:15
Cultureel Nederland kijkt gespannen uit naar twee momenten: over twee weken weten we of er nog rek zat in de subsidieverdeling van de Raad voor Cultuur. En op Prinsjesdag maakt staatssecretaris Zijlstra bekend wat hij met dat advies doet.

De Raad voor Cultuur verdeelt met het advies Slagen in Cultuur de komende vier jaar 310 miljoen euro. Foto: ANP
Dat tweede moment is iets minder spannend, want hij heeft al kenbaar gemaakt het overgrote deel van het raadsadvies over te nemen.
Met het advies Slagen in Cultuur verdeelt de Raad voor Cultuur de komende vier jaar 310 miljoen euro. Dat is een kwart minder dan voorheen. Nog geen kwart van de 118 aanvragers kreeg zijn verzoek volledig gehonoreerd. Veel instellingen krijgen minder dan ze wilden - in 45 gevallen zelfs niks - of moesten hun aanvraag beter onderbouwen.
Spreiding
De kritiek richt zich vooral over de spreiding van subsidie over het land. Of liever het gebrek daaraan: een onevenredig deel van het geld belandt bij instellingen in de Randstad en de perifere gebieden krijgen veel te weinig, niet alleen in absolute bedragen maar ook naar verhouding van het aantal inwoners.
Nu is de Raad voor Cultuur niet de enige bepaler van het culturele landschap in Nederland (provincies, gemeenten, het Fonds Podiumkunsten en andere fondsen subsidiëren ook), maar het is wel een belangrijke. De manier waarop zo’n beslissende instantie het geld verdeelt, verdient daarom een kritisch oog.
Boos wijzen
Maar op de kwaliteit van de kritiek valt wel wat af te dingen. Veel instellingen en politici komen niet verder dan boos wijzen op die ongelijke spreiding over het land. Dat is per definitie oneerlijk en ‘funest voor de cultuur in de regio’.
Maar is dat wel zo? Moet elke regio in Nederland dezelfde hoeveelheid en soorten culturele voorzieningen hebben? De theaterproductiehuizen, de dansgezelschappen, de musea: zo precies mogelijk verspreiden over het land?
Of mag je daar - in tijden van schaarste - vraagtekens bij zetten? Zou je ook met minder gezelschappen toe kunnen, zou je ze kunnen samenballen, op voorwaarde dat je die clubs verplicht hun standplaats vaak te verlaten en op tournee te gaan naar ‘verre’ provincies?
In stand houden
Wie het advies van de raad leest, ziet nogal wat gezelschappen voorbij komen die vooral bezig lijken te zijn met het in stand houden van zichzelf. Veel subsidieaanvragen krijgen het oordeel dat ze slecht onderbouwd zijn, dat ze blindelings uitgaan van grote en stijgende bezoekersaantallen, dat ze onhaalbare doelstellingen formuleren.
De raad laat verschillende keren expliciet zien júíst een scherp oog te hebben voor wie zijn talenten aan het hele land laat zien en wie gemakzuchtig binnen de Randstad blijft. Toneelgroep Amsterdam krijgt daarvoor bijvoorbeeld een schrobbering.
En andersom is de raad terecht ook kritisch: een jeugdtheatergezelschap in het Noorden is belangrijk, maar als dat nauwelijks publiek trekt, dan liever het geld op zak houden en wachten tot een betere noordelijke jeugdtheaterclub zich meldt. En intussen een beter jeugdgezelschap elders in het land financieren en zorgen dat die ook voorstellingen geeft in het Noorden. Een zuur besluit voor De Citadel in Groningen, maar is het een gekke gedachte?
In de discussies over bevolkingskrimp is langzamerhand het besef doorgedrongen dat niet elk dorp alle voorzieningen kan blijven houden. Kwaliteit is een belangrijker argument dan eindeloze verspreiding.