Nels Fahner
zaterdag 20 oktober 10:00
De kerk krimpt, er moet gesneden worden en dat doet pijn. Hoe zorg je ervoor dat de patiënt er beter van wordt? Over die vraag houdt de Vereniging Beraad Grote Steden in de PKN een bijeenkomst onder de titel ‘De anatomische les. Kerkelijke reorganisaties in Den Haag en Enschede: een openbare ontleding.’
Een openbare ontleding, net als vroeger maar minder bloederig. Rembrandt van Rijn, De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp. Foto: Wikicommons
Drie ‘chirurgijns’, waaronder docent gemeenteopbouw Jodien van Ark, nemen de plannen van deze steden onder de loep.
Heeft de kerk te lang gewacht met veranderen en kost het daarom zoveel moeite?
“Ik denk dat veranderingen pas echt goed worden doorgevoerd wanneer de noodzaak daartoe gevoeld wordt. Dat was twintig jaar geleden niet zo. Het maakt wel wat uit met wat voor houding dat gebeurt. Met het lef om keuzes te maken heb je meer kans op vernieuwing dan met een houding van ‘houden wat we hebben’.”
Wat is het idee achter de ‘Anatomische les’?
“Veel processen beginnen in grote steden, dorpen en andere steden kunnen daarvan leren. De aanpak per stad verschilt behoorlijk: in de ene stad stuiten plannen op grote tegenstand omdat een Algemene Kerkenraad aan de wijken beslissingen oplegt. Andere algemene kerkenraden wachten juist te lang op initiatief van de wijken.
Ik geloof vooral in samenspel waarbij de algemene kerkenraad de noodzaak van veranderingen duidelijk maakt en vervolgens aan de mensen uit de wijken zelf vraagt met plannen te komen. Dat geeft andere resultaten dan wanneer mensen zelf geen invloed hebben op het proces. Dan rest alleen teleurstelling en woede. De centrale vraag op 2 november is eigenlijk: hoe creëer je draagvlak?”
Is de structuur van de PKN wel geschikt voor grote veranderingsprocessen?
“De logge structuur maakt wel dat je moeilijker op veranderingen kunt inspelen. Ik verwacht dat in de toekomst meer met kleine groepen wordt gewerkt. Zonder flexibiliteit wordt elke verandering een massief en formeel proces. Mensen wachten op elkaar, alles gaat langzaam en dat smoort de creativiteit. Gewone kerkleden voelen best aan dat het anders moet maar als er geen ruimte is voor initiatief, richt hun frustratie zich op de kerkstructuur zelf.”
Was de ouderwetse gereformeerde structuur niet beter in staat mensen te mobiliseren, ook tot verandering?
“In de kerkorde van de PKN hebben we geprobeerd van beide, hervormd en gereformeerd, het beste over te nemen. Bij de gereformeerden was de kerk wel van de mensen, maar er was ook sprake van de wet van de remmende voorsprong: veel van hen konden moeilijk verworvenheden loslaten. De trouw van de mensen had ook een keerzijde.”
Al eeuwen lang verzamelt de gemeente zich in een eigen gebouw. Is die tijd misschien ook voorbij?
“Je moet niet denken: we hebben geen gebouwen meer nodig. Wel denk ik dat er mogelijkheden zijn voor differentiatie. Zelf kerk ik vaak in een kleine kapel, maar ééns in de zoveel tijd wil ik heel graag in zo’n grote kathedraal zitten. Maar gedeeld gebruik is vaak geen slecht idee.”
Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de manieren waarop Den Haag en Enschede de reorganisatie hebben aangepakt?
“Ik heb begrepen dat in Enschede het veranderingsproces met veel papier gepaard is gegaan: veel meer rapporten dan in Den Haag, terwijl Den Haag meer een bestuurdersgemeente is. Enschede lijkt mij ook meer een verzameling dorpskerken in een stad.”
Is de openbare ontleding ter lering van andere gemeentes?
“Ja, eigenlijk gaan we net als een chirurgijn te werk: het lichaam ontleden om de levenden te leren. Niet omdat de kerk overleden zou zijn maar om op zoek te gaan naar medicijnen. Veel kerken kampen nu met vergrijzing. Hoe ga je daarmee om, is de vraag.
Het bijbelse beeld is dat de kerk het lichaam is van Christus. Zijn alle lichaamsdelen nog in functie? Hoe vind je medicijnen waardoor iemand geneest van zijn kwalen? Dat kun je allemaal op de kerk toepassen.”
‘De kerk verandert van gestalte’ staat er in de aankondiging. Wat is de grootste verandering?
“Ik denk dat de manier waarop de kerk nu georganiseerd is niet meer te handhaven is. Misschien is de grootste verandering wel die in tijdsbesteding. Dertigers en veertigers met kinderen met wie ik werkte in een wijkgemeente in Den Haag, waren wel te porren voor een project van een halfjaar. Maar veel minder om permanent vrijwilligerswerk doen.
Dertigers zijn gewend aan flexibiliteit: ze hebben het druk maar missen tegelijkertijd een plek van verdieping. Ze zijn zogezegd op zoek naar het goud dat ze in de kerk kunnen vinden. Als kerk moet je hen betrekken bij het veranderingsproces.”
‘De anatomische les. Kerkelijke reorganisaties in Den Haag en Enschede: een openbare ontleding’, is op 2 november van 10.30-15.00 uur in het Protestants Landelijk Dienstencentrum, Joseph Haydnlaan 2a in Utrecht.