Koos van Houdt
vrijdag 25 mei 12:25
Er is een hardnekkig misverstand in het spel. En dat is dat de politiek de leidende rol vervult bij het vormgeven van de economie. Zo denkt Den Haag misschien wel de BV Nederland te kunnen runnen.

Jan Kees de Jager en de fractiespecialisten overleggen met de vervangend Kamervoorzitter Helen Nepperus nadat Geert Wilders voorafgaand aan het debat over het permanente Europees noodfonds (ESM) vroeg om een hoofdelijke stemming om het debat uit te stellen tot de uitspraak van de rechter. Foto ANP
Als Den Haag inderdaad de Nederlandse economie zou kunnen regelen, dán zouden we kunnen dromen over een Europese samenwerking die zó vrijblijvend is dat we het wel zonder een Verdrag inzake het Economische Stabiliteits Mechanisme (ESM) kunnen stellen. Een geluid dat we deze week weer luid en duidelijk in de Tweede Kamer konden horen.
Huilen
In strikt partijpolitieke zin misschien nog wel begrijpelijk. Maar eigenlijk zouden we moeten huilen vanwege de domheid die hierin doorklinkt. Want Nederland is natuurlijk alleen maar in aanvullende zin maakbaar. Dan moet je denken aan zaken als het voorzien in bedrijventerreinen, voldoende wegen en spoorlijnen en regels voor het schoonhouden of schoonmaken van het milieu.
Interne markt
Maar het is al zeker vijfentwintig jaar geleden dat we in Nederland de afweging van EU-kosten en -baten hebben gemaakt. De conclusie was toen dat een zogenaamde ‘open economie’ als de Nederlandse alleen maar veel voordelen zou hebben van het opzetten van de Europese interne markt.
De gedachte was overigens al in 1957 in het Verdrag van Rome vastgelegd. De uitwerking volgde in de zogenaamde ‘Eenvormige Akte’ (1987), indertijd bekend geworden als het project ‘Europa 1992’. Nederland doet mee aan de Europese interne markt en om die reden worden heel veel zaken sinds die tijd in Brussel geregeld en niet meer in Den Haag.
Sindsdien is er veel veranderd op macro-economisch gebied. In het afgelopen eerste decennium van de 21e eeuw kwam de zogenaamde clustereconomie op. De wereldeconomie is daardoor niet meer op nationale schaal te ordenen, maar merkwaardigerwijs wél op regionale schaal.
Regionale ontwikkeling
Daardoor zie je bij voorbeeld in Noord-Nederland zich regionale zwaartepunten ontwikkelen rond water, rond voedsel, rond gezond ouder worden en vooral rond energie. Research, onderwijs en ondersteunend beleid door regionale en lokale overheden versterken deze lijn. In de Europese politiek heeft men deze trend eerder en veel vriendschappelijker opgepikt dan op nationaal niveau.
Er zijn nog veel open einden en gaten zichtbaar in die interne markt. Maar de kritische massa van beleid en economische ontwikkelingen is zodanig dat we het echt kunnen vergeten om het allemaal weer op nationale schaal te regelen. De laatste poging van minister Maxime Verhagen (Economische Zaken), met de topsectoren, zijn alleen succesvol voorzover die zich ontwikkelen binnen de Europese regelgeving.
Er is dus maar weinig BV Nederland meer. En er is vooral veel en steeds meer Europese interne markt. En die markt is verstoord geraakt. In het noorden van de Unie wordt het geld verdiend, in het zuiden wordt dat geld, mede door die noordelingen, vooral uitgegeven. Het evenwicht is zoek, maar de oplossing is niet om je dan terug te trekken op nationale eilandjes. De economische ontwikkelingen wijzen ook allerminst in die richting. En dus is dat ESM hard nodig om de gevolgen van die onevenwichtigheden te bestrijden.
Eurobonds
Misschien zijn op den duur Europese obligaties (‘Eurobonds’) wel de oplossing. Op dit moment heeft Nederland nog wel goede redenen zich daartegen te verzetten. Te veel zaken op de Europese interne markt worden nog nationaal bepaald. Maar als je die eurobonds niet wilt, dan heb je als Nederland geen keus. Wie beweert dat het ESM niet nodig is en dat Nederland wel afzijdig kan blijven, die draait de kiezer een rad voor ogen.