Gerard Dekker
donderdag 22 december 10:51
Veel christenen zien secularisatie en het mondig worden van de mens als een aanval op het christendom. Diettrich Bonhoeffer daarentegen waardeert secularisatie positief, zegt Gerard Dekker. Sterker nog, je leert volgens Bonhoeffer pas geloven als je middenin de aardsheid van het leven staat.
Er zijn veel redenen te noemen waarom het nog steeds de moeite waard is van de opvattingen van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer kennis te nemen: zijn opvattingen over God, over het geloof, over de kerk en over het leven. Hier wil ik wijzen op één aspect van zijn hele gedachtewereld, namelijk zijn waardering van de ontwikkeling van de wereld in het licht van het christelijk geloof.
Er is, zo schrijft Bonhoeffer, één grote ontwikkeling, die naar de autonomie van de wereld leidt. God als werkhypothese is overwonnen; het is een kwestie van intellectuele redelijkheid deze werkhypothese te laten vallen of ze uit te schakelen voor zover dit maar enigszins mogelijk is.
De kennis omtrent de wereld en de mogelijkheden om deze wereld vorm te geven, zijn in de loop van de tijd sterk toegenomen. En de mensen weten zich daarin in toenemende mate onafhankelijk van buiten hen liggende krachten, ook dus van God. Althans van de God die, zoals Bonhoeffer het formuleert, functioneert als de gaatjesvuller, als stoplap, dat wil zeggen de God die wij met name (en vaak alleen) nodig hebben wanneer onze kennis en onze capaciteiten tekortschieten.
Mondig worden van de wereld
Deze ontwikkeling, die door velen, met name in de christelijke wereld, als ‘secularisatie’ wordt gezien, wordt door Bonhoeffer aangeduid als ‘het mondig-worden van de wereld’. Waarbij hij zonder twijfel dacht aan de omschrijving die de filosoof Kant gaf van de Verlichting, namelijk ‘het uittreden van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft’.
De termen ‘secularisatie’ en ‘mondig-worden’ drukken duidelijk een verschillende waardering uit. Bonhoeffer had een afkeer van de negatieve, veroordelende klank van het woord secularisatie. Hij staat positief tegenover het autonoom, het mondig worden van mens en wereld.
Dat was een nieuw geluid. Want het overheersende christelijke denken stond er negatief tegenover. Nog in de jaren vijftig van de vorige eeuw schreef de gereformeerde ethicus Brillenburg Wurth (waarlijk geen conservatieve theoloog!) in de Christelijke Encyclopedie: ‘Tegelijk echter gaat deze wereld steeds meer de weg van de zondige emancipatie op. Ze voelt zich zoals nooit te voren ‘mondige wereld’ (Bonhoeffer). Ze acht zich volledig selfsupporting. Van God afgevallen … .’
Dat was de houding van het grootste deel van de christenheid: een veroordeling van de gang van zaken in de wereld. Met als gevolg dat het mondigworden van de wereld en de christelijke godsdienst als twee tegenover elkaar staande verschijnselen werden ervaren.
Tegenstelling
Bonhoeffer maakt ons er overigens op attent dat het christendom hier zelf een tegenstelling heeft gecreëerd. De Verlichting was immers niet per definitie anti-godsdienstig; er waren zeer gelovige verlichtingsfilosofen. Maar het christendom heeft de hele beweging van het mondigworden van de wereld van het begin af aan als antichristelijk bestempeld.
Het gevolg was dat elke stap in de richting van het mondig- worden op het christendom veroverd moest worden én dat die beweging zichzelf daardoor ook als anti-christelijk is gaan beschouwen. Zoals Bonhoeffer het formuleerde: God en Christus worden bestempeld en gebruikt als tegenstanders van deze ontwikkeling en naarmate men dat doet gaat deze ontwikkeling zichzelf beschouwen als anti-christelijk.
Door deze opstelling van het christendom is er ook in ons land een onnodige tegenstelling ontstaan tussen gelovigen en wereldlijken: het christendom verzet zich tegen de wereld en de wereld verzet zich tegen het christendom. In dat licht kan men ook de weerzin tegen alle uitingen van een christelijk geloof in onze huidige situatie zien (zoals onlangs rond de zogenoemde weigerambtenaar).
Bonhoeffer heeft de negatieve houding van de christelijke godsdienst tegenover het mondig worden van de wereld scherp veroordeeld: ‘De aanval van de christelijke apologetica op de mondigheid van de wereld vind ik in de eerste plaats zinloos, in de tweede plaats onfatsoenlijk en in de derde plaats onchristelijk’.
Door vast te houden aan de tegenstelling tussen de mondigwording van de mens en het christelijk geloof zijn velen met hun geloof in de knoop gekomen. God en mens werden als het ware tegen elkaar uitgespeeld. De overheersende gedachte in de traditionele christelijke godsdienst was dat de macht van de mens ten koste gaat van de macht, de autoriteit van God. Dat betekende dus dat men als christen óf niet kon deelnemen aan de beweging in de richting van autonomie en mondigwording van mens en wereld óf dat men het bestaande geloof in God moest ‘loslaten’. En het was met name het laatste wat gebeurde.
Andere wijze
We moeten daarom, zegt Bonhoeffer, op een andere wijze over God gaan denken. Hetgeen direct gevolgen heeft voor onze opvattingen over de relatie tussen God en mens. Kort – te kort – geformuleerd: niet de mens als concurrent van God, maar de mens als medewerker van God. En dat kan als we de menswording van God maar serieus nemen, want God is mens geworden! Dan gaat de mondigheid van mens en wereld niet ten koste van God en het geloof in God, maar ligt deze mondigheid juist in het verlengde van dat geloof. Dan kan men dus juist vanuit het christelijk geloof positief staan tegenover de groeiende autonomie van mens en wereld.
Bij Bonhoeffer is er dus geen tegenstelling tussen God en mens en tussen God en wereld. Integendeel, het gaat God om mens en wereld en niet - zoals nog veel christenen schijnen te denken - om de kerk; zelfs niet om de christelijke godsdienst. Het gaat in het geloof om de wereld en de mensheid.
Op talrijke manieren heeft hij daar uitdrukking aan gegeven: Christen-zijn betekent niet op een bepaalde manier religieus zijn, het betekent mens zijn. En: Jezus roept niet op tot een nieuwe religie, maar tot het leven.
Slachtoffers
Nog steeds wordt zowel door veel christenen als door veel nietchristenen een tegenstelling tussen het christelijk geloof en het steeds autonomer worden van de wereld ervaren en uitgesproken. Dat laatste is vooral het geval als die autonomie toegeschreven wordt aan een bepaalde invulling van de Verlichting. Deze opvatting en houding maken aan beide zijden slachtoffers, zowel aan de zijde van het geloof als aan de zijde van de wereld.
Aan de zijde van het geloof, omdat christenen die wereldlijk leven vaak het geloof waarin zij zijn opgegroeid voelen aangetast; zij kunnen dat steeds moeilijker met hun geloof in overeenstemming brengen. Maar ook aan de zijde van de wereld omdat christenen óf zich tegen allerlei ontwikkelingen verzetten, óf, als zij met de ontwikkelingen meegaan, dat vaak met aarzeling en terughoudendheid doen. Met als gevolg dat zij in hun optreden vaak conservatief zijn of als zodanig worden ervaren.
Bonhoeffer kan ons leren dat men met een bepaalde geloofsopvatting en -houding volop aan het steeds autonomer worden van de wereld kan meewerken. Ja, dat geloof in een God, wiens doel immers een nieuwe aarde is, van een christen zelfs vraagt om wereldlijk te leven. En, hoe merkwaardig dat ook mag klinken, zo’n wereldlijk leven kan het geloof juist weer versterken.
Dat is althans de ervaring van Bonhoeffer blijkens één van zijn uitspraken: ‘dat hij heeft ervaren en ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat’. Nog steeds heeft Bonhoeffer christenen veel te zeggen, vooral ook als het gaat om hun houding tegenover en hun staan in de wereld. En daarom is het geen wonder dat velen door hem en zijn gedachten geboeid zijn.
Gerard Dekker heeft onlangs het gedachtegoed van Bonhoeffer in een thematisch dagboek weergegeven: Dietrich Bonhoeffer – Een thematisch dagboek. Uitg. Meinema € 25. In het boek zijn 366 tekstfragmenten van Bonhoeffer opgenomen, gegroepeerd rond 12 thema’s, één voor elke maand.