Martin Janssen
dinsdag 19 juni 11:30
Achter het conflict in Syrië gaat een duistere wereld schuil van gewelddadig sektarisme en religieuze haat. Syrië is het schaakbord waarop een islamitische krachtmeting plaatsvindt.

Syrische politieagenten bekijken het enorme gat dat in het wegdek is geslagen door een zware bom die was geplaatst door opstandelingen. Foto: EPA
Na vijftien maanden van voortdurende onrust in Syrië wordt het beeld paradoxaal genoeg enerzijds steeds troebeliger en waziger maar anderzijds steeds duidelijker. Troebeliger omdat het steeds onduidelijker en minder inzichtelijk is geworden wat er zich momenteel in de verschillende delen van Syrië werkelijk afspeelt. Duidelijker omdat de agenda’s van alle hoofdrolspelers in deze tragedie zichtbaar zijn geworden.
Maart 2011 leek het beeld in elk geval duidelijk. Te beginnen in het zuidelijke Daraa kwam een vreedzame protestbeweging op gang die legitieme eisen had. Directe aanleiding was de arrestatie van een aantal baldadige jongeren die in Daraa politieke leuzen op muren hadden gekalkt en de daaropvolgende weinig correcte afhandeling van de affaire door de plaatselijke authoriteiten wat olie op het vuur gooide.
Dit alles geschiedde in het klimaat van de algemene euforie die in de gehele Arabische regio heerste na het vertrek van twee langzittende presidenten in Tunesië en Egypte. De protesten in Daraa leken daarmee een logische voortzetting van wat zich eerder in Tunesië en Egypte had afgespeeld en in Westerse media en politieke kringen overheerste het gevoel dat thans Syrië aan de beurt was.
Zelfverbranding
In Tunesië sloeg december 2010 letterlijk de vlam in de pan toen een verarmde fruitverkoper, Mohammed Bouazizi genaamd, zichzelf in wanhoop in brand stak na uiterst onrechtvaardig te zijn behandeld door de plaatselijke politie die de staatsmacht symboliseerde.
Er ging een schokeffect door de Arabische wereld en de vlammen die het lichaam van Mohammed Bouazizi verteerden, werden als een Olympische fakkel verder oostwaarts gedragen. De revolutie was een feit geworden.
De persoon van Bouazizi op zijn beurt symboliseerde de kern van wat er werkelijk aan de hand was. Alhoewel hij een universitair diploma op zak had was hij gedwongen dagelijks een karig bestaan bij elkaar te schrapen door met een fruitkar rond te trekken in een verarmd Tunesisch provinciestadje.
Wat van zijn droom te kunnen trouwen en een eigen gezin te stichten een verre illusie leek te maken wat vooral in de Arabische wereld funest is voor het gevoel van eigenwaarde omdat in dit gedeelte van de wereld iemand vaak pas voor vól wordt aangezien nadat hij is getrouwd.
Bevolkingsexplosie
Bouazizi representeerde een grote generatie - vaak gefrustreerde - Arabische jongeren die het product was van een even enorme bevolkingsexplosie tussen pakweg 1950 en 1990.
Socialistische staatssystemen van Tunesië en Algerije tot Egypte en Syrië hadden de toegang van deze jongeren tot universitair onderwijs gefaciliteerd. De jongeren ontdekten vervolgens dat hun diploma’s waardeloos waren omdat er na hun afstuderen geen banen beschikbaar waren.
De zelfverbranding van Mohammed Bouazizi verwijst naar het belang van economische factoren die mede ten grondslag liggen aan de huidige Arabische onrust. Ze zijn enerzijds verbonden met een bevolkingsexplosie, die arbeidsmarkten overal in de Arabische wereld niet konden verwerken en anderzijds met falend overheidsbeleid.
Klimatologische veranderingen
In deze contekst is het bij nabeschouwing niet verwonderlijk dat de problemen in Syrië begonnen in het verarmde en van staatswege verwaarloosde zuidelijke Daraa. Het voert hierbij te ver om tevens de klimatologische veranderingen, die de wereld momenteel ondergaat, mee te verdisconteren.
Grote delen van Syrië lijden reeds zes achtereenvolgende jaren onder het uitblijven van regen wat rampzalig uitpakt voor traditionele landbouw- en veeteeltgebieden. Volgens cijfers van de Verenigde Naties zijn de afgelopen jaren als gevolg van de aanhoudende droogte zo’n 800.000 Syriërs van het platteland naar de steden getrokken waar ze vaak in de periferie van deze steden terechtkwamen in verarmde wijken met verdere verpaupering als resultaat.
Andere krachten
Toen maart 2011 om bovengeschetste redenen de problemen in Daraa begonnen, kregen deze in de internationale media veel aandacht. Nauwelijks aandacht werd er echter geschonken aan een bedenkelijk incident dat diezelfde maand plaatsvond in het westelijke Banyas.
Onbekenden hadden hier op een weg explosieven aangebracht, wat resulteerde in de dood van negen militairen. Dit maakte gelijk duidelijk dat er naast vreedzame betogers vanaf het begin ook andere krachten werkzaam waren in Syrië, wat voorspelde dat de crisis in Syrië een heel ander verloop zou krijgen dan eerder in Tunesië en Egypte.
Tijdens de eerste maanden van de Syrische crisis werd er in Syrië gedemonstreerd voor politieke en economische hervormingen waarbij ik mij niet kan herinneren dat iemand de val van het regime of het vertrek van de president eiste. Dit begon te veranderen nadat de berichtgeving van met name al-Jazeera en al-Arabiyya scherp wijzigde.
Anders dan velen denken zijn deze beide satellieten geen onafhankelijke media maar hebben de koninklijke families van respectievelijk Qatar en Saudi-Arabië hier een flinke vinger in de pap.
Islamisme
Vooral in Saudi-Arabië heerste grote vrees voor de onrust in de Arabische wereld en regelrechte angst dat deze zou overslaan naar de Arabische Golfstaten. De Saudische vorst Abdullah heeft in de beginperiode van de Syrische crisis een telefonisch onderhoud gevoerd met de Syrische president Bashar al-Assad waarbij hij deze laatste verzekerde van Saudische steun.
Dit alles begon echter te wijzigen toen duidelijk werd dat in de gehele Arabische regio de volksonrust niet zozeer democratie en mensenrechten zou baren maar veeleer islamisme, sektarisme en tribalisme. Met democratie hadden de absolutistische, soennitische Golfmonarchiën problemen, met islamisme en sektarisme echter beduidend minder.
Geleidelijk aan groeide in met name Qatar en Saudi-Arabië het inzicht dat de onrust in Syrië kon worden uitgebuit om het Syrische regime ten val te brengen om aldus het gevreesde Iran (de sjiitische bondgenoot van Syrië) een gevoelige klap toe te brengen. Het zou bovendien het plaatje in buurland Libanon wijzigen ten voordele van de Libanese soennieten en ten nadele van de sjiitische Hezbollah.
NAVO-lid Turkije
De Golfstaten vonden hierbij het strategisch belangrijke Turkije aan hun zijde. Het belang van Turkije is hierbij vooral gelegen in het Turkse lidmaatschap van de NAVO waarvan werd verwacht dat deze, analoog aan Libië, de klus zou klaren.
Turkije zag voor zichzelf een belangrijke rol weggelegd bij deze NAVO-actie in buurland Syrië en dacht bovendien door het huisvesten van de Syrische oppositie op Turks grondgebied een evenredig grote Turkse invloed te garanderen in een post al-Assad Syrië.
Dit zijn allemaal geopolitieke calculaties die de gemiddelde westerling wel kan volgen. Vaak veel minder duidelijk is voor deze westerling echter de schimmige wereld van gewelddadig sektarisme en religieuze haat die deze geopolitieke beweegredenen mede-onderbouwen.
Beerput
De Amerikaanse invasie van Irak in 2003 had deze beerput van eeuwenoude rancune tussen soennieten en sjiieten geopend. Irak veranderde in een bloedig strijdtoneel waar regionale machten anderen hun religieuze oorlog lieten uitvechten. Tot ontzetting van de soennitische landen leek deze strijd beslecht te worden in het voordeel van de Irakese sjiitische meerderheid.
Sindsdien beschouwen de soennitische Golfstaten én Turkije het Tweestromenland als een satellietstaat binnen de Iraanse invloedssfeer. Syrië biedt thans de mogelijkheid om revanche te halen met alle desastreuze consequenties voor de hele regio.
Wapens voor oppositie
Om dit doemscenario te voorkomen is dringend een politieke oplossing gewenst voor de Syrische crisis en het uit zes punten bestaande vredesplan van Kofi Annan heeft deze doelstelling. Het plan van Kofi Annan kent twee fases: eerst een demilitarisering van het conflict die vervolgens de voorwaarden moet scheppen voor een politieke dialoog tussen regime en oppositie.
Het plan van Kofi Annan was echter op voorhand reeds een doodgeboren kindje omdat niemand wenste dat het zou slagen waarbij ten onrechte uitsluitend met een beschuldigende vinger naar het Syrische regime wordt gewezen.
In plaats van een demilitarisering van het conflict zien we net een gevaarlijke verdere militarisering doordat zowel het Westen als de Golfstaten - openlijk of heimelijk - in snel tempo de oppositie aan het bewapenen zijn. In een recent artikel in de Washington Post werd dit volmondig toegegeven door Amerikaanse functionarissen die anoniem wensten te blijven.
Hiermee wordt het fundament van het plan van Kofi Annan weggeslagen. Bovendien vereisen politieke onderhandelingen altijd de bereidheid van beide zijden in een conflict om plaats te nemen aan de onderhandelingstafel.
Lippendienst
De Syrische oppositie weigert echter hardnekkig ieder gesprek met het regime en wordt voor deze houding openlijk geprezen door het Westen. Dit alles lijkt te illustreren dat de lippendienst van het Westen voor het plan van Kofi Annan een geheel andere agenda dient te verhullen.
De situatie in Syrië lijkt ingewikkeld en complex maar is wezenlijk uiterst simpel. Het plan van Kofi Annan erkent impliciet dat de Syrische oppositie er niet in geslaagd is het regime ten val te brengen en daarom dient er onder leiding van de Syrische president onderhandeld te worden over serieuze hervormingen.
Niemand kan ontkennen dat deze noodzakelijk zijn in Syrië. Uiteindelijke doelstelling hierbij is dus het beëindigen van de strijd in Syrië waar een meerderheid van de Syriërs naar snakt.
Martin Janssen is arabist. Hij woont in de Syrische hoofdstad Damascus.