Klaas van der Brug
donderdag 07 juni 12:30
Onlangs verscheen een recensie van Wim Berkelaar over het boek "Afwezigheid van God. Een onderzoek naar antwoorden". Dit leverde een reactie op van Klaas van der Brug, die zelf een protestantse achtergrond heeft.
Een billboard met een atheïstische boodschap. Foto: ANP
Iemand, die opgegroeid is in een protestants milieu, zoals ik, en ongerust is over de ondergang van het christelijke geloof in onze westerse wereldbeschouwing, en dus behoort bij de verliezers, wordt al helemaal niet opgebeurd bij het lezen van de
recensie over het boek en proefschrift Afwezigheid van God. Een onderzoek naar antwoorden bij W. Pannenberg, K.H. Miskotte, en A. Houtepen.
Kerkmensen
Recensent Wim Berkelaar schrijft: ‘de promovendus wil de geloofsgenoten bereiken en liefst ook atheïsten’. Hij vervolgt: dat zal niet lukken, omdat de promovendus het atheïsme niet kent en de invloed, die een voortdurende prediking van Gods heil in onze seculiere samenleving, overschat. En het is een boek, dat alleen voor kerkmensen interessant is, aangezien het zich niet wezenlijk verstaat met de bezwaren tegen God en godsdienst.
De recensent schrijft verder: ‘De nieuwe orthodoxen nemen de moeite niet de atheïsten zelf te lezen. Waarom niet?’ Daarna krijgen deze orthodoxen in de recensie opnieuw een tik op de neus. Mijns inziens zou het toch wel kunnen zijn, dat aan de orthodoxie de argumenten van de atheïsten ruimschoots bekend zijn? Bovendien weten zij, dat de atheïst helemaal niet geïnteresseerd is in de argumenten van godsdienst en al helemaal niet in het christendom.
De discussies worden vaak gekenmerkt door minachting voor de christelijke opvattingen, zo erg zelfs, dat agnosten vrezen voor het verdwijnen van onze christelijke cultuur, waaraan deze wel hechten. De voorbeelden van atheïstische denkers, welke de recensent aanhaalt, werden op onze catechisaties al genoemd.
Kuitert
Bovendien hadden we het toen ook over het definiëren van atheïsme. Bij de lezing van Harry Kuitert, getiteld: eerst waren er mensen, toen goden en toen God, vroeg ik mezelf af: Je hoort dan toch te beginnen met: wat is een mens?
Maar Kuitert begon met een vertoning van zijn afscheid als hoogleraar van de Vrije Universiteit. Daarna volgde een herinnering aan het naïeve geloof van zijn vader. Maar een antwoord op de vraag of de mens een ziel heeft of een chemische fabriek is, wilde of kon hij niet geven.
Atheïsme is, naar mijn idee, niet alleen het ontkennen van God in de trant van: ik ben christen zonder God. (Christian without God). Maar atheïsme is ook het etiket, dat geplakt is op het ontkennen van een hiernamaals. Mijn eerste vraag aan een atheïst is dan ook: geloof je in een onsterfelijke ziel en in een hiernamaals. De aanvallen van het atheïsme treffen ons, wanneer we zelf onzeker zijn over ons geloof.
Een persoonlijke God
Volgens een enquête van de IKON van enkele jaren geleden gelooft 6 procent van de dominees niet in een persoonlijke God. De recensent eindigt met dat het te voorspellen is, dat het boek, van een deze keer niet zelfgenoegzame, orthodoxe schrijver (Wim Dekker), populair zal zijn bij kerkelijke gesprekskringen, (praatgroepen), maar aan atheïsten voorbij zal gaan. En wat dan nog?
Ik voel me toeschouwer bij het klassieke drama van ‘de ondergang van het avondland’.