Het goede leven > Samenleving > Columns > Economische eendracht
Paul Schenderling
Economische eendracht
Overal in Europa zijn landen druk bezig om lessen te trekken uit de eurocrisis. Voor Nederland was les een - ‘maak niet te veel schulden’ - een makkie.

De economische groei van Nederland sinds 1995 komt voor bijna een vijfde uit vastgoed, een sector waar de rek inmiddels uit is. Foto: ANP
Onze uitgangspositie was prima en met de nodige inspanningen krijgen we ons huishoudboekje best op orde. We gaan er daarom vanuit dat les twee - ‘zorg dat je economie concurrerend blijft’ - ons ook gemakkelijk zal afgaan. Maar dat kan tegenvallen.
Verdienmodel
De economische groei van Nederland sinds 1995 komt voor bijna een vijfde uit vastgoed en voor nog eens een vijfde uit financiële diensten, twee bubbelsectoren waar de rek inmiddels uit is. De traditionele Nederlandse groeimotoren, vooral de maakindustrieën, hebben het intussen moeilijk. Kortom, het wordt tijd dat we serieus nadenken over ons verdienmodel.
Van alle goede economische aanbevelingen die te bedenken zijn, van het opzetten van kennisclusters tot het bevorderen van vakmanschap, is er één het belangrijkst: beleidsconsistentie. Bedrijven moeten nauwgezet werken aan een langetermijnstrategie, want relatief dure Nederlandse producten zijn alleen wereldwijd aantrekkelijk als ze nét wat beter doordacht zijn. De succesvolle Duitse familiebedrijven kunnen hierbij als voorbeeld dienen.
De overheid moet op haar beurt werken aan een robuuste industriepolitiek, die niet te versnipperd is en niet bij elke kabinetswissel gewijzigd wordt. De succesvolle Zuid-Koreaanse industriepolitiek is hiervan een goed voorbeeld.
Eenheid
Kan Nederland de slag naar beleidsconsistentie maken? Dat hangt vooral af van ons vermogen om als eenheid te opereren. Werkgevers, werknemers, politici: laten we gezamenlijk streven naar een economisch model dat een verstandig midden houdt tussen zekerheid en flexibiliteit.
Dan is het enerzijds mogelijk dat bedrijven hun strategie over de conjunctuurcyclus heen tillen en anderzijds mogelijk dat inefficiënte bedrijven failliet gaan en plaatsmaken voor nieuwe. Zo benutten we talenten, ideeën en kapitaal optimaal en blijven we fier overeind in de wereldwijde concurrentiestrijd.
Tot slot een geruststellende opmerking voor wie deze pragmatische koopmansgeest saai vindt: er blijven nog genoeg andere onderwerpen over om ruzie over te maken!