Het goede leven
vrijdag 08 juni 13:00
Drie mannen en drie vrouwen hebben hoogstwaarschijnlijk ten onrechte jarenlang vastgezeten voor de moord op een vrouw in de keuken van een Chinees restaurant in Breda in 1993.

De daderverklaringen waren tegenstrijdig, het technische bewijs kwam niet overeen met de theorie en ontlastende informatie was buiten beschouwing gelaten. De zaak Lucia de Berk werd gekenmerkt door dezelfde fouten. Foto: ANP
De Hoge Raad kreeg deze week van de procureur-generaal het verzoek de veroordeling van de ‘Zes van Breda’ te herzien. Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis vraagt niet een advocaat of de veroordeelde zelf om een herziening, maar doet het OM dat. Overigens niet uit zichzelf, maar nadat prof. dr. Peter van Koppen, hoogleraar rechtspsychologie, met zijn studenten had gewezen op de vele gebreken in de bewijsvoering.
Het bleek dat de verdachten, die na hun arrestatie in isolement werden gehouden onder grote druk zijn gezet. Ze werden net zo lang ondervraagd totdat ze vertelden wat de politie wilde horen. De autoriteiten staarden zich blind op de theorie rondom de moord die ze zelf hadden bedacht. Twijfel lieten ze niet toe.
Tegenstrijdig
Dat was uiterst opmerkelijk omdat de daderverklaringen tegenstrijdig waren, het technische bewijs niet in overeenstemming was met de theorie en ontlastende informatie buiten beschouwing was gelaten. Politie en justitie leverden de rechtbank een ‘afgeronde zaak’ waarin over de schuldvraag van de zes verdachten zogenaamd geen twijfel kon bestaan.
De feiten die naar voren zijn gekomen met betrekking tot de ‘Zes van Breda’ hebben grote overeenkomsten met andere gerechtelijke dwalingen die de afgelopen jaren de samenleving hebben geschokt.
De Schiedammer parkmoord, de Puttense moordzaak en de zaken van Ina Post en Lucia de Berk werden gekenmerkt door dezelfde fouten – en wat belangrijker is – dezelfde zelfgenoegzaamheid en de geneigdheid van de staande en zittende magistratuur vast te houden aan hun beslissingen en zich pas rekenschap te geven van hun falen als er geen andere uitweg meer is.
Zelfreinigend vermogen
Het geeft te denken dat het Nederlandse rechtssysteem met alle mogelijkheden van hoger beroep en uiteindelijk cassatie niet over genoeg zelfreinigend vermogen beschikt om flagrante blunders te erkennen. Waarheidsvinding blijkt ondergeschikt te worden gemaakt aan juridische redeneringen.
Vooral ten aanzien van dat laatste heeft het Nederlandse strafrechtssysteem een groot probleem. Politiemensen hebben tegenwoordig een minder gedegen achtergrond dan enkele decennia geleden. Aan hun processen-verbaal mankeert in veel gevallen van alles.
Daarnaast zijn juristen in Nederland prima opgeleid om juridische verweren te voeren, maar dat is wezenlijk anders dan het centraal stellen van de opdracht om vast te stellen wat er daadwerkelijk is gebeurd. Het is triest dat buitenstaanders als rechtspsychologen en rechtsfilosofen met hun studenten, maar ook misdaadjournalisten als Peter R. de Vries afgedane zaken opnieuw aan de orde moeten stellen en daarbij elementen naar voren brengen waarvan iedereen met een beetje gezond verstand denkt: hoe hebben ze dit ooit kunnen accepteren.
Het stemt tot treurigheid te moeten constateren dat in onze beschaafde natie mensen jarenlang onschuldig in de cel moeten zitten omdat het strafrecht niet in staat blijkt een eerlijke en verantwoorde procesgang te garanderen. Nog treuriger is het dat het systeem zelf dit niet opmerkt.