Het goede leven > Samenleving > Columns > Zorg moet geen eenrichtingsverkeer zijn
Femmianne Bredewold en Jan Hoogland
Zorg moet geen eenrichtingsverkeer zijn
Door een terugtrekkende overheid, moeten burgers steeds meer bij elkaar hulp zoeken. Dergelijke hulp kan alleen duurzaam zijn als er sprake is van wederkerigheid.
Mensen met een beperking worden lang niet altijd voor volwaardig aangezien. Foto: ANP
Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in januari 2007 is er een belangrijke verschuiving ontstaan in het denken over zorg en welzijn. Waar sinds de invoering van de klassieke verzorgingsstaat de verantwoordelijkheid voor burgers voornamelijk bij de overheid lag, zien we met een terugtrekkende overheid en de opkomst van de activerende verzorgingsstaat dat burgers in principe voor zichzelf of voor elkaar moeten zorgen.
Netwerk
Wanneer het burgers niet lukt voor zichzelf of voor elkaar te zorgen moeten ze een beroep doen op hun omgeving (de civil society) en in laatste instantie biedt de gemeente een vangnet van voorzieningen voor degenen die zichzelf niet redden en geen beroep kunnen doen op een ondersteunend netwerk in hun omgeving.
Dit betekent dus dat de netwerken van burgers van groter belang worden. De Wmo doet een uitdrukkelijk oproep aan burgers om niet alleen het eigen welzijn vorm te geven, maar ook om te kijken naar de ‘kwetsbare medemens’.
Het is maar de vraag of het zo vanzelfsprekend is dat er (duurzame en evenwichtige) contacten tussen burgers met en zonder beperkingen zullen ontstaan. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat deze contacten vaak onvoldoende wederkerig zijn. Mensen lijken vaak voor dergelijke contacten terug te schrikken omdat zij vrezen dat er van een eenzijdig patroon sprake zal zijn: je moet er veel in investeren en krijgt maar weinig terug.
Maar ook het omgekeerde patroon bestaat. Mensen die ondersteuning nodig hebben, durven anderen daar niet om te vragen omdat ze het gevoel hebben maar weinig terug te kunnen geven.
Voordat we ingaan op het mogelijke belang van wederkerige relaties is het eerst nodig het begrip ‘wederkerigheid’ nader te duiden. Onder wederkerigheid verstaan wij de verschillende patronen van wederzijds geven en ontvangen in contacten tussen mensen. Contacten worden relaties als er in wat meer duurzame zin sprake is van dergelijke wederkerigheid.
Balans
Deze patronen zie je bijvoorbeeld terug in het gegeven dat je geneigd bent voor vrienden die een flesje wijn meenemen bij een bezoek aan jou, een geschenk mee te nemen wanneer je bij hen op bezoek gaat; of wanneer je buren regelmatig op je zoontje passen, je graag ook eens hun container aan de weg zet.
De wederkerigheid binnen een relatie kan meer of minder in balans zijn afhankelijk van de sociale relatie die je met iemand hebt, maar in ieder geval geldt dat binnen een wederkerige relatie beide personen op enig moment aan elkaar geven en van elkaar ontvangen.
Het is sterk afhankelijk van de soort relatie en de sociale afstand binnen een relatie hoe die patronen er concreet uitzien. Bij relaties waarin er veel sociale afstand is, lijkt er eerder sprake te zijn van ‘ruil’ van equivalenten dan relaties waarin nauwe banden bestaan en er vertrouwen bestaat dat die ander er voor je zal zijn als jij het nodig hebt.
Tweezijdig
Tegelijk blijkt echter dat relaties waarin van een dergelijke wederkerigheid geen sprake is, vaak een een- en soms zelfs tweezijdig uitputtend karakter hebben. Zoals gezegd werkt dit altijd twee kanten uit. Contacten die niet in balans zijn, zijn vaak uitputtend voor de partij die alleen maar geeft, maar minstens zo uitputtend voor degene die alleen maar ontvangt en daardoor zijn gevoel van eigenwaarde meer en meer verliest.
Mensen die in de publieke beeldvorming het imago hebben losers te zijn die niets te bieden hebben, worden bij wijze van spreken alleen maar in de rol van ‘ontvangende partij’ geplaatst, waardoor zij zich steeds minderwaardiger gaan voelen. De wijze waarop in het beleid van gemeenten rond de Wmo de relatie tussen weerbare en kwetsbare burgers vaak wordt voorgesteld, versterkt dit effect alleen maar.
Niets is daarom zo belangrijk als mensen die ondersteuning nodig hebben op zodanige wijze te helpen, dat zij hun gevoel van eigenwaarde kunnen versterken. Je zou kunnen zeggen dat dat precies het doel is van wat vaak empowerment genoemd wordt: hoe kun je iemand ondersteunen om zoveel mogelijk ook zelf een ‘gevende rol’ te kunnen spelen.
Stimuleren
Tegen deze achtergrond rijst de vraag waarom dergelijke, evenwichtige relaties door sociale professionals niet veel meer worden gestimuleerd. Er lijken diverse belemmeringen voor het ontstaan van dergelijk contacten aanwezig. Zo is het bijvoorbeeld van belang voor het tot stand komen van een wederkerige relatie dat je de ander als persoon (h)erkent.
Dat laatste blijkt in de praktijk vaak een probleem. Mensen met een beperking worden lang niet altijd voor volwaardig aangezien. Ook de heersende waarden van onafhankelijkheid en zelfstandigheid zouden een belemmerende rol kunnen spelen in het ontstaan en voortbestaan van contact. Mensen vinden het gezien deze waarden lastig hun afhankelijkheid te tonen en een beroep te doen op hun medemens.
Een andere mogelijke belemmering voor het ontstaan van wederkerige contacten ligt in het verschil in uitgangspositie van mensen met en zonder beperkingen en de gevolgen die dit heeft op hun levensstijl. Mensen met een beperking moeten dikwijls leven met minder inkomen en dit heeft gevolgen voor alle voorwaarden die er zijn om sociale contacten aan te gaan.
Zo is er dikwijls niet vanzelfsprekend toegang tot eigen vervoer, een mobiele telefoon of geld om uit te gaan. Tenslotte kunnen alleen al de termen waarmee bepaalde groepen mensen worden aangeduid (bijvoorbeeld: ‘kwetsbare’ versus ‘weerbare’ burgers) ervoor zorgen dat mensen zich achtergesteld voelen en een evenwichtige relatie niet tot stand kan komen.
Contacten tussen burgers onderling lijken zo bezien alleen een duurzaam karakter te kunnen krijgen als er sprake is van een zekere mate van wederkerigheid. Daarom is het van groot belang voor professionals hieraan veel aandacht te geven in hun ondersteuning van mensen die op hun hulp zijn aangewezen.
Femmianne Bredewold en Jan Hoogland zijn respectievelijk onderzoeker en lector aan het Centrum voor Samenlevingsvraagstukken van de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle.
Bovenstaande artikel is gebaseerd op een workshop die beide auteurs op 9 maart hebben gegeven op het ‘Reliëf Jaarcongres Zorg: Alleen Samen’.