Het goede leven > Samenleving > Columns > Hún Europa, óns Nederland, míjn partij
Sytze Faber
Hún Europa, óns Nederland, míjn partij
De volgende Kamerverkiezingen zijn dus op 12 september. Dat is dan voor de vijfde keer in tien jaar.

De coalitie met Rutte en Wilders is voor het CDA totaal verkeerd uitgepakt. Foto: ANP
Nooit eerder was de frequentie zo hoog. Met democratie heeft het weinig van doen, met politieke onmacht des te meer. Staatslieden kijken naar de lange termijn. Politici naar de eerstvolgende verkiezingen. En naar hun eigen belang. Daar kan het CDA over meepraten.
De coalitie met Rutte en Wilders is voor het CDA totaal verkeerd uitgepakt. Het is definitief gedaan met de hoge sprongen van de christendemocraten. Als het huidige (schamele) zeteltal van eenentwintig in september ongeveer vastgehouden wordt, gaat de vlag uit.
Voorwaarden
Onder aanvoering van partijvoorzitter Peetoom zijn daarvoor overigens wel de voorwaarden geschapen. De trap is van bovenaf aan schoongeveegd. Niet een van de tien CDA-bewindslieden staat op de kandidatenlijst. Een unicum. Meer dan de helft van de zittende Kamerleden komt sowieso niet terug. Het blijft niet bij drastische vernieuwingen in de personele sfeer.
Afgelopen donderdag zei de verse partijleider Sybrand Buma in NRC Handelsblad dat hij graag met de PvdA wil optrekken. Daarmee is de breuk met het verleden compleet. De CDA-doctrine was altijd dat er alleen ‘in uiterste noodzaak’ geregeerd zou kunnen worden met de PvdA. In 2010 leidde dat zelfs tot een macabere climax. Het trio Bleker, Donner en Verhagen demoniseerde goedhals Job Cohen bijkans. Regeren over (uiterst) rechts met Wilders vonden ze veel aantrekkelijker. Dat er dan voor hen persoonlijk respectievelijk het staatssecretariaat van Landbouw, het vicepresidentschap van de Raad van State en het vicepremierschap van het kabinet in het vat zat, zal daar niet vreemd aan zijn geweest.
PvdA
Buma is de eerste CDA-leider uit de geschiedenis die zich voor de verkiezingen openlijk uitsprak voor samenwerking met de PvdA. Dat heeft een tactische en een inhoudelijke reden.
Het CDA heeft de coalitiepartners zelf niet meer voor het uitzoeken. Ook een novum. Het is met zijn huidige omvang afhankelijk geworden van andere partijen. Opnieuw regeren met de VVD ligt gezien de versplintering in de lijn der verwachtingen. Figureren als junior partner van de VVD zal echter nieuw electoraal onheil brengen. Voor het kleinere CDA is het een must dat er ook ‘progressieve’ partijen meedoen aan het nieuwe kabinet. Dan bevindt het zich namelijk weer in de vertrouwde, aantrekkelijke middenpositie.
Eurohaat
De toenadering van Buma tot de PvdA heeft ook een inhoudelijke achtergrond. Hij wil namelijk samen met de PvdA een tegenwicht bieden tegen de onproductieve euroscepsis van de flankpartijen, de PVV en de SP. Euroscepsis is trouwens een eufemisme geworden als het gaat om de PVV. Het is inmiddels onverholen eurohaat. De titel van het PVV-verkiezingsprogram is treffend: Hún Brussel, óns Nederland. Dat is overigens nog niet het héle verhaal.
Buma scheert de SP en de PVV niet helemaal over dezelfde kam. Op regeringssamenwerking met Emile Roemer zit hij weliswaar niet te wachten, maar hij sluit die niet bij voorbaat uit. De deur naar Wilders heeft hij wel in het slot gegooid. Een partij die wil dat Nederland de Europese Unie verlaat, is inderdaad niet serieus te nemen.
Dat is nog niet alles. Het is duister hoe de PVV, die overheidssubsidie afwijst, aan haar centen komt. Wilders bestuurt zijn partij bovendien als een sekteleider. De PVV is zijn persoonlijk eigendom. Wie het waagt hem te kritiseren, valt in ongenade. Hij maakt in zijn partij van a tot z de dienst uit. Het héle verhaal is: hún Brussel, óns Nederland, míjn PVV.