Het goede leven
dinsdag 26 juni 10:15
Nederlandse kinderen doen het slecht in burgerschapskunde. Dat blijkt uit internationaal onderzoek. Burgerschapskunde is sinds enkele jaren een vak in het voortgezet onderwijs, maar veel zoden aan de dijk zet het nog niet.

Actievoerders van Amnesty International. Een van de aspecten van burgerschapskunde is de totstandkoming van mensenrechten. Foto: ANP
Het is ook een merkwaardig vak, dat gaat over zowel democratie als systeem als over manieren hoe mensen zich in de samenleving moeten redden.
De term burgerschap roept herinneringen op aan de gevolgen van de Franse revolutie. Daarin kreeg de burger zeggenschap, door middel van rechten. In de Nederlandse context heeft het begrip nooit echt veel reliëf gekregen, wellicht samenhangend met de Nederlandse zuilencultuur: mensen functioneerden als leden van de zuil, met haar fijnmazig netwerk van instituties en sociale codes.
De afbraak van de zuilen maakte geen ruimte voor zoiets als een ontwikkeld gevoel voor (nationaal) burgerschap; in tegendeel. In de jaren zestig ontstond eerder een soms burger-vijandige sfeer dan een klimaat waarin burgers trots waren op hun positie in de samenleving en op het nationale verband van de burgers: de Staat der Nederlanden. Burgerschap werd kleinburgerlijk.
Structuren
Burgerschapskunde kent diverse aspecten: er is de informatie over bijvoorbeeld democratie; de totstandkoming van wetten; mensen- en burgerrechten en minderheden. Daarnaast komen allerlei zaken aan de orde die te maken hebben met het functioneren van burgers in de samenleving: hoe werkt het als je iets wilt in de samenleving; wat is de betekenis van sociale en maatschappelijke structuren; hoe ga je met elkaar om, op straat, in de winkel of op het werk?
Het brede veld van burgerschapskunde raakt in zeker opzicht de beleving van de nationale identiteit. Daarin is Nederland evenmin sterk; er is eerder gêne dan trots over allerlei aspecten van de Nederlandse geschiedenis. Er zijn op dat punt veel verschillen met bijvoorbeeld Duitsland.
In Berlijn liggen in de boekwinkels diverse uitgaven over de verlichte Pruisische vorst Frederik de Grote (achttiende eeuw), voor jong en oud. In de Nederlandse boekwinkels is het zoeken naar een boek over bijvoorbeeld Willem van Oranje. De geschiedenis speelt nauwelijks een rol en kan dus niet functioneren als bindend element in een gemeenschapsgevoel.
Maatschappelijk analfabetisme
Er is nóg een aspect van het falend burgerschapsgevoel. Dat heeft te maken met wat wel kan worden genoemd het maatschappelijk analfabetisme.
Daarmee wordt gedoeld op het onvermogen van steeds meer mensen in Nederland om te voldoen aan de steeds ingewikkelder wordende regels en eisen bij het invullen van formulieren: hoe vraag je huursubsidie aan; bij wie moet je het paspoort aanvragen; wat is het sofi-nummer; hoe vraag je een vergunning aan voor het bouwen van een schutting?
Het zijn niet alleen de allochtonen die in toenemende mate moeite hebben met het functioneren in de samenleving; ook steeds meer geboren Nederlanders vinden het moeilijk om zich alles eigen te maken wat nodig is om volwaardig te kunnen meedoen. Bijvoorbeeld om van alle voorzieningen gebruik te kunnen maken.
Burgerschapskunde lijkt een van de vele vakken op school. Maar ze is net zo belangrijk als taal en rekenen.