Het goede leven > Samenleving > Columns > Soevereiniteit, ingehaald door de tijd
Sytze Faber
Soevereiniteit, ingehaald door de tijd
Het laatste oordeel in Nederland meemaken. Dat leek de Joods-Duitse dichter en filosoof Heinrich Heine (1797-1856) wel wat. Omdat volgens hem bij ons alles vijftig jaar later plaatsvindt.

ChristenUnie-kandidaten op het Binnenhof. De opvattingen van de CU over onder andere homoseksualiteit hebben CDA’ers al lang en breed achter zich gelaten. Foto: ANP
Het is de vraag of Heine de grap echt maakte. Er worden soms echter wel discussies gevoerd die vijftig jaar eerder precies volgens dezelfde lijnen liepen. Alsof de tijd ergens een halve eeuw heeft stilgestaan. Vooral in protestantse kring kan daarover worden meegepraat. Een treffend voorbeeld is homoseksualiteit. Het Bijbelse ongemak vandaag de dag in de kleine reformatorische kerken over homoseksuele relaties lijkt als twee druppels water op dat van de gereformeerden en hervormden van vijftig jaar geleden. Dat echoot door in de confessionele politiek.
Kloof
Tijdens de verkiezingscampagne in 2010 zei lijsttrekker Rouvoet nog dat een samenwonende homoseksueel geen volksvertegenwoordiger van de ChristenUnie kon zijn. Bij het CDA was dat inmiddels allang een non-onderwerp. Het is geen enkel punt meer als bewindspersonen en parlementariërs van het CDA homo zijn. Tussen CDA en CU gaapt wat dat betreft een kloof van vijftig jaar. Dat is de reden waarom het CDA geen concurrentie ondervindt van de ChristenUnie.
De verkiezingsuitslag van 2010 was illustratief. Het CDA verloor twintig Kamerzetels. Daarvan ging er niet één naar de CU. Sterker: de CU verloor ook een zetel. De christelijk sociale invalshoek van de ChristenUnie zal veel teleurgestelde CDA-kiezers hebben aangesproken. De opvattingen van de CU over onder andere homoseksualiteit hebben zij echter al lang en breed achter zich gelaten. Een stem op Rouvoet zou voor hen een reuzenstap in de tijd terug zijn geweest.
Onderbuikgevoelens
Peter Blokhuis, die zeven jaar voorzitter was van de CU, voorspelde twee maanden geleden bij zijn afscheid dat CU en SGP elkaar uiteindelijk in de armen zullen vallen. Daar begint het inderdaad wat op te lijken. Ook als het gaat om Europa. De CU legt onmiskenbaar een toenemende affiniteit aan de dag met het eurosceptische kamp, waarvan PVV, SGP (en SP) de hoofdbewoners zijn. De populistische partijen appelleren aan onderbuikgevoelens, bij CU en SGP speelt de (door God gewilde?) Nederlandse soevereiniteit een essentiële rol.
Vijftig jaar geleden waren vooral katholieken - lidmaten van een wereldkerk - voorvechters van het ene (christelijke) Europa. De toenmalige protestantse partijen ARP en CHU, ‘believers’ in Nederland als protestantse natie en nog niet vrij van antipapistische smetten, waren aanzienlijk sceptischer. Net zoals CU en SGP nu. Weer die kloof van een halve eeuw.
Jelle Zijlstra
In de jaren zestig schokte VU-professor (en latere premier) Jelle Zijlstra het gereformeerde wereldje met zijn uitspraak dat hij niets meer kon met het in de ARP in hoog aanzien staande dogma van de soevereiniteit in eigen kring. Hij noemde het een lege doos. Hetzelfde geldt momenteel voor het gebabbel over nationale soevereiniteit.
Het was een blunder de euro als munteenheid in te voeren zonder dat er eenheid was. Gedane zaken nemen geen keer. Dus alsnog zorgen voor méér Europa om te verhinderen dat het casinokapitalisme van de mondiale financiële sector de Europese economie (inclusief de spaarcenten en het pensioen van Henk en Ingrid) naar de ratsmode helpen. De Eurotop van de afgelopen dagen lijkt eindelijk voor een doorbraak te hebben gezorgd.
Partijen die maar blijven tamboereren op de nationale soevereiniteit doen denken aan toeristen die het hedendaagse Rotterdam willen verkennen aan de hand van een plattegrond van voor het Duitse bombardement in 1940. Anders gezegd dan Heinrich Heine maar het komt op hetzelfde neer: ze zijn ingehaald door de tijd.
* Reageren: fabersyma@gmail.com