Herman Noordegraaf
dinsdag 30 oktober 10:41
In het boek Caritas. Naastenliefde en liefdadigheid in de diaconia van de kerk pleit godsdienstsocioloog Erik Sengers ervoor het begrip ‘diaconie’, zoals gebruikt in de Rooms-Katholieke Kerk te vervangen door ‘caritas’. Lijkt mooi, stelt Herman Noordegraaf maar naast begripsverwarring slaat caritas volgens hem meer op de houding van waaruit het diaconaat plaatsvindt dan die activiteit zelf.
Als ik desgevraagd antwoord dat ik het vak diaconaat doceer moet ik vrijwel altijd een nadere toelichting geven. Het woord diaconaat is duidelijk een binnenkerkelijke term en dan nog wel bij protestantse kerken van calvinistische snit in Nederland. Het betreft dan de inzet van de kerk ten dienste van mensen in materiële, sociale, fysieke en/of psychische nood.
Er zijn diakenen die verantwoordelijk zijn voor dit werk. Vele kerken gebruiken dit woord niet, kennen geen diakenen als ambtsdragers of, als deze er wel zijn, hebben deze vooral een liturgische functie.
Diaconie
De Room-Katholieke Kerk heeft sinds
Vaticanum II (jaren zestig) een diaken die een liturgische en sociale functie heeft en in de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland begon men te spreken van ‘de diaconie’, waarmee bedoeld wordt wat in het protestantse taalgebruik met ‘het diaconaat’ wordt aangeduid, het geheel van de diaconale werkzaamheden.
De godsdienstsocioloog Erik Sengers houdt in zijn zojuist gepubliceerde boek
Caritas. Naastenliefde en liefdadigheid in de diaconia van de kerk een pleidooi om het begrip ‘diaconie’, zoals gebruikt in de Rooms-Katholieke Kerk te vervangen door het begrip ‘caritas’.
Sengers is een kenner van het Nederlands rooms-katholicisme in de moderne tijd, heeft vele publicaties daarover op zijn naam staan en is vanaf 2007 stafmedewerker voor ‘diaconie/kerk en samenleving’ van wat nu het bisdom Haarlem-Amsterdam heet.
In 2011 werd Sengers tot diaken gewijd, een in de Rooms-Katholieke Kerk permanent ambt. De invalshoek van de auteur is een sociaalwetenschappelijke en gestempeld door zijn rooms-katholieke achtergrond. Dat komt tot uitdrukking in het taalgebruik, de wijze van argumenteren, de onderwerpen die aan de orde komen en de spiritualiteit in het boek. Toch hoopt hij dat zijn boek ook het doen van naastenliefde in de protestantse kerken zal bevorderen.
Perspectief
Het boek bevat zeven hoofdstukken, die bewerkingen vormen van lezingen en artikelen. Het eerste, dat de opmaat vormt voor wat volgt, bevat een pleidooi voor de hantering van het begrip caritas in plaats van diaconie.
Daarna volgen bijdragen over op wie caritas zich richt (mensen in de marge, maar ook op rijken, want ook die hebben noden), over de geloofsgemeenschappen als subject van caritas, de parochiële caritasinstellingen, over de relatie tussen kerken en instellingen op het terrein van zorg en welzijn), de relatie tot de overheid (waarbij ook de Wmo aan de orde komt) en de vraag hoe de caritas op lokaal niveau zich te verhouden heeft met de mondialisering.
De rode draad is de overweging dat caritas meer dan het woord diaconie een perspectief biedt voor nieuwe vormen van zorg die nodig zijn gezien de slinkende kerk, de bezuinigingen op de verzorgingsstaat en nieuwe vormen van armoede.
Naastenliefde
Het is een begrip dat in gebruik was in de Rooms-Katholieke Kerk voor het Tweede Vaticaans Concilie en roept niet de associaties op met structuren, ambt, kerk en verzorgingsstaat, die alle aan slijtage onderhevig zijn. Zo ontstaat ruimte voor een nieuwe wijze van denken vanuit de naastenliefde (caritas).
Het is ook een woord dat meer dan diaconie een spirituele lading heeft. Daarbij komt dat de diaken in de vroeg-christelijke kerk een bredere functie had dan de zorg voor de armen, maar ook in de liturgie en bij de verkondiging optrad.
Naastenliefde is zo gezien een onderdeel van de diaconie. Aldus Sengers. Mijn ervaring is, ook in internationale bijeenkomsten, dat het woord ‘diaconie’ steeds weer toelichting behoeft en al naar gelang de kerkelijke en nationale context verschillende invullingen krijgt waarbij het wel steeds om mensen in nood gaat.
Structureel en politiek
Deze moeilijkheden wat betreft begrippen lost men echter niet op met de (her)introductie van het woord caritas dat bovendien in protestants Nederland niet gebruikt wordt. Daar zou het gebruik van dit woord alleen maar verwarring scheppen.
Bovendien lijkt caritas mij meer een houding van waaruit het diaconaat (inzet voor mensen in nood) plaatsvindt dan die activiteit zelf. Bovendien kan het woord ‘naastenliefde’ vooral opgevat worden als gericht op het directe menselijke relaties, terwijl het ook de door Sengers volop onderschreven streven naar structurele en politieke verbeteringen daarbij buiten beeld blijft.
Waar het op aankomt is dat we de inzet voor en met mensen in nood en de daarbij gebruikte begrippen steeds zo goed mogelijk omschrijven met alle dimensies die eraan zitten en we de discussie over de inhoud voeren.
Tegenstrijdigheden
Nog een andere opmerking bij het boek: zoals gezegd is het opgebouwd uit stukken die bij verschillende gelegenheden zijn gebruikt. Daardoor bevat de bundel een aantal tegenstrijdigheden. Zo vinden we er een stevig pleidooi om zorginstellingen en kerk meer op elkaar te betrekken en wordt daarbij veel van de kerk verwacht.
Aan de andere kant wijst de auteur erop dat kerken krimpen en ook dat bijvoorbeeld de maatschappelijke voorwaarden voor de Wet maatschappelijke ondersteuning onvoldoende aanwezig zijn. Het beroep op de sociale netwerken, inclusief dat van de kerken, in die wet overschat de mogelijkheden van de hedendaagse samenleving.
Parochie
Sengers legt veel nadruk op het werk vanuit de parochie. Nadrukkelijker dan hij doet, zou ik ook het belang van bovenlokale vormen van (in mijn woorden) diaconaat willen beklemtonen.
Deze moeten het lokale werk ondersteunen (zoals Sengers doet in zijn beroepspraktijk), kan lokale praktijken met elkaar verbinden zodat ze meer uitstraling krijgen in de samenleving en kunnen een pleitbezorgersrol ten dienste van menen in nood vervullen bij bijvoorbeeld de landelijke politiek mede op grond van ervaringen die op het grondvlak worden opgedaan (zie de beweging ‘De Arme Kant van Nederland).
De auteur streeft naar het expliceren van de verhouding tussen geloof en caritas en het doordenken daarvan. Ik onderschrijf dat en hoop van harte dat hij en anderen die zoektocht zullen voortzetten.