Het goede leven > Samenleving > Columns > Droog gebruiken
Gabriël Anthonio
Droog gebruiken
Veel verkeerde gewoonten zijn een mentale kwestie. Deze gewoonten zitten in je denksysteem. Neem bijvoorbeeld rookverslaving. Hoeveel willen er niet mee stoppen maar zeggen dat ze het niet kunnen.

Eetstoornis, teveel of juist te weinig eten mag dus niet onderschat worden. Foto: ANP
Dat het moeilijk is zal niemand ontkennen, maar het is natuurlijk geen onmogelijke zaak. Ik heb jarenlang in de verslavingszorg gewerkt. Daar kennen we het begrip ‘droog gebruiken’. Dat is iemand die niet meer verslaafd lijkt te zijn, maar toch de hele dag bezig is met zijn verslaving.
Verschillende redenen
De locatie die ik een jaar geleden bezocht was vol met jonge meiden. Ze hadden allemaal een andere achtergrond en totaal verschillende reden tot plaatsing binnen Jeugdhulp Friesland. Sommigen verbleven er al enkele maanden, anderen slechts enkele weken. De meeste hadden te maken gehad met geweld of misbruik in relaties. Sommigen waren teruggetrokken en anderen juist erg uitbundig. Ze overschreeuwden hun pijn als het ware.
Een van de meiden, Thea, had naast veel geweld in haar kinderjaren ook een fors eetprobleem. Een half jaar eerder, toen ik deze locatie ook bezocht, was ze heel erg dun. Ondanks de vele lagen kleding zag je hoe mager ze was. Volgens de groepsleiding was ze ver onder gewicht. Ze was in behandeling bij een psychiater, maar had nog een lange weg te gaan.
Een ernstig getraumatiseerde jeugd in combinatie met anorexia kon wel eens dodelijk aflopen. Eetstoornis, teveel of juist te weinig eten mag dus niet onderschat worden. Het is een ernstig probleem, vergelijkbaar met een zware verslaving aan alcohol of drugs. Nu, een half jaar verder, zag ze er heel goed uit. Ze was duidelijk aangekomen.
Appeltaart
Ik begroette Thea en de anderen. Ik legde de koeken en cake die ik altijd bij een locatie bezoek meebreng op tafel. Meteen begon Thea over de koek te praten. Hoe we dat konden verdelen en wanneer we het zouden opeten.
Vervolgens haalde ze een briefje uit een bureau tevoorschijn en riep wie er mee boodschappen zou gaan doen. Ze zou eten gaan koken. Tegelijk riep ze dat ze voor morgen een appeltaart ging bakken, omdat een van de meiden jarig was.
En terwijl ze zo bezig was met eten kauwde ze voortdurend op een appel die ze stukje voor stukje tot zich nam. Een van groepsleiding knipoogde en fluisterde: ,,Het gaat al een stuk beter met Thea, ze eet de laatste tijd goed!” Maar, verzekerde ze mij, ,,ze heeft nog een lange weg te gaan.”
Opnieuw werd ik me bewust hoe diep de pijn en dwangmatig gedrag soms kan zitten. Ik heb die dag de koffie eens laten staan. Ik denk soms dat ik wel zonder kan, maar doe het eigenlijk nooit.