Marlies Bosch
vrijdag 16 maart 12:36
Morgen wordt in het Noorden van Nederland de derde diaconale Sint Maartenconferentie gehouden, met als thema: Caritas: bindmiddel voor samenleving én kerk. Een van de sprekers is Suzanna Jansen van het boek Het pauperparadijs.
Als mensen aankloppen bij een Caritas-instelling, zijn ze echt ten einde raad. Foto: ANP
De Sint Maartenconferentie is de tweejaarlijkse impulsdag voor alle parochianen in de drie noordelijke provincies en de Noordoostpolder.
Duidelijk is dat Rooms-Katholieke Kerk werk maakt van diaconie. En er is ook steeds meer vraag naar diaconale betrokkenheid. Het gaat daarbij om concrete actie voor bestrijding van armoede, steun aan mensen die leven met een beperking, steun aan rouwenden, solidariteit met vluchtelingen en minderheden, dialoog met andere religies, etcetera.
De centrale vraag morgen in Drachten is: Hoe kan caritas bindmiddel zijn voor samenleving en kerk? Suzanna Jansen (1964) spreekt over ‘caritas 1.0’; Aan de hand van haar eigen familiegeschiedenis gaat ze in op de wijze waarop de armenzorg zich heeft ontwikkeld.
Groot geheim
De journaliste ontdekte bij toeval dat haar familie een groot geheim met zich meedroeg. Een geheim dat gebaseerd was op schaamte: een groot deel van haar voorouders had in het heropvoedingsgesticht in Veenhuizen gewoond. Ze wilde er een artikel over schrijven, maar toen ze gaandeweg steeds meer, soms verbazingwekkende, feiten ontdekte besloot ze dat het een boek moest worden. Ze trok er een half jaar voor uit. Dat werden er vier. Haar boek kreeg als titel:
Het pauperparadijs. Het werd een bestseller.
Suzanna Jansen: ,,Toen ik na veel vooronderzoek aan dit boek begon was ik bang dat niemand het zou lezen. Nu zijn er al meer dan 240.000 exemplaren van verkocht. Dat is een onvoorstelbaar getal: hoe ziet die stapel eruit?”
Als je ze achter elkaar legt kun je er de berm van een snelweg van vijfduizend kilometer mee bekleden.
,,Ik ben blij dat zoveel mensen het een belangrijk verhaal vinden, maar dat maakt niet dat ik me bijzonderder voel dan iemand anders. Het is een raar idee dat ik, doordat mijn boek een bestseller werd, ineens meer geld heb verdiend dan ik direct nodig heb. En dat met het schrijven over de armoede van mijn voorouders. Ik heb mazzel gehad, dat is wennen en een luxe. Het botst wel eens met mijn zelfbeeld. Net als het feit dat ik woon in de Jordaan in Amsterdam, vroeger een pauperbuurt, en nu juist niet meer.”
Kan ieder mens ontsnappen aan armoede?
,,Ik geloof niet dat iedereen kan bereiken wat hij op grond van zijn capaciteiten zou moeten kunnen bereiken. Afkomst speelt wel degelijk een rol in de mogelijkheden die je hebt. In dat licht wil ik op de Sint Maartenconferentie laten zien wat de voordelen en tevens ook de valkuilen van caritas kunnen zijn.
In het boek heb ik daarover geschreven, zoals de hulp van de toenmalige Sint Vincentiusvereniging. Als mensen aankloppen bij een Caritas-instelling, zijn ze echt ten einde raad. Ze hebben hun trots opgegeven en vragen om hulp.
Maar iemand gaan helpen bevat, of je dat nu wil of niet, altijd een element van bevoogding en dat kan averechts werken. Die bevoogding kan het zelfvertrouwen aantasten dat juist hard nodig is om zelf uit ellende te klauteren.”
,,Tegelijk is armoedebestrijding essentieel. Het is voor hulpverleners cruciaal dat ze zich bewust zijn van de valkuilen. Maar ze moeten zich daar niet door laten ontmoedigen. Armoedebestrijding is heel belangrijk. Hoe het precies moet weet niemand echt, maar dat moet nooit een reden zijn om het op te geven.
Een voorbeeld was mijn oma: in de allerbitterste armoede besloot zij om haar oudste dochters naar de mulo te laten gaan: ze mochten ‘doorleren’, de enige manier om aan een dienstbodebestaan te ontkomen. Dat kon ze door de combinatie van persoonlijke moed en een duwtje van buitenaf.
Als de pastoor toen niet tegen haar had gezegd dat deze dochters een kans moesten krijgen omdat ze goed konden leren, was het niet gebeurd. Toen ik zelf in de zesde klas zat, kwam net de Citotoets, die aangaf dat ik naar het vwo kon. Mijn zussen waren, hoewel ze heel goed konden leren, toch naar de mavo gestuurd. Alhoewel de onderwijzeres vond dat ik dat ook maar moest doen, stuurde mijn moeder me als eerste naar het vwo.
Bij elkaar
,,Deze dingen moeten op het juiste moment bij elkaar komen, maar er is geen recept voor. Iedereen doet zijn best, ook de hulpverleners. Het is cruciaal dat die aan de mensen zelf vragen wat ze nodig hebben om zich te redden, en niet te veel in hun plaats gaan denken.”
In het contact tussen hulpverlener en hulpvrager zijn er soms verkeerde verwachtingen waardoor teleurstellingen ontstaan. Als Jansen hierover vertelt, verkrampt haar gezicht even van afschuw.
,,Oei, ja, natuurlijk. Als hulpverleners dankbaarheid verwachten, denken dat deze mensen nu wel uit hun armoede kunnen stappen en dat vervolgens niet gebeurt: dat is een grote valkuil. Ik moet dan denken aan mijn oma, die op zondag de kinderen over de kerken verdeelde omdat de instanties alleen hulp gaven als er bij hen gekerkt werd. Zoiets creëert een grote afhankelijkheid. Op die manier kun je niet anders dan zo braaf mogelijk doen wat er van je wordt verwacht om te overleven, in plaats van dat je uitgaat van wat je zelf kunt.”
,,Door het schrijven van mijn boek ben ik erachter gekomen dat ik die afhankelijke houding ook nog heb meegekregen, terwijl ik die helemaal niet nodig heb. Daardoor heb ik hem overboord kunnen gooien. Dat levert me ook nieuwe dingen op. In plaats van dat ik een nieuw boek ben gaan schrijven - en daarmee zou voldoen aan de verwachting van anderen - ben ik een opleiding gaan volgen tot theatermaker.
Op de conferentie zal ik aan de hand van mijn boek de geschiedenis van de armoedebestrijding laten zien, in de hoop dat het mensen aan het denken zet en inspireert.”
De conferentie is De Arke in Drachten (Flevo 161). Aanvang 10.15 uur (inloop vanaf 9.45 uur). Er is nog voldoende plek. Deelname is gratis.
Het pauperparadijs. Suzanna Jansen. Uitgeverij Balans, 12,50 euro