Het goede leven > Samenleving > Columns > Lichtpuntjes in sombere Europese economie
Koos van Houdt
Lichtpuntjes in sombere Europese economie
donderdag 23 augustus 11:00
Ik hoop dat u allen een goede vakantie hebt gehad. In Nederland weten we elkaar nog steeds de put in te praten. Ook al gaat het minder slecht en is dat geen verrassing voor wie in dit voorjaar niet in de eerste plaats naar de beurskoersen keek.

Het bewind van Mario Monti legt Italië geen windeieren. Foto: EPA
Er is immers al wat langer sprake van meevallende winstcijfers. En de Nederlandse schatkist profiteert volop van overigens zieke verhoudingen op de Europese rentemarkt. Daardoor betalen ‘we’ nauwelijks rente op nieuwe staatsleningen.
Een rijk noorden
Na een zomer vol dreigende onweerswolken aan de Europese economische hemel, beginnen ook op die schaal hier en daar wat lichtpuntjes door te breken. In Italië schijnt de economie ‘aan de beterende hand’ te zijn.
Dit land in Zuid-Europa heeft een rijk noorden, dat de mogelijkheden heeft zo’n economische lente te trekken. De politieke stabilisering die onder de ‘technocratische’, maar in de Europese politiek zeer ervaren Mario Monti plaats vindt, legt dit land geen windeieren. Een lichtpuntje van hetzelfde prille kaliber blijkt uit de cijfers in Frankrijk, waar de economie ook voorzichtige tekenen van herstel vertoont.
Zorgenkind Griekenland blijft natuurlijk ver achter. Deze week is de Griekse premier Samaras op tournee om te bezien of zijn land enige verlichting in politieke zin kan krijgen voor een hard regime. Dat harde regime is nodig om omgekeerd Europees geld los te krijgen om de ergste nood te lenigen. De sommen zijn zo gemaakt, dat het redden van Griekenland net even wat minder ongunstig uitkomt, dan het houden van een uitverkoop.
Onderzoek
In dit klimaat van iets afnemende zorgen bleek vorige week vrijdag opnieuw een lichtpuntje te noteren. Toen publiceerde de Europese Commissie het jaarlijkse verslag, waarin van duizend grote(re) Europese bedrijven de inspanningen werden gerapporteerd op het vlak van wetenschappelijk en technologisch onderzoek.
Daaruit bleek dat ondanks de crisis de inspanningen van deze bedrijven voor onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe producten vrijwel op peil is gebleven. Nog steeds lukt het ieder jaar om groei van deze uitgaven te realiseren. Gemiddeld was die groei de afgelopen jaren ongeveer 5 procent. In dat licht is 4 procent groei over 2011 nog steeds robuust te noemen, schrijft de Europese Commissie.
Deze cijfers zijn gunstig omdat de enige belangrijke ‘grondstof’ voor de Europese economie zit in deze uitgaven voor R&D (research and development). Met andere woorden, nieuwe groei kan op de Europese interne markt alleen worden gerealiseerd, door slimmer te ondernemen dan in andere delen van de wereld. Daarom ook is een aankondiging, zoals in juni gedaan rondom Philips in Drachten om ook daar te starten met een High Tech Campus, zo belangrijk.
Horizon 2020
In maart 2000, aan het begin van het huidige millennium, werd door de toenmalige regeringsleiders op een topbijeenkomst in Lissabon het startschot gegeven voor de ontwikkeling van de Europese kenniseconomie. In 2010 werd vastgesteld dat deze strategie zou zijn mislukt.
Dat was merkwaardig, want op de Europese interne markt was wel degelijk sprake van een nieuwe trend, gericht op meer R&D. In Nederland werd dat onder meer zichtbaar door de ontwikkelingen in Eindhoven, waar de High Tech Campus steeds meer meespeelt op wereldniveau.
In de komende maanden zal R&D ook volop in de belangstelling staan, als de lidstaten onderhandelen over de financiële meerjarencijfers en het bijbehorende beleidsprogramma ‘Horizon 2020’. Lakmoesproef voor de zuinige Nederlandse opstelling in deze onderhandelingen is onder meer of de voorgestelde 80 miljard euro voor de komende jaren tot 2020 overeind zal blijven. Dat zou opnieuw een lichtpuntje kunnen zijn in donkere economische tijden.