Het goede leven
vrijdag 22 juni 10:00
Opnieuw heeft een belangrijk adviescollege van de Nederlandse staat de overheid gewaarschuwd dat de bestuurders in Den Haag de greep verliezen over talloze instellingen en organisaties die vitaal zijn voor het functioneren van de samenleving.

Na de verzuiling werden de pure overheidsinstellingen die er nog waren zoals de NS vermarkt, geprivatiseerd, op afstand gezet. Foto: ANP
Het betreft instellingen als het Kadaster, de Dienst Wegverkeer, het UWV en talloze andere organisaties die vroeger overheidsinstellingen waren maar die de afgelopen jaren in het kader van het neoliberale denken ‘op afstand’ zijn gezet. De Algemene Rekenkamer komt tot de conclusie dat veel van dit soort geprivatiseerde instellingen die publieke diensten uitvoeren ongestoord hun gang kunnen gaan bij de uitvoering van hun taken.
Het toezicht van het rijk is onvoldoende. Kabinet en volksvertegenwoordiging hebben geen enkel inzicht in wat er gebeurt met de vele miljarden euro’s belastinggeld die jaarlijks door deze organisaties worden gebruikt.
Het blijkt dat semioverheidsinstellingen zich niet alleen bezighouden met de publieke sector, maar ook actief zijn in de private sfeer. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, maar door de ondoorzichtige wijze waarop verantwoording wordt afgelegd is er geen helder beeld van wat er gebeurt met het geld van de belastingbetaler.
Privatiseren
Al enkele tientallen jaren is de Nederlandse overheid bezig rijkstaken te privatiseren. Het op afstand zetten van overheidsorganisaties was onderdeel van neoliberale theorieën die verkondigden dat de staat niet bij machte is bepaalde taken uit te voeren en dat het beter is organisaties die publieke taken uitvoeren zoveel mogelijk te ‘ontvoogden’.
Maar het blijkt de laatste jaren dat het op afstand zetten van overheidsinstellingen niet heeft geleid tot betere prestaties. Hetzelfde valt te zeggen van het privatiseren van voormalige staatsbedrijven en nutsorganisaties.
Zelfbestuur
De Nederlandse staat heeft in vergelijking met andere landen een kleine invloed op de samenleving. Mede als gevolg van de verzuiling is decennialang het beleid geweest de samenleving via zelfbestuur in te richten. Burgers konden binnen hun zuil hun democratische invloed uitoefenen op zaken als onderwijs en ziekenzorg als leden van verenigingen en corporaties.
Toen na de verzuiling de maatschappelijke organisaties een steeds algemener karakter kregen en zich verwijderden van de directe invloed van de burgers was de overheid niet bereid de regie over te nemen. Sterker nog, de pure overheidsinstellingen die er nog waren zoals Kadaster, PTT en NS werden vermarkt, geprivatiseerd, op afstand gezet.
Welke uitdrukking ook werd gekozen, ze betekenden allemaal dat de overheid zich niet meer wilde bemoeien met de dagelijkse gang van zaken bij deze organisaties. Daarmee verdween ook de invloed van burgers.
Cliënten
Nu komt steeds meer naar buiten waartoe deze politiek heeft geleid. Wanbeleid, bestuurders die zich schaamteloos verrijken met belastinggeld en slechte service aan de burgers, die geen burger zijn maar ‘cliënten’. De Rekenkamer concludeert dat er geen mogelijkheid is om te controleren of al het geld dat door de belastingbetalers is opgebracht ook doelmatig en effectief wordt gespendeerd.
Het is goed dat de politiek wakker wordt en zich eindelijk druk wil maken over de funeste gevolgen van decennialang neoliberaal beleid in dit land. Geef de burger zijn invloed terug.