Pieter Meijer
vrijdag 19 oktober 10:00
Verbazingwekkend dat de uitslag van het onderzoek naar de preek zo lauw werd ontvangen, vindt Pieter Meijer. Als
preken inderdaad de kern van het predikantsambt is dan mogen de eisen wel wat hoger zijn. Want de preek is echt niet uit de tijd.
Je moet weten wat er gebeurt bij de mensen voor wie je predikant bent. Foto: ANP Catherinus van der Veen
In de afgelopen weken verschenen in dag- en weekbladen heel wat artikelen over preken en predikers. Het begon met de publicatie over een onderzoek van de PKN waaruit bleek dat het preken nogal eens ontbreekt aan relevantie. En dat zou ook een oorzaak zijn dat mensen niet zo trouw meer naar de kerk gaan.
Niks nieuws
Gerard Dekker merkte in
Trouw op: dat is toch geen nieuws. In de vorige eeuw was dat al net zo. En het zal ook wel zo blijven. Dat een preek een oriënterende waarde zou kunnen hebben, is te hoog gegrepen. De preek stamt uit een periode waarin veel mensen nauwelijks of niet konden lezen.
Dankzij die preken raakten mensen vertrouwd met de boodschap van de Bijbel. Maar in onze tijd zal het anders moeten. De kerk moet zoeken naar een alternatief. Welke functie zou een preek in onze tijd kunnen vervullen? Hoe kun je op gerechtvaardigde vragen van kerkgangers antwoord geven? Aldus Dekker.
Wat mij verbaast is de reactie van rector Gerrit Immink van de predikantsopleiding: preken is een vaardigheid die maar ten dele te leren is. Oftewel:
de een kan preken, de ander niet. Stel je eens voor dat iets dergelijks gezegd zou worden aan het eind van de artsenopleiding. Je zal zo’n arts, die het vak maar ten dele leerde, aan je bed krijgen. Ons land zou te klein zijn.
In dezelfde Trouw-editie stelt PKN-scriba Arjan Plaisier dat de preek de kern is van het domineesambt. Mooi, maar als dat zo is dan moet je ook geen genoegen nemen met predikanten die zich maar ten dele vertrouwd hebben gemaakt met die kern.
Mensen
Wat bezielde mij, eerstejaars student biochemie, theologie te gaan studeren? Ik denk dat ik liever met en tussen mensen wilde werken dan stofjes op elkaar te laten reageren. Als dominee zou ik er moeten zijn voor mensen met hun zorgen, hun vreugden en hun vragen, tot hun diepste vragen en zorgen toe. Leek theologie me zo’n boeiend vak? Sommige vakken wel, andere leken me juist gortdroog maar ik moest er wel mee vertrouwd raken.
Ongetwijfeld zijn er theologen die gelukkig zijn met hun opleiding. Mij was het vaak te beperkt. In mijn tweede gemeente kon ik deelnemen aan een oecumenische driejarige doctoraalstudie waarin naast verdieping in een aantal theologische vakken ook basiskennis in vakken uit het bedrijfsleven aan de orde kwam. Wat speelt zich af in grote maar ook in kleine bedrijven? Wat maken mensen in hun werk mee, zowel positief als negatief?
Het is goed te weten wat je gemeenteleden in de week doen. Als schipperspredikant wilde ik weten hoe het met die schippers ging, en als legerpredikant in de jaren ‘60 wilde ik weten hoe militairen aankeken tegen de Koude Oorlog, zowel de dienstplichtigen als de beroepsmensen.
Huiswerk
In 1962 dreigde de Koude Oorlog steeds dichter bij een hete oorlog te komen. Vlak voor Kerst vroeg de bataljonscommandant, bepaald geen vrome kerkganger, of ik voor het hele bataljon een kerstdienst kon houden in een Amersfoortse kerk. Dat lukte en het hele bataljon was er. Maar de tanks van het bataljon stonden vrijwel klaar om direct oostwaarts te verhuizen.
Die dag en erna hoorde ik van hoog en laag, gelovig of niet, dat ze deze kerstdienst (over de herders wakend over de kudde) zeer hadden gewaardeerd. Kortom: die dienst en die preek was als relevant ervaren.
Relevant preken? Dat lukt niet als de dominee alleen z’n theologisch huiswerk goed heeft gedaan en uitleg van de tekst geeft. Daarbij moet ook het pastorale huiswerk goed zijn gedaan. Behalve die uitleg hoort ook de toepassing bij de preek. Wat moeten we met het idee dat er nu eenmaal theologen zijn die wel goed kunnen preken en anderen ‘die dat nu eenmaal nooit leren’? Oftewel, daar valt in de opleiding niets aan te doen?
Wat mensen bezig houdt
Als een theoloog z’n tijd zo min mogelijk wil besteden aan aandacht voor mensen dan dien je hem of haar niet als predikant toe te laten. Een student geneeskunde die geen empathisch gevoel heeft, kan niet als arts gaan werken.
Juist dat contact met wat mensen bezig houdt, levert materiaal genoeg om je als theoloog af te vragen wat de verbinding is tussen tekst en realiteit. Dat dat ook in een andere vorm kan dan de monoloog vanaf de kansel zou kunnen zoals Dekker suggereert? Helemaal mee eens. Een dialoog tussen kerkgangers en predikant? Waarom niet?